weblog

economisch ontbijt

22 Feb 2012

Vanmorgen heel vroeg met alle Bootjes aan tafel maalden we onze vertrouwde yoghurt met muesli en volkoren vlokken weg om onze vezeltjes en calcium voor de dag alvast binnen te krijgen. Ik maar een klein beetje, want daarna moest ik op pad naar het Okura hotel voor een tweede ronde. Daar kwam ik op verzoek van de Nederlandse ambassade opdagen omdat de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie hen had gevraagd een ontbijtafspraak met mij te maken. Niet omdat ik een bijdrage kan leveren om de Nederlandse of Japanse economie uit het slop te halen, of omdat ik de pretentie heb iets te kunnen adviseren over landbouwtechnieken en laat staan dat ik iets innoverends te melden heb... Maar gewoon om gezellig bij te praten. Of wel: een vorkje prikken met mijn voormalige baas Maxime Verhagen die op werkbezoek is in Japan! Een uurtje herinneringen ophalen en terugkijken, maar vooral ook ervaringen en meningen uitwisselen over Nederland en Japan. Allebei bevlogen over de dingen waar ons hart sneller van gaat kloppen, politiek en/of kerkplanting, allebei dienstbaar en strijdbaar. Totaal verschillend, maar vol respect voor wat de ander doet. Het is ondertussen alweer tien jaar geleden dat ik zijn persoonlijk medewerker was, maar aan de ontbijttafel in Tokio, was het net zo gezellig als vroeger in het kantoor dat we deelden in de Tweede Kamer. Ik weet het, de media en veel andere Nederlanders tonen niet altijd heel warme gevoelens voor Verhagen, maar ik vind zijn betrokkenheid op een oud-medewerker wel bijzonder. Bedankt voor een gezellig ontbijt, Maxime! O ja, wat ik gegeten heb? Vers fruit, French toast en een kopje thee...
nee zeggen

18 Feb 2012

'Zeg maar nee...', wie vult deze commercial uit de jaren '80 niet automatisch aan? In ons geval is het nog waar ook, we krijgen er meestal twee. Twee nee's. Een nee van Fleur en een nee van Lucile. Resoluut schudden ze beide koppies. Hoe ze zo goed nee hebben leren zeggen, weet ik eigenlijk niet. Het zit niet in hun DNA; Geert en ik zijn namelijk niet goed in nee zeggen. Met als resultaat dat we teveel hooi op onze vork nemen en, solidair met alle Japanners om ons heen, soms heel moe zijn. Een positieve benadering zou zijn dat het een vorm van incarnatie is om zo met de Japanners één te zijn. Jezus deed het ons voor, opgaan in de omgeving waarop je betrokken wilt zijn. Daarom werd hij mens. Een negatief punt is natuurlijk dat teveel werken niet goed voor je is. Dat roepen we hier tegen alle jonge professionals die al hun wakkere uren aan hun werk besteden. Maar 'do we practice what we preach'? Doen we zelf niet precies hetzelfde? We maken hier tropenjaren door. Gisteren herinnerde een collega ons eraan dat 70% van de kerkwerkers vroeg of laat een burn out krijgt. Zover mag het niet komen en daarom proberen we rustpunten in te bouwen. Diezelfde collega tastte in dat gesprek af hoeveel vrij hij maximaal mag nemen als hij voor GraceCityChurch werkt. Of misschien beter gezegd hoeveel hij minimaal moet werken. Dat is natuurlijk zakelijk gezien een hele terechte vraag als je voor een organisatie werkt, maar het kwam wel wat zuinig over. Hij is namelijk heel erg goed in nee zeggen. En dat is in onze westerse cultuur een deugd! Dit in tegenstelling tot nee zeggen in Japan: dat wordt gezien als de ander overlast bezorgen. Dat betekent echter niet dat hun ja ook altijd ja betekent... Ik las vorige week een boek dat aandacht besteedde aan de missie die sommige christenen voor zichzelf geformuleerd hadden. Hoewel het een nogal Amerikaans en sappig (om maar even in de jaren tachtig taal te blijven) boek was, genaamd Calm my anxious heart door Linda Dillow, sprak de volgende uitspraak me wel aan: 'Ik wil paradoxaal leven. I wil ingaan tegen mijn egoïstische natuur, tegen onze cultuur, ik wil een klein beetje meer geven dan waar ik eigenlijk zin in heb, ik wil twee mijl, in plaats van één mijl met de ander opgaan.' Ben ik moe? Jawel. Voldaan? Meestal wel. Niet omdat ik het allemaal zo goed doe. Ik probeer, rommel wat aan, faal, probeer het weer en geef het over. Soms voelt het alsof de druppeltjes die wij op de gloeiende Japanse plaat maken geen zin hebben. Maar af en toe, heel soms, krijg je zomaar even een bevestiging dat de Here God je wel gebruikt om een goede indruk van Hem in Japan achter te laten. Zo hadden we vanmorgen een bijeenkomst met de moeders van Julie's kleuterklas. Een moeder wiens oudste zoon al sinds de kleuterschool bij Thom in de klas zit, vertelde aan de anderen dat ik haar zeven jaar geleden meenam naar een donutrestaurantje in de buurt. Ze had vaag wat belangstelling voor het christendom, maar dacht dat ze nooit christen zou kunnen worden omdat ze niet aan alle regeltjes en vereisten van de kerk zou kunnen voldoen. Ik zou haar toen verteld hebben dat het Evangelie goed nieuws is en dat Jezus het al volbracht heeft. Vanmorgen vertelde ze dat ze zich vanaf dat moment met lege handen aan de Here God heeft overgegeven. Het was een lange weg, maar vorig jaar is ze samen met haar man, zoon en dochtertje gedoopt. Ik herinner me de donuts, maar niet meer de inhoud van ons gesprek. Toch heeft God het gebruikt. Ik geef toe, dat voelde goed toen ik weer op de trein stapte. Toen ik thuiskwam, ging de bel. Het was een klein pakje voor mij. Ik opende het en vond een prachtig blikje Japanse thee. Dawa stuurde het me als bedankje. Het is inmiddels drie jaar geleden dat ze zich in Starbucks heel bitter over haar slechte huwelijk beklaagde en te keer ging over het feit dat haar man geen kinderen wilde. Ze vroeg me hoe ze toch kinderen zou kunnen krijgen voordat het te laat was. Ik adviseerde haar om eerst aan haar huwelijk te werken voordat ze verder aan kinderen dacht. Een jaar later waren er opnieuw tranen. Van vreugde omdat het met haar huwelijk de goede kant opging, en van verdriet omdat ze net een miskraam achter de rug had. Zij praatte, ik luisterde en samen baden we. Inmiddels is haar dochtertje 4 maanden. Een paar weken geleden zocht ik hen thuis op en ontmoette voor het eerst haar man. Het was fantastisch om dit herstelde gezin te zien. Ze zijn nog niet compleet, want de Here God woont nog niet bij hen. Maar ze zijn op de goede weg. Dawa schreef op het kaartje bij de thee dat ze graag gauw verder wil praten over God. Ik hoor wat gewauwel en voor één keer ben ik het zelf niet. Het zijn wat onbegrijpelijke klanken afgewisseld met een 'nee, nee'. Fleur en Lucile zijn wakker van hun middagdutje en kwebbelen erop los alsof ze de stilte van de afgelopen twee uren even moeten compenseren. Ze zijn ruim twee jaar, maar spreken nog maar weinig Nederlands. Ik maak me er geen zorgen om, want klanken oefenen doen ze genoeg. Zoals veel tweelingen praten ze laat en genieten nu van hun eigen taaltje, ook wel 'idioglossia' genoemd. Ik heb niet de indruk dat de grappige woordjes veel betekenis hebben, maar ze apen elkaars 'woordjes' telkens na. Hun nonverbale communicatie lijkt genoeg en voor de gezelligheid maken ze er leuke geluiden bij. Soms op mooie melodietjes want zingen en dansen (zelfs Lucile!) kunnen ze als de besten! Dat is echt genieten, over rustpuntjes gesproken, als je ze samen in de weer ziet. Dan klinkt zelfs 'nee, nee' me als muziek in de oren...
boerenkool

02 Feb 2012

In Nederland worden op dit moment de schaatsen in de schuur of op de zolder opgezocht, maar ook in Japan is het ongebruikelijk koud. Van Thoms Franse lerares (een gezellige Belgische) kregen we als Sinterklaascadeau een pak Maggi boerenkool met een zakje juspoeder. Simpel, maar een heerlijke 'taste of home' die naar meer smaakte. Maar helaas, na twee maanden zoeken had ik de conclusie getrokken dat er in Tokio ondanks een paar nachtvorstjes geen boerenkool te koop is (noch rookworst ..:). Tot ik vandaag via een duur warenhuis het metrostation in liep. Jawel, boerenkool gevonden! Niet bij de delicatessenafdeling, maar bij een exclusieve bloemenkraam... Mijn nuchtere Hollandse reactie is dan: wat sonde! Wellicht denken de Japanners hetzelfde als ze zeewier in een westers aquarium zien dansen. Dat is niet om naar te kijken maar om op te eten! Hoe dan ook vind ik dat de boerenkool op mijn bord veel beter tot zijn recht zou komen. Maar dat kan toch, want ze verkopen het hier. Dan steigert de zuunige Zeeuwse in me, want een klein takje kost 1,05 euro. Een aardappel kost hier een euro per stuk en ik heb er voor ons gezin al gauw een stuk of 10 nodig. Dan nog minimaal 30 takjes boerenkool. Dan komt een vegetarische pan boerenkoolstamppot op meer dan veertig euro. Ik heb bij de gedachte al gegeten en gedronken. De opgetutte verkoopster bemerkt mijn belangstelling voor de zeldzame takjes en vraagt beleefd of ik een paar losse takjes wil kopen of liever het veldboeketje dat ze persoonlijk heeft samengesteld voor 10 euro wil meenemen.  Ik bedank ervoor terwijl ik mijn lichte portemonnee tegen mijn lichaam gedrukt houd. Ik maak mezelf wijs dat ik zojuist 40 euro bespaard heb. Dat geeft zoveel voldoening dat diezelfde portomonnee spontaan zwaarder aanvoelt. Genoeg voor nu. Ga maar gauw van de ijspret en stamppot genieten. Ik ga de plakrijst opzetten...
zondige stad

20 Jan 2012

Deze week organiseerden we samen met Redeemer City to City een tweedaags seminar over kerkplanting in de grote stad. In Tokio in het bijzonder. Want het kerkplantershandboek van Tim Keller geeft de grote lijnen en praktische tips, maar ondanks alle overeenkomsten tussen metropolen als New York en Tokio, zijn er ook grote verschillen die om een bijzondere aanpak vragen. Zo verzamelden zich aarzelend 25 jonge Japanse theologiestudenten, evangelisten en dominees in een conferentiezaaltje dat we voor een krats koen huren van een christelijke NPO tussen de glitterfacades van modehuizen Prada, Vuitton en Chanel en juwelier Cartier in de chique wijk Omotesando. Het contrast tussen de onderbetaalde kerkwerkers en de hoge hakken, bontkragen en decadente zonnebrillen tijdens de lunchpauze kon niet groter zijn. Eigenlijk keken deze trouwe dienaren van het Woord hun ogen uit, want ze wonen in voorsteden waar het leven rustiger, goedkoper en naar hun idee veiliger is, maar ze deden alsof ze hun ogen dichtknepen om alle decadentie maar niet te hoeven zien. In een vragenronde na de eerste lezing kwam de eerste opmerking al: hoe kon een modelkerk met een gereformeerde theologie als GraceCityChurch nu toch stand houden in een zondige omgeving als de grote stad. Nu weten wij natuurlijk heel goed dat we geen modelkerk zijn in de zin van een ideale kerk of een voorbeeld dat anderen moeten volgen, maar het gaat hier om het beeld van wat in Japan een 'modelroom' genoemd wordt. Een volledig ingerichte ruimte volgens de bedoelde vorm en afmetingen, maar niet in de originele omgeving, waar je gaat kijken voordat je een soortgelijk apartement koopt wat nog gebouwd moet worden. Zo is GraceCityChurch een inkijkje in een revolutionair ander soort kerk in Japan. Waarvan wij natuurlijk hopen dat er nog veel gebouwd gaan worden als mensen, als deze jonge dominees daarin willen investeren. Maar voordat deze zeldzame jonge christelijke leiders daartoe bereid zijn, moeten er eerst een heleboel vooroordelen uit de weg geruimd worden. Zo waren ze unaniem van mening dat de mensen in de voorsteden en op het platteland spiritueler zijn. Ze zien het openstaan voor een geestelijke werkelijkheid als iets dat mensen helpt om geïnteresseerd te raken in het christendom en uiteindelijk om zelf ook in Jezus te gaan geloven. Ze vroegen ons of je in de stad niet gedoemd bent om je geloof te verliezen. Zoveel extreme dingen, zoveel zonde, zo weinig kerken. De spijker op zijn kop: zo weinig kerken! En natuurlijk is een megastad als Tokio een climax van zondigheid: 37 miljoen zondige harten op elkaar gepakt. Heeft Tokio daardoor het Evangelie niet des te meer nodig? En zijn de mensen in Tokio meer geneigd tot zonde dan de Japanners op het platteland? Misschien zijn er meer verleidingen. En hoe zit dat in Nederland? Zijn Amsterdammers zondiger dan Zierikzeenaars? En doet het er eigenlijk toe? Zonde staat tussen ons en God in, veel of minder veel. En Jezus overbrugt die kloof. De claim dat het Japanse platteland religieuzer zou zijn dan Tokio durf ik in twijfel te trekken. Ik hoef alleen maar om me heen te kijken. Deze dagen drommen massa's kantoorwerkers en zakenmannen naar de tempels om geluk af te smeken voor hun business dit jaar. Aan alle schooltassen bungelen amuletten. Naast de dure horloges die vanonder de manchetknopen komen, zit een Boeddhistische kralenarmband. In of bovenop de dure woontorens staan tempeltjes. Alle belangrijke rituelen rondom geboorte, volwassen worden, huwelijk en overlijden zijn ook hier in Tokio doordrenkt met Shinto- en Boeddhistische elementen. Duizenden bizarre secten bloeien en groeien. Om nog maar te zwijgen over alle andere afgoden die vereerd worden: geld, designers' tassen, perfect uiterlijk, status, smart phones, AKB48 (een populaire meidengroep). Als de angst voor de stad onder christenen omslaat in liefde voor de stad, dan is er hoop voor een kerkplantingsbeweging in Tokio. Elke missie moet beginnen met liefde voor wat je wilt dienen. En liefde kost offers. Altijd. Uit de evaluatie bleek dat bij twaalf van de deelnemers aan ons 'Gospel in the City' seminar iets van die liefde aan het ontluiken is. Ze gaven aan dat ze het best zouden zien zitten om in een soortgelijke kerk als 'modelroom' GraceCityChurch te trekken. Letterlijk ook, want de meest effectieve manier om het Goede Nieuws over Jezus in Tokio te brengen is door er zelf middenin te wonen en het Evangelie uit te leven. En dat is heftig. Zo voelen de mensen om je heen dat ook en daarom is er geen mooier uitgangspunt dan samen opgaan. En uitgaan. Boodschappen doen. Even naar het park gaan omdat je ogen vergeten zijn hoe de kleur groen eruit ziet. Tegen elkaar aangeperst staan in de overvolle trein. Samen de nieuwe noedeltent op de hoek proberen. Samen balen dat er een snelweg pal voor onze toren gebouwd wordt. Met andere moeders de meiden afzetten bij ballet. Samen naar het volgende station rennen als onze metrolijn gestremd is. Samen in gesprek komen over wat je drijft en gelooft. Of niet.  
gereformeerde speld

10 Jan 2012

Ken je dat gevoel dat iemand iets tegen je wil zeggen, maar dat niet kan of durft. Of dat het juiste moment er gewoon nooit lijkt te zijn. Je denkt erover na, probeert met de hints als puzzelstukjes te raden wat het plaatje is. In die situatie bevonden we ons in de tweede helft van vorig jaar. Als Nederlander zou je zeggen, vraag er dan gewoon naar, maar zo werkt het in dit land van indirecte communicatie niet. Dit was voor ons een thema dat vrijwel elke week en op een gegeven moment zelfs elke dag terugkwam. Ik heb vast al wel eens verteld dat Lucile bij een goede orthopeed hier in Japan onder behandeling is. Het ziekenhuis is in desolate staat, maar de artsen zijn professionals die hun vak en patiënten serieus nemen. Zo ook dokter Uoti. Hij is een dertiger, bescheiden en innemend. Vanaf het eerste bezoek waar hij ons, in shock vanwege het tot twee keer toe in gerenommeerde ziekenhuizen falen van de behandeling van Lucile's heupdysplasie en de eerste indruk van dit weggestopte, vervallen oord, met veel geduld te woord stond. Keer op keer legde hij zijn visie op de diagnose en de behandeling uit. Nooit gehaast, nooit onverschillig. Ondanks de overvolle wachtkamer met krijsende kinderen ging hij naast de verlegen Lucile zitten om met haar te spelen, te kletsen en zo haar gerust te stellen. Hij stond ons toe om tegen het ziekenhuisbeleid in de operatiekamer bij Lucile te zijn tot de anesthesist haar in slaap had gebracht. Herstellend op de afdeling viel Lucile onder de verantwoordelijkheid van een andere arts, maar elke dag kwam dokter na zijn dienst op de polikliniek in ons kleine vieze kamertje op bezoek. Hoe donker alles ook leek, altijd had hij een bemoedigend woord. En vaak bleef hij even hangen, alsof hij het nog ergens over wilde hebben. Maar het kwam er nooit uit. Toen Lucile uit het ziekenhuis ontslagen werd, gaven we de afdeling een Japanse kinderbijbel. Het is een staatsinstelling dus we waren bezorgd dat ze zo'n christelijk boek niet aan zouden willen nemen, maar dokter Uoti die hem namens de staf in ontvangst nam, verblikte of verbloosde niet. Daarna ontmoetten we hem nog wekelijks bij controles op de polikliniek. Nu de controles minder frequent worden, wilden we de dokter zelf ook iets van onze dankbaarheid laten zien en daarom nodigden we hem via email uit voor het kerstconcert en -diner van GraceCityChurch. Hij stuurde nooit een reactie terug. Ondertussen werden we volledig opgeslokt door de vele kerstevenementen met alle voorbereidingen en last minute stress die daarbij horen. Met de instructies voor de babysitter nog nagalmend in mijn hoofd (er is hier geen babysit-cultuur dus komt het maar een of twee keer per jaar voor dat we samen weg kunnen), haast ik me naar het evenement en stuit ik in de concertzaal plotseling op dokter Uoti. Met vrouw en kind, een bijdehand Japans meisje dat slechts 4 maanden ouder is dan Fleur en Lucile. We genieten van het pianoconcert en begeven ons naar het restaurant. Geert heeft inmiddels geregeld dat de familie Uoti bij ons aan tafel kan zitten en voor het kleine meisje wordt meteen een kindermenu geserveerd. Van zolang stilzitten heeft ze honger gekregen, dus ze klautert in de kinderstoel en kijkt vol verlangen naar de gefrituurde garnalen groter dan haar handjes. Even denk ik dat ze hem bij zijn staart pakt, maar dan bedenkt ze zich. Ze drukt haar kinnetje op haar borst, knijpt haar oogjes en handjes samen en zegt: "Here God, dank u voor muziek en lekker eten. In de naam van Jezus, amen." Gevolgd door een stuk minder ingetogen "Itadakimasu!" (ik aanvaard in dankbaarheid en eet smakelijk). Dan moeten de dikke garnalen eraan geloven. Mijn onderkaak hangt ondertussen vol verbazing naar beneden. Ik kijk naar dokter Uoti en stamer wat schaapachtig 'hè' en 'wat?' en 'hoor ik het goed?' Zijn vrouw schiet in de lach en vertelt me dat haar man al een derde generatie christen is. Ze voegt eraan toe dat ze zelf met hem meegaat naar de kerk, maar nog niet gedoopt is. Hun dochtertje wel en ze strijkt het smullende meisje over haar zwarte haartjes. Dokter Uoti lacht nu breeduit, schateren is het meer. Hij knikt en na een half jaar komt het hoge woord eruit: "ik ben christen". Vervolgens loopt hij helemaal leeg, opgelucht nu eindelijk te kunnen zeggen wat hij de hele tijd al wilde delen. Wat opviel is dat hun dochtertje gedoopt is. Kinderdoop is bijzonder zeldzaam in Japan. GraceCityChurch doopt nieuwe gelovigen die geloofsbelijdenis afleggen op welke leeftijd dan ook èn hun kinderen. Blijkt dat de Uotis al generaties lang naar een gereformeerde kerk gaan. Met minder dan 0,5% Protestanten waarvan slechts een kleine minderheid zich in de gereformeerde traditie plaatst, blijken we aan tafel te zitten met een gereformeerde speld in een gigantische Japanse hooiberg. Als zijn vrouw even weg is, vertelt dokter Uoti ons hoe graag hij met ons over zijn geloof had willen praten, maar hoe dat op zijn werk niet mogelijk is. Sinds de gifgasaanvalllen van de Aum-sekte in 1995 in Tokio is er een groot wantrouwen ten opzichte van georganiseerde religie. Op je werk over geloof praten is taboe geworden. Toen Uoti onze uitnodiging ontving, zag hij dat als enige mogelijkheid om met ons over zijn christen zijn te praten. Een andere belangrijke motivatie was het verdriet dat hij met zich meedraagt over het feit dat zijn vrouw niet gelooft. Ze gaat regelmatig mee naar de kerk en staat zeker niet negatief tegenover het christendom en de kerk, maar het is niet iets dat haar hart raakt. Tenminste nog niet. En daar ziet dokter Uoti een rol voor mij. Gelukkig klikt het heel goed, we hebben bijzonder gezellige uurtjes met elkaar en we beloven gauw af te spreken. Ik geef haar mijn visitekaartje en twee dagen later ligt er al een warme brief van haar in de brievenbus. Een bijzondere ontmoeting. Nieuwe vrienden. Dat doet goed. Een blog schrijven werkt zeker therapeutisch, maar het is ook belangrijk om mensen in de buurt te hebben waar je je vreugde en zorgen mee kunt delen. En van die laatste categorie zijn er genoeg. Aardbevingen blijven een thema. Toen Nieuwjaar aanbrak, was ik opgelucht. Het heftige jaar 2011 lag achter ons. Was afgesloten. Onbewust maakte ik mezelf wijs dat het aardbevingstijdperk daarmee ook afgesloten was. Naïef natuurlijk, maar na bijna 7.000 (echt waar! al voel je de kleinere trillingen natuurlijk niet allemaal) naschokken ben je er wel klaar mee. Mijn opluchting duurde precies 14 en een half uur. Op Nieuwjaarsdag om half drie 's middags kregen we een klap van 7,0 op de Richterschaal. Gelukkig zaten we net in de bus op weg naar de kerk en door de schokdempers en de rubberbanden van de bus voelde het niet zo naar als op de 51ste verdieping. Vanochtend is er een 17 meter lange walvis hier voor onze toren in Tokyo Bay aangespoeld. Gestrande walvissen worden al generaties lang door veel Japanners in verband gebracht met aardbevingen op komst. De tijd zal het leren.  
romantische sumo

29 Dec 2011

Geen zorgen, geen blog over worstelen. Hoewel, we modderen maar wat aan deze week na kerst. Helemaal uit ons normaal zo strakke ritme van vroeg opstaan om de kinderen naar school te brengen en tot in de nacht doorbijten om alle werk af te krijgen. Alle kinderen zijn nu thuis en dat is soms best worstelen, letterlijk dan, op onze schaarse vierkante meters.  De associatie met sumo kwam door de handcrème op mijn typende vingers. Het is echt Tokio- winterweer deze dagen: koud (tussen de 5 en 10 graden), helder, zonnetje en heel droog. De huid op mijn handen barst dan ook open en daarom zoek ik een paar keer per dag toevlucht tot vochtinbrengende crème. Die ik nu gebruik heb ik van een vriendin uit Amerika gekregen. Het bevalt zo goed, dat ik dacht zelf een tweede tubetje te kopen, want in Tokio hebben ze dezelfde winkel (l'Occitane). Toch maar niet, want de prijs op het plakkertje gaat ver boven de begroting. Enfin, zoals elke dag zat ik in de trein en er zakt een stevige sumoworstelaar naast me op het bankje. Lezen wordt moeilijk omdat ik door zijn omvang mijn armen nauwelijks meer kan bewegen en ik kijk naar mijn handen. Ze zijn uitgedroogd en er zit een beetje bloed op mijn vingers. Even wat crème erop voordat de andere vingers ook opengaan. De sumoworstelaar naast me wordt wat onrustig. Hij wiebelt en duwt daardoor nog harder. De passagier aan mijn andere zijde begint te snuiven. Sumo kucht. Ik begin bezorgd te worden. Hij draait naar me toe en ik zet me schrap. 'Spreekt u Japans?' 'Jawel...' 'Wat is die hemelse geur van de crème die u zojuist voor uw handen gebruikte?' 'Eh, kersenbloesem, dacht ik'. 'Vandaar, sakura, dat raakt ons Japanners tot in het diepste van onze ziel'. Hij zwijmelt. Ik ben bang tot hij zo in tranen zal uitbarsten. Ik diep het tubetje uit mijn tas op en laat het aan hem zien. Als een heilig voorwerp houdt het heel zorgvuldig vast, streelt het en ruikt aan de gesloten dop. 'Ik ga het zeker kopen, zeker...' Bij het volgende station gaat hij eruit. Als ik een paar uur later met dezelfde trein op weg naar huis ben, stapt hij weer in. Deze keer met zijn vriendin. Ik weet welk cadeautje zij binnenkort zal krijgen. Zo zijn er elke dag van die ontmoetingen. We zitten elke dag twee uur in de trein. Dat is bij lange na niet het record voor bewoners van Tokio, het is waarschijnlijk redelijk gemiddeld. De Oedo-lijn (een van de tientallen trein- en metrolijnen in Tokio) die we elke morgen om tien over zeven instappen komt elke 3 minuten. Elke trein heeft honderden mensen erin. In onze trein valt wel mee met de drukte, want wij gaan vanuit het centrum naar een voorstad in West-Tokio, waar de school van de kinderen is. Tegen de stroom in, want de meeste mensen komen vanuit de voorsteden naar het hart van Tokio voor hun werk. Aan de overkant van het perron op elk station dat we passeren, worden passagiers de trein in geperst. Haringen in een pot hebben nog meer ruimte. Dat betekent dat er elke drie minuten zo'n duizend levensverhalen op elk station stoppen. In ons treinstel, nummer 7, komen en gaan elke ochtend een aantal 'vaste klanten', net als wij. Zo is er de zakenman, eind veertig, keurig in een designerspak en altijd druk met zijn iPad. Meest opvallend zijn zijn nagels. Alsof hij elke dag een uur bij de manicure doorbrengt: perfect gevijld en gelakt. Ook is er de man met het 'grote haar' (rechts op de foto),  zoals Thom en Berend hem noemen. Als hij instapt, gaat hij zitten, neemt een kauwgumpje en valt dan in slaap. Dat maakt me wat zenuwachtig, want ik ben bang dat hij stikt. Wonder boven wonder wordt hij altijd precies bij het juiste station wakker. Dat werkt trouwens zo bij heel veel passagiers. Behalve bij Berend die ene keer toen hij alleen moest reizen omdat Thom ziek thuis was. Hij was net als het merendeel van zijn reisgenoten in slaap gevallen en een paar stations te laat wakker geworden. Ik had het flink benauwd toen hij niet op het afgesproken tijdstip thuis kwam...

Verder is er de hippe oma (op de foto achter Berend) die op hetzelfde station als wij uitstapt. Ze maakt er altijd een wedstrijd van om eerder bovenaan de trap te zijn, maar als ze dan gewonnen heeft, moet ze naar de volgende verdieping de lift nemen omdat ze zo uitgeput is. En de twee kantoorwerkers van eind vijftig, begin zestig. Ook zij kunnen slapen als de beste. De gamer van een jaar of 20 heeft geen enkele moeite om wakker te blijven. Hij stapt in met zijn gameboy in de aanslag en de deuren zijn nog niet dicht of hij is alweer in zijn gamewereld. Naast hem zit de kookjuf en zij houdt het wakker door haar recepten nog eens door te nemen. Ze werkt bij een van de vele kookstudios waar huisvrouwen of een enkele alleenstaande man leert koken. Daarnaast de manga-lezer, verdiept in ongetwijfeld gewelddadige Japanse zwart-wit stripverhaal.

Soms vraag je je af wat het verhaal achter die gestalte waarmee je twee of veertien stations passeert. Zo kwam deze jongeman met een grote orchidee binnen. Een kapitale plant, niet ingepakt, alsof hij hem zo bij zijn oma uit de vensterbank had meegepakt. Hij zette de plant naast hem in het gangpad voor de deur, zakte onderuit en viel als een blok in slaap. Was de plant een cadeau omdat hij een nieuwe zaak geopend had? Wat doet hij er dan om 7 uur 's morgens mee in de trein? Een nachtclub misschien? Of had hij de plant voor zijn vriendin gekocht, maar ze kwam niet opdagen en hij zocht de hele nacht naar haar? Zoveel verhalen, zoveel hoofdstukken en wij reizen één alinea samen. Maar elkaars boek kunnen we niet lezen. We kunnen alleen maar raden wat de verhaallijn is. En hopen dat de Here God erin voorkomt. Sommige mensen hebben het idee dat je als zendeling op elk willekeurig moment aan wie je maar tegenkomt over God loopt te vertellen. Zo werkt het meestal niet. De meeste van de 35 miljoen bewoners van Tokio blijven onbekenden voor me. God is met ze begonnen, maar ze erkennen Hem niet. Soms word je er wanhopig van. Zoveel mensen, zo weinig christenen, zo'n ondoordringbare cultuur. De massa's in de trein confronteren je daarmee. De meeste mensen slapen, dit land is zo moe en kan zich niet ontspannen. Er is geen tijd om dieper te kijken, door te vragen en te zoeken naar zin. Of naar God. De oma tegenover me knipt haar nagels met de grootste nagelknipper die ik ooit gezien heb. De nagels springen als fijngesneden witlof alle kanten op en ik duik opzij om de scherpe projectielen te ontwijken. Een puberend schoolmeisje trekt het mini-rokje van haar uniform nog hoger op. De zakenmannen knijpen een oog open alsof ze voelen dat er jonge, blote knieën in de buurt zijn. Ik ga een boekje met Julie lezen terwijl Thom en Berend in hun boeken verzonken zijn. Dit uurtje per dag in de trein is onze quality time samen. Bijkletsen, samen lezen, tekenen of mijn meisje doet een dutje in mijn armen. Ze snoezelt weg en de verhalen om haar heen zijn er niet meer. Ik schuif voorzichtig een stukje op, want uit de plastic zakken van de sushi-chef naast me sijpelt bloed. Hij komt net van de visafslag en heeft kaplaarzen aan, maar ik niet niet. De vis in zijn tassen is zeker vers, volgens mij beweegt het zelfs af en toe, maar voor ons geen sushi vanavond. Ik sluit me aan bij Julie en ga aan de binnenkant van mijn ogen bekijken wat wij straks gaan eten...
kerststress

14 Dec 2011

Het was even rustig op de geloveninjapan-blog... maar we zitten hier niet bepaald stil, want de kerststress heeft toegeslagen! Aan het einde van het jaar loopt in de kerk de spanning op. Gemeenteleden zijn moe, hebben veel werk af te ronden, kinderen moeten opdrachten afmaken voor school maar raken uitgeput en met z'n allen hebben we hoge verwachtingen van alle feesten die komen. En terecht, want we leven in de tijd van Advent, van verwachting. Kerst biedt hier de unieke gelegenheid om het Evangelie te vertellen aan mensen die de rest van het jaar geen belangstelling hebben om iets over het christendom te horen. Japanners worden aangetrokken door de warme kerstsfeer en staan open om over de ware betekenis van het kerstfeest te horen. Nog meer druk op de gemeente: de kans van het jaar om met je niet-gelovige familieleden, vrienden, buren of collega's iets van de bijbel te delen. Als GraceCityChurch proberen we dat te faciliteren door allerlei podia aan te bieden waar het verhaal van de geboorte van (en de redding door) Jezus klinkt. Morgen hebben we de aftrap met een kerst jazz concert in een hippe muziekstudio in de chique wijk Ginza. Informeel, swingend, met saxofoon- en pianomuziek van professionele muzikanten die de traditionele Christmas carols in een nieuw jasje verpakken. We proberen hiermee vooral de twintigers en dertigers in onze doelgroep aan te spreken, die zo uit hun werk komen en in de zaal de stropdas en hun colbert uitdoen en genieten van de muziek en de kerst 'talk' (klinkt beter dan meditatie of boodschap, toch?). Zaterdag gaat de aandacht uit naar de kinderen tijdens de Grace Kids' Christmas Party. Chocolademelk met vrolijke cupcakes snoepen en tijdens het kerstverhaal knabbelen op pepermunt-candy canes. Met de dirigente van ons Gospelkoor een vrolijk kerstlied zingen compleet met dansje. Ook in de spelletjes zit beweging met een heuze stoelendans. Met een cadeautje van chocolaatjes en een cool potlood naar huis met een warme herinnering aan de kerk. Terwijl ik de kinderen entertain, probeert de rest van de staff in gesprek te gaan met de ouders die toekijken. Het is voor hen een raadsel waarom de kerk zoveel kinderen die niet uit christelijke gezinnen komen zo'n fijn feest aanbiedt. Een prachtig aanknopingspunt om het over genade te hebben! Zwarte gospelmuziek blijft razend populair en het Grace City Choir heeft maanden geoefend op klassieke en nieuwe kerstliederen. Na de dienst aanstaande zondag geven ze een concert en dat zal naar verwachting weer heel veel niet-christenen naar de kerk brengen. Een flink gedeelte van het koor gelooft ook (nog) niet, maar zingt het Evangelie elke week. Dat doet iets met ze en hun nieuwsgierigheid naar het verhaal achter de teksten groeit. Volgende hoogtepunt wordt het dinner concert op 23 december in een duur restaurant in het zakencentrum Marunouchi in ons doelgebied in Tokyo. Het is de verjaardag van de keizer en daarmee een nationale feestdag. Het liefst vieren Japanners op die dag iets dat ze kerst noemen. Daarbij hoort voor veel mensen gefrituurde kip van een fastfood restaurant en een kersttaart waar ze veel te veel voor betaald hebben (vanaf 40 euro). Hoogopgeleiden en iets oudere (40 plus) willen chique uit eten en zoeken kwaliteit. Zeker met kerst en daarvoor tasten ze van harte in de buidel. Daarom nodigen we hen uit voor dit bijzondere kerstfeest. Een gerenommeerde pianiste speelt Schubert voor het eten en klassieke kerstmuziek tijdens het diner van veel gangen met (te kleine) gerechtjes uit de Franse keuken. Dominee Fukuda laat ook daar het kerstevangelie klinken en legt de relevantie uit voor het leven hier en nu in Tokio. Kerst valt op zondag en GraceCityChurch hoopt op een vol huis tijdens de middagdienst. Veel Japanners in onze doelgroep hebben een tijd in het Westen gewoond voor studie of werk en herinneren zich kerkdiensten waar ze met kerst terecht kwamen. Die sfeer zoeken ze weer en velen komen bij ons uit. Geen band deze keer maar een orgel en professionele zangers die ons begeleiden bij het zingen van de traditionele kerstliederen. En dan? Dan is het uit met de pret. Japanners gaan aan de oudejaarsschoonmaak beginnen, maken de traditionele osechi-gerechten klaar en trekken zich terug met hun familie en met hun noedels die een lang leven symboliseren (niet afbijten dus!). Voor ons een stille week. Van terugkijken en moed vatten voor het nieuwe jaar. Eenzaam ook, want als buitenlander hoor je niet in de Japanse kring in die dagen. Tegelijkertijd betekent het eindelijk tijd voor elkaar als gezin! Maar eerst is er nog heel erg veel werk aan de winkel. Er zijn natuurlijk de evenementen die ik noemde en pastoraal wordt er veel beroep op ons gedaan, want het lijkt wel of iedereen in de put zit of in de clinch ligt. Allemaal eindejaarsstress zullen we maar denken. Het was met het jaartje dan ook wel, hier in Japan...
twee keer twee

30 Nov 2011

Twee keer twee is deze week bij ons in huis geen vier, maar twee. Geen hogere vorm van wiskunde, geen Japanse logica, maar gewoon Fleur en Lucile die twee jaar oud werden! Nou ja, gewoon... Bijzonder zijn deze dreumessen zeker. Ik geef toe dat ik niet erg objectief ben, maar heel veel mensen zijn het met me eens dat deze twee meisjes wel heel erg 'cute' zijn. Zo gauw ze zich buiten vertonen, roept heel Tokio in koor 'kawai'. Dat betekent schattig. Als ware divas laten ze zich rondrijden in hun knalroze wagen en reageren ze op hun fans door hun kinnetje een beetje omlaag te duwen en met hun grote blauwe ogen wat omhoog te kijken. Als toegift een 'gatou' (hun versie van 'arigatou' wat bedankt betekent) met eventueel een kleine buiging. Op dat moment smelt iedereen en maak ik me vooral zorgen om de verkeersveiligheid omdat niemand meer op iets anders let. Het is altijd ons gebed geweest dat onze kinderen niet alleen zelf gezegend zullen worden, maar ook voor heel veel mensen tot zegen mogen zijn. Dat zijn ze zeker! Elke donkere blik of vertrokken gezicht verandert in een glimlach en de gesprekken die door de aandacht die Fleur en Lucile trekken al aangeknoopt werden, zijn niet meer te tellen. Hoewel ik het gevoel heb deze mensjes nog maar net gebaard te hebben, zijn de afgelopen twee jaar toch niet zomaar voorbij gegleden. Hoogtepunten zoals de officiële start van Grace City Church, maar ook dieptepunten zoals de eindeloze behandeling van Fleur en vooral Lucile's heupdysplasie en natuurlijk de aardbeving, tsunami en kernramp. Grace City Church bloeit, Japan krabbelt weer op na de drievoudige ramp en Fleur en Lucile lopen: reden genoeg om feest te vieren en de Here God te danken voor het leven dat Hij geeft. Daarom vierden we met vriendjes en vrienden uit de kerk en uit de buurt een groot feest. Gesymboliseerd door een grote taart! In dit geval was twee keer twee wel even vier met 2x2 kaarsjes en 2x2 hieperdepiep hoera's...
Thanksgiving

22 Nov 2011

Het is één en al kalkoen wat de klok slaat hier in huis deze dagen. Niet omdat we een nieuw huisdier hebben of vanwege het geluid dat we produceren (wel eens een kalkoen horen gillen?), maar omdat Thanksgiving (24 november) eraan komt. De kinderen krijgen er van hun Amerikaanse school twee dagen vrij voor, knutselen kalkoenen en genieten van een traditionele Thanksgiving maaltijd in de klas. Nu hebben we wel in Amerika gewoond en zijn daar van harte aangeschoven aan de overvloedige tafels met gigantische gebraden gevulde kalkoenen, bergen aardappelpurree, cranberrysaus en mais-nog-aan-de-kolf. Dankbaar waren we toen zeker, want in het gewone dagelijks leven hadden we geen cent te makken. Toch zijn we te gereformeerd om die traditie over te nemen en dankbaarheid in culinaire zin uitbundig te vieren.  Een houdig van soberheid past ons op Dankdag beter, denk ik. Aan de Japanners gaat Thanksgiving volledig voorbij, die vinden het op dit moment sowieso moeilijk om te bedenken waar ze dankbaar voor zijn. Zorgen over radioactieve straling en de moeizame economie houden hier iedereen bezig. En ach, weet je, die momenten hebben we allemaal wel eens. Dankdag, oudejaarsdag, de avond voor je verjaardag, je kent ze wel, van die momenten dat je terugkijkt en je zegeningen probeert te tellen. Soms zie je ze even niet. Andere momenten, vaak minder beladen, lachen ze je recht in je gezicht toe. De titel van deze blog is niet zozeer gekozen vanwege Thanksgiving deze week, maar om een les die ik opnieuw leerde. Dankbaarheid onder alle omstandigheden. Het gaat om één van die dingen die je met je mond belijdt, maar als het echt aan de orde is... Iets waar ik heel erg op gehoopt had, ging niet door. Het voert te ver om uit te leggen waar het om gaat, maar het zou een 'krentje in de pap' geweest zijn in deze heftige tijden. Een moment van ontspanning, een uitje. Al met al niets belangrijks, maar toch. Ik was, hoe kinderachtig ook, van binnen ronduit verdrietig toen ik van degene die het aangeboden had, hoorde dat het niet doorging. Toen ik de kinderen naar school had gebracht, deed ik op de terugweg -en dat is niet mijn stijl omdat ik altijd open wil staan voor contact met de mensen om me heen, daarvan ben ik hier immers-  mijn koptelefoon in mijn oren. Ik wilde in mijn ei, maar dat is niet zo gemakkelijk in een stampvolle trein in een stad met 35 miljoen mensen om je heen. In mijn oren klonk muziek die me onbekend voorkwam. Het bleek een nummer van Nicole Nordeman te zijn. De tekst maakte me beschaamd. Hier zat ik te mokken omdat ik mijn zin niet kreeg, terwijl ik het grotere plaatje uit het oog dreigde te verliezen. Eén ding werd me wel duidelijk, dit lied 'graditude' (dankbaarheid) kon ik zeker interpreteren als een berichtje uit de hemel en hoe confronterend ook, het klonk  me als muziek in de oren. Hier de vertaalde tekst: Zend ons regen, zou u ons regen willen sturen? Want de aarde is droog en moet nodig weer drinken en de zon staat zo hoog dat we zinken in de schaduw. Zou u ons een wolk willen sturen, een harde en lange donder? Laat de hemel zwart worden en stuur wat genade naar omlaag. U kunt toch zeker wel zien dat we zo'n dorst hebben en bang zijn. Maar misschien niet, niet vandaag. Misschien voorziet U op andere manieren en als dat het geval is... prijzen we U met dankbaarheid voor de lessen die we leerden over hoe we naar U moeten dorsten, hoe we die zon die ons gezicht opwarmt moeten zegenen, ook als U ons nooit regen zou sturen. Dagelijks brood, geef ons dagelijks brood. Zegen onze lichamen, houd onze kinderen wel doorvoed. Vul onze bekers, en vul ze vanavond nog een keer. Wikkel ons in en verwarm ons door en door weggestopt onder onze stevige daken. Laat ons veilig sluimeren uit het zicht van gevaar deze keer. Maar misschien niet, niet vandaag. Misschien voorziet U op andere manieren en als dat het geval is... prijzen we U met dankbaarheid voor de lessen die we leerden over hoe we honger naar U moeten hebben en hoe we de sterren aan de hemel beter kunnen zien als we geen dak boven ons hoofd hebben. Oh, wat een verschil zit er vaak tussen wat we willen en wat we echt nodig hebben... We prijzen U met dankbaarheid voor de lessen die we leerden over hoe we op U moeten vertrouwen, dat we meer gezegend zijn dan we ooit hadden kunnen dromen in overvloed of in nood. Zondagmiddag heb ik een Thanksgivinglunch voor de vrouwen van Grace City Church en hun (nog niet-christelijke) vriendinnen georganiseerd. De uitnodigingen zijn uit, het eten is geregeld (geen kalkoen maar lichtverteerbare pasta - hé, ik moet aan de context van slanke zakenvrouwen denken), nu alleen de inhoud nog. Ik heb nog een paar dagen de tijd om te bedenken hoe ik vorm ga geven aan de boodschap van 1 Thessalonicenzen 5 vers 16 tot 18: 'Wees altijd verheugd,  bid onophoudelijk, dank God onder alle omstandigheden, want dat is wat hij van u, die één bent met Christus Jezus, verlangt.' Maar weet je, ik ga me er niet teveel zorgen overmaken. Ik ga Hem eerst maar eens danken.
kaki

11 Nov 2011

Weleens een kaki gegeten? Ze smaken nog net niet zoals ze klinken, maar ik ben er niet zo dol op. Het is een oranje vrucht met dezelfde vorm en grootte als een tomaat. Hij komt in Nederland weinig voor en wordt vooral in bergachtige gebieden in Azië gekweekt. Hij wordt eind november, begin december geoogst van kale bomen. We komen net terug van een conferentie van het Japanse Kerkplantingsinstituut vlakbij de berg Fuji. Het was heerlijk om voor het eerst sinds lange tijd de stad weer eens uit te gaan en het asfalt en beton om te ruilen voor overvloedig groen, bruin, oranje en rood. Slingerend over de smalle bergweggetjes zagen we veel kakibomen afgeladen met oranje vruchten, ook wel de Japanse persimoen genoemd. Japanners zijn bijzonder gevoelig voor het wisselen van de seizoenen en het maakt ze melancholisch. Als in deze tijd van het jaar de eerste kakis in de winkels verschijnen, worden ze als heilige symbolen van de herfst heel voorzichtig in het mandje gelegd. Nu is die voorzichtigheid niet echt noodzakelijk, want kakis zijn steenhard als ze net geoogst zijn. Je kunt ze eigenlijk niet zo van de boom eten. Ze moeten dagenlang in huis narijpen, het liefst pal naast ander rijp fruit. En als je ze dan ontvelt en een stukje afsnijdt, zijn ze eigenlijk nog niet zoet. Ze smaken wat wrang en het vruchtvlees blijft stevig. Even koken of pureren maakt ze iets smakelijk, vind ik. Maar die keuze heb je meestal niet, wanneer ze als delicatesse bij Japanners thuis worden aangeboden. Vorige week tijdens de bijbelstudie met een vriendin uit de buurt die nog geen christen is, overkwam het me nog. Haar schoonvader die op het platteland woont, had hen een doos vol kakis gestuurd. Na op drie keer aandringen met een mompelend 'ja, straks heel graag' gereageerd te hebben, kon ik niet meer om de schaal vol oranje heen. We zaten midden in een studie over Abraham die Izak offert en indringende vragen kwamen op. En daar zit ik met zo'n harde kaki in mijn mond. Ik wil graag gefocust blijven op de studie dus mijn verstand kan niet op nul tijdens het kauwen, bovendien wil ik mijn vriendschap niet in gevaar brengen door de gastvrijheid die mijn vriendin toont door het aanbieden van de kaki niet te waarderen. Het kakiseizoen is net begonnen, dus ik zal nog heel wat kaki moeten slikken. Ik wil van Japan en de Japanners houden, anders kan ik mijn werk niet doen. Want wat voor zin heeft het planten van een kerk als die niet uit liefde voortkomt? Maar het valt niet altijd mee om te houden van de dingen waar de Japanners van houden. Soms is dat geen probleem, denk maar aan hun voorliefde voor waarzeggerij of het aanbidden van bomen en stenen. We reden langs de majestueuze Fuji en weet je, als je de perfect gevormde berg ziet die zich eenzaam en schijnbaar oppermachtig opricht in het verder vlakke landschap, dan begrijp ik dat je, als je de Schepper niet kent, je geneigd zou kunnen zijn de schepping te aanbidden. Reden te meer dus om van die Schepper te vertellen! Maar hoe zit het met de liefde die ik op moet brengen voor het eten waar de Japanners van houden? Dat valt niet altijd mee voor mij wanneer het gaat om volledige vissen mij vanaf mijn bord met hun bolle ogen aankijken. Of als de zuignappen van een paarsige inktvis zich aan mijn verhemelte hechten.  Of wanneer het schuimende slijm van de gefermenteerde bonen (natto) van mijn eetstokjes afglijdt. Maar ik boek vooruitgang, want de kaki heeft voor mij een nieuwe, diepere betekenis gekregen. Deze wrange vrucht gaf me afgelopen weekend meer inzicht in het hart van de mensen die ik hier probeer te dienen. Die harten zitten vaak zo op slot, dus elk inkijkje in de cultuur, in de ziel van Japan helpt. In het kader van de kunstmaand zoals Geert en ik die in de afgelopen weken in Grace City Church georganiseerden, hebben we met de gemeente en andere belangstellenden de film ´hoshigaki´ (gedroogde kaki) gekeken. De film gaat over een maatschappelijk werker in Tokyo die probeert een ernstig zieke bejaarde in de buurt waar hij opgroeide in leven te houden. De oude man was in zijn jeugd een locale held en de hoofdpersoon kan niet accepteren dat de levenlust uit hem wegebt. Hij pureert kakis voor hem, maar het lukt de oude man niet het op te eten. Als een buurmeisje de eerste kaki van de boom op het tempelterrein plukt en deze aan de maatschappelijk werker geeft, besluit hij hem -volgens traditie-buiten te drogen. Maar de vrucht wil maar niet drogen, tot de man na vier weken uiteindelijk in een coma raakt. Toegegeven, het klinkt als een droevig verhaal, maar de diepte en bevrijding is ontroerend. Het was bijzonder om de scenarioschrijver en christen, Yu Shibuya, die bij ons te gast was zelf te horen vertellen over hoe de film tot stand gekomen is en de betekenis van wat hij uitbeeldde. De film is nog niet op DVD, maar trekt langs filmfestivals over de hele wereld. Kakis zullen voor mij nooit meer hun oppervlakkige smaak hebben. Kijk maar naar dit clipje: http://persimmonfilm.com/media.php
multitasken

04 Nov 2011

Dachten we nu Lucile echt helemaal uit het gips is in rustiger vaarwater terecht gekomen te zijn, krijgt Thom zondagavond opeens hoge koorts. Op school heerst de bof dus vol spanning wachtten we op opgezette klieren onder zijn kaken. Hoewel hij er steeds grauwer eruit ging zien, bleven zijn klieren normaal. De koorts van 40 graden bleef, maar verder geen andere symptomen. Woensdagmiddag begon hij wat te hoesten. Dezelfde avond las ik in de krant dat de kleindochter van de keizer, prinses Aiko met spoed opgenomen was in het ziekenhuis met een longontsteking. Symptomen: hoge koorts en een lichte hoest. ALARM! Het was inmiddels 's avonds laat en vader kalmeerde deze wellicht overbezorgde moeder. De volgende morgen was zijn koorts gezakt en kon het nog maar net verhoging genoemd worden. Zie je wel, het viel allemaal wel mee. Waarschijnlijk gewoon een onbestemd virusje opgelopen in een overvolle trein of benauwd klaslokaal. Energie had Thom nog niet, dus lekker nog een dagje thuis met een stapel boeken op de bank. Fleur en Lucile vonden het wel gezellig om hun grote broer als speelkameraadje in de buurt te hebben. En handig was het ook als Fleur per ongeluk Lucile's 'rollator' verplaatst had en Lucile daardoor niet meer mobiel was. Want inventief is ons meisje-nu-lekker-zonder-gips! De dokter heeft geen fysiotherapie voorgeschreven omdat hij niets wil forceren en hij denkt dat ze het best zelf kan aanvoelen wat wel of niet kan. Zo heeft Lucile zelf ontdekt dat ze hun konijnenloopkar als rollator kan gebruiken! Kijk maar naar het filmpje. Op de achtergrond zie je Fleur nog even haar eigen temperatuur meten, zoals ze mij de hele dag bij Thom zag doen... Thoms ziek zijn maakte onze werkweek wel wat ingewikkelder, maar eerlijk gezegd was het ook heerlijk om hem lekker een paar dagen thuis te hebben. Gezellig samen een manderijntje eten als vitamine-shot tussen pastorale gesprekken buiten de deur door. Net deze week begon ik als coördinator van onze Faith and Work ministry lunchmeetings voor christelijke zakenmensen en hun nog niet gelovige collegas in Kasumigaseki, het politieke hart van Tokio. Zo'n zelfde maandelijkse lunchontmoeting run ik inmiddels al een half jaar in Marunouchi, het financiële centrum. Ik moet zeggen dat lunch met de Japanse dertigers die voor een ministerie of politieke lobby-organisatie werken me gemakkelijker af ging dan het meepraten over beurskoersen en risicomanagement van beleggingsmaatschappijen. Ik kom niet veel verder dan verzuchten hoe slecht de euro eraan toe is en hoe dramatisch dat is voor de alsmaar slinkende hoeveelheid yennen in mijn portomonnee. Gelukkig gaat ook altijd de bijbel open en daaruit klinkt dan een bemoedigend woord zodat iedereen er weer opgeladen aan de slag kan in de harde financiële of politieke wereld. Maar het uitzieken van donderdag bleek maar schijn toen in de loop van de dag Thoms koorts en het hoesten snel toenamen. Daarom vandaag de conclusie dat we het lang genoeg aangezien en aangeklungeld hebben met een paracetamolletje. Naar de dokter! De stethoscoop gaf de dokter hetzelfde bange vermoeden als ik. Röntgenfoto en bloedonderzoek bevestigden de diagnose: een lichte longontsteking. Het is er een van het mogelijk besmettelijke soort, de mycoplasma pneunomie, dus het liefst op z'n Japans met een mondkapje en een plastic tas vol medicijnen gauw naar huis. Het is wel sneu dat hij op school allerlei leuke dingen misloopt, zoals de auditie voor het grote toneelstuk, een 'peprally' die hij zelf organiseerde en zijn nominatie voor de zogenaamde 'wall of honor'. Die laatste twee evenementen zijn een typisch Amerikaans fenomeen waarbij bepaalde 'prestaties' met ceremonies gevierd worden. Beetje vreemd voor ons nuchtere Nederlanders, maar zo is hij door zijn klas voorgedragen voor de 'friendship award' omdat het blijkbaar bijzonder is dat hij omkijkt naar zijn klasgenoten.  Nou ja, die handafdruk van verf mag hij vast later wel een keer op de muur (the wall of honor) zetten. Net zoals zijn verjaardagsfeest met zijn vrienden dat uitgesteld moet worden. Dat zou hij, nu thuis alles weer enigszins normaal was na de toestand met Lucile, aanstaande maandag vieren. Voor Berend is het trouwens ook niet leuk deze week. Hij moet met zijn negen jaartjes uren alleen door Tokio met de trein reizen. Je begrijpt het, mijn bezorgdheidsorgaan draait overuren deze week. Terwijl Berend straalde op het podium van een groots korenfestival, schitterden zijn ouders door afwezigheid in het publiek. En Julie kreeg het benauwd toen voor het eerst in een paar weken een aardbeving van 4,9 vlakbij Tokio ons weer eens flink deed schudden. Na veel gelegenheid tot oefenen ben ik inmiddels een volleerd multitasker. Verpleegster, revalidatietherapeute, traumaverwerkingscounsellor, kok, interieurverzorgster, pastoraal medewerkster, juf, kerkplanter, event coördinator, etc. En natuurlijk gewoon als moeder die ze alle kids tussendoor vangt en een knuffel geeft. Het is hier inmiddels na tienen en Geert komt net thuis van het leiden van een kring en leidertraining in de stad. Nog even samen op de bank om een plan de campagne voor dit weekend te maken: daklozenproject, community group leiden, Grace kids en een film event met een Japanse christelijke scenarioschrijver. Ik blijf het zeggen: saai is het hier nooit!  
Lucile en liefdadigheid

26 Oct 2011

Lucile is bevrijd! Tenminste, overdag zijn haar beentjes vrij. Voor de derde keer binnen 6 weken ging ze onder narcose. Deze keer om haar gips te verwijderen. Het blijft naar om te zien hoe het kapje op haar kleine mondje gedrukt wordt en ze worstelend onder zeil gaat. Gelukkig mag één van ons geschrobd en van top tot teen in pakken en zakken gehuld er tot en met dat moment in de operatiekamer bij blijven. Waar de verpleging zulke bizarre Westerse fratsen niet zag zitten, juichte de orthopeed dit idee toe en heeft dit voor hen revolutionaire idee met de anesthesist besproken. Ook hij ging akkoord en zo kunnen we bij haar zijn tot ze slaapt. Telkens als we Lucile na afloop bij de deur van de operatiekamer opwachten, is ze boos en vooral hongerig. Maar ze moet dan een aantal uren wachten tot haar buik weer in beweging komt. Dat zijn de moeilijkste uren in het ziekenhuis waarin Lucile zich beroerd voelt, er een spalk met een infuus aan haar armpje zit, ze niet mag eten of drinken (na dan inmiddels 15 uren nuchter geweest te zijn) en ze je aankijkt van 'wat doe je me aan!'. De minuten en uren kropen voorbij en toen de verpleegkundige die de stethoscoop op haar buikje duwde eindelijk 'hai' (ja) zei, brulde Lucile als een hongerige leeuw. In de recreatiezaal viel ze met haar neus in de boter: op de tafels stonden bergen met cupcakes, brownies, koek en nog veel meer lekkers. Het bleek dat de vrouwen van diplomaten die op de Amerikaanse ambassade werken op bezoek waren. Met hun expat-club zijn ze altijd op zoek naar goede doelen voor hun 'charity' (liefdadigheidsactiviteiten). Deze keer hadden ze het ziekenhuis waar Lucile behandeld werd uitgekozen. Een grote groep ingegipste of zwaargehandicapte kinderen in een erbarmelijk vervallen ziekenhuis iets lekkers brengen, dat is natuurlijk geweldig. Nadat formeel bloemen aan de hoofdverpleegkundige en stapels dozen met gebak overhandigd waren, mengden de big ladies zich onder de kinderen. Ondertussen deed Lucile zich tegoed aan alle lekkers en bedacht ook Fleur dat haar maagje rammelde. Wij hoefden niet veel te proeven om een bittere nasmaak te ontdekken. Communicatie met de patientjes verliep moeizaam, want de gasten spraken geen Japans. Hun bodylanguage gebruikten ze wel volop met veel hugs en handjes vasthouden. Al deze uitingen van zorg en liefde kwamen absoluut uit hun grote harten, maar waren misschien niet zo goed doordacht. De kinderen die bijna nooit mensen 'van buiten' zien waren geïntimideerd door de invasie en de harde onbekende klanken. Normaal vindt de enige lichamelijke aanraking voor deze kinderen plaats via de rubber handschoenen van de verpleegkundigen die hen inzwachtelen. Nu moesten ze meteen poseren met de dames om hun schouders, want elke liefdadigheidsactie moet natuurlijk op foto's vastgelegd worden voor het clubblad of de interne ambassadekrant. Het pijnlijkste was het voor de kinderen die hun voeding via een sonde via hun neus of rechtstreeks in hun maag toegediend krijgen. De kleurrijke cakebergen die voor hun neusjes stonden, gingen aan diezelfde neusjes voorbij... Het is makkelijk om kritiek te geven op goedbedoelde acties, dat besef ik heel goed. Vorige week liep ik zelf rond in Ishinomaki, een stadje in het rampgebied, zwaar getroffen door de aardbeving en tsunami op 11 maart. Van de duizend gezinnen die in de wijk Koganehama woonden, zijn er nog 134 huishoudens over. Hun woningen staan er gehavend bij. Uit een enkel huis klinkt hoopvol gehamer. Wat was mijn houding toen ik over de balken van de open vloeren van een huis dat schoongemaakt werd, klauterde? Of toen ik een praatje maakte met een groepje omaatjes die van hun vers gebaken vis genoten die gemeenteleden van Grace City Church voor hen klaarmaakten? Of toen ik met een leider van de gemeenschap praatte over het aanbieden van een kachel aan elk gezin in het kader van de actie 'Keep the warm' zoals ik die bedacht heb? Grace City Relief richt zich bij het verlenen van noodhulp op dit gebied. Stafleden hebben een beschadigd huis opgeknapt en wonen er letterlijk tussen degenen die het zo zwaar te verduren kregen. Van hun aanwezigheid gaat een grote bemoediging uit in deze gemeenschap. Vrijwilligers helpen met het verwijderen van de zoute modder van tussen de fundamenten. Zo worden de huizen schoongemaakt en de begane grond casco opgeleverd, zonder vloeren, deuren of ramen. Maar dan. Er is grote behoefte aan timmerlui en materialen om de huizen weer leefbaar te maken. Veel van de achtergebleven gezinnen durven nauwelijks te dromen van het verder opknappen. Ze proberen te overleven op de eerste verdieping van hun huis. Alle nooduitkeringen van de overheid voor de mensen die door de tsunami hun baan verloren, zijn gestopt. Werk is er niet want van de visverwerkende industrie in deze kustplaats is niets meer over, maar de hypotheken van hun beschadigde huizen lopen door. Elke zaterdag deelt Grace City Relief met een groep vrijwilligers eten uit. Voor de meeste bewoners is dit de enige warme maaltijd per week. Geld voor gezonde voeding hebben ze niet en bovendien zijn de gasleidingen nog niet hersteld waardoor koken moeilijk is. Ik probeer mezelf kritsch te bevragen of ik, of in bredere zin wij als Grace City Relief, bij wijze van spreken dan, cupcakes uitdeel aan mensen die afhankelijk zijn van sondevoeding. Of ik me met mijn eigen taal en cultuur opdring en ongevoelig ben voor hun werkelijke nood. Of ik zoek naar 'photo opportunities' en daar niet ben om hen te dienen maar om zelf een goed gevoel te krijgen. Ik hoop het niet. Al voelt het fijn om de mensen met wie we in de afgelopen zeven maanden een band opgebouwd hebben te helpen. Maar tegelijkertijd huil ik in mijn hart mee als ze herinneringen ophalen over de mensen die ze verloren zijn of de plek aanwijzen waar hun huis ooit stond. Na dit liefdadigheidsuitstapje in deze blog terug naar Lucile. Ze is thuis en een röntgenfoto heeft gisteren bevestigd dat het heel goed met haar heupje gaat. Haar rechterbeen zit keurig in de heupkom. Haar motoriek verbetert per uur. Eerst lag ze alleen op haar rug, te bang om te bewegen. De volgende dag ging ze zitten en weer een dag later schuifelde ze op haar billen door de kamer. Gisteren ging ze staan en vandaag klimt ze op de bank en loopt ze terwijl ze de rand van een kastje vasthoudt. De dokter zegt dat het maanden gaat duren voor ze helemaal normaal loopt, maar de eerste stapjes zijn bemoedigend. Het is alsof je de ontwikkeling van een baby in de hoogste versnelling langs ziet komen: liggen, omdraaien, zitten, staan, klimmen, lopen binnen een week. En voor het eerst in een kleine twee maanden weer in bad. Happy en giechelig dat de kleine meisjes zijn! Behalve als 's nachts de dwars doorgezaagde gipsbroek weer met meters verband vastgezet moeten worden. Fleur huilt dan uit solidariteit mee en buigt zich naar Lucile toe terwijl ze haar een schouderklopje geeft en zegt 'gomen ne' (wat erg voor je). Maar ook dat zou vanaf volgende week niet meer nodig moeten zijn...
Messiah

20 Oct 2011

Alle kerken in Nederland, Japan en elders ter wereld zijn weer volop in bedrijf in deze tijd van het jaar. Zo ook Grace City Church. De voorbereidingen voor de talloze kerstvieringen zijn al in volle gang, maar toch klinkt er nog geen kerstmuziek. Deze week luisterden en keken we als Grace City gemeente naar een uitvoering van een dansoptreden getiteld 'the Messiah'. Je eerste associatie is natuurlijk Pasen. Misschien is het een beetje vreemde timing, maar de geschiedenis van Gods redding door de Messias is op elk moment van het jaar van belang. Daarom genieten we ook zo van de kinderbijbel die ik met de Grace Kids elke week gebruik: 'de Bijbel, het boek van Jezus'. De subtitel van dit boek is 'elk verhaal fluistert zijn naam'. Heel knap verwijst de schrijfster, of beter gezegd hervertelster Sally Lloyd-Jones in elk bijbelverhaal hoe het past in Gods reddingsplan door Jezus. We hebben een hele stapel in het Japans liggen en geven deze eenvoudige versie van de bijbel met prachtige illustraties vaak aan niet-christenen. Zo lieten we er één in Lucile's ziekenhuis achter voor de kinderen en staf daar. Misschien een leuk kerst-cadeautje voor je buren? Toen ik de uitvoering van deze Messiah door de professionele balletdansers in het voorjaar zag, was ik diep geroerd. En daar is bij deze nuchtere Zeeuwse toch best wat voor nodig... Nooit had ik de intense diepte van de zonde, het lijden, maar ook de vreugde van de hoop door de zorgvuldig uitgekozen bewegingen zo uitgedrukt gezien. Ik was meteen vastbesloten om deze ervaring met onze gemeenteleden van Grace City Church en liever met nog veel meer mensen te delen. Met de liefde van Japanners voor kunst en cultuur in het achterhoofd ging ik aan de slag. Het Oostenrijks/Japanse balletgezelschap aangevoerd door een christelijk echtpaar wilde niets liever dan het evangelie uitdragen door deze uitvoering. Als setting kozen we de een grote hal van een kantorencomplex met een enore glazen pui midden in de stad. Zo kon het drama zich in alle openheid afspelen voor een eigentijds decor van de kille, razende stad. Deze week was het zover. Meer dan 120 mensen zagen het Evangelie in al haar schoonheid uitgebeeld. Voor zeker een derde was het de eerste confrontatie met het verhaal van Jezus. Het was een grote bemoediging om te zien hoe het 'DNA' wat we in deze nieuwe gemeente proberen te planten langzaam maar zeker aanslaat. Mensen worden 'brengers' van hun niet-christelijke vrienden, collega's en buren. Letterlijk hoogtepunt van dit portret van de laatste dagen van Jezus leven op aarde was zijn Hemelvaart. Per roltrap (zie hiernaast) steeg hij op in de hoge hal tot hij aan het oog onttrokken was. Over contextualisatie gesproken. Met een grote glimlach op haar gezicht kwam Qun, een vriendin uit de woontoren naast ons, na de voorstelling naar me toe. Sinds kort komt ze naar één van mijn kringen en in haar prille enthousiasme voor het christendom nam ze deze avond gelijk een niet-gelovige collega mee. Geraakt voor de reddingstaferelen die Qun deze avond in de dans had gezien, vroeg ze me of ze met haar dochter naar de kerk mag komen. Ze wil meer van deze boodschap van hoop weten, legde ze uit. Niet alleen zelf, ook haar gezin moet het horen, vindt ze. Ik dank de Here God hoe hij alle schijnbaar willekeurige verhaallijnen die Hij zelf uitstippelt, samenbrengt. Een mooier voorbeeld dan de verhalen van de Bijbel zelf kan je niet vinden. Maar ook de lijnen van de uitnodiging een half jaar geleden via Julie's balletschool voor de Messiah-voorstelling, een gesprekje met de man van de ons toen nog onbekende Qun op straat die hun tweejarige tweeling (!) 's morgens naar het kinderdagverblijf brengt en een wandeling langs het kantorencomplex in ons doelgebied dat een verlangen oproept om in die dramatische setting iets van Evangelie te laten zien. Alle eer aan God!
smart

11 Oct 2011

Binnen 24 uur werden er vrijdag wereldwijd meer dan één miljoen i-phones S4 besteld. Een aantal van mijn vrienden hier in Tokio stond ook uren in de rij om als eerste zo'n superslim telefoontje te bemachtigen. Ze probeerden de honderden bossen bloemen niet plat te trappen die voor de winkels lagen. De gevels van de Apple winkels waren ingericht als tijdelijke altaren voor net daarvoor overleden Apple-man Steve Jobs. De lange rijen wachtenden klapten volgens Shinto traditie in hun handen, duwden ze voor hun neus tegen elkaar aan en sloten eerbiedig hun ogen toen ze de winkel bereikten. Ze baden tot en voor meneer Jobs. Maar ze aanbidden niet alleen de schepper van de iphone en ipad, ook zijn schepsels. Smart phones zijn in Japan, het land van de electronische gadgets, binnen het bereik van iedereen. In elke trein speelt jong en oud met deze slimme telefoons. De nieuwe iphone 4S die over drie dagen beschikbaar komt, begrijpt gesproken commando's. Hij gehoorzaamt zonder mopperen opdrachten als 'zoek een supermarkt hier in de buurt' of 'bel mijn schoonmoeder'. Misschien moet ik Apple vragen of deze software ook te downloaden is in mijn kids? Japanse telecomgigant Docomo gaat nog verder. Hun nieuwste model smart-phone helpt je om te gaan met allerlei smarten. Het telefoontje is uitgerust met een sensor die ultraviolette straling, overtollig lichaamsvet en slechte adem kan meten. En wat nog actueler is: het kan radioactiviteit meten. Dat is een thema waar iedereen zich hier in Japan grote zorgen over maakt. Metingen van overheidswege en door particuliere organisaties gaan vandaag precies 7 maanden na de ramp elke dag onverminderd door. Consumenten vertrouwen het voedsel en de overheid niet en menigeen heeft zelf meetapparatuur aangeschaft. Vandaag werd de eerste winkel van een nieuwe keten geopend: een radio-activiteit meetwinkel. Je kunt er producten mee naar toe nemen die je niet vertrouwd, zelf in een test-apparaat stoppen en binnen een mum van tijd vertelt dit machientje of en zozeer het radioactief besmet is. Het kost zo'n 9, 50 euro per test. Deze week is ook het testen van de schildklier van 340.000 kinderen rondom het rampgebied begonnen. Dit is voor ons geen ver-van-mijn-bed show. Je hoeft namelijk niet naar het rampgebied rondom de geëxplodeerde kerncentrale in Fukushima om hoge doses straling aan te treffen. Ook bepaalde wijken in Tokio (gelukkig niet de onze!) weten niet hoe ze alle besmette grond en objecten moeten reinigen. Een jong gezin uit onze gemeente woont een uurtje bij ons vandaan, in de prefectuur Ibaraki, ten noord-oosten van Tokio. In hun stadje zijn extreem hoge radioactieve waarden aangetroffen. Waarom is niet helemaal duidelijk, misschien omdat het in een dal ligt en daar na de kernramp bijzonder veel neerslag gevallen is. Feit is dat hun twee-jarige zoontje al een half jaar niet naar buiten kan. Ze willen dolgraag verhuizen, maar hun koopappartement is op dit moment geen cent waard. Een tweede hypotheek kunnen ze zich niet veroorloven. Over smart gesproken. Terwijl het stel hun smart phones gebruiken om over hun verdriet te facebooken en te twitteren, is hun kleine jochie zich van geen straling bewust en peutert lekker zijn smarties uit het doosje.
binnen of buiten

03 Oct 2011

'Nakama ni irete',  vragen Japanse kinderen als ze mee willen spelen. Het betekent zoiets als 'laat me toe in jullie groep'.  Dat Japan een groepscultuur is, leerden we al in de antropologielessen op de bijbelschool. Hoe het voelt om wel of niet toegelaten te worden in een groep, ondervinden we hier. De groep waartoe je behoort, bepaalt wat je denkt, wat je zegt, hoe je je gedraagt en wat je voelt. Niet alleen is Japan een groepscultuur, het is ook een schaamtecultuur. Want als je iets doet dat de groepscode doorbreekt dan moet je je schamen. Resultaat is meestal dat je buiten de groep geplaatst wordt. Als je identiteit van het lidmaatschap van die groep afhangt, dan begrijp je hoe verpletterend dat kan zijn. Japanners gaan daarom heel erg ver in het conformeren aan de groep. Klinkt als een theoretisch verhaal voor een lezer in post-modern Nederland waar iedereen zijn eigen ding mag doen. Hier is het dagelijkse realiteit en het heeft ook grote consequenties voor ons en de kerk. Niet omdat ik me nu zo druk maak over wat mensen over ons denken, maar het raakt je wel als je kind met zijn lange witte lijf gepest wordt op zwemles omdat hij een 'gaijin' (plat woord voor buitenlander) is. Of als iedereen in de bus liever staat dan dat ze op dat enige lege plekje naast jou gaat zitten. Of als een groep Japanse vrienden na de kerk met elkaar gaan eten, maar wij alleen naar huis afdruipen. In één op één relaties met Japanners speelt dit geen enkele rol en zo'n vriendschap kan heel hecht worden. In het grotere verband zijn we altijd 'soto' (buiten). Dat is pijnlijk als je alles op alles zet om het Goede Nieuws te vertellen dat iedereen buiten is, maar door Jezus binnen Gods gezin mag komen. Dat is pijnlijk als je een kerk plant en de gemeente zodanig probeert toe te rusten dat ze een warme, maar open gemeenschap vormen, maar er vervolgens zelf ten diepste niet bijhoort. Maar voor ons is het geen ramp, want we zijn uiteindelijk voorbijgangers die onze Japanse broers en zussen op pad helpen. Veel moeizamer is het voor de Japanse christenen die uit hun familie gestoten worden of hun werk verliezen vanwege hun geloof. Dan moet je wel zeker weten dat je identiteit in Christus ligt. Nu begrijp je misschien waarom de wachtkamer voor de doop meestal vol zit. God geeft mensen geloof, maar het duurt lang tot ze er echt klaar voor zijn om openlijk hun geloof te belijden door middel van een ritueel (wij zeggen liever sacrament) en zo het risico te lopen door hun oude groep (partner, familie, vrienden, buurt, collega's, etc.) verstoten te worden. Sommige mensen gaan langzaam maar zeker kapot aan het 'buiten' zijn. Letterlijk in het geval van Winsa. Ik ontmoette haar zaterdag toen we lunchpakketten en warme sokken uitdeelden aan daklozen in het gebied van de kerk. Met achttien plastic zakken vol troepjes trekt ze van parkje naar parkeerplaats naar openbaar toilet. Ze is half Chinees, al zou niemand dat ooit aan haar kunnen zien. Waarschijnlijk zijn daar als kind de moeilijkheden al mee begonnen. Winsa is wel getrouwd geraakt en heeft kinderen. Die willen nu niets meer van haar weten omdat ze haar vreemd vinden. Ze schamen zich voor haar. Psychogische problemen heeft ze zeker, dat is duidelijk. Maar niemand neemt de moeite om haar te helpen of zelfs met haar te praten. Zo leeft ze alleen als vrouw op straat. Wat genoot ze ervan om haar verhaal te kunnen doen, met Fleur en Lucile te spelen en de zeewier-rijst maaltijd verorberde ze in no time. We hadden veel bekijks daar op het viaduct over de verdiepte snelweg aan de sjieke winkelstraat in hartje Tokio. Twee vreemde vogels. Allebei 'soto'. De afkeurende blikken deden ons even niets. We hadden die paar minuten met z'n vieren onze eigen 'nakama' (binnen groep). [caption id="attachment_2145" align="alignright" width="224" caption="bidden voor we op pad gaan"][/caption] Mooi nieuws is trouwens wel dat de combi van de Heilige Geest en doorzettingsvermogen het diaconaal werk vanuit de gemeente in de stad doen groeien. Eerst was het alleen ons gezin dat met rugtassen vol lunchpakketten naar de zwervers trok. Op een dag vatte dominee Fukuda moed en hij ging met ons mee. Hij zag dat het goed was, maar durfde er in de gemeente in eerste instantie niemand voor te mobiliseren. Het is namelijk niet gepast om contact te hebben met deze 'make-gumi' (groep verliezers). Het doorbreekt de ongeschreven sociale codes van de middenklasse en hoogopgeleiden. Heel voorzichtig begonnen we individuele gemeenteleden uit te nodigen om mee te helpen. Ze vonden het ontzettend eng om de ongewassen daklozen te benaderen en met hen te praten. Maar het bleek mee te vallen en ze vertelden dat rond in de gemeente. Vorige week deden we voor het eerst een openlijke oproep in de kerk voor vrijwilligers voor dit project. Afgelopen zaterdag waren we met meer dan tien mensen om vijftig lunchpakketten uit te delen. De daklozen weten inmiddels dat we elke eerste zaterdag van de maand hen op komen zoeken. We zijn toegelaten in de nakama van de verliezers die door de zogenaamde winnaars buitengesloten zijn! Soort zoekt soort, toch?
pubertjes-in-de-dop

28 Sep 2011

Drievoudige puberteit ligt in huize de Boo op de loer. Twee peuterpubers in de dop en een bijna twaalfjarige die deze maand op de middelbare school begonnen is. Genoeg potentie voor gedoe in huis. Overslaande stemmetjes of gestamp van een paar kleine voetjes, twee harde gipspootjes en twee grote voeten zouden zomaar de relatieve rust en vrede kunnen verstoren. Moeder is graag voorbereid en leest daarom een stapeltje boeken over dit onderwerp. Zo kunnen puberbrandjes hopelijk snel ontdekt en geblusd worden en –dat zou nog mooier zijn- misschien zelfs voorkomen worden. Ik zie de doorgewinterde puberouders al glimlachen en ‘had je gedroomd’ denken. Maar ik blijf optimistisch: moed verloren al verloren. Dat heb ik wel geleerd als zendeling in Japan... Als eerste twee boeken van de Amerikaanse tweelingbroers Aex en Brett Harris gelezen. Het eerste boek dat in het Nederlands vertaald en door het Boekencentrum en de HGJB uitgegeven is, heet ‘denk groot, doe sterk’. Ze schreven het boek toen ze zeventien waren en ageren tegen het lage verwachtingspatroon dat de maatschappij van tieners heeft. Ze geloven niet in de mythe van de puberteit die verkondigt dat je tienerjaren bedoeld zijn om eens lekker uit je dak te gaan. De samenleving verwacht niet veel van tieners, behalve problemen. Ga op zoek naar verantwoordelijkheden, doe grote dingen en bereid je zo voor op je volwassen leven, raden Alex en Brett je aan. Dat klinkt deze moeder als muziek in de oren en mijn gedachten dwalen af naar mijn eigen tieneravonturen als klassenvertegenwoordiger, redacteur van de schoolkrant, zaterdagbaantjes, (diaconale) reizen, schrijven en produceren van het schoolcabaret, etc. Ik heb geen grote dingen op mijn naam staan, maar hing in ieder geval niet wezenloos achter de (spel-)computer – of Atari zoals dat in dat grijze verleden heette. Verlekkerd lees ik het tweede deel ‘Begin hier: doe grote moeilijke dingen waar je nu bent’. Het staat vol met voorbeelden van tieners die over de hele wereld die als vertegenwoordigers van deze nieuwe manier van denken (de zogenaamde Rebelutie) bijzondere dingen aanpakken tot eer van God en dienen van de naaste. Als ik ook dat boek ’s avonds laat voldaan dichtklap terwijl ik naast Lucile’s ziekenhuisbedje zit, ben ik overtuigd. Dit moet Thom lezen. Hij heeft nu zijn handen vol aan het wennen op ‘Middle school’. Daar begin je op Amerikaanse scholen op je elfde (groep acht) al en op die leeftijd is je dagelijks leven organiseren (welke boeken moeten vandaag mee, wanneer moet dat opstel klaar zijn, grafiekjes maken voor je werkstuk, mondelinge boekverslagen afspreken met de leraar, op tijd in de les komen, vieze gymkleren mee naar huis nemen om te wassen en nog veel meer) een grote uitdaging. Voeg daar muzieklessen en het oefenen met de band bij en de schoolagenda is overvol. Aangezien Fleur inmiddels de eerste symptomen vertoont van de peuterpuberteit tijdens deze onrustige weken en Lucile ronduit chagerijnig is in het ziekenhuis, verleg ik de focus van mijn bescheiden literatuuronderzoek naar wat me ookal weer te wachten staat als dreumessen hun zin niet krijgen. Mijn exemplaar van ‘En als we nou weer eens gewoon gingen opvoeden’ kan ik niet vinden, dus zoek ik mijn toevlucht bij ‘Sheperding a child’s heart’  van Ted Tripp en ‘Age of Opportunity’ van Paul David Tripp. Dit is bekende materie en ik onderga de ene déja vu na de andere. Ondertussen merk ik dat Thom goed in zijn vel zit en overweeg hem het Doe Grote Dingen-boek als leesvoer voor de trein aan te bieden. Toch nog maar even wachten, want hij heeft het druk. En wil iets overleggen. Iets wat hij wil proberen. Maar alleen als wij het goedvinden. Thom vraagt wat we ervan zouden vinden als hij zich kandidaat zou stellen voor het studentenbestuur van Middle school. Hij wil graag secretaris worden omdat hij van schrijven houdt. We aarzelen een beetje. Lukt dat wel qua tijd? En hoe werkt dat allemaal op zo’n Amerikaanse school? Ik betrap mezelf op de gedachte dat spelen of in verloren uurtjes even hangen ook prima is op zijn leeftijd. Thom legt uit dat dit hem gaaf lijkt en werpt als argument tegen dat hij geen tijd kwijt is aan sport omdat voetbal hem niet interesseert (andere jongens in de klas trainen 6 uur per week in het schoolteam en spelen elke zaterdag een wedstrijd). We herkennen zijn passie en zeggen hem toe dat hij het mag proberen. Op hoop van zegen. En biddend dat het niet uit hoeft te lopen op een grote teleurstelling, want waarom zouden ze zo’n broekie ooit voor een bestuursfunctie kiezen? Het blijkt om een waarlijk Amerikaanse verkiezingsprocedure te gaan. Enthousiast vult hij het registratieformulier in en probeert daarin onder woorden te brengen waarom hij een goede kandidaat zou zijn. De volgende stap is handtekeningen verzamelen van voldoende medeleerlingen die zijn kandidatuur ondersteunen. Als dat binnen de gestelde deadlines afgehandeld is, moet hij een ware campagnemanager aantrekken. Meerdere klasgenoten bieden zich aan, maar hij kiest Christian. Een paar maanden gelden lagen ze nog in de clinch, maar toen Christian zijn nare gedrag probeerde goed te maken met een waardebon voor een ijsje, reageerde Thom dat ze de bon samen op konden maken. Na schooltijd togen ze wat zenuwachtig met hun zware rugzakken naar de locale ijssalon, waar het samen lepelen uit de coupe het ijs snel brak. Zijn kandidaatstelling werd officieel toen hij en zijn campagneleider op het grote podium van het auditorium hun speeches mochten houden. Voor een zaal vol pubers en leraren las hij zijn zelfgeschreven tekst op: ‘Hello, my name is Thom de Boo and I am in sixth grade. I am running for Secretary of the Christian Academy in Japan Middle School Student Council. I am running because I want to serve my fellow Middle Schoolers. I love C.A.J. and enjoy being with you guys every day. That's why I want to give back to the community. That is my "Love in Action" (theme of this school year). C.A.J. has taught me about a lot the Bible and the Bible says that leaders are there to serve, not to be served. That is exactly what Jesus did. Even though there are a lot of new things to get used to when you enter Middle School, I feel like I can handle more responsibility by being in the Student Council. The fact that I am new in Middle School means that I can contribute by sharing fresh ideas to the Council. I think I should be the secretary because I am good at writing, recording, and remembering. I have a lot good ideas how we can show “Love in Action” as a group, not only the Student Council but also the entire Middle School. You can see me at break or after school and talk to me about that.De volgende stap is de poster die hij met papa heeft ontworpen door het hele Middle schoolgebouw aanplakken. Even op school vertrouwt zijn klassenlerares me toe: ‘Mooi dat Thom zich kandidaat heeft gesteld voor Middle School Council. Wat ik nog mooier vind, is zijn houding. Hij wil zijn best doen om echt secretaris te kunnen worden, maar realiseert zich dat hij vanwege zijn leeftijd en gebrek aan ervaring en populariteit weinig kans maakt. Weet u wat hij daarover zei? Nou, als ik verlies is dat ook niet erg. Dan heb ik er vast veel van geleerd.’ Ik glimlach. Om haar bemoedigende woorden en om mezelf. Ik zag het als mijn missie om Thom te redden van het nutteloos weg laten glippen van zijn tienerjaren. Ik zou hem door mijn eigen onnozele ervaring en boekenwijsheid aanmoedigen om grote dingen aan te pakken. En toen puntje bij paaltje kwam, zelfs nog voor de puberteit werkelijk aangebroken was, had ik net zulke lage verwachtingen van deze tiener als de rest van de wereld. Inmiddels weten we dat het kat in ’t bakkie is. Voor alle andere bestuursfuncties blijkt flinke competitie te zijn, maar wonder-boven-wonder is Thom de enige kandidaat voor de functie van secretaris. Het avontuur kan beginnen. Nu maar afwachten hoe dit ‘grote, moeilijke ding’ zoals de Harris twins het noemen, uitpakt. En de rest van de puberteit. De Here God bereidt onze kinderen veel beter voor dan wij zelf kunnen, zo blijkt maar weer uit Thoms voorbeeld. Daarop moet ik ook vertrouwen als ik naar onze twee peuterpubertjes kijk en Fleur uitdagend de Duplo door de kamer smijt. Lucile is vandaag ontslagen uit het ziekenhuis, dus ons leven kan weer tot de gewone, gezamenlijke (wan)orde van de dag terugkeren. Vanmorgen kreeg ze weer volledige narcose, waarna het gips werd verwijderd en de wond gecheckt. Alles zag er keurig uit en een nieuwe gipsbroek werd aangemeten. Nog drie weken thuis in het gips en daarna wacht de vrijheid en de uitdaging om opnieuw te leren lopen. Hiernaast hopelijk de laatste ziekenhuisplaatjes, vers van vanmorgen toen Lucile net terug was van de operatiekamer. Dank voor alle voorbede, meeleven en kaarten, al die vrolijke plaatjes en lieve woordjes waren hier elke donkere dag lichtpuntjes! P.S. Thom de Boo heeft dit gelezen en goedgekeurd voor de blog!
lage drukgebied

21 Sep 2011

Vandaag waait tyfoon ‘Roke’ over Tokyo. Of beter gezegd door Tokyo. Meer dan anderhalf miljoen mensen in bergachtige gebieden ten westen van de stad zijn geëvacueerd, bijna alle scholen zijn dicht en het openbaar vervoer ligt plat. Extreem veel regen en wind veroorzaken modderstromen die stukken land verplaatsen en doen rivieren met geweld buiten hun oevers treden. Bomen worden geveld en daken van de huizen gelicht alsof het kronen op een flesje zijn. Iedereen wil met zulk dreigend weer eigenlijk gewoon veilig thuis zijn. Lucile ook. Ze heeft hier binnen in het ziekenhuis ook  ernstig last van een zware druk gebied. Haar normaal zo helder blauwe oogjes staan net zo donker als de  diepgrijze regenwolken aan de hemel. Ze wil helemaal niets en gilt als je haar een boekje of speelgoed aanbiedt. Het enige dat ze wel leuk vindt is foto’s kijken. Maar tegelijkertijd maakt het zien van haar broers en zussen haar nog verdrietiger. De terugslag na haar excursie naar huis is groot. Ik probeer haar op te vrolijken door een huis van blokken te bouwen, maar met één klap laat ze het instorten. Zo voelt haar kleine wereldje nu blijkbaar. Ingestort en zij zit vast. Als de schone was arriveert in het ziekenhuis en de megawasmand op de speelplaats uitgestort is, lichten naar oogjes een beetje op. De honderden handdoeken komen uit de droger en zijn heerlijk warm en zacht. Buiten is het door de tyfoon plotseling koud geworden, dus na zoveel maanden hitte voelt iets warms op je huid eindelijk goed. Ze graaft zich in de comfortabele berg in terwijl ik meehelp de handdoeken op te vouwen. Je moet wel wat doen voor de kost hier... Vandaag krijgen we dus een schone doek op bed! We liggen allebei de hele week op dezelfde handdoek in bed en op de plank, dus een verschoning één keer per week voelt lekker fris. Hygiëne is een interessant thema hier. Alle kinderen worden twee keer per week gewassen. De kamers daarentegen worden nooit echt schoongemaakt. De plakken vastgekleefd stof in de hoeken van de kamer en achter het aftandse ladenblokje zijn dan ook niet van de lucht. Een gepensioeneerde opa poetst wat oppervlakkig om wat bij te verdienen. Soms haalt hij een bezem door het looppad naast Lucile’s bed. Gisteravond heb ik ontdekt dat wat er verder voor kruimels of rijstkorrels blijft liggen, op een andere manier verdwijnt. Toen Geert en ik ’s avonds laat in het schemerdonkere kamertje de wacht wisselden, kregen we onverwacht bezoek. Een grote (5 cm), dikke vette bruine kakkerlak! Met een gil sprong ik op en haalde de nachtzuster. Die reageerde van ‘oh, is het weer zover’ en kwam gewapend met een spuitbus met chemicaliën naar onze kamer. Van een afstandje bekeek ze de situatie even en besloot vervolgens dat Geert het beest beter kon vangen. Echt rustig sliep in vannacht niet en dacht telkens te voelen dat er iets over mijn benen of in mijn nek trippelde. Toch was ik vroeg wakker en lag muisstil om Lucile nog even te laten slapen. Ik lag met mijn gezicht naar de muur gekeerd en keek naar de beige wanden van de kamer. Nu ik ze goed kon bestuderen, zag ik allerlei bruine spetters en vegen. Ogen maar gauw weer dichtgedaan en nog even dromen over de dag dat Lucile uit het ziekenhuis ontslagen wordt. Ook dit lage drukgebied zal overtrekken en voor we het weten breekt de zon weer door.
op bezoek

19 Sep 2011

Geen blog over de schare bezoekers die Lucile aan haar ziekenhuisbed krijgt. Er is om precies te zijn één gemeentelid naar het ziekenhuis gekomen. Ze mocht niet verder komen dan de ingang van de polikliniek en overhandigde daar de garnalenzoutjes en poppetjes voor Lucile. Ingeseind door een verpleegkundige die plaatsvervangend enthousiast was over dit onverwachte genoegen, visten we ons kleine meisje uit bed en reden haar in haar rolstoel naar de hal waar ze haar bezoek kon groeten. Op de afdeling mag alleen naaste familie komen, zo luidt een nieuwe regel ingevoerd kort na de aardbeving op 11 maart. Nu is die regel niet moeilijk te handhaven, want bezoek ontvangen is een zeldzaamheid in dit ziekenhuis. De angst om de imperfectie onder ogen te komen, het erbarmelijke huilen aan te horen of een gesprek aan te gaan met patiënten en verzorgers is te groot. Taboes worden liever in stand gehouden. Als je iets niet ziet, kan je doen of het niet bestaat. Al is de aanleiding (Lucile's heupafwijking) niet leuk, ben ik blij dat wij wel een inkijkje in deze verborgen wereld mogen hebben. Om te zien hoe Hanna-chan's moeder drie maanden op de plank bij haar dochter overnacht, elke dag haar slappe beentjes insmeert met zalf terwijl ze elke paar centimeter een ander litteken van een vorige operatie tegenkomt. Zelfstandig lopen zal ze nooit, maar in de vrolijke liedjes die ze zingt hoor je haar huppelen. Hoe Kaito's moeder in haar lunchpauze midden op de speelplek dicht tegen haar zoontje aankruipt en hem zachtjes over zijn kleine koppie aait. Soms vraag je je af wat hij kan waarnemen, maar zijn intens verdrietige traantjes als ze weer moet gaan, bevestigen hoe hij geniet als mama bij hem is. Hoe Shou's moeder elke dag uren onverstoorbaar zijn armen en benen masseert en tegen beter weten in hoopt dat hij er kracht in zal krijgen. Hoe een verpleegkundige elke maaltijd minstens een uur naast Joe gaat zitten en de rijst korrel voor korrel in zijn mond brengt en als hij het er weer uitkwijlt, heel geduldig terugstopt. Hoe tiener Nori met zijn rolstoelt om je heen blijft cirkelen hunkerend naar een praatje. Als zijn moeder hem één keer in de week op komt zoeken, weet ze niets te zeggen en kijkt ongemakkelijk rond. Vervolgens verontschuldigt ze zich en zegt dat ze even een boodschap moet doen. Drie uur later komt ze wankelend terug, omhuld in een wolk van alcohol. Hoe Kento zijn papa mist. Zijn vader is door zijn Japanse werkgever uitgezonden is naar Australië, maar Kento mag door zijn handicap niet mee. Hij straalt als de verpleging een oogje dichtknijpt en ze rolstoeltikkertje mogen doen op de gang. Niet alleen is er dus weinig animo om deze kinderen op te zoeken, bezoek is sinds 11 maart niet meer welkom op de plek waar de kinderen elke dag doorbrengen, vaak maandenlang. Wat is er veel veranderd sinds de aardbeving. In ons hart, in ons evenwichtsorgaan, in de samenleving, in de economie, in de politiek, etc. Rampenoefeningen zijn aan de orde van de dag. Vorige week werd ik halverwege de ochtend gebeld door de schoolverpleegkundige bij Julie op school. Een brand-oefening had haar in tranen doen uitbarsten en omdat ze ontroostbaar was had de juf haar uiteindelijk maar naar de ziekenboeg gebracht. Ik sprak met haar aan de telefoon en probeerde haar te kalmeren. Ze begreep het concept oefenen niet en was bang voor een aardbeving. Ook in het ziekenhuis ontkomen we er niet aan. Schallende luidsprekers kondigen een (nep-) aardbeving aan, indringende alarmtonen klinken en in ordelijke stoet evacueren we naar buiten. Het is een bonte optocht met gipsbroeken, protheses en mobiele infuuspalen. Onderweg tetteren mannen met helmen instructies door hun megafoons. Al met al niet echt bevordelijk voor de rust van de patiëntjes... Toch is er ook mooi nieuws te melden als het gaat om bezoek, want tot onze grote verrassing mocht Lucile dit weekend thuis op bezoek komen! Het is een nationale feestdag (Respect voor de Oude van Dagen-dag - echt waar!) en in het ziekenhuis is er op zulke dagen en in het weekend sprake van minimale stafbezetting. Daarom mochten alle kinderen die niet aan machines of slangetjes vastzitten naar huis. Voorwaarde was dat de situatie van Lucile's heupje er op de röntgenfoto goed uit zag. Gelukkig was dat het geval en kregen we groen licht van de artsen om haar mee naar huis te nemen voor een logeerpartijtje. Logistiek heeft het heel wat voeten in de aarde om een dreumes die half in het gips gehuld is dwars door Tokyo te vervoeren. Ingewikkelde rolstoeltaxi's kunnen we ons niet veroorloven en een auto hebben we niet, dus namen we de trein. Daar hadden we een heel bankje nodig, want Lucile's beentjes zijn in een wijde stand ingegipst, met haar geopereerde rechterbeentje een beetje naar achter. Alsof ze klaar staat om zo een sprintje te gaan trekken (ironisch genoeg). Niet dat er iemand naast haar durfde te zitten trouwens, iedereen leek zich liever van een afstandje aan dit tafereel te vergapen. Thuis is het ook behelpen met Little Miss Gipships, maar met een beetje creativiteit konden we voor haar een heerlijk comfortabel plekje op de grond maken. Op een troon van kussen zat Lucile midden in de woonkamer. Wat genoot ze van vertrouwde gezichten en speelgoed! Fleur niet minder. Die was door het dolle heen toen we Lucile binnendroegen. Ze klopte nieuwsgierig elk uur even zachtjes op het gips en wierp zich op als een ware mini-Martha die haar zusje verzorgt. Onvermoeibaar droeg ze speelgoed, een boek, een beker sap of een koekje aan. Wat Lucile liet vallen, raapte ze op. En ze kletste honderduit, alsof ze samen uitgebreid bij moesten praten. Het was bijzonder om Lucile zo happy te zien en het vormde een schril contrast met het stille, soms boze meisje in het ziekenhuis. Ook voor ons gezin was het goed om voor het eerst in bijna twee weken weer eens alle zeven bij elkaar te zijn. Vanmiddag was Lucile's 'verlof' weer voorbij. Het strakke ziekenhuisregime begint weer en ook thuis ploetert de rest verder. Maar we houden de moed erin (van je hela-hola): nog maar tien dagen ziekenhuis gevolgd door 21 dagen gips thuis. Maar dat gaat lukken, dat hebben we dit weekend gezien!
rupsje

11 Sep 2011

Vandaag schrijf ik in elkaar gedoken met een zwaar gemoed. En dat komt niet alleen door de televisies hier in het ziekenhuis die de hele dag over de 6 maanden herdenking van de grote aardbeving en tsunami verslag doen. Alle beelden schudden en drijven opnieuw langs. Ik sla de krant open om aan de ellende te ontsnappen, maar daar hetzelfde thema. Aangevuld met terugblikken op 11 september 2001. Mijn vermoeidheid helpt ook niet. Zoals je een paar dagen na de bevalling last van de ‘baby blues’ kunt hebben, lijd ik vandaag aan de ziekenhuis blues. Het is de vierde dag na de operatie en het gaat goed met Lucile. Daar zijn we heel erg dankbaar voor. Behalve haar gips is alle gedoe van en uit haar lijfje. Maar ja, dat gips.... Daar is ze een paar keer per dag zo boos om. Dan gilt ze, slingert de knuffelbeesten die haar gezelschap houden in het rond, duwt en wurmt uit alle macht om de gipsbroek uit te doen. Maar dat kan natuurlijk niet en daarom raakt ze nog gefrustreerder. Soms merk je dat ze opeens aan Fleur denkt. Dan roept ze ‘feu, feu’ en breekt in een erbarmelijk snikken uit. Ze wijst naar de foto’s en heeft duidelijk heimwee. Thuis kletsten ze samen heel wat af in hun eigen brabbeltaaltje, maar Lucile heeft nu geen zin om te praten. Soms een enkel woordje als we boekjes lezen. Haar dagen zijn zo lang en op haar verdrietige momenten is het niet makkelijk om haar te troosten. De verpleging heeft een rolstoel geïmproviseerd waarin ze met haar gips kan zitten. Lucile vindt alle stukken schuimrubber, opgevouwen kussentjes en stukken stof die haar overeind houden niets. Ze wil liever gedragen worden, maar dat houd ik ook niet langer dan 20 minuten vol met haar tien kilo plus gips. Luiers verwisselen is ook een uitdaging. De uitsparing in het gips wordt opgevuld met een kleine luier en een volwassen opa- of omaluier houdt de boel op zijn plaats. Hier in het ziekenhuis vinden ze dat net als gips dat zichtbaar is ‘hazukashii’, iets waarvoor je je moet schamen en daarom willen ze dat de kinderen een soort handdoek rond hun benen gewikkeld hebben. Maar daar doe ik niet aan mee. Het laatste wat de kinderen die toch al zoveel lijden in dit ziekenhuis mee wilt geven is dat ze zich moeten schamen voor de toestand waarin hun magere lichaampjes zich bevinden. Nu ben ik sowieso niet zo gauw beschaamd wat dat betreft. Bij elke Japanse drogist wordt maandverband en dergelijke heel discreet in een niet-doorzichtig zwart zakje verpakt, zodat niemand maar zou kunnen vermoeden dat je zo’n schaamtevol product hebt gekocht. Hoe groot was de verbazing van de drogist dat ik zonder plastic zak met de pakken oma-luiers voor Lucile over straat ging. De meewarige blikken van mijn medepassagiers in de trein lieten me Siberisch. Was het mijn verbeelding of controleerde iemand de zitting van het bankje waar ik had gezeten toen ik uitstapte? We moeten dus zelf voorzien in luiers en tape om ze vast te zetten voor Lucile, in drinken, ja eigenlijk in alles. Ze ligt in een piepklein kamertje in een ziekenhuis bed, op een aantal handdoeken die één keer in de week verschoond worden. Ik moet zelf ’s ochtends en ’s avonds haar temperatuur meten, wassen en drinken en eten geven. Het ziekenhuis geeft koude groene thee en verzorgt wel eten, maar dat bestaat drie keer per dag uit een schaaltje rijst met een schoteltje gepureerde vis of vlees in een glazig sausje. Nauwelijks verse groente en geen fruit. Dus sjouwen we zelf sap, melk, brood, bananen en restjes eten van thuis binnen. Ik voeg een foto in van Lucile’s maaltijd van vandaag: rijst vermengt met vis en zeewierbouillion. Verder een hoopje gezuurde visjes en fijngehakte glasnoedeltjes met hier en daar een spoortje wortel of groene paprika. Ze werd er niet enthousiast van. Soms vragen we ons af waarom we deze lange dagen in het ziekenhuis moeten slijten als we haar toch continu zelf moeten verzorgen. Zou het thuis voor iedereen niet veel  vertrouwder en comfortabeler zijn? De enige handen aan het bed zijn de onze. Nou ja, elke paar dagen komt de dokter een keer langs en dat zou thuis natuurlijk een beetje moeilijk zijn. En morgen wordt een röntgenfoto gemaakt om te kijken of alles nog goed op zijn plek zit. Zo'n apparaat heb ik ook niet in mijn nachtkastje liggen. Volhouden maar. Degene die thuis is (Geert en ik wisselen elkaar elke 24 uur af) heeft zijn handen vol met de overige vier kinderen (waarvan Fleur totaal ontregeld is) en werk dat zich onverminderd aandient. Zeker nu de operatie achter de rug is en iedereen opgelucht ademhaalt. Blijkbaar verwachten veel mensen hier dat we gewoon de draad weer oppikken, maar met een dreumes in het ziekenhuis op een uur reizen van huis, is dat niet zo eenvoudig. Wel helpt het enorm dat de Nederlandse Tera aangekomen is en zij steekt thuis de handen flink uit de mouwen. Een uur na aankomst in Tokio was ze al met de stofzuiger in de weer en vandaag ruikt de keuken naar Hollandse pannenkoeken! Bovenstaand verhaal klinkt niet rooskleurig, dat geef ik toe. De zorg in Japanse instellingen ziet er anders uit dan die in Nederland. We kunnen er niet omheen, dit is een heftige tijd voor ons hele gezin. Maar er is hoop. Nog vijf-en-een-halve week gips en dan mag Lucile opnieuw leren lopen. Dat is niet weggelegd voor de meeste kinderen hier. Ze hebben net één van de vele in reeks operaties achter de rug. Over de toekomst durven de ouders niet na te denken. Elk medisch stapje vooruit zou het leven voor deze kinderen iets dragelijker moeten maken. Gesprekken met de ander moeders helpen me te relativeren. Ook geniet ik van de momenten dat Lucile straalt als we haar op de speelplek installeren en ze met de keukenspulletjes speelt. Dan is ze zo blij ze dat ze toch iets kan en maakt bordjes met plastic sushi, taart of pizza voor me klaar. Dat geeft moed! Vandaag heeft ze een vrolijk zondags jurkje aan en zwaait als een prinsesje naar alle kindjes die langskomen. We mochten zelfs even naar buiten om een rondje over het parkeerterrein te rijden. Een struik stond in bloei en trok prachtige oranje vlinders aan. Lucile fladderde met haar armpjes van enthousiasme.  Nog even geduld en dan fladderen je beentjes ook weer mee. Nu zit je even in je cocon, rupsje Lucy.
opnieuw gips hips

08 Sep 2011

[caption id="attachment_1964" align="alignright" width="300" caption="Lucile een uur na de operatie"][/caption] Vandaag, de dag na de operatie is er voor Lucile een van hoge pieken en diepe dalen. Qua temperatuur en temperament.... Toen ze vanmorgen wakker werd, voor het eerst echt helder was na de operatie, werd ze woedend omdat ze haar linkerarm en onderlichaam niet kan gebruiken. Gillen, slaan (met rechts) en hartverscheurend huilen. Soms mochten we haar troosten, soms kon ze ons zelfs niet verdragen. [caption id="attachment_1957" align="alignright" width="300" caption="Fleur probeert contact te krijgen met Lucile kort na de operatie"][/caption] Ze wilde geen druppel water drinken en veroordeelde zichzelf daarmee tot nog langer aan het infuus. Tot ik haar, met veel hulp en gewurm vast mocht houden. Ze kwam helemaal tot rust en het infuus mocht even afgekoppeld worden om haar operatiehemd te verwisselen voor eigen kleertjes. Ze mocht zelfs een even mee gaan kijken in de speelhoek!
Lucile eet brood 24 uur na de operatie
Terug in bed bleef ze rustig en zelf enthousiast toen ze Fleur haar van huis meegenomen beker zag drinken. Dat wilde ze ook! Vliegensvlug klokte ze 200 ml appelsap verdund met water naar binnen. We boden haar de fijngehakte-Japanse-noedel-smurrie aan die het ziekenhuis voor haar klaargemaakt had, maar dat zag ze niet zitten. Het rozijnenbroodje van Fleur daarentegen zag er blijkbaar wel aantrekkelijk uit, want die schransde ze op! Haar bloeddruk en temperatuur waren weer tot een acceptable niveau gezakt en de dokter was zo blij om haar levendig te zien, dat het katheter en infuus eruit mochten. We lazen samen boekjes en ze genoot hoe ik haar bed versierde met een paar kaarten en foto's. We mogen dan wel niets opplakken op de grauwe, gehavende muren, maar ik heb een lint aan de rekken van haar bed gespannen en hang met knijpertjes de kaarten eraan. Ze heeft er nog maar drie, helpen jullie mee die hoge randen van het bed helemaal vol te hangen met vrolijke plaatjes? Stuur een kaartje aan Lucile naar ons adres: 6-3-2-5112 Kachidoki, Chuo-ku, Tokyo 104-0054, Japan, dan nemen wij die mee naar het ziekenhuis. Ze moet het daar nog minimaal drie weken volhouden.
Thom, Berend en Julie zagen er naar uit maar tegelijkertijd tegenop om Lucile in het ziekenhuis te zien na de operatie. Wat zouden ze aantreffen? Gelukkig waren de meeste slangetjes uit haar lichaam toen ze kwamen en we hebben haar meegenomen om even te 'spelen'. Goed eten en zoveel mogelijk spelen en bewegen (al valt dat niet mee) is het adagium van het ziekenhuis, dus sporen ze ons aan om actief te zijn. Na 20 minuutjes was Lucile uitgeput van het ballengooien en kijken naar alle uitgelaten medepatiëntjes die racend in hun rolstoelen terugkwamen van bezigheidstherapie. Eten of drinken lukte niet meer en de koorts steeg weer toen de avond aanbrak en daarom in het infuus er weer in. Opnieuw boos. Dat voelt als een stapje achteruit, maar we hopen dat een goede nachtrust weer verbetering geeft. De grootste zorg blijft infectiegevaar en daarom krijgt ze twee keer per dag antibiotica toegediend. Blijven jullie meebidden voor ons kleine, kwetsbare meisje en haar zusje Fleur die soms niet weet waar ze het moet zoeken... En voor ons allemaal trouwens, want het is een uitputtingsslag.
operatie

07 Sep 2011

Na een gebroken nacht (om nog maar even aan te sluiten bij het vorige thema gebrokenheid...) op mijn plank waarbij de verpleegkundige 2 keer per uur met een felle zaklamp kwam kijken, Lucile lekker gedouched, want dat kan de komende zes weken niet. Samen gevast (zij verplicht, ik uit solidariteit) tot de verpleegkundige het operatiehemdje kwam brengen en haar de eerste medicijnen kwam toedienen. Op schoot werd ze lekker ontspannen en een beetje versuft bracht ik haar met Fleurtje naar de operatiekamer. Daar stond Geert schoongescrubd en in jassen en zakken gepakt om Lucile over te nemen. Hij mocht bij haar zijn tot de anesthesist haar volledig onder zeil bracht. Daarna 5 lange uren wachten. Fleur kon nauwelijks spelen, ze wilde alleen de gang op rennen om naar de lift te gaan waarmee we Lucile naar de operatiekamer hadden gebracht. Eindelijk kwam het verlossende woord en mochten we haar ophalen bij de OK. De afdruk van het mondkapje stond nog op haar gezichtje en ze leek nog ver weg. De dokter had goed nieuws, want de operatie was verlopen zoals hij gehoopt had. Hij had een zogenaamde 'open reductie' uitgevoerd waarbij weefsel weggehaald werd, pezen doorgesneden zodat de kop in de heup gezet kon worden. Hij was wel geschrokken van de ernst van de afwijking bij het openen van het been, maar keek tevreden terug op het verloop van de ingreep en heeft goede moed voor de toekomst. Eerst 3 weken in het gips, dan opnieuw onder volledige narcose om de wond te bekijken en opnieuw in te gipsen. Als het er dan goed uitziet, mag Lucile mee naar huis en na nog 3 weken mag ze uit het gips. Ze moet dan opnieuw leren lopen, maar volgens de ervaring van de arts is daar geen fysiotherapie voor nodig omdat ze het op deze jonge leeftijd zelf weer oppikt. Terwijl we deze dingen met de dokter bespraken, deed Lucile een oogje open en zei met een schor stemmetje 'mama...'. De rest van de middag heeft ze min of meer geslapen. Wel probeerde ze telkens haar infuus eruit te trekken. De eerste uren was ze onrustig en had ze een erg hoge bloeddruk. Maar die zakte gelukkig en ze kwam steeds meer tot rust. Aaaaaaaaahhh.. rust, daar kijk ik ook naar uit. Geert is vannacht bij Lucile en ik heb de andere kinderen van school opgehaald, een grote pan curry-rijst voor 2 dagen gekookt, met huiswerk geholpen en een aantal dringende werkmail weggewerkt.  Het is inmiddels na middernacht en ik ga proberen mijn 5 uurtjes slaap die de wekker me belooft te verzilveren. Maar niet nadat ik de Here God opnieuw gedankt heb dat de operatie goed verlopen is en Lucile zich er tot nog toe goed doorheen lijkt te slaan. Iedereen die meeleeft en meebidt: heel erg bedankt! Morgen volgen foto's van ons ingegipst meisje...
gebrokenheid

06 Sep 2011

Hierbij een berichtje vanuit het ziekenhuis waar Lucile vanmorgen is opgenomen.  Na deze lange dag van bloedonderzoek, röntgenfoto’s en wachten ligt ze nu heerlijk te slapen. Fleur is de hele dag bij haar geweest en tussen de onderzoeken door hebben ze samen gespeeld dat het een lieve lust was. We hebben voor Fleurtje een enkele wandelwagen van vrienden geleend, want alleen in een tweelingwagen is wel heel triest. Bij het afscheid dook Lucile met haar krullenbol bij Fleur de wagen in om heel veel kusjes te geven en in ontvangst te nemen. Ik zit nu in Lucile’s kleine, pikdonkere kamertje. Het is een grauw, triest hoekje van het nationaal rehabilitatiecentrum voor gehandicapte kinderen in Tokio. Alles in dit ziekenhuis straalt uit dat de kinderen die hier verblijven er niet zouden moeten zijn. Ze hebben geluk, want ze zijn niet net als zoveel andere niet-perfecte kinderen geaborteerd. Over geluk gesproken, dat hebben wij ook, want ons kamertje heeft een raam. Dat geldt niet voor de meeste andere kamers. Optimistische, gezellige Nederlanders als we zijn, heb ik kaartjes, foto’s en knuffels in de tas gedaan om de kamer wat op te vrolijken. Maar een verfomfaaid briefje op de muur maakt duidelijk dat er niets opgehangen mag worden. Dat geld blijkbaar voor het hele ziekenhuis want er zit geen fris likje verf op de muur, geen enkel vrolijk schilderij siert de donkere gangen of kamertjes en gaten in de vloer zijn met kranten en tape afgeplakt. En donker is het, want ook het ziekenhuis moet meedoen met ‘setsuden’, stroom besparen vanwege de energieschaarste door de kernramp. Het is moeilijk voorstelbaar dat je de kinderen die toch al zo weinig lichtpuntjes in hun leven hebben, in het donker zou zetten. Ik wil en mag niet klagen, want ik ben heel dankbaar dat hier een specialist is die de kennis en vaardigheid heeft om Lucile te helpen zodat ze in de toekomst gewoon kan lopen, springen en dansen. Dat zit er voor de meeste kinderen hier niet in. Ze hebben de zoveelste operatie achter de rug, maar zijn nog steeds aan hun ingewikkelde protheses en rolstoelen gekluisterd. Sommigen zijn te zwak om rechtop te zitten. Er is een speelhoek in de gezamenlijke ruimte en daar ligt de vierjarige Kaito de hele dag op een schuimrubber matrasje. Hij heeft magere armpjes en beentjes die hij zelf nauwelijks kan bewegen en als iemand eraan denkt, krijgt hij een babyrammelaar in zijn handje gedrukt. Elke dag komt zijn vader of moeder een half uurtje in hun lunchpauze en gaan dan naast hem liggen. Ze strelen zijn ingevallen wangetje terwijl de sondevoeding rechtstreeks zijn holle buikje in druppelt.  Als pap of mama weggaat, kermt hij intens verdrietig. Eén van de ouders mag in het ziekenhuis blijven logeren. Daarom zit ik hier nu naast Lucile’s ledikant op de smalle plank die straks met een grote handdoek mijn bed wordt. Het ziekenhuis zorgt voor de medische zorg van haar patienten, ik moet Lucile eten geven, verschonen, wassen, enzovoort. Van harte! De ouders van de meeste grotere kinderen zie ik niet. Toen ik na het eten nog even met Lucile in de speelhoek ging ballen, verzamelde zich een groep van vijftien kinderen rond ons. Uit de rolstoel getild, op de grond zitten of liggen ondersteund door grote kussenrollen en waar mogelijk de protheses even uit. Om de beurt gooiden ze de zachte ballen naar Lucile en hadden zoveel plezier. Als de ballen te ver wegvlogen ging Lucile ze dribbelend halen. Ze was de held, want ze was de enige die kon lopen. Vanavond nog wel, vanaf morgen na de 4 tot 5 uur durende heupoperatie ligt ze aan haar bedje gekluisterd. Hoe dan ook, het was heerlijk om op deze verdrietige plek te zien hoe strompelende Lucile voor zoveel kinderen tot zegen kon zijn. Ik ga slapen, want de dag begint hier al om vijf uur in de ochtend. In het donker komt er vanalles langs aan de binnenkant van mijn ogen. Geert, Fleur, Julie, Thom en Berend daar op de 51ste. De grijze wolken die onze toren omhullen. De kolkende rivier die alle water en modder dat uit de bergen door de stad naar beneden dendert voor onze toren in grauwbruine baai uitspuwt. De beelden van de verwoeste huizen door de tyfoon van afgelopen weekend. Behalve extreme wind bracht de tyfoon 1800 mm regen in één keer. Opnieuw eiste de natuur tientallen levens. De nooit-ophoudende aardbevinkjes en –bevingen. Dat is de natuur, maar als ik eraan denk wat we elkaar aan kunnen doen. Zo zie ik weer een snikkende Julie voor me. Ze werd zondag door een jongetje in de kerk (!) geslagen. Hij siste haar toe ‘ik kan je vermoorden, ik kan je vermoorden’. Je kunt wel raden hoeveel kusjes en tissues nodig waren om haar te kalmeren. De gebrokenheid in dit land kent geen grenzen. Dat blijkt hier in het ziekenhuis maar al te duidelijk. Welterusten!  
peuterpubertjes

02 Sep 2011

Ik heb natuurlijk elke dag mijn handen vol aan letterlijk onze handvol kinderen en dat in combi met al mijn verantwoordelijkheden in Grace City Church doet me soms duizelen. Zeker nu Lucile's grote heupoperatie (woensdag 7 september) eraan komt. Hoe krijg ik alles georganiseerd? Een moment-opname op deze vrijdagmiddag 12.45 uur: Thom, Berend en Julie zitten op school, Fleur en Lucile slapen, Geert heeft een vergadering in de stad. Wat een rust hier, daar maak ik gretig gebruik van en mijn adrenaline-peil stijgt (al zou dalen en een dutje misschien een beter idee geweest zijn)! Ik maak het crèche-schema voor dit jaar af, mail de oppas in de kerk van zondag, roep de jeugdgroep bij elkaar voor een bijeenkomst zondagmiddag, maak een boodschappenlijst voor de pizzaparty van Grace Kids, neem contact op met de bewegen-op-muziek-juf -ballerina van deze outreach, regel lunchpakketten en tandenborstels voor het daklozenproject voor morgen (nu nog een chauffeur vinden om alles te vervoeren), bereid de kindernevendienst voor, maak afspraken voor maandag met twee dames voor gesprekken, boek een zaal voor een lunch van christen-zakenmensen in ons doelgebied en... de twins worden wakker. Mama was vanmorgen de oudere kids naar school brengen (2 en een half uur heen-en-weer, heel veel leestijd!) en daarom eisen de dames nu mijn aandacht. En terecht. Ze hebben de verkleedmand gevonden en hebben veel lol met prinsessenjurken en rare hoedjes. Al snel krijgen ze het te heet (-het is hier heel benauwd vanwegen een tyfoon die onze kant op komt), trekken alles uit tot op hun rompers en besluiten blijkbaar na wat geduw, getrek en gesmoes dat ze met mama gaan ballen. Je raadt het al: één bal, twee peuters, daarvoor zijn oordoppen, geduld en wijsheid nodig. In het Engels noemen ze de fase van peuterpuberteit die aanbreekt 'terrible two' (verschrikkelijke twee),  maar ze zijn niet terrible, ze zijn terrific (geweldig) ! Bovendien gaat het bij ons dan in het kwadraat (2x2), dus zou dat iets van de 'ferocious four' (woeste vier) worden ofzo.  Ik zie de peuterpuberteit als een bewijs dat deze dribbeltjes kindjes zijn die zich normaal ontwikkelen en daarom hun grenzen opzoeken. Bovendien is het een mooie uitdaging om me te oefenen in de vruchten van de Geest (Gal. 5:22) - in het kwadraat! Kijk maar eens naar onze lieve mensjes; ik zei al dat het me soms duizelt, maar op een gegeven moment heb ik het idee dat ik in de video een vierling zie (aaaaaaaaaaaaaaaaaahhhhhhhhhgg!)
hartkloppingen

26 Aug 2011

We zijn weer volop aan de slag! In de kerk, op school en thuis. Julie is begonnen in de kleuterklas op Christian Academy in Japan (CAJ). Met haar grote vrolijk gekleurde rugzak elke dag een uur treinen heen en later op de dag weer een uur terug. Ze vindt het fantastisch, maar is natuurlijk wel uitgeput als ze thuis komt. Om half zeven 's avonds wil ze naar bed, maar niet voordat we een medley van haar liedjes-voor-het-naar-bed-gaan hebben gezongen. Eén van haar favoriete liedjes is 'Jezus klopt aan de deur van je hart'. Dat gaat zo: Jezus zegt: “Ik klop aan de deur van je hart, want Ik wil zo graag opnieuw met jou beginnen”. Jezus zegt: “Ik klop aan de deur van je hart en als je open doet dan kom Ik bij je binnen”. En als Ik binnen kom, wees dan maar niet bang. Ik geef je dan een knuffel en die duurt je leven lang. Ja, Ik zal voor jou zorgen, dat beloof Ik jou, omdat Ik oneindig van je hou. Het liedje heeft een vrolijke melodie en hoogtepunt is natuurlijk de levenslange knuffel die zonder uitzondering elke keer dat we het zingen letterlijk gegeven wordt. Het is een geweldige ontdekking voor Julie dat CAJ 'een school van de Here God' is, zoals ze dat zelf noemt. Vandaag was ze de helpster van de juf en in die hoedanigheid mocht ze met de rest van de klas bidden. Daarom kwam ze thuis in hemelse sferen. Dat ook dit engeltje zondigt, bleek toen ze al springend op ons bed de laatste energie eruit liet. Maar haar ontdeugende gedrag stopte abrupt, toen ze dacht dat ze aangesproken werd. Niet door ons. Ze riep Geert en zei terwijl ze met haar handjes haar druk-pompende hart op haar borstkas voelde: 'Papa, papa, Jezus klopt aan mijn hart! Wat zegt hij? Moet ik nu opendoen?' Haar vraag werd beantwoord met een volmondig 'ja', een grote glimlach en een levenslange knuffel. O ja, en even later gevolgd door een waarschuwing om niet meer op het bed te springen.
leesvoer

15 Aug 2011

Wat een genade, even wat tijd om het rustiger aan te doen… Kletsen, spelen en tekenen met de kinderen, samen een DVD kijken (de nieuwe film over het aapje Curious George) en een duik in het zwembad om wat af te koelen. En in verloren uurtjes lekker lezen. ‘Shiokari Pass’ van Ayako Miura verslonden, het verhaal van een jongen uit Tokio die rond 1900 christen wordt. Oud, maar zijn strijd is nog steeds actueel. Nog een Japans boek, ‘De Huishoudster en de Professor’ van Yoko Ogawa over een eenvoudige huishoudster en haar zoon die voor een superslimme wiskundeprofessor die door een ongeluk maar een korte termijngeheugen van exact 80 minuten heeft, werkt. Verder heb ik  ‘De Niet verhoorde gebeden van Jacob de Zoet’ van David Mitchell gelezen. Ik las het in de oorspronkelijke taal, het Engels met de veel mooiere titel ‘The thousand autumns of Jacob de Zoet’. Het verhaal van de Zeeuw Jacob de Zoet die aan het eind van de 17e eeuw voor VOC op het Japanse Dejima leeft. Een lijvig boekwerk met zijn 450+ pagina’s, maar een juweel voor deze Zeeuwse-historica-en-zendelinge-in-Japan! Het is niet bewust zo gepland, maar nu ik er over nadenk, spelen de genoemde boeken in Japan. Nou ja, het past misschien wel bij de zomervakantie, reflecteren op verleden en toekomst. Het Grote Verhaal - God, de wereld en haar geschiedenis -, maar ook ons eigen kleine verhaal van ons gezin. Beiden spelen zich voor een stukje af in Japan, dus zo vreemd is het niet om daar op te focussen. Schokkend om te lezen hoe de Japanse tolken van de Nederlanders op de handelspost in Japan in de Shinto-tempel ritueel een afbeelding van Christus moesten vertrappen. Het meebrengen van bijbels was ten strengste verboden en christenen werden vervolgd. De bezwaren tegen het christendom waarmee de bevolking toen geïndoctrineerd werden, klinken honderden jaren later in het hypermoderne Japan nog altijd. Het christelijk geloof zou gebruikt worden door het westen om Japan zwak te maken en Japanners dwingen hun identiteit op te geven. Soms komt een Japanse gedachte verrassend dichtbij, bijvoorbeeld wanneer de huishoudster uit Ogawa’s boek het volgende mijmert: ‘In mijn verbeelding zie ik de Schepper van het heelal in een verre uithoek van de hemel zitten. Hij weeft een patroon van kunstige zijde zo verfijnd dat zelfs het zwakste licht er doorheen zou schijnen. De zijde strekt zich oneindig uit in alle richtingen en rimpelt vriendelijk in de kosmische bries. Je zou het wanhopig aan willen raken, het tegen het licht willen houden, het tegen je wang willen strelen.’ (vertaling ondergetekende). Al heb ik geen enkele reden om aan te nemen dat de schrijfster het over de God van de Bijbel heeft, vind ik het een prachtig beeld. Ayako Miura is een van Japans meest gevierde schrijfsters van de twintigste eeuw. Ze was christen en verbloemde dat nooit in haar boeken. Ik ken een aantal christenen die op de universiteit kennis maakten met haar literatuur en zo hun zoektocht naar de God van de bijbel begonnen. Ze schreef dit boek op basis van historische feiten: een jongen uit Tokio, opgevoed door zijn harde grootmoeder die zijn moeder uit huis had gestuurd en doodverklaard vanwege haar christelijk geloof, wordt een man en leert voor zichzelf denken. Uiteindelijk komt hij bij God uit en wijdt hij zichzelf toe aan Hem. Als zijn trein op de dag van zijn verloving in de bergen dreigt te ontsporen, aarzelt hij geen moment en gooit zichzelf op de rails waardoor de trein tot stilstand komt en de andere passagiers het overleven. Kort daarvoor vertelde hij zijn verloofde: ‘Ik wil elke dag voor God en voor de mensen leven. Natuurlijk wil ik zo lang mogelijk leven, maar ik wil ook bereid zijn om te sterven op het moment dat ik daartoe geroepen wordt.’ Waar we normaal ’s avonds laat uitgeput in slaap storten, hebben we in de vakantie nog puf om een documentaire te kijken. Het blijkt een cultureantropologisch kijkje in een Japans festival in de stad Inazawa te zijn. Schrik niet, het gaat om het zogenaamde Hadaka matsuri, het ‘festival van de naakte man’ (gelukkig niets te zien, hoor). Al honderden jaren wordt dit in de winter gevierd en rennen 10.000 mannen gekleed in slechts een stukje wit laken om hun heupen (lijkt op een katoenen luier) naar een tempel om daar de ‘shinotoko’ (godman) aan te raken. Deze uitverkoren man is dan inmiddels 3 dagen ritueel gereinigd in de Shinto-tempel en dient als zondebok voor alle zonde die zijn stadsgenoten in het afgelopen jaar bedreven hebben. Elke man die de naakte shinotoko aanraakt, draagt zijn zonden over en kan met een schone lei beginnen. Het festival gaat gepaard met extreem veel alcohol en alle remmen van de altijd zo ingetogen Japanse mannen gaan los. We hebben het gebeuren met afschuw en verwondering bekeken. Het laat zoveel donkerheid zien en tegelijkertijd is er, ook bij de deelnemers, het besef dat er redding van diezelfde zonde door een 'godman' nodig is. Ik zie nog geen mogelijkheden tot contextualisatie van het naakte man-festival in Grace City Church, maar net als de boeken is door deze documentaire mijn inzicht in de extreem complexe en soms ondoorgrondelijke Japanse cultuur en levensbeschouwing weer verdiept. Hebben jullie nog leestips? Stuur ze op, de tips of als je het boek uit hebt, het boek zelf :)!
kimono-gospel

04 Aug 2011

Waar in andere culturen oplopende temperaturen het temperament losmaakt, werkt dat in Japan niet zo. Ondanks het bloedhete, vochtige weer wordt er nog steeds hard en lang gewerkt, maar behalve werk heeft niemand puf om ergens heen te gaan of iets te doen. Daarom neemt ook Grace City Church in augustus een adempauze. De diensten gaan gewoon door, maar kringen en andere activiteiten stoppen een paar weken. Dat is niet alleen gezond voor de staf, maar er gaat ook een gezond signaal uit naar de gemeente: namelijk er moet een juiste balans zijn tussen werk en rust, inspanning en ontspanning. Maar we konden het niet laten om voor de vakantie nog één knaller te organiseren die, zoals veel van onze activiteiten de gemeenschap van Grace City opbouwt en samenbindt, maar ook evangeliserend is. We organiseerden een zogenaamde yukata-party. Een yukata is een katoenen zomerkimono en dat kledingstuk brengt bij Japanners letterlijk een behagelijk, warm gevoel van ontspanning en genieten boven. Geert ontwerpt de uitnodiging en die vinden meteen gretig aftrek. Onze zaal laat officieel niet meer dan 50 mensen toe en daarom is het uitnodigingenbeleid (tegen de gewoonte van Grace City Church in) zeer conservatief, maar al met al loodsen we er toch met gemak 90 binnen. Ik heb massa's eten eten klaargemaakt en stuur de zonen van Fukuda naar de supermarkt om meer koude thee en cola als de vraag op deze zwoele zomeravond toe blijft nemen. Knaller van de avond, waarbij iedereen pas echt los komt, is het Gospel concert. Grace City's eigen Gospel koor brengt vier liederen ten gehore en het swingt de pan uit. Het is moeilijk te geloven dat er zo'n volume uit die bescheiden, Japanse monden komt. En wie een beeld van Japanners heeft dat ze stijve harken zijn, vergeet het maar! De immer afgepaste en door etiquette bepaalde bewegingen worden vervangen door ritmisch gewieg en geklap. Kijk zelf maar! Keer op keer zijn we weer verbaasd hoe die diepe muziek uit het zwarte Zuiden van Amerika Japanse harten roert. Na het kimono-gospel optreden spreekt dominee Fukuda in zijn grijze yukata op blote voeten iedereen toe en vele oren horen voor het eerst over Jezus. Mission accomplished! Grace City Church en wijzelf gaan het na heftige maanden eventjes iets rustiger aan doen. Otsukaresamadeshita (bedankt voor je inzet)!
twee... nee helaas toch één

25 Jul 2011

Ik word een oudje, merk ik. Niet alleen de toenemende glinstering van mijn zilveren haren, maar ook mijn conditie verraadt dat ik geen 18 meer ben... Zo zak ik uitgeput neer naast een moeder mijn leeftijd terwijl we in de brandende zon talloze spelletjes met kinderen in Ishinomaki doen. Wat genieten de kids van de aandacht, de watermeloen en de cadeautjes die we meebrachten om iets van hun weggespoelde speelgoed te vervangen. De kinderen zijn zelf ook moe, want ze hebben ook vandaag, op zaterdag school gehad in noodlokalen een uurtje rijden van hun eigen zwaarbeschadigde school. Mijn eigen vermoeidheid heeft vast ook te maken met een slapeloze nacht van zeven uren rijden naar het rampgebied, opzetten van tenten om schaduw te bieden aan de buurtbewoners, hotdogs bakken, groente, fruit, kleding, schoenen en kleine huishoudelijke apparaten uitdelen, iets lekkers serveren tijdens een concert, folders uitdelen in de wijk om kinderen uit te nodigen voor het kinderprogramma, etc. Er was genoeg te doen! Als we 's morgens om 6 uur aankomen, grijpt de omvang van de verwoesting me aan. Misschien kan ik een paar indrukken beter via foto's delen:
[caption id="attachment_1832" align="aligncenter" width="300" caption="de tsunami eiste 3.000 slachtoffers hier in Ishinomaki"][/caption]
  [caption id="attachment_1834" align="aligncenter" width="300" caption="totale verwoesting aan de kust"][/caption] [caption id="attachment_1833" align="aligncenter" width="224" caption="Tussen het puin vind ik een mandje met familiefoto's die niemand claimt. Dat betekent dat de eigenaars dood of vermist zijn. Het meisje in de prinsessenkleren is ongeveer Julie's leeftijd - mijn hart breekt. Ik wil naar huis om mijn kleine mensjes vast te houden. "][/caption] [caption id="attachment_1835" align="aligncenter" width="300" caption="Het werk moet nog beginnen, maar ik kom op in het open veld aan als een gebroken mens. Het is nog maar half acht, maar ondanks de hitte zitten er al een aantal bejaarden op ons te wachten. Oma Miyako (84) roept me en vraagt of het wel goed met me gaat. Ik hakkel dat ik okay ben en gekomen ben om haar te dienen. 'Eerst zelf op krachten komen, meisje', zegt ze en duwt me een yoghurtdrankje in de hand. Dat is pas delen als je bedenkt dat alles wat ze ooit bezat is weggeslagen door de tsunami."] [/caption] [caption id="attachment_1838" align="aligncenter" width="300" caption="We delen 400 maaltijden uit. Sommige ontvangers vertellen iets over hun nood, anderen zijn te beschaamd om hun hand op te moeten houden en kijken ons niet aan. Iedereen heeft familie verloren en hun huizen zijn geheel of gedeeltelijk verwoest. Werk is er niet en daarmee geen inkomsten. Families die nog spaargeld achter de hand hebben, komen ook niet verder want er zijn geen timmerlui beschikbaar om de huizen op te knappen."][/caption] [caption id="attachment_1837" align="aligncenter" width="300" caption="We maken pakketjes met groente en fruit en delen andere goederen uit. Het valt niet mee om alles eerlijk te verdelen en we zien ruzietjes ontstaan onder de bewoners."][/caption] [caption id="attachment_1839" align="aligncenter" width="300" caption="Een aantal professionele muzikanten is gekomen om een gratis concert te verzorgen. We verwennen de bewoners met een stukje taart en meloen. Dat hebben ze sinds de aardbeving niet op! Dit buurthuis is pas schoongemaakt. Binnen werden 6 slachtoffers in de modder aangetroffen die daar hun toevlucht hadden gezocht toen de tsunami aan kwam razen... De opgewekte muziek op deze trieste plek brengt hoop voor de buurtbewoners."][/caption] [caption id="attachment_1836" align="aligncenter" width="300" caption="Met tieners uit onze jeugdgroep maak ik speelgoedpakketjes voor de kinderen klaar. Gesponsord door Disney kunnen we hen wat spulletjes geven. Hun glimlach aan het einde van de dag is onvergetelijk."][/caption] [caption id="attachment_1840" align="aligncenter" width="300" caption="Met de de Japanse helpers doet mijn jeugdgroep spelletjes met de kinderen in Ishinomaki. Toen ze per bus terugkwamen van hun tijdelijke school, hebben we ze uitgenodigd. 35 kinderen komen en spelen naar hartelust alle spellen die we hebben voorbereid. Hun moeders kijken toe en verliezen hen geen seconde uit het oog. "][/caption] [caption id="attachment_1841" align="aligncenter" width="225" caption="Op de foto met moeder Kamata. Ze klamt zich aan me vast omdat ze zo dankbaar is dat ze haar zoontje Tsubasa voor het eerst in lange tijd weer eens ziet lachen en genieten. Na elk spel rent hij naar zijn moeder toe en vraagt of ze nog lang niet naar oma's huis terug hoeven te gaan."][/caption] Met de foto van Kamata ben ik terug bij het begin van mijn verhaal. Naast haar zakte ik neer na een ronde tikkertje. Ik had gezien hoe de zesjarige Tsubasa telkens naar haar toekwam en hoe ze met haar opgepropte tissue haar tranen droogde. Ik geef haar een compliment dat Tsubasa zo'n heerlijk 'genki' (typisch Japans woord dat gezond en levendig betekent) jongetje is. 'Nu wel', zegt ze met een doffe blik in haar ogen. Ik vraag haar hoewel kinderen ze heeft. 'Twee, één, twee, nee helaas toch één...' Haar drie jaar oude dochtertje werd voor haar ogen door het kolkende water van de tsunami weggevoerd. Kamata weet niet hoe ze verder moet. Haar huis is weg en ze is tijdelijk bij haar ouders ingetrokken. Ze klamt zich vast aan Tsubasa. Hij is alles wat ze nog heeft en wat de toekomst zin geeft.    
reconnecting

14 Jul 2011

In de afgelopen week had ik veel mogelijkheden om de banden met een aantal vrouwen weer aan te halen, contacten die sinds de aardbeving wat verwaterd waren. Ook ging ik in gesprek met Julie's juf die probeerde voorbeden aan Japanse goden af te dwingen. Een spel, een culturele traditie noemde ze het, maar het ging ons te ver. Deze week vierden ze op school het zogenaamde tanabata feest. De legende is dat de goden Orihime and Hikoboshi (gerepresenteerd door twee sterren) verliefd werden, trouwden, maar door het lot gescheiden werden door de melkweg. Alleen op de zevende dag van de zevende maand kunnen ze elkaar ontmoeten. Dat wordt gevierd door bamboetakken te versieren en gebeden op vrolijk gekleurde papiertjes in de boom te hangen. De wind neemt ze dan mee naar de goden die dolgelukkig weer even bij elkaar zijn. Over reconnecting gesproken! Het was voor ons ook een reden om even met de juf te reconnecten en haar onze bezwaren uit te leggen over het opschrijven van de voorbeden. Ze kon zich er niets bij voorstellen dat onze God geen speciale datum, papiertjes of wind nodig heeft om onze gebeden te horen. Maar dat Hij de melkweg, tijd, papier en wind zelf gemaakt heeft! Gaaf was het ook om Miga, een Japans meisje dat zojuist een jaar lang in Nederland bij een christelijk gastgezin gewoond heeft weer te zien nadat we haar vorig jaar september op de Veluwe ontmoetten. We namen haar voor het eerst naar onze (Japanse!) kerk.. Haar eerste ervaring met het Evangelie in Japan. Het aanhalen van de banden met onze buren leverde minder rooskleurige beelden op. Zo aten we bij de buren waar de echtgenoot een affaire heeft. De 25 jaar jongere maîtresse is inmiddels zwanger en geaccepteerd door zijn ouders. De buurvrouw zit volledig klem: als ze erover wil praten, vernedert hij haar met een batterij verbaal geweld; als ze weg zou willen, is niet alleen schaamte maar ook armoede haar lot. Ik kan behalve luisteren niets voor de buurvrouw doen. We zouden samen de stad in gaan om rustig te praten, maar hij vertrouwde het niet en eiste dat we bij hen thuis kwamen. Ik kon weinig proeven door de spanning die in de lucht hing. Andere buren hebben sinds de aardbeving hun toevlucht gezocht tot hun oude, vertrouwde goden. Vanaf de voordeur volgde ik het spoor van afgodenbeeldjes naar de woonkamer, waar een hele godenplank ingericht was om bescherming te bewerkstelligen. Jammer, ze leken zo open te staan voor het Evangelie. Maar we geven niet op en zijn blij dat onze vriendschap weer bevestigd is. Herinner je je Wang nog? Mij tandarts-vriendin. Ze twijfelt of ze niet terug moet naar haar geboorteplaats omdat het drukke leven in Tokio niet brengt wat ze hoopt. De veertig monden die ze elke dag inspecteert en repareert bieden geen vriendelijk woord en zeker niet de echtgenoot waar ze naar verlangt. Daarom wil ze terug naar haar ouders. Haar huwelijskkansen op het platteland liggen heel laag, maar daar heeft ze in ieder geval nog de gezelligheid van thuis. Dit wanhopige idee komt voort uit intense eenzaamheid. Maandag lag in bij haar in de stoel en zag haar lege, droevige blik boven haar mondkapje. Ik vroeg Wang om na haar dienst gezellig te komen eten. Dat hoefde ik geen twee keer te zeggen... Ze speelde spelletjes met de kids en bloeide helemaal op. Thuis leeft ze met haar bulldog op gekookte eieren, omdat ze het niet op kan brengen om wanneer ze 's avonds laat thuiskomt te koken. Vergeleken daarmee is zelfs mijn eten een feestmaal :)! Ik kan de lijst met reconnections nog eindeloos aanvullen. In de afgelopen vier dagen hadden we elke dag voor de lunch en het avondeten gasten aan tafel. Als je in Japan gasten krijgt, verwachten ze een gekookte lunch, dus je begrijpt dat ik inmiddels ook toe ben aan een keertje niet koken - dat wordt een gekookt eitje voor ons! Ik heb het idee dat we eigenlijk even pas op de plaats moeten maken, want het is echt te druk. Het intensieve werk in de gemeente in combinatie met het homeschoolen en de normale zorg voor de kids levert een chronisch slaaptekort op. Dan de extreem vochtige hitte erbij... Laat ik vanavond niet mopperen, want aanstaande nacht kan ik tenminste slapen. Morgenavond rond middernacht vertrek ik met de jeugdgroep naar Ishinomaki in het rampgebied om daar maaltijden te maken en met een kinderprogramma te helpen. Vandaag heb ik tassen vol speelgoed en snoepjes voor hen gekocht, om ook de kinderen een keer te verwennen en een heel klein beetje van hun door de tsunami weggespoelde speelgoed te vervangen. Nu dus gauw wat uurtjes slaap pakken: oyasuminasai (welterusten)!  
druk, druk, druk

01 Jul 2011

Je hebt het vast al gemerkt door het uitblijven van een nieuwe bijdrage aan de weblog: het is druk, druk, druk in Huize de Boo. Aangezien het overgrote deel van de staf van Grace City Church zich nog altijd voltijds aan het verlenen van noodhulp in het rampgebied wijdt, ligt vrijwel alle gemeentewerk op ons bordje. En die gemeente is ook nog maar net aan het opkrabbelen na alle heftige gebeurtenissen van de afgelopen maanden. Voeg daarbij temperaturen van boven de 35 graden, hoge luchtvochtigheid, een nijpend electriciteitstekort omdat slechts 11 van 54 kerncentrales in Japan functioneren -dus nauwelijks airco-, een klein appartementje met twee vakantievierende scholieren en twee zwetende dreumessen en je hebt een aardig plaatje van het klimaat hier. Alleen Julie houdt het koel door te spetteren in haar zwembadje op de kleuterschool. Toch proberen we er het beste van te maken. We wisselen elkaar af met werken en degene die de zorg voor de kinderen heeft, doet iets leuks met ze. Zo gaan we naar een speelhal die pas hier in de buurt geopend is, waar ze in allerlei netten kunnen klimmen. Of we halen een ijsje. Of doen een spel. Sommige dingen bieden een mooie aanleiding voor wat vertier, bijvoorbeeld als er gemeenteleden of zoekers die komen eten. Of Berends verjaardagsfeestje voor zijn vriendjes. Verder geef ik ze elke dag geschiedenis, aardrijkskunde, natuur- en techniek en Nederlandse les. Ze mopperen soms even als ze moeten beginnen, want de lego en playmobil trekken, maar vinden het eigenlijk hartstikke leuk als we even bezig zijn. En het Nederlandse Haribo-snoepje als beloning na een paar uurtjes studeren doet ook wonderen (dank voor het opsturen, lieve mensen!). Doordat dominee Fukuda regelmatig afwezig is, moet Geert naast zijn gebruikelijke taken veel opvangen voor de diensten en kringen. Mijn grootste stressbron ligt in een stagiair voor het jeugdwerk die ik begeleid maar totaal niet functioneert. Ik zal niet in detail treden, maar de maat is vol wat mij betreft. Maar het ligt moeilijk om hierover rechtstreeks te communiceren in Japan, want streven naar harmonie is veel belangrijker dan het oplossen van conflicten. En toegegeven, ik ben niet helemaal objectief in dit geval, want het gaat wel om iemand die niet zorgvuldig met mijn (en de andere) kinderen omgaat. Daarnaast gaat Geert vanavond met een mega-groep van 25 vrijwilligers die hij verzameld heeft naar Ishinomaki om huizen schoon te maken, hamburgers te bakken met de eigenaar van een franchise van de Japanse fast food keten Mos Burger, fietsen te brengen en nog veel meer. Geweldig hoe onze oproep aan de jonge professionals in ons doelgebied in het hart van Tokio zoveel navolging vindt! Over twee weken is het mijn beurt en neem ik de jeugdgroep mee naar Ishinomaki. We hopen dan de kinderen daar een leuk programma met spelletjes, knutselen en liedjes aan te bieden. Hopelijk kan ik ook ruimte in het budget vinden voor wat lekkers en om wat van het weggespoelde speelgoed te vervangen. Vooral een aantal meiden in mijn groep zien er best tegenop om de schrijnende situatie daar onder ogen te moeten zien, maar ik denk dat het goed voor ze zal zijn. We zijn als groep in de afgelopen maanden gegroeid en ze nemen inmiddels ook vaak vriendinnen mee naar de events van hun jeugdgroep genaamd Band of Grace. Zo kookten samen we een Mexicaanse maaltijd bij ons thuis en waren we opnieuw in de karaoke-tent te vinden (help!). In de gemeente zijn er ook vaak kansen om het nuttige met het aangename te combineren. Zo trok de Grace picknick veel mensen die voor de kerkdienst met elkaar in het park naast het keizerlijk paleis wilde eten. En dit weekend organiseer ik een Dessert Party voor vrouwen die op die manier hun vriendinnen kunnen introduceren aan Grace City Church. Iedereen brengt een taart of toetje mee om te delen, dus dat komt best goed met de calorieën. Wel opvallend hoeveel mannen opeens belangstelling hebben voor dit Amazing Grace vrouwen-event... Je hoort het al, druk, druk, druk hier, maar als je vraagt hoe het gaat, zou ik ook zeggen goed, goed, goed. Een beetje extra slaap of een uurtje samen zou geen kwaad kunnen, maar in augustus breekt ook hier rust aan. Tot die tijd buffelen we lekker door.
vloedgolf

17 Jun 2011

Het leven is hier druk. Vandaag zo'n gemiddeld dagje. Als ik Julie naar school heb gebracht, help ik speelgoed maken van recycle materialen zoals kartonnen dozen, touw, etc. voor het buurtfestival. Julie's kleuterschool heeft ook een stand en daar willen ze de zelfgemaakte spulletjes verkopen. Op z'n Japans met alle moeders op de rieten tatamimatten in de productielijn. Ik werkte aan de Chinese tollen tafel en had als dankbare taak de kartonnen rondjes met een vrolijk stuk tape aan elkaar te plakken. Daarna de twins naar bed en een uurtje aan de slag achter de computer; veel mail als follow up van de staf-vergadering van gisteren. Vervolgens nette kleren aan voor de maandelijkse lunch die ik voor de christenen organiseer die in de financiële sector in ons doelgebied werken. Ze worden aangemoedigd om ook hun niet-christelijke collega's mee te nemen. Nadat we met z'n twaalven samen hebben gegeten, uit de bijbel hebben gelezen, gebeden, en gedeeld over hoe het is om christen op de werkplek te zijn, nodig ik hen uit voor verschillende activiteiten die we in de stad organiseren. Denk aan de Gospel-workshop, vrijwilligersprojecten voor de noodhulp in het rampgebied, een dessert party voor vrouwen, kringen, etc. Na de lunch een kop thee met twee vriendinnen uit de kerk als alternatief voor hun kringbezoek deze week. Die bijeenkomst werd onderbroken door een paniekerig telefoontje een ander gemeentelid dat kampt met depressieve gevoelens na de geboorte van haar jongste kind. Ik haast me naar haar toe, ze duwt me haar pasgeboren baby in de armen en vlucht het huis uit. Daar bel ik Geert die redelijk gestresst aan het raken is omdat hij veel werk te doen heeft, maar met vijf kids thuis zijn lijst maar niet afgewerkt krijgt. Als ik thuiskom, kan hij zich terugtrekken en zijn werk afmaken terwijl ik met de meiden knuffel en speel. Spelletjes doen met de jongens en eten koken. Op z'n Koreaans vanavond: bulgogi rundvlees op rijst met salade. Als alle meisjes op bed liggen en de jongens in pyjama op de bank hun boeken lezen, gaat Geert een beginnersbijbelstudie doen met een zoeker. Ik ga weer de stad in. Deze keer voor een kring waar vrouwen aansluitend aan hun werk naar toe gaan. Je weet nooit hoeveel er komen, ergens tussen twee en zes. Ik heb geen tijd gehad om de bijbelstudie voor te bereiden. Gelukkig maakt dominee Fukuda elke week een set vragen bij de tekst waarover hij preekte op zondag. Er is nog geen bekende in Starbucks, dus begin ik zelf de tekst en de vragen te bestuderen. De bijbelstudie gaat over diaconaat, naar aanleiding van Mattheus 25:35-40 ('alles wat jullie gedaan hebben voor een van meest onaanzienlijke van mijn broeders, dat hebben jullie voor mij gedaan'). Fukuda noemt ook Psalm 104:  '1 Prijs de HEER, mijn ziel. HEER, mijn God, hoe groot bent u. Met glans en glorie bent u bekleed, 2 in een mantel van licht gehuld. U spant de hemel uit als een tentdoek 3 en bouwt op de wateren uw hoge zalen, u maakt van de wolken uw wagen en beweegt u op de vleugels van de wind, 4 u maakt van de winden uw boden, van vlammend vuur uw dienaren. 5 U hebt de aarde op pijlers vastgezet, tot in eeuwigheid wankelt zij niet. 6 De oerzee bedekte haar als een kleed, tot boven de bergen stonden de wateren.' Tim Keller (dominee van onze partnerkerk Redeemer in New York) zegt in zijn boek Ruim baan voor Gerechtigheid dat 'de bijbel het maken van de wereld niet alleen als het bouwen van een huis beschrijft, maar ook als het weven van een kledingstuk. God maakte van chaos kosmos en maakte van een kluwen een tapijt. Het weven van kledingstukken in de oudheid duurde lang en daarmee waren zulke kleren heel waardevol. Ze dienden als een toepasselijke metafoor voor de wonderlijke wereld. Geweefde stof bestaat uit onnoemelijk veel draden die aan elkaar verbonden zijn. Nog meer dan de metafoor die uit de wereld van architectuur komt, geeft de metafoor van de stof het belang van relaties aan. (vrij vertaald uit het Engels door ondergetekende…) Mijn gedachten dwalen af naar het rampgebied, de noodhulp die de kerk daar in Jezus' naam biedt en de contacten die daar gelegd worden. Ik blijf hangen bij vers 6 van psalm 104. Hoe de aarde bekleed is met wateren. De beelden van de tsunami komen op mijn netvlies aanrollen. Ik pak een pen en krabbel op mijn printje van de bijbelstudie. Opeens besef ik dat na meer dan half uur nog steeds niemand op is komen dagen. Ik check en vind berichtjes op mijn telefoon over ziekte en overwerk. Het is jammer dat we de bijbelstudie niet samen hebben kunnen doen, maar de tijd die ik, heel zeldzaam, zelf had om te focussen op dit onderwerp was zeker waardevol. Dit waren de krabbels op het printje die mijn gedachten samenvatten: vloedgolf het water beukt tegen de Godverlaten vestingen van trots en zelfgenoegzaamheid de aarde schreeuwt haar geweldenaars wakker en verzwelgt de zwakken het is niet eerlijk roepen de getrouwen en aanstichters in een monsterlijk koor jullie hebben gelijk fluistert hun Maker in de wind maar Ik heb niets gebroken wat kapot is en aan verval onder hevig verbruiken jullie zelf tot op de draad ik weefde het kleed en met glorieuze perfectie gaf Ik het mijn eigen kroon nu rafelt het en barst het op de naden de meeste steken zitten los Ik zal mijzelf opnieuw omkleden met stof dat tot mij weerkeert Ik was het schoon en maak mijn gewaad weer heel herstel het met de vloed van genade
niet vergeten

13 Jun 2011

Nederland is Japan en alle leed dat hier nog onverminderd doorgaat nog niet vergeten. Kijk maar naar deze 'flashmob' zoals die deze Pinksterdagen op de Opwekking-conferentie plaatsvond. Vijftig duizend christenen die biddend hun liefde aan Japan laten zien! Dank voor alle voorbede, financiële steun en bemoediging, Nederland! Dat helpt de Japanners en ons om door te zetten in deze donkere omstandigheden...
huisvrouwtjes

08 Jun 2011

De updates van onze kant zijn natuurlijk maar momentopnames, kleine brokjes informatie waarvan we hopen dat ze een indruk geven van ons leven en werk hier. Neem bijvoorbeeld onze recente rondzendbrief. Een ander voorbeeld willen we jullie niet onthouden, namelijk een korte video van Fleur en Lucile die we gisteren maakte. Het zijn echte meisjes die van roze tuttelspulletjes, handtasjes en eindeloos haren borstelen houden. Kijk maar hoe druk deze huisvrouwtjes in de weer zijn met hun boodschappenkar en stofzuiger... Op de goede weg om een degelijke Spreuken 31 vrouwen te worden?    Tenslotte nog een uit de oude doos. Een familiefilmpje opgenomen een paar weken voor de aardbeving maar nooit gepubliceerd. Dit is het tafereel: alle kinderen zijn thuis en Thom besluit een nieuw stuk op de piano te oefenen, namelijk 'Funiculi, Funicula' van Luigi Denza. Julie hoort de muziek en zegt, 'hé, dat liedje ken ik, dat heb ik net op school geleerd!'. Het blijkt dat Japanse kleuters op die muziek een liedje zingen over de onderbroek van een oni (demoon). De tekst luidt: 'De onderbroek van een demoon is leuk. En heel sterk. Het is gemaakt van een tijgervel. Het is zo sterk. De onderbroek is zo sterk dat je hem wel 5 jaar kunt gebruiken. Het is zo sterk. De onderbroek is zo sterk dat je hem wel 10 jaar kunt gebruiken. Het is zo sterk. Laten we allemaal demonen-onderbroeken aantrekken. Jij en jij en ik. Laten we allemaal demonenonderbroeken aantrekken!' Er hoort ook een oni-hoofdband en aantal bewegingen bij het liedje. Kijk maar! Een prachtig staaltje cultuur-fusion en, mooi meegenomen, een kans om te zien hoe Fleur en Lucile in de afgelopen 3 maanden gegroeid zijn...  
radioactieve souvenir

01 Jun 2011

Als je in Japan bij iemand op bezoek gaat, dan behoor je een zogenaamde 'omiyage' of souvenir mee te nemen. Zeker als je net op een bijzondere plek bent geweest. Zo slepen alle Japanners grote tassen vol koek en chocola bij Tokyo Disneyland vandaan en kan je in elk hutje bovenop een berg prachtig verpakt lekkers uit die regio kopen. Met lege handen thuiskomen kan niet. Familieleden, buren, collega's of gemeenteleden worden getrakteerd op exotische delicatessen. Ga je bij iemand op bezoek, dan neem je zeker iets mee, iets dat je recent op een mooi plekje (bijvoorbeeld je geboorteplaats) gekocht hebt of een specialiteit van waar je nu woont. Gisteren kregen we bezoek. Onze gasten overhandigden twee prachtige pakjes. Eén verpakt in mooie tekeningen van wilde bloemen van het noordelijk eiland Hokkaido. Volgens de etiquette met twee handen aangenomen, diep gebogen, bedankt en goed zichtbaar op een ereplaats in de woonkamer gezet. De gasten drongen erop aan om samen van de lekkernijen te genieten. Daarom het eerste pakje voorzichtig opengemaakt en de bloemvormige witte en roze chocolaatjes bewonderd. Was het mijn verbeelding of smaakten ze ook naar bloemen? Het zou niet verbazingwekkend zijn want crysanten worden als groente gegeten en blaadjes van kersenbomen gevuld met rijstcake worden in de lente gretig verorberd. Maar er was nog een tweede pakje. Met sierlijke Japanse letters erop. Een typische omiyage. Er zat een verhaal aan. Het was een traktatie die was meegenomen vanaf de locatie waar de huwelijksreis van vrienden vorige week doorgebracht werd. Ik hoopte op heerlijk Hawaiiaanse macademianoten in chocolade of gedroogde mango uit een ander Aziatische land. Maar de karakters op de verpakking duidden op een plek in Japan. Een bijzondere plek, dat zeker. Dit kersverse bruidspaar was op huwelijksreis naar Fukushima geweest. Fukushima! Doet dat een belletje rinkelen? Daar is de kernramp gebeurd. Ze vertelden dat ze mee wilden helpen om het toerisme daar te stimuleren. Bovendien was het verblijf spotgoedkoop. Aarzelend maak ik het pakje open. Ik hoop dat het zal oplichten in het donker. Was het maar zo gemakkelijk, dat alles wat radioactief besmet is glow-in-the-dark is. Wat een dilemma. Ik wil niet ondankbaar zijn, maar ook niets eten dat vlakbij de ontplofte kerncentrale geproduceerd is. In de winkel check ik alle producten of ze niet uit die regio komen. Nog giechelend over het verhaal van de huwelijksreis met de bizarre bestemming, nemen we kleine, beleefde hapjes van het onbestemde goedje. Een vormeloze, transparante rijstcake met daarin bonenprut. Ook in het doosje is sprake geweest van een meltdown, mompelt Geert. Ik glimlach zuur. Gauw doorslikken en hopen dat het snel de uitgang weet te vinden.
straf of zegen

28 May 2011

De aardbeving en tsunami en vooral de gevolgen ervan domineren hier nog altijd het nieuws. Deze week werd (eindelijk!) duidelijk dat er een meltdown is geweest in alle drie reactoren in kerncentrale van Fukushima. Langzaam maar zeker ziet iedereen onder ogen dat het heel lang zal duren voor er sprake van volledig herstel zal zijn in het rampgebied. De ergste voedselnood is voorbij en de eerste noodwoningen worden opgeleverd. Wat nog niet voorbij is, is de oeverloze discussie onder zendelingen in Japan. Was de aardbeving een straf van God, een opgeheven, hevig schuddende vinger als laatste waarschuwing voor dit land waar zonde hoogtij viert? Of was de aardbeving een zegen die kansen voor de verspreiding van het Evangelie biedt? De school van onze jongens wordt deze weken extra in de gaten gehouden omdat het als Amerikaans instituut een potentieel doelwit voor terroristen zou kunnen zijn. Toch lukte het eerder deze week een onbekend Maleisisch zendingsechtpaar om de campus op de glippen en daar op het terrein van de school hun onheilsboodschap aan de leerlingen te verkondigen. Ze vertelden de kinderen dat het Japans eigen schuld was dat rampspoed toesloeg omdat ze hun zonden niet onder ogen zien en God niet om vergeving smeken. Daarom wil God Japan vernietigen volgens hen. Je begrijpt dat hun boodschap niet helpt als je die preekt tegen kinderen die toch al worstelen met angst en trauma's. Ook andere zendelingen blaten deze boodschap rond. Of je hun mening deelt of niet, het is ongetwijfeld één van de meest contraproductieve manieren van zending bedrijven. We hebben ook collega's die de aardbeving als een zegen zien. God zou door deze ellende Japanse christenen en zendelingen de kans geven om het Evangelie handen en voeten te geven. Heel concreet door degenen in nood te helpen. Trouwe gelovigen die eerder worstelden met hun diaconale roeping en niet zagen hoe ze hun naasten konden dienen, steken nu de handen uit de mouwen. Dat klinkt allemaal best vroom, maar ik heb er moeite mee om zo'n diepdonkere gebeurtenis als 'zegen' aan te duiden. Waar ik sta in deze discussie (die ik overigens heilloos vind, want het brengt meer verdeeldheid dan eenheid en kost veel tijd en energie die veel beter besteed zou kunnen worden...)? Ik zie de aardbeving en tsunami als grote oprispingen van gebrokenheid. Letterlijk in dit geval, de gebrokenheid van de aardkorst. Gebrokenheid die zoveel lijden veroorzaakt. We zien het in de natuur waar alles verwoestende krachten rondrazen, we zien het in individuele levens (denk alleen al wat er de laatste paar maanden aan ziekte en dood in onze gemeente rondwaart - ernstige ongelukken, kanker, doodgeboren babies, etc) en we zien het in zondige patronen van mensen. Het maakt je soms letterlijk ziek. Ik herinner me hoe ik als medewerker in de Tweede Kamer dagelijks de knipselkrant van het Ministerie van Justitie door moest lezen. Soms wel 40 pagina's met pure ellende: het Guinness recordboek van zonde. Daarna voelde ik me vaak zo beroerd. Het waarom van de aardbeving ken ik niet. Wel zie ik hoe we onze energie kunnen gebruiken om voor zoveel mensen in Japan tot een zegen te zijn. Onze taak ligt vooral in het opbouwen van de gemeente in Tokio die na 11 maart in een nieuwe realiteit terecht is gekomen. Vanuit de gemeente gaat het werk in het rampgebied door Grace City Relief ook gestaag door. Dit weekend proberen we die twee werelden te linken en bieden we de jonge professionals een kant-en-klaar project aan om in Ishinomaki (een derde van deze stad is weggevaagd door de tsunami) als vrijwilliger te gaan helpen. Dertien yuppen hebben gereageerd en Geert begeleidt hen. Vanmiddag hebben we samen bij een groothandel massa's water en koek gekocht. Een koffiebrander sponsort ons met kilo's gemalen koffie en bekers. De vrijwilligers bieden tussen het puin ruimen door de bewoners verse koffie met muffins aan om zo samen even op adem te komen en vooral om naar hen te luisteren. Verder hebben ze vanmorgen in onze wijk volop banden geplakt van achtergelaten fietsen die niet meer bij de openbare fietsenstallingen geclaimd worden. De gemeente stelde ze graag ter beschikking. Deze vrachtwagen vol fietsen maakt hopelijk een stukje van de gemeenschap van Ishinomaki weer mobiel. Ookal is de meest basale infrastructuur weer hersteld (lees puinvrij gemaakt en de grootste scheuren provisorisch  gedicht), niemand kan zich daar verplaatsen want alle auto's en fietsen zijn weggespoeld. Toen Geert vanavond alles ingeladen had en op pad wilde gaan, brak er hier thuis een zondvloed van tranen los. Berend smeekte hem om niet te gaan en Julie wilde haar papa niet los laten. 'Het is te gevaarlijk, papa' en 'ga nou niet', klonk het. Wij hebben samen deze missie voorbereid en waren daarmee aan het idee gewend dat Geert naar het rampgebied zou gaan. In dat proces hebben we de kinderen niet voldoende meegenomen, zien we nu. Toen hij daadwerkelijk op pad ging, kwam dat rauw op hun dak. Een gebed van Thom, warme chocolademelk op de bank terwijl buiten de tweede typhoon van dit seizoen eraan komt en veel knuffels deden wonderen. Maar als ik eerlijk ben, kijk ook ik er naar uit dat mijn hubbie morgen weer veilig thuiskomt...
Boo-kids

25 May 2011

Niet alleen voor ons lijkt elke dag voorbij te racen, ook het leven van de kids staat niet stil. Groeien, ontwikkelen, steeds meer kunnen en steeds meer willen. Het is hier al niet anders dan in Nederland, ook hier hebben kinderen een druk programma. Het verschil is alleen dat Japanse kinderen vrijwel al hun vrije tijd op één op andere manier aan studeren moeten besteden, terwijl wij als Nederlandse ouders voorkeur geven aan meer ontspannende naschoolse activiteiten. Neem Thom bijvoorbeeld. Hij is nu 11 jaar en zo leergierig. Zo schreef hij een lijvig werkstuk over de Europese Unie en bestudeerde hij het element Neon. Verder is hij veel met muziek bezig. Gelukkig gaat hij naar een school waar hij mag meezingen in het koor en allerlei instrumenten kan leren bespelen. Het schooljaar loopt op zijn eind en daarom heeft hij elke week een concert om te laten horen wat hij dit jaar geleerd heeft. 's Avonds is het huis een kakofonie wanneer er op de piano, cello en klarinet geoefend wordt. Vandaag had hij een wendag op 'Middle School'. Jawel, in het Amerikaanse systeem ga je na 5th Grade (groep 7) al  naar de middelbare school. Daarom vandaag een echt lesrooster, verschillende leraren en lunchen met de pubers. Thom heeft er zin in, hij kijkt uit naar meer vrijheid en meer verantwoordelijkheden. Zijn favoriete boeken en film zijn die van Diary of a Wimpy Kid (http://www.wimpykid.com/), je raadt het al, het gaat over een jongen die probeert te overleven op Middle School... Berend leest de boeken van Wimpy Kid ook mee. Nou ja, wat leest hij niet? Hoewel hij dit schooljaar in 3rd Grade (groep 5) pas in oktober begon, heeft hij er sindsdien al meer dan 11.000 geregistreerde leesminuten opzitten. Dat moeten we als ouders bijhouden voor de juf, maar ik vergeet het soms op te schrijven. Dat is in Berends geval niet zo'n probleem. De bibliotheek op school heeft weinig meer te bieden, daarom ben ik dankbaar voor de rommelmarkt die twee keer per jaar op school plaatsvindt. Daar slepen we dan stapels boeken voor 50 yen per stuk vandaan. Berend is een dromer en reist in gedachten wat af met zijn 'literaire' held Geronimo Stilton (http://www.dewakkeremuis.nl/). Zijn andere passie is Lego. Toen hij vanavond voor een huiswerkopdracht op moest schrijven wat hij later wil worden, schreef hij zelfverzekerd: piloot en lego-designer. Hij moet nog even wachten, maar wil voor zijn negende verjaardag volgende maand alvast een voorproefje: een Lego space shuttle... Julie is vandaag op schoolreis geweest. Ze is net 5 jaar geworden, zit in de tweede klas van de Japanse kleuterschool en steekt een kop uit boven haar klasgenootjes. Het leven in de nieuwe klas is een stuk harder geworden. Volgens de juffen zijn ze nu 'oneesan' (letterlijk grote zus) of 'oniisan' (grote broer) geworden en dat gaat gepaard met een strakker regime. De juf dwingt met haar harde stem genadeloos orde af en duldt geen kleutergeklungel. De filosofie is dat de kinderen gehard moeten worden om te leren door te zetten in het leven. Discipline is goed, maar het is duidelijk dat Julie en haar klasgenootjes minder vrij en blij naar school gaan. Daarom is het volgens ons zo langzamerhand tijd om aan het einde van de zomer over te stappen naar dezelfde school als Thom en Berend, Christian Academy in Japan. Gelukkig heeft ze alle Engelse tests en interviews goed doorstaan en is ze aangenomen om daar nog een jaar heerlijk ontspannen te kleuteren. Als ze uit school komt, laat ze het trouwens wel gemakkelijk achter zich. Dan knutselt ze en huppelt ze als een ballerina door het huis. Haar nieuwste ontdekkingen zijn stickers, Barbies en jurkjes! Jawel, allemaal roze. Fleur wordt net als als zusje Lucile deze week anderhalf. Ze zijn met hun 11 kilo nog kleine meisjes en de maandenlange behandeling van hun heupjes vanwege de dysplasie heeft voor wat vertraging bij het leren lopen gezorgd. Maar afgelopen zaterdag was het zover: Fleur zette haar eerste stapjes! Niet dat ze eerder niet in beweging was; als een aapje klimt ze al weken overal bovenop. Met Lucile danst ze op de eettafel of samen plukken ze alle puzzels van een plank in de kast waarvan we overtuigd waren dat ze er niet bij konden. Wat is er mooier dan een tijdje stilletjes 'zwemmen' in honderden puzzelstukjes en dan samen schateren zodat mama komt kijken. Drie keer per dag trekt ze uit alle macht aan haar romper en roept voor de badkamer deur 'ba.. ba!' omdat ze in bad wil spetteren. Veel rust om op schoot te knuffelen heeft Fleur niet, want er is altijd wel iets nieuws te ontdekken en samen te giechelen met een broer of zus. Behalve als je haar haartjes borstelt, dat is haar grote hobby en dan kijkt ze zo hemels. Lucile geeft op het eerste gezicht de indruk dat ze alles wat rustiger aandoet. Toegegeven, ze houdt nog steeds vast als ze loopt, maar wat het klimmen en kattenkwaad betreft doet ze niets voor Fleur onder. Zelfs met haar rechterbeentje volledig uit de kom! Daar gaat op 7 september iets aan gebeuren wanneer de orthopeed haar hier inTokio gaat opereren. In tegenstelling tot de Nederlandse arts wacht hij liever nog een paar maanden, zodat haar organen nog beter ontwikkeld zijn om de ingrijpende operatie te ondergaan en ze ook sneller zal kunnen herstellen. Het liefst heeft hij dat ze dan al kan lopen, zodat haar spieren sterk zijn. Hij heeft veel vertrouwen in een goede uitkomst en wij hopen mee. Lucile gaat in ieder geval nog een paar vrije, gipsloze maanden tegemoet! Die brengt ze heel graag met haar duimpje in haar mond op schoot door. Of met een boekje op de bank. Net als Fleur heeft beauty ook Lucile's aandacht. Toen Fleur door een overvolle luier een schone broek aan moest, viel het Lucile al snel op dat ze een andere broek aan had. Ze ging op zoek in hun kamertje en vond dezelfde broek. Ze wurmde haar eigen broek uit en kwam dezelfde broek als Fleur bij ons brengen. Die moest en zou ze aan!
vlinders en motten

15 May 2011

Woorden dansen altijd door mijn hoofd en volgens sommigen vinden vaak veel te veel van die woorden de uitgang via mijn mond. Waar of niet, op elk wakker moment vormen al die los fladderende woorden een verhaal, vraag, discussie of bijdrage voor deze blog. Niet deze keer. Het blijven massa's rond krioelende vlinders. Sommige diepdonkere motten, alleen de nacht kan ze verdragen. Zoals maandagochtend toen ik Thom en Berend naar een verderop gelegen station probeerde te krijgen. De treinlijn die ze elke morgen vroeg nemen, was gestremd vanwege een zelfmoord. Een van de velen die het leven op maandagochtend niet ziet zitten had hun lijn gekozen voor zijn laatste noodkreet. Op weg naar een ander station was er weer die vraag: 'waarom doen ze dat toch, mama?' Ik had geen antwoord en de motten begonnen rond te vliegen. Bij de bushalte werden we als enige buitenlanders in een massa Japanners toegang tot de bus geweigerd. Waarom? Raad maar. Anders zijn in Japan heeft consequenties. Gelukkig had ik door het rennen geen adem om de mijn negatieve woorden te laten vliegen. Gelukkig zijn er allerlei manieren om de motten te verjagen. Het mooiste antwoord hoe de motten door vlinders vervangen kunnen worden is natuurlijk dat de Here God dat zelf voor ons kan doen. Hij geeft kleur en hoop aan ons bestaan. Maar er zijn ook allerlei andere manieren. Zo probeer ik me sinds we terug zijn in Japan wat tijd te gunnen om tussen de bedrijven door wat te lezen. Sinds lange tijd weer eens wat aandacht voor poëzie. Bert liet als commentaar op de blog van 21 april een prachtig gedicht van Margreet Spoelstra achter en daardoor geïnspireerd kocht ik op de rommelmarkt van Christian Academy in Japan een bundel van Emily Dickinson. Verder net 'Haar naam was Sarah' van Tatiana de Rosnay uitgelezen. Het is goed de creativiteit van anderen te laten spreken als je zelf even weinig te bieden hebt. Een balletuitvoering van The Messiah door het Oostenrijks Ballet Gezelschap in Tokio en celloconcert van Thom vormden de hoogtepunten van de week. Als mooie vlinders die zomaar langsfladderen, je doen stoppen en omhoog kijken terwijl rest van het leven langs raast. Over mooi vlindertjes gesproken, ons eigen roze fladderaartje Julie is vandaag 5 jaar geworden. Wat heeft ze uitgekeken naar deze dag! Samen een taart gebakken met een groot hart erop van roze suikerkristallen en vijf bloemenkaarsjes. We zijn dankbaar voor vrienden hier die begrijpen hoe belangrijk zo'n verjaardag voor ons is. Hoewel in Japan verjaardagen niet gevierd worden omdat ze te veel de aandacht op het individu zouden richten, kwamen ze vanmorgen met lieve meidencadeautjes en zelfs een mini-bosje bloemen voor Julie! Dat maakte het feest compleet. Een vlindertje op haar jurkje, vlindertjes op de feest-servetjes en op de 'happy birthday' slinger die ik voor haar in Amerika gevonden had. Een supervlinderdag waar de motten niets aan af kunnen doen...
afstand nemen

06 May 2011

Het is deze week de zogenaamde Gouden Week in Japan. Dat betekent een reeks van drie opeenvolgende nationale feestdagen: 3 mei is de dag van de Grondwet, 4 mei is Groen dag en 5 mei is Kinderdag. Vooral die laatste werd dit jaar uitbundig gevierd. De symbolische karpervlaggen wapperden door het hele land, zelfs boven de puinhopen in de gebieden zwaar getroffen door de aardbeving en tsunami. De karpers die tegen de stroom inzwemmen staan voor Japan die doorzet om er weer bovenop te komen. Het is zeldzaam dat Japanners een aantal vrije dagen achter elkaar hebben, dus grijpt iedereen deze aan om te reizen. Zo ook Grace City Church. Wij sloten ons met bijna 50 Grace City leden per bus aan bij de uittocht uit Tokio en bereikten na 8 uren file rijden onze bestemming, een christelijke kamphuis in de bergen van de prefectuur Nagano, 200 kilometer ten westen van Tokio. Deze week is er voor het eerst sinds de aardbeving van 11 maart geen Grace City Relief team naar het rampgebied gegaan. Iedereen is moe en als staf besloten we om deze dagen te gebruiken om als gemeente op adem te komen. Natuurlijk werd er in de wandelgangen veel ervaringen en ideeën over de noodhulp gedeeld, maar het thema was de 'zendingsbewuste kerk'. Wel leidde ik de eerste avond waarin we aan de hand van een eenvoudige vragenlijst in kleine groepjes van vier mensen over onze persoonlijke ervaringen op en na 11 maart konden praten. Al weken kregen we namelijk signalen vanuit de gemeente dat er zoveel aandacht naar het verlenen van noodhulp uitgaat, dat het gevoel soms ontstond dat eigen leed en zorgen er niet toe deden. Wat uitging van anderhalf uur, werd aan menig tafel een intens gesprek van drie uur. Harten werden gelucht en tranen geplengd. Verder was het een echt kamp zoals je dat wel kent: wandelen, zingen, bijbelstudie, samen eten en af een toe een spelletje. En natuurlijk tot in de late uurtjes kletsen. Uitgebreid bijpraten met mensen die vanaf het begin met de gemeente bijdraaien en kennismaken met nieuwe gezichten. Zo hadden we Emiko meegevraagd. Ze kwam via via een paar weken voor de aardbeving voor het eerst naar een dienst. Deze vrijgezelle vrouw van in de veertig was bang dat ze als niet-christen niet welkom was, maar ontdekte dat het tegendeel waar was toen Geert haar bij binnenkomst hartelijk ontving. Ze kwam nog een paar keer terug, maar durfde na de aardbeving niet meer. Tot ze afgelopen zondag voor het eerst weer haar gezicht liet zien. We nodigden haar uit voor het retraite en namen veel tijd om met haar over de bijbelstudies na te praten. Een uur voor vertrek terug naar Tokio kwam het hoge woord eruit: ik geloof. Feest in de hemel, feest in Grace City Church! Voor de Grace kids was het ook feest: voor hen stelde ik een programma over de vruchten van de Geest samen. Wat genoten deze stadskinderen van zoveel groen en buiten spelen! Het was goed om zo als gemeente even afstand van Tokio, van alle stress te nemen en met elkaar te ontspannen. Toen we gisteravond thuis kwamen, maakten we de fout om in één keer alle media weer over ons heen te laten komen: email, internet, televisienieuws en de krant. Een reportage over een visagiste voor dode lichamen (het is de gewoonte in Japan om het gezicht van overledenen te masseren en op te maken zodat voor de familie die achterblijft een vriendelijk gezicht als laatste indruk op het netvlies blijft - zie ook de film Oscar winnende film 'okuribito' of 'departures' http://www.departures-themovie.com/) die in het rampgebied lichamen die vanonder het puin vandaan komen toonbaar maakt, deed de deur dicht. Als bonus gevolgd door levensechte animaties van instortende steden als een grote aardbeving (8 op de Richterschaal) deze regio treft. Alles kwam weer terug. Ondanks de vermoeidheid van de kerkretraite sliep ik bijzonder slecht. Ik moet leren om niet alle nieuws in me op te nemen. Prediker wist al waar hij het over had, toen hij zei : Want wie veel wijsheid heeft, heeft veel verdriet. En wie kennis vermeerdert, vermeerdert smart. (1:18)
Geloven in Japan

30 Apr 2011

Jaren geleden hebben we ons project Geloven in Japan (of in het Engels Believing in Japan) genoemd. We functioneren al die tijd in drie talen, maar tot nog toe was er nooit aanleiding om deze leus in het Japans te vertalen. Dat heeft een reclamecampagne nu voor ons gedaan. Elke dag roepen bekende Japanse sporters, politici en rocksterren je toe: 'Nihon wo shinjimasu', wat zoveel betekent als geloven in Japan. Ze voegen eraan toe: 'Ganbarou!", doorzetten! Ik liep net in de stad en zag grote posters die oproepen om voor Japan te bidden. Menig Japanner draagt een opzichtige siliconenarmband die tot hetzelfde oproept. Er staat niet bij tot welke God je moet bidden, maar ik acht de kans bijzonder klein dat de maker van de posters aan Jezus heeft gedacht. En tot wie Lady Gaga bidt, die de armband op de markt heeft gebracht, weet ik ook niet. Waar Japan waarschijnlijk voor de media in Nederland bijna vergeten is, is het nieuws over de aardbeving, tsunami, kerncentrale en de nasleep hier nog altijd actueel. Het nieuws, de kranten, documentaires, posters en andere denkbare media brengen elk moment van de dag de schok, de verwoesting en het leed in beeld. Na een lange dag werk probeer ik 's avonds om een uur of tien, elf meestal nog wat nieuws mee te pikken, maar soms zet ik de televisie na een paar minuten uit. Het is zo moeilijk om even ontspanning te vinden. Dat is geen struisvogelgedrag, want de hele dag door worden we geconfronteerd met de gevolgen van de aardbeving. Niet alleen via de media, maar ook door de naschokken die nog steeds aanhouden, het weer opbouwen van de kerkgemeenschap die na de gebeurtenissen van 11 maart verdoofd bij de pakken neer zat, het proberen te bemachtigen van genoeg melk, yoghurt of eieren (deze zijn op rantsoen en in de winkels houden ze er geen rekening mee of je inkopen voor één persoon of een gezin van 7 personen doet - je mag maar één pak of één fles), etc. Verder eist het verlenen van noodhulp veel aandacht en energie van de staf van de kerk op. De voedseltransporten gaan door want uit onderzoek blijkt dat 90% van de mensen in opvangcenyra in het getroffen gebied ondervoed is. Maar wat zijn de volgende stappen die genomen moeten worden? Dominee Fukuda is deze week met een paar collega's op pad gegaan om te kijken waar, hoe en door wie er het beste in het getroffen gebied een kerk geplant kan worden om zo de gemeenschap in wederopbouw daar te gaan dienen. Tussen alle reportages over de gevolgen van de aardbeving vind je soms kleine berichtjes die je aandacht trekken. Zomaar van die kleine nieuwfeitjes die Nederland waarschijnlijk nooit bereiken. Sommige intens verdrietig, andere geven hoop. Zo lopen heel veel mensen in het gebied waar de tsunami alles weggevaagd heeft longontsteking op. Dat komt omdat het land bedekt is met opgedroogd slijk van de zeebodem en deeltjes daarvan nestellen zich in hun longen. Duizenden kinderen zijn ondergebracht bij familie of onbekende gastgezinnen in heel Japan. Wat blijkt nu, heel veel van hen worden op hun nieuwe school niet alleen gemeden, maar zelfs gepest en verweten dat ze radioactief besmet zijn. Of het berichtje dat berekeningen laten zien dat in maart 2014 (!) enorme hoeveelheden puin (huizen, auto's, etc.) aan de westkust van Amerika aan zullen spoelen. Verder worden er in het gebied rondom de kerncentrale honderduizenden zonnebloemen gepland. Die nemen schadelijke stoffen op uit de grond. De planten kunnen na het afsterven niet verbrand worden, want dan komen die gevaarlijke stoffen alsnog in de lucht. Wel kunnen er bacteriën op los gelaten worden. Dan nog een laatste, enigszins bizar berichtje: Ook Rusland laat haar burgers nu terugkeren naar Japan. Daartoe besloot ze nadat een speciale commissie naar Tokyo afgereisd was om daar zelf het radioactieve stralingsniveau te meten. Wat blijkt, de straling in Tokio is slechts de helft van die in Moskou!  
gebrokenheid

20 Apr 2011

Het leven lijkt hier stil te hebben gestaan sinds de aardbeving van 11 maart, al is het wel donkerder geworden. Letterlijk in winkels, openbare gebouwen en in de gangen van ons gebouw om energie te sparen. Maar ook de ogen van de mensen staan flets. Als ze ons zien, klaart hun gezicht even op en klinkt 'Okaerinasai!' Welkom thuis! Het lijkt alsof iedereen blij is om ons te zien, niet alleen omdat we elkaar gemist hebben, maar ook omdat het een stap in de richting lijkt van 'back to normal'. Dat is waar iedereen naar verlangt, inclusief ondergetekende: het normale leven. Maar de gebrokenheid is zo duidelijk. Letterlijk als je de beelden binnen ziet komen uit het getroffen gebied. Op de Nederlandse televisie is de berichtgeving over de drievoudige ramp min of meer gestopt, maar hier gaat het onverminderd door. Het wordt steeds persoonlijker als de media inzoomen op gehalveerde gezinnen. De gebrokenheid is hier dus zichtbaar, op kleine schaal toen we gisteren ons appartementje binnenliepen en ik stil stond bij de beschadigde vloer. Het duurde slechts 12 uren voor de gebrokenheid van de aardkorst opnieuw voelbaar werd. Ik herkende het geluid van krakend metaal en knarsend beton meteen. De hevige naschok deed de enige overgebleven lijst klapperen tegen de muur terwijl de lampen dansten aan het plafond. Alsof de aardbeving de gebrokenheid nog niet genoeg in beeld heeft gebracht, komt er nog meer nieuws. De postbode lijkt blij zijn stapel post aan ons kwijt te kunnen en overhandigt ook een pakje. Het komt van Wakana, een jonge vrouw die soms naar een kring komt die ik leid. Ze stuurt me het boek terug dat ze geleend heeft. Het boek heet 'Twins', heel toepasselijk omdat ze in verwachting was van een tweeling toen we elkaar een half jaar geleden voor het eerst ontmoetten. Vorige week dinsdag zouden ze door middel van een keizersnede ter wereld komen, maar op zondag voelde Wakana haar kleine jongetjes plotseling niet meer. Controle op dezelfde dag toonde aan dat de vrijwel voldragen tweeling overleden was. Op maandag werd de bevalling ingeleid en beviel ze van de twee levenloze mannetjes. Ze kon mijn boek niet meer in huis verdragen en stuurde het terug met een begeleidende brief. Ik was haar 'senpai', haar senior. Dat is in Japan belangrijk, dat je je laat onderwijzen en spiegelt aan iemand die ouder en meer ervaren is. In de vreugde van haar zwangerschap vertelde ik over de God die dat nieuwe leven gemaakt had. En nu? Nu ben ik sprakeloos. Woorden van troost uit de bijbel klinken nu ongeloofwaardig voor haar. Ik wil er nu zo graag voor haar zijn, maar ben de laatste die ze wil horen. Herinner je je Tsutome nog? Vorig jaar november werd hij gedoopt in Grace City Church. Vorige week kreeg hij met zijn motor een ernstig ongeluk. Bijna alles in hem is letterlijk gebroken. Hij leeft nog, maar daar is bijna alles mee gezegd. Sinds vandaag mag hij bezoek, dus Geert gaat gauw naar hem toe. Gelukkig wil Tsutome ons wel zien, maar ook in dat geval zal het moeilijk zijn woorden te vinden. Zo zijn we op zoek naar hoop in het intens donkere Japan. Lijden is in deze Stille Week nog nooit zo dichtbij geweest. We proberen tekenen van hoop te vinden en hunkeren naar het Licht. Het is inmiddels woensdagavond hier. Vanaf de 51ste verdieping kijk ik uit over de donkere stad. Het duister en de jetlag doet me tobben over naschokken en stralingsgevaar. Ik herinner me een stukje dat ik schreef over Psalm 130 voor het Bijbels dagboek van de GZB Handvol Koren 2012 op de dag na de aardbeving: 'Nooit eerder verlangde ik zo naar een einde aan de nacht als vandaag en daarom kies ik vandaag voor Psalm 130, want die hamert deze bange uren in mijn hart en in mijn hoofd. Uit de diepte roep ik tot God. Te moe om te slapen, te bang om te rusten. Mijn bed beweegt mee op de grillige cadans van de naschokken. Ze doen mijn adem stokken. Ik heb geen controle, het is te donker. Mijn ziel wacht op God, meer dan wachters of de morgen (vs. 6). Heer, laat uw zon opgaan en doe uw licht weer schijnen over ons leven. Geef ons een nieuwe kans. Vers 7 verzekert ons dat die genade bij de Heer te vinden is. Vestig je hoop op God.' In dat vertrouwen pakken we de draad weer op. Vandaag zijn alle kids weer naar school geweest. Het was een geweldig weerzien met vriendjes en leraren. Om wat grip te krijgen zijn Geert en ik met Fleur en Lucile naar het gebied rondom Tokyo station geweest, het doelgebied van de kerk. Daar zwermden net als altijd duizenden yuppen rond tijdens hun lunchpauze, op zoek naar een obento (lunch) en zonnestralen. Er is gelukkig weer een redelijke hoeveelheid eten en drinken in de winkels, al zijn sommige dingen wel op rantsoen. Het leverde ons een zekere mate van een gevoel van 'back to normal' op. Navraag bij de Starbucks-restaurants die we voor kringen gebruiken, leerde dat die sinds deze week ook weer 's avonds open zijn. Wat een mooie timing! Morgen gaan we daarom voor het eerst weer starten met een kring. De gemeenteleden hebben ons snel weer gevonden en vertellen ons dat ze de gelegenheden om als (deel van de) kerk een gemeenschap te zijn zo missen. Onze terugkeer geeft ze hoop dat kringen weer op kunnen starten en activiteiten weer een plaats krijgen in het gemeenteleven. Morgen de eerste stafvergadering: we gaan weer opbouwen!  
singelloop

16 Apr 2011

In het avondzonnetje drommen meer dan vier duizend renners in een rap tempo over de Leidse singels. Ook zo'n dertig leden van de Marekerk lopen mee. Met tijden die variëren tussen de 28 en 48 minuten leggen ze de 6,6 kilometer af. Geert, Thom en Berend doen ook mee. Niet getraind, maar wel gelopen. Uitgelopen zelfs, aangemoedigd door gemeenteleden langs de route! Alle Marekerkers droegen een t-shirt gesponsord door het Leidse bedrijf Collis en werden voortgedreven door duizenden euros aan sponsorgeld. Want zoals hun shirts al zeiden: 'Marekerk loopt voor Japan'. Eén van de rennende gemeenteleden passeerde een groepje sportieve Japanners en vestigde de aandacht op haar t-shirt. Het leverde een een grote glimlach en hartelijk 'dankjewel!' op. Ook namens ons, Grace City Church en Japan: dank jullie wel voor deze geweldige prestatie: 7.629,80 euro voor noodhulp aan Japan! Voor Thom en Berend was de medaille een prachtige kroon op hun wedloop, misschien zelfs op dit onverwachte bezoek aan Nederland...
Nederland helpt Japan

13 Apr 2011

Nee, voor ons geen plekje in de Amsterdam Arena vanavond bij de nationale inzamelingsactie Nederland helpt Japan. Wie het niveau van mijn liefde voor voetbal kent, weet dat ik veel liever vanavond op de bank de krant of Allerhande lees. Kopje Pickwick thee en een stroopwafel erbij. Het is een fantastisch initiatief en natuurlijk gaan we wel iets kijken van de happening, om zo net als zoveel Nederlanders mee te leven met Japan. Het televisieprogramma Pauw & Witteman had nog even overwogen om ons gisteren over Japan te laten vertellen, maar ze kozen voor een jonge dame van het Rode Kruis die uitlegde hoe het geld gebruikt gaat worden voor wasmachines, koelkasten en televisies in de razendsnel gebouwde 170.000 noodwoningen. Een ontzettend goed doel, maar mijn gedachten gingen wel even uit naar de minstens net zo grote groep mensen die achtergebleven zijn in de randen van de getroffen gebieden en vaak met meerdere gezinnen op de eerste verdieping van de zwaar beschadigde huizen verblijven. Zonder water, zonder kerosine voor de kachels, zonder eten. Als u deze blog leest, is de kans groot dat u al via de GZB bijgedragen heeft aan de noodhulp in Japan. Heel veel dank daarvoor! De inzamelingsactie om vanuit Grace City Church Tokyo via locale kerken materiële en geestelijke hulp te bieden in de door de Japanse overheid onbereikte gebieden loopt heel goed. We zijn niet alleen dankbaar van zoveel particulieren, kerken en scholen die delen, maar ook voor de samenwerking met EO-Metterdaad en de Christelijk Gereformeerde Kerken. Na veel kansen gekregen te hebben om persoonlijk, via deze blog of de media te communiceren over de schrijnende situatie in Japan, kunnen de deze week zelf ook in actie komen. Aanstaande vrijdagavond doen alle Boo-mannen mee aan de Leidse Singelloop (6,6 kilometer). Samen met dertig Marekerkers laten zij zich sponsoren voor de noodhulp aan Japan. De teller lijkt op dit moment al 5.000 euro aan te geven! De Boo-meiden blijven niet achter en zetten hun stembanden in om de Marekerkrenners vanaf de Maresingel aan te moedigen. We zien de Singelloop als een aanloopje naar het moment dat we echt weer in Japan de handen uit de mouwen kunnen gaan steken. Dat moment lijkt er nu snel aan te komen, tenzij er opnieuw schokkende gebeurtenissen plaats vinden. Gisteren hebben we groen licht gekregen om aanstaande maandag 18 april weer naar Tokio te vertrekken. Er waren drie vragen die positief beantwoord moesten worden om terugkeer verantwoord te maken: Is Tokio weer leefbaar (de lucht en het kraanwater niet langer radioactief), is er voldoende voedsel en zijn de stroomstoringen niet meer zo erg dat het openbaar vervoer waar we op aangewezen zijn betrouwbaar is? Is de situatie rondom de kerncentrale in Fukushima zodanig onder controle dat de risico’s voor de bevolking in Tokio niet groot zijn? Is ons gezin genoeg op adem gekomen en hersteld van posttraumatische stress dat we weer terug kunnen naar de plek waar op elk moment weer nieuwe bevingen kunnen zijn? In de afgelopen dagen hebben we veel contact met Tokio gehad, de berichten van de Nederlandse ambassade bestudeerd, met mensen gesproken die veel van kernenergie afweten, met een psychologe gespecialiseerd in crossculturele counseling overlegd en natuurlijk alles afgewogen met de GZB. We kunnen terug en kijken daar erg naar uit. De kinderen genieten hier in Nederland thuis, op school en in de gemeente, maar ze reageerden enthousiast op het nieuws dat we terug kunnen. Ze hebben ons huis met hun boeken, speelgoed en muziek gemist. Ze kijken ernaar uit om op school de draad weer op te pikken. Voor Julie is op 1 april het nieuwe Japanse schooljaar begonnen en ze is benieuwd naar de nieuwe juf en haar nieuwe zomeruniform. Volgens collega Michiru komt er ‘stoom uit het hoofd’ van haar man, dominee Makoto Fukuda omdat hij nu in Tokio alleen voor het leiderschap van Grace City Church staat. Bovendien vraagt het bieden van noodhulp veel energie en organisatietalent. Dat gaan we graag weer inzetten in Tokio, en hopen dat op korte termijn niet alleen de kerncentrale, maar ook Makoto’s hoofd verder af kan koelen. Nu eerst nog een paar dagen verplicht uitrusten van de baas (dat valt niet mee in een land met zoveel lieve mensen waar je leuke dingen mee wilt doen!)…
media

09 Apr 2011

Waar de lege agenda voor ons onverwachte verblijf in Nederland ons eerst nog angst aanjaagde, was er al gauw geen tijd meer om bang voor verveling of zinloosheid te zijn, want de afgelopen dagen vulden zich snel op. Vanuit Japan komt er volop werk onze kant op, maar ook in Nederland wisten familie, vrienden en de media ons te vinden. Kijk maar naar het artikel dat vandaag in het Nederlands Dagblad verscheen of dat in het Reformatorisch Dagblad van gisteren. Bijzonder was het ook om afgelopen woensdag in de EO-studio de interviews voor Nederland Helpt op te nemen. Vandaag gingen we nog een keer terug naar Hilversum, maar nu met het hele gezin. Thom en Berend mochten ook live hun woordje doen tijdens het programma EO.nl op radio 5. Wil je dit beluisteren, dan kan je het fragment van ongeveer 20 minuten vinden als de uitzending al een uur aan de gang is (13.00 uur). Daarna genoten we met z'n allen van een interactief bezoek aan het Instituut voor Beeld en Geluid. Dat was de leukste geschiedenisles voor de kids met al die fragmenten uit de Nederlandse radio- en televisiegeschiedenis! Een Hollandse pannenkoek met spek maakte deze dag helemaal af. Ondertussen gaat het verlenen van noodhulp vanuit Grace City Church onverminderd voort. We proberen vanuit Nederland niet alleen ons steentje bij te dragen door het onder de aandacht blijven brengen van de nood in Japan en het werven van fondsen, maar ook door mee te denken over het zo effeciënt mogelijk organiseren van de hulpacties vanuit de gemeente. Daartoe is Grace City Relief opgericht als speciale tak van Grace City Church Tokyo die zich op dit moment uitsluitend bezig houdt met de noodhulp in het noordoosten van Japan. Geert ontwierp het logo en legt dat als volgt uit: 'het logo heeft de kleur van nood en redding, duisternis (zwart) en hoop (geel) en is een variatie op het Grace City Church logo. In dit geval verwijst de cirkel niet naar de stad, maar naar de zon, het symbool van de natie Japan. De onderste helft is donkergeel, bijna oranje, een beeld van de aarde die brandt. De schepping lijdt pijn en heeft hoop en redding nodig. Het bovenste deel is helder geel, de kleur van die hoop. Het is een reflectie van geloof in het herstel van de schepping als God zelf de zon zal zijn (Openbaring 21:23). Relief (noodhulp) is in vette letters afgebeeld met daarnaast een subtiel geel kruis. Dit is om uitdrukking te geven het feit dat Grace City Church weliswaar de uitvoering geeft aan de noodhulp, maar dat het Evangelie van Christus de kerk daartoe kracht geeft. Uiteindelijk kan alleen het kruis het juiste perspectief bieden op hoop door lijden heen.'
Holland

05 Apr 2011

Iedereen heeft het erover en het is ongetwijfeld het meest populaire televisieprogramma in Nederland… Ik moet eerlijk zeggen: het programma ken ik niet, maar ik houd ook van Holland en ben blij dat onze veertien voeten (en voetjes) weer even op vaderlandse bodem staan. Het was een warme ontvangst, op Schiphol, in de Marekerk, bij onze ouders, etc. We zijn blij dat het huis in Leiderdorp weer beschikbaar is en dat de kinderen weer op school in Oegstgeest terecht kunnen. Beschuit en ontbijtkoek maken elk ontbijt een vreugde. Sowieso het feit dat we veilig zijn en even op adem kunnen komen. Al hoewel de agenda die bij aankomst leeg was, is die nu alweer flink opgevuld. Maar dat is prima, we zijn namelijk niet zo heel bedreven in rustig aan doen. School geeft de kinderen en afspraken, interviews en andere ontmoetingen geven ons leven nu zin en ritme. Waar we tijdens ons verblijf in Amerika op drie continenten tegelijk functioneerden, zijn dat er nu maar twee. Dat geeft wat lucht. En tijd, om tussen de bedrijven door wat meer werk te doen voor Grace City Church Tokyo dan fondsenwerving en individuele, pastorale mailberichten en skype-gesprekken. Een aantal administratieve taken hebben we weer opgepikt en de organisatie van zogenaamde ‘community building’ activiteiten, voor zover dat op afstand kan. Het (weder-)opbouwen van de gemeente is hard nodig want sinds de aardbeving functioneert iedereen in de overlevingsmodus. Proberen naar het werk te komen, niet radioactief besmet eten en drinken bemachtigen en gebruik maken van de momenten dat er wel elektriciteit is. Levensmiddelen zijn op rantsoen in Tokio, je mag elke dag niet meer dan 1 fles water kopen en ook andere verse producten zijn schaars. Zuivel is nauwelijks te krijgen. Ondanks de 24 uurseconomie gaat alles vroeg dicht. Roltrappen, neonverlichting en straatverlichting staan uit. Er is de onuitgesproken code van ‘sober leven’ waar de Japanse groepssamenleving zich keurig aan houdt. Niemand gebruikt elektriciteit voor dingen die niet strikt noodzakelijk zijn. Bovendien hangt daar de dreiging van de kerncentrale in Fukushima, ten noorden van Tokyo, constant in de lucht. Het lijkt maar niet onder controle te raken en iedere poging tot het indammen van het probleem mislukt. We zijn kerkplanters in hart en nieren, want ook het verlenen van noodhulp zoals Grace City Church Tokyo dat doet, kunnen we niet los zien van de opbouw van onze piepjonge gemeente. Het is nogal een verandering die de kerk binnen een paar weken doormaakt. Van een kerk die worstelt met het vorm geven aan haar diaconale verantwoordelijkheden in het welvarendste deel van Japan naar een complete hulporganisatie. Mensen kwamen tot nog toe naar onze kerk om te schuilen en de eerste stappen naar het elkaar bemoedigen werden door middel van de wekelijkse kringen gezet. Nu zijn ze plotseling deel van een gemeente die intensieve materiële en geestelijke hulp verleent aan mensen die alles verloren hebben. Als je zelf nauwelijks het hoofd boven water houdt, wat is dan nu jouw rol in zo’n gemeente? Het kan twee kanten op gaan: het motiveert mensen om zichzelf over hun relatief kleine problemen heen te zetten of het verlamt ze nog verder. Daarom is het belangrijk om ook binnen de gemeente (pastorale, maar soms ook heel praktische) zorg te blijven verlenen. Aangezien het grootste deel van de staf telkens met vrijwilligers op pad is voor de noodhulp, ligt daar voor ons de schone taak om binnen de gemeente aan de slag te blijven. Onhandig vanaf 10.000 kilometer afstand, maar alle beetjes helpen. Het gaat om het alledaagse administratieve werk, contacten onderhouden om het welzijn van iedereen te blijven peilen, maar ook actief momenten van ontmoeting organiseren. Vrijwel alle gemeenteleden (en niet-leden, zelf niet-christenen) zijn lid van een kring. Zij ontmoeten elkaar na het werk ontmoeten ze elkaar op een doordeweekse avond in Starbucks om bij te praten, de bijbel te bestuderen en voor elkaar te bidden. Maar sinds de aardbeving is het moeilijk geworden om die vaste punten van ontmoeting voort te zetten: de treinen rijden onregelmatig, het werk is chaotisch omdat veel mensen ontbreken die elders toevlucht gezocht hebben en de Starbucks gaat om 18.00 uur dicht (in plaats van middernacht) vanwege gebrek aan klandizie en stroom. Veel gemeenteleden geven aan dat ze hun kringmoment juist nu zo missen. Verder hebben vanmorgen besloten om ook het kerkretraite, zoals dat voor begin mei gepland is in de bergen van Nagano wel door te laten gaan. Om dan voor 3 dagen ons als gemeente even helemaal op de Here God en op elkaar te richten. Verder proberen we actiever de gemeenteleden hele praktische kansen te bieden om mee te gaan met de noodhulpkonvooien die non-stop naar het getroffen gebied. Zo organiseren we aparte groepen op zaterdag vertrekken, na 6 uur rijden de goederen afleveren en voor terugkeer op zondag in het gebied samen een dienst vieren. Zo kunnen mensen die door werkverplichtingen eerder niet mee konden helpen toch een steentje bijdragen. Als ze zich daartoe geroepen en in staat weten, want we willen absoluut geen druk uitoefenen. Die is er al genoeg in de Japanse samenleving. Op dit moment richt de noodhulp zich vooral op het gebied aan de kust ten oosten van Sendai. Het stadje Ishinomaki is zwaar getroffen door de aardbeving en tsunami. Er staat weinig meer overeind. Op dit moment heeft de Japanse regering de bevoorrading van de evacuatiecentra onder controle, maar er is een grote groep die tussen het wal en schip valt. Ze verblijven vaak op de bovenverdieping van hun huis omdat de begane grond niet leefbaar is door modder, puin en andere waterschade. Ze komen niet in aanmerking voor een tijdelijke verblijfplaats elders in Japan en willen niet naar een evacuatiecentrum omdat die overvol zijn en de uitbraak van ziekten dreigt. Locale kerken loodsen de Grace City vrachtwagens naar deze wijken. Daar richten ze een tijdelijke marktplaatsje in met kerosine (voor kachels), groente, fruit, wc-papier, luiers, tandenborstels, kleding, etc. Mensen staan urenlang in de rij om deze schaarse spullen te ontvangen. Alles is gratis, maar er wordt wel met een puntensysteem gewerkt om alles zo eerlijk mogelijk te verspreiden. Zo krijgt een huishouden bijvoorbeeld 10 punten, goed voor 5 stuks levensmiddelen, 2 sanitaire producten en 2 kledingstukken. Als alles na een paar uur op is, ontstaat soms helaas toch nog ruzie. Is alles uitgedeeld, dan gaan de teams helpen puin ruimen, repareren en de eerste verdiepingen schoonmaken, zodat de woningen weer wat leefbaarder worden.  Nogmaals, ik houd net als jij van Holland, maar aan het bovenstaande merk je al, we willen graag terug naar Japan. Om daar verder op te bouwen. Wanneer we terug kunnen? Daarover houden we nauw contact met de GZB. We verzamelen informatie uit allerlei bronnen over de situatie in Tokio en Fukushima, waar de beschadigde kerncentrale staat. Tot het veilig genoeg is daar, zijn we hier bij jullie. Misschien komen we je gauw tegen! Anders kan je ons ‘ontmoeten’ bij EO Nederland Helpt of over een paar dagen in het Nederlands Dagblad…
volgende bestemming NL

31 Mar 2011

De achtbaanrit deze maand lijkt nog steeds niet te stoppen: ik schrijf dit vanuit Chicago, waar we wachten op onze vlucht naar Nederland. De knoop is doorgehakt, we gaan terug naar Tokio, maar wel via Nederland. We hopen vrijdagmorgen 1 april om half tien aan te komen op Schiphol. Nee, het is geen 1 april grap, al is het wel onwerkelijk. De GZB legt de beslissing als volgt uit aan onze collega's in Tokio:  'Although they really would like to return to Tokyo soonest, we have asked them to first come to the Netherlands and from here they will return to Tokyo. There are several reasons to do it in this way. First of all they will be involved by the fundraising activities during these days, and we advised them to have a debriefing meeting with a professional organization. Another reason is the unpredictable situation in Japan/Tokyo because of the nuclear disaster. We are very worried about the children as well.' Tja, wat we daar van vinden? 'Mixed emotions' zoals ze dat hier in Amerika zeggen. Ons hart wil naar Japan waar we ons nuttig kunnen maken, waar de kinderen naar school kunnen en in hun eigen bedjes kunnen slapen. Terug naar het normale leven. Maar dan is er ons hoofd, tegenstrijdige nieuwsberichten en vele waarschuwingen van mensen die ons lief zijn. Het leven in Japan is nu niet normaal. Het kraanwater is nog steeds besmet met radioactief materiaal, er is als alternatief geen bronwater beschikbaar, melk en groente zijn aangetast, rijst en brood niet te koop. Urenlange stroomstoringen, onbetrouwbaar openbaar vervoer en dan is er de situatie in de kerncentrale van Fukushima, ten noorden van Tokio. Die is verre van onder controle. Het electriciteitsbedrijf TEPCO biedt zijn verontschuldigingen aan en de regering spreekt van een nachtmerrie. Als het misgaat is ontsnappen met vijf kinderen zonder vervoermiddel onmogelijk. Daarom eerst een tussenstop in Nederland. Daar hebben we vrede mee. De reactie van de kinderen was eerst teleurgesteld. Totdat de opa's en oma's in hun gedachten kwamen. Vriendjes, kaas, hagelslag, bolussen en nog veel meer volgde. Thom vroeg onzeker: 'is het okay als ik het eigenlijk best leuk vind dat we eerst even naar Nederland gaan?' Natuurlijk! Ondertussen hebben we hier niet stilgezeten. Hoewel ze allemaal even gaaf waren, zal ik jullie niet vermoeien met een eindeloze lijst aan presentaties, ontmoetingen en lessen in Grand Rapids. We logeerden daar bij het kunstenaarsechtpaar dat ook het doopvont en avondmaalsschaal voor Grace City Church hebben gemaakt. Ze zijn net verhuisd naar een groot huis waar ze vanaf volgende maand tussen de 3 en 7 pleegkinderen op gaan vangen. Ruimte genoeg dus. Bovendien heeft Rachael er haar atelier, dus hebben de kids met haar over hun ervaringen van de aardbeving schilderijen gemaakt. Het was bijzonder om Julie's zwarte schilderij met een klein meisje onder de oranje tafel te zien. Berend schilderde zichzelf als een boot in zwaar weer en Thom maakte een realistisch tafereel over de situatie op het sportveld van school tijdens de tweede aardbeving. De gezichtsuitdrukkingen van de vriendjes spreken boekdelen. Dit echtpaar leeft in een soort jaren vijftig stijl: heel gezellig, maar geen TV of snacks (dat verklaart ook waarom we niet online konden zijn...). Wel havermout, maar dat mocht de pret niet drukken want onze vrienden grepen elke mogelijkheid aan om dingen samen te doen. Boeken voorlezen, spelletjes doen, etc. Cameron is een meubeldesigner en hij bouwde met Thom en Berend een vliegtuig en een wolkenkrabber. Inmiddels zijn we gelukkig weer online en kunnen ook met onze collega's in Japan communiceren. Iedereen is moe. Er verbetert weinig in Tokio, maar ze zetten het verlenen van noodhulp door. Van bevriende kerken in Hong Kong en Taiwan komt voedsel dat Grace met vrachtwagens naar Sendai brengt. Een transportbedrijf stelde een 4 ton vrachtwagen compleet met chauffeur beschikbaar om de goederen naar het rampgebied te brengen! Ondertussen blijven mensen eten naar het Grace City Church verzamelpunt brengen. Vrijwilligers helpen met inpakken terwijl de kinderen uit de buurt tekeningen maken en op de dozen plakken om de kinderen in het getroffen gebied een hart onder de riem te steken.Vanaf vandaag vervalt de mogelijkheid om deze ruimte te huren, maar na overleg met het bestuur van ons stadsdeel Chuo-ku heeft deze kosteloos een nieuw opslagplaats ter beschikking gesteld! Bovendien schonk ze 540 liter kerosine die Grace naar het getroffen gebied brengt om de kachels daar aan de gang te brengen. De teams die de goederen wegbrengen blijven een paar dagen en helpen puin ruimen, schoonmaken en repareren van huizen. Ze logeren dan in en werken samen met de locale kerken daar. Onze rol blijft nu nog even die van fondsenwerven. Heel erg bedankt als u een gift naar het speciale noodfonds voor Japan van de GZB heeft overgemaakt. Misschien is het bedrag wel tot stand gekomen door een speciale actie. Of plannen jullie iets bijzonders om geld te verzamelen. We zouden het leuk vinden om te horen wat er allemaal georganiseerd wordt. Dat geven we dan door aan onze gemeente in Tokio. Zeker weten dat het voor hen een enorme bemoediging is om te horen dat Nederland helpt! Over Nederland Helpt gesproken, houdt ook dit programma van de EO in de gaten. Meer daarover later... Tot gauw!
offline

28 Mar 2011

Je weet pas hoe belangrijk iets voor je is als je het moet missen. Sinds we weggereden zijn van Rhode Island op donderdag hebben we geen toegang tot internet gehad. Deze weblog updaten, mail lezen en versturen kon niet en ook konden we niet met Japan skypen of nieuws kijken op internet. Het helpt om heel goed de banden met onze vrienden, kerk en bijbelschool in Grand Rapids aan te halen. De roadtrip hierheen, 1500 kilometer lang was intens, maar het is heerlijk om hier in ons Amerikaanse, voormalige thuis te zijn. De kinderen zijn lekker gezond en genieten vanspelen met oude en nieuwe vriendjes. Wij ontmoeten veel oude bekenden, geven presentaties en morgen gaan we een dag les geven op Kuyper College. We zijn nu bij vrienden heel even online en downloaden gauw een lawine aan email, kijken Japans nieuws en sturen jullie dit levensteken. We weten nog steeds niet of we deze week terug naar Tokio kunnen, maar hopen dat de knoop gauw doorgehakt kan worden. We houden jullie op de hoogte op de schaarse momenten dat we online kunnen zijn... Dank voor jullie voortdurende voorbede en meeleven! We hopen ook gauw weer een update over de noodhulp die Grace City Church in het rampgebied verleent te geven.
jongleren

23 Mar 2011

079Mijn excuses voor de radiostilte, maar de vermoeidheid heeft toegeslagen. Dat gebeurde eigenlijk toen op vrijdag ons officiële programma bij Redeemer Presbyterian Church afgelopen was. Toen nog 2 interviews gegeven, aan CV-koers en Groot Nieuws Radio en opeens was het op. Het in de lucht houden van drie ballen, het studieprogramma in de VS, de communicatie en fondsenwerving in Nederland en de administratie en verlenen van pastorale zorg op afstand aan Japan, kost veel energie. Door het tijdverschil draaiden we op 4 uur slaap per nacht. Bovendien konden we niet veel waarmaken van wat de kids beloofd hadden om samen te doen. Daarom zijn we zaterdag naar het zuiden van Manhattan getrokken. Daar hebben we gewandeld door de straatjes van Soho, stilgestaan bij Ground Zero (voormalig World Trade Center, 11 sept. 2001) en zijn op de gratis ferry naar Staten Island langs het Vrijheidsbeeld gevaren. Daar in een verlaten Dunkin Donuts opgewarmd en een dozijn veel te zoete donuts verorberd. Het was heerlijk om even eruit te zijn en voor het eerst sinds de aardbeving echt tijd voor elkaar te hebben. 068De training en bijeenkomsten bij Redeemer waren bijzonder leerzaam en opbouwend. We hebben nieuwe 'tools' in handen om gemeenteleden te coachen en te trainen als leiders. Verder zijn we toegerust op het gebied van 'faith and work', het integreren van je geloof in je dagelijks (werk-)leven. Dat is een groot probleem in onze Japanse doelgroep, waar de werkomstandigheden extreem zijn door de werkdruk, lange dagen en de sfeer verziekt is door competitie. Over geloof mag niet gepraat worden, ben je wel open over je christen zijn, dan kan je je promotie wel vergeten of in het ergste geval je baan verliezen. Met de materialen en adviezen die ik nu op zak heb, kan ik in Tokio een programma opzetten waardoor de werelden van werk en geloof geïntegreerd zouden kunnen worden. Verder heb ik goede tips gekregen over het kinder- en jeugdwerk en hebben we een short term programma voor jonge professionals en muzikanten vanuit Redeemer naar Grace City Church Tokyo opgezet. Alle input geeft me moed om de blik vooruit te richten. 091Een andere reden waarom het iets moeilijker is geworden om elke dag te schrijven is dat we inmiddels 'on the road' zijn. We zijn van New York naar Newport, Rhode Island gereden. Daar komen we twee dagen op adem bij een Amerikaanse legerpredikant en zijn gezin. Ze waren tot vorig jaar op een marinebasis vlakbij Tokio gestationeerd en hebben ons bij het opbouwen van Grace City Church enorm gesteund en bemoedigd. Toen ze hoorden dat we naar Amerika gingen, nodigden ze ons uit om hen te komen bezoeken. Het is hier een warm bad van ultieme Amerikaanse gastvrijheid, veel groen om het huis voor de kinderen om te spelen en onbeperkt macaroni-and-cheese eten. De kinderen bloeien helemaal op en straks gaan we een wandeling langs de kliffen aan de Atlantische Oceaan maken. Over bemoediging gesproken, we kregen bericht van de GZB dat u vrijgevig deelt van wat de Here God u heeft toevertrouwd voor de noodhulp in Japan. Dank voor uw materiele bijdrage, maar zeker ook voor uw voorbede en warme berichtjes via e-mail en weblog. We horen over het zingen van psalm 121 in het Japans in de kerkdienst, over benefietconcerten en collectes, sponsorlopen en nog veel meer acties. Dank, dank, dank vanuit de grond van ons hart, kokoro kara arigatou gozaimasu namens de Japanners... Yumoto high school refugeesCar upside down in shop on Fukushima shore roadDe grote vraag is nu of we volgende week terug kunnen naar Tokio. De berichten over het onder controle krijgen van de kernreactoren in Fukushima zijn bemoedigend, al zijn de melk, de groente en drinkwater wel enigszins radioactief besmet. In de lucht is de straling wel op een acceptabel niveau. We willen terug, er is zo ontzettend veel te doen. De gemeenteleden zitten in de put, in het getroffen gebied wachten honderduizenden mensen op water, voedsel, een luisterend oor en een bemoedigend woord. De staf en gemeenteleden worden vandaag getraind in het verlenen van pastorale zorg aan mensen die lijden aan post-traumatische stress om zo nog beter hulp te kunnen bieden. Verder zijn er twee vrachtwagens van Grace City Church op weg naar het hard getroffen Sendai. Buiten het gebied dat direct bloot staat aan hoge straling, maar in het gebied waar alles met de grond gelijk gemaakt is door de aardbevingen en tsunami.
1000 rijstballen

19 Mar 2011

In de supermarkten in Tokio is geen rijst meer te krijgen, maar omdat er in Japan drie keer per dag rijst op tafel komt, hebben mensen thuis een flinke voorraad. Veel mensen zijn bewogen met hun landgenoten in de getroffen gebieden en zijn bereid te delen. Daarom hebben vrijwilligers vandaag duizend onigeris (rijstballen) gemaakt. Dat zijn ballen van samengeperste gekookte rijst gevuld met wat zalm of zeewier. Vanavond vertrokken twee vrachtwagentjes met alle rijstballen, water en ander voedsel naar Iwaki, op de grens van de evacuatiezone waar de zwaarbeschadigde kerncentrale zich bevindt. Er is daar geen eten meer en vrachtwagenchauffeurs weigeren erheen te gaan in verband met eventuele radioactieve straling. Ook de tankstations worden niet bevoorraad, dus weggaan is ook geen optie. Elke lege vrachtwagen van Grace City Church die terugkeert naar Tokio, helpt mensen evacueren.  opvangcentrum in het getroffen gebied
vrachtwagen met hukpgoederen uitladen
De kerk in Iwaki waar de hulpgoederen naar toe gebracht worden, fungeert als distributiecentrum voor de wijk. De noodhulp die de regering aanbiedt, is op dit moment niet genoeg. Veel mensen hebben gebrek aan water, voedsel en andere basale voorzieningen. Mensen die weg kunnen, verlaten de stad, maar dat maakt het nog moeilijker voor de achterblijvers. Zo overleefden de ouderen in het nabijlegen bejaardentehuis deze dagen op één rijstbal en een beetje water per dag. Hun vreugde toen het hulptransport aankwam, kunt u zich voorstellen. Zo bereikt ons via onze collega's het ene verhaal na het andere. Over hoe de mensen in het rampgebied de aardbevingen en tsunami beleefd hebben, hoe ze mensen verloren hebben of nog niet hebben kunnen vinden, over hun angst voor de straling en de wanhoop voor de toekomst. We geven u enkele van de verhalen door en geven hen uw bemoedigende woorden en voorbede door. En natuurlijk uw vrijgevige bijdrage om deze noodhulp ook in de komende tijd door te zetten en wanneer de situatie gestabiliseerd is om te zetten in structureel opbouwwerk. Dank! Hoe meer verhalen, foto's en videos ons bereiken, des te irrelevanter lijkt wat wij hier in Amerika doen. We maken het hier goed. We leren veel en spelen onze rol als ambassadeurs. Op de volgende blog zal ik verslag doen van onze belevenissen. Voor nu: welterusten/good night/oyasuminasai...
 
noodhulp

18 Mar 2011

De eerste giften voor de noodhulp aan het zwaargetroffen gebied in Japan komen binnen. Heel veel dank als u een bijdrage heeft gestort op rekening 69.07.62.445 van de GZB onder vermelding van ‘noodhulp Japan’. Hoe hard de hulp nodig is, blijkt wel uit de verhalen die onze colega's meebrengen vanuit Fukushima. water distribution Er is grote behoefte aan drinkwater. Een echtpaar in een plaatsje net ten zuiden van de stad Iwaki probeert al zeven jaar het evangelie te vertellen. Het is harde grond voor het Evangelie, maar ze hebben inmiddels een kerkje gesticht met zo'n 10 leden. Nu de regio getroffen is door de verwoestende aardbevingen en tsunami geeft Grace City Church Tokyo gehoor aan hun hulproep. Toen dominee Fukuda gisteren met zijn vrachtwagentje aankwam, liet de familie de gemeenschap weten dat er water was en iedereen kwam met flessen en pannen om op te vullen. Zo konden er bijna 1.000 liter uitgedeeld worden. De rest brachten ze naar één van de vele opvangcentra. Op dit moment verblijven 280.000 mensen in opvangcentra. Het dodental is inmiddels opgelopen tot 5.600 mensen. Nog vele duizenden worden vermist. Ook is er een tekort aan benzine, in het getroffen gebied en in Tokio. Mensen staan 6 uur in de rij bij tankstations. Grace City Church heeft nu samen met een partnerkerk in Chiba 4 trucks in gebruik. Maar zonder brandstof kunnen er geen hulpgoederen gebracht worden. Daarom heeft de staf van de kerk met de politie in Tokio overlegd en vervolgens passen gekregen die doorgang verlenen over de wegen naar het noorden en voorrang geven bij benzinestations. Zo gaan ze dag in dag uit op pad om af te leveren wat er gedoneerd wordt en waar ze in de winkels nog aan kunnen komen. Op de terugweg nemen de lege trucks vrouwen en kinderen mee naar familie in het zuiden. GraceCity Tsukishima relief centerDe gemeenschap in centraal-Tokio waar Grace City Church zich op richt, zamelt spontaan goederen in en sorteert deze onder leiding van de kerkstaf. We hebben een ruimte gehuurd en dat ingericht als verzamelpunt van goederen. Ook in Tokio is nauwelijks voedsel maar toch delen velen van wat ze hebben. Vrouwen maken rijstballen met zeewier om mee te nemen en in het rampgebied uit te delen. Japanners willen helpen maar voelen zich machteloos. Het feit dat Grace City deze noodhulp organiseert, geeft mensen het gevoel een bijdrage te kunnen leveren. Zo komen elke dag honderden mensen spullen brengen, helpen een paar uurtjes dozen inpakken en kunnen hun verhaal kwijt. Ze zijn zo dankbaar dat de kerk iets doet voor hun landgenoten in nood en zijn nieuwsgierig wat deze christenen drijft om daadwerkelijk de handen uit mouwen te steken. Waarom ze niet zoals velen door angst verlamd zijn en zich op hun eigen welzijn concentreren. Daar komen vele gesprekken uit voort. Het Evangelie in de praktijk, zo zien ze door daad en woord iets van Christus. Zowel waar de noodgoederen ingezameld worden in Tokio als waar ze uitgedeeld worden door de kerk in Iwaki. Nog steeds zijn er krachtige naschokken. In het epicentrum van de grote 9.0 aardbeving is de ene aardschol 20 meter onder de andere geschoven. Grootste zorg is echter de situatie in de Daiichi kerncentrale. Het stadje Iwaki waar Grace City Church haar noodhulp concentreert ligt slechts 38 km en zuidwesten van de centrale. Als onze stafleden uit de trucks stappen, zorgen ze dat hun lichaam helemaal bedekt is met kleding en dragen ze maskers voor hun mond. Op het moment dat ik dit schrijf lijkt er voor het eerst in dagen enige hoop dat er iets gedaan kan worden om het vrijkomen van meer radioactieve straling tegen te gaan. Electrische pompen zijn weer aan de gang gebracht en 30 brandweerauto's zijn net gearriveerd om te helpen bij het koelen. Dat geeft weer wat moed. Nu verleent Grace City Church Tokyo noodhulp, maar ook op lange termijn zal er structurele hulp nodig zijn. Materieel, mankracht, geestelijke zorg en bemoediging. Het is ironisch dat we net enkele dagen voor de zware aardbevingen als staf besloten hadden om een beleidsplan voor diaconale hulp te gaan schrijven. Tot nog toe deden we dat op ad hoc basis door het aanbieden van maaltijden en warme kleding aan daklozen en aanbieden van counseling aan de gestreste jonge professionals. We wilden het structureler aan gaan pakken en meer menskracht en middelen vanuit de gemeente inzetten. Dat is nu spontaan op gang gekomen. Wat Geert en ik betreft, onze handen kunnen nu even niet helpen. Maar wel kunnen we bidden, communiceren en organiseren op afstand. We besteden onze tijd en energie nu aan fondsen werven, de communicatie met de gemeente en donoren in het buitenland (vooral Nederland, Engeland en de Verenigde Staten) en een structuur opzetten zodat de hulp langdurig geboden kan worden. We gaan nu slapen, terwijl bij jullie de zon alweer opkomt. In Japan is al bijna middag en zojuist hoorden we dat de volgende trucks weeral vol geladen zijn en op weg gaan. We hebben een heftig ritme deze dagen. Overdag werkt één van ons bij Redeemer en één zorgt voor de kinderen. Als die naar bed zijn, begint ons Grace City werk op afstand, meestal tot in de vroege uurtjes vanwege het tijdverschil (13 uren). De adrenaline helpt ons tenminste snel van de jetlag af :) Nu moet ik echt stoppen en een paar uurtjes slaap proberen mee te pakken. Dank voor al jullie betrokkenheid bij Japan, bij ons!
de zon breekt door

17 Mar 2011

Ook vandaag proberen we in balans te komen. In zekere zin lijkt er weinig veranderd met ons voorheen dagelijks werk in Japan, ook nu wordt er  (terecht!) van alle kanten aan ons getrokken. Werk, zorg voor ons gezin, contact met de achterban, etc. Werk betekent in dit geval heel praktisch Geerts training en mijn vergaderingen bij Redeemer Presbyterian Church. Maar dan zijn er die extra dimensies die de hele aardbevingstoestand met zich meegebracht heeft.Vanuit Amerika communiceren we nu constant met landen op twee verschillende continenten: Japan en Nederland. Het uitrekenen van het tijdsverschil maakt je soms duizelig, maar lang leve skype en e-mail! We houden contact met gemeenteleden in Tokio, proberen hen op afstand te bemoedigen en counselen. Verder rapporteren ds. Fukuda en de andere stafleden over de ontwikkelingen in het verlenen van noodhulp. De fysieke afstand maakt dat Geert en ik ons gefrustreerd voelen en het idee hebben dat we tekort schieten. Zeker als we horen hoe onze collega's dag en nacht met water, voedsel, kleding en andere noodgoederen slepen. Blootgesteld worden aan straling als ze de spullen afleveren en opgelucht ademhalen als ze doorgemeten worden bij het verlaten van het rampgebied en als niet besmet beoordeeld worden. Mijn hoofd blijft de Here God danken dat we op veilige afstand zitten, maar mijn hart is groen van jaloezie. Waarom? Omdat je als zending altijd moet ploeteren om resultaat van je werk te zien, omdat je net als ieder mens geprezen wilt worden omdat je goed werk doet en ga zo maar door met het noemen van egoïstische motieven. Nu is daar die kans om echt te helpen. Meetbare, zichtbare resultaten in de vorm van verzamelde goederen, afgeleverde truckladingen. En wij zitten meer dan 10.000 kilometer verderop. Na een druilerige morgen met jengelende kinderen en een zwaar gemoed aan mijn kant (die twee dingen stonden vast niet los van elkaar), brak aan het begin van de middag de zon door in New York. Het rekenhuiswerk van de kinderen was klaar en we besloten naar buiten te gaan. Terwijl ze van een glijbaantje in Central Park roetsjten, werd me de genoemde zondigheid van mijn eigen hart duidelijk. Ik moet iets met die ronduit negatieve gevoelens. Ik kan bozig en geïrriteerd blijven mokken of ik kan de Here God de dank geven die Hem toekomt en mijn energie gebruiken om te doen wat ik wel kan. Sublimeren heet dat, herinner ik me uit mijn psychologie studietijd. Daarom gelijk maar begonnen met sublimeren. Ik heb contact opgenomen met de collega in Tokio die de inzameling van de goederen coordineert en zij vroeg me contact op te nemen met vrienden en buren in onze wijk. Er zijn dringend brandstof jerrycans, voedsel, water, ontsmettingsmiddelen, batterijen, dekens, papieren borden en bekers, eetstokjes, vuilniszakken, shampoo, handschoenen, zaklampen, draagbare radios, kleding, dikke jassen,ondergoed, mobiele telefoonopladers en nog veel meer nodig. Ook heeft de staf onvoldoende gelegenheid om de gemeente op de hoogte te houden en te mobiliseren. Daarin kunnen we ook een rol spelen. En dan is er natuurlijk de fondsenwerving, want het huren van de vrachtwagentjes, de schaarse benzine, het water, de goederen die gekocht moeten worden, alles kost geld. Wilt u ook een bijdrage leveren, dan kan dat want de GZB zamelt gelden in op rekeningnummer 69.07.62.445 onder vermelding van ‘noodhulp Japan’.  We zijn de GZB dankbaar dat ze alvast een voorschot overmaken  zodat de hulp tenminste niet om financiële redenen onderbroken hoeft te worden. De noodhulp vanuit Grace City gaat door, nog weken, misschien wel maanden. Natuurlijk kan het tijdelijk onderbroken moeten worden als het stralingsniveau te hoog is. De school van de kinderen is de komende weken dicht, maar via e-mail komen de home schoolopdrachten binnenstromen om zo het onderwijs op gang te houden. Ze zaten in de klas toen de aardbeving toesloeg en het schoolwerk wat ze nu op moeten pikken brengt de herinneringen boven. Bovendien moeten ze een 'journal' (dagboek) bijhouden en schrijven over hun ervaringen. Thom had de zijne al meegenomen, maar schrijft om de hete brij heen. Sinds nieuwjaar had hij er niet meer in geschreven en nu komt hij me telkens vertellen dat hij 'eerst nog even over die gave Valentine's Party gaat schrijven' of  'alvast over de nieuwe lego aantekeningen maakt'. Berend had op het laatste moment zijn vakantiedagboek thuisgelaten omdat hij bang was dat hij niets leuks te schrijven had in deze toestand. Nu het bijhouden van een dagboek huiswerk is geworden, heeft hij geen keus meer. Toen de zon eindelijk doorbrak, gebruikte ik het als aanleiding om zoals gezegd met de kids dwars door Central Park, met een glijbaan en klimrek als welkome onderbreking, naar een boekhandel in het westen van Manhattan te wandelen. We vonden bij Barnes & Noble een mooi schrift en kochten er voor ieder een boek bij. Dat is hopelijk voor deze boekenwurmen een mooie afwisseling van het spelen van 'jishingoko' (aardbevinkje spelen). Berend heeft zijn dagboek nog niet aangeraakt. 'Ik ga eerst een mooie voorkant erop tekenen, dan pas schrijven', zegt hij vastbesloten. Iedereen vertelt het me en iedereen heeft gelijk, ik weet het ook wel, mijn eerste verantwoordelijkheid ligt bij ons gezin. Over in balans komen gesproken. We zijn er nog niet, maar vanmiddag brak de zon door. De rode wangen in het park reflecteerden iets van de kleur die langzaam weer zichtbaar wordt na zoveel grauwheid. Nu zien hoe we het vasthouden.
hoe voelde je je?

16 Mar 2011

Woensdag 16 maart. De zon is al op in Tokio, terwijl wij in New York de slaap niet kunnen vatten. Dominee Fukuda vertelde ons net dat hij zich klaar maakt om het Grace City Church kerkbusje vol water, dekens,  brandstof, voedsel, schoenen, luiers, babymelk en medicijnen te kunnen brengen. Dit is het derde transport vanuit onze gemeente naar opvangcentra in de stadjes Iwaki and Aizuwakamatsu  in het zwaargetroffen provincie Fukushima. Onze jonge kerkplant heeft nog geen grote diaconiepot en de bodem van ons schatkistje raakt in zicht. Afgelopen zondag heeft Geert als boekhouder van de gemeente zelf nog de collecte bestemd voor noodhulp geteld, maar het gaat hard. Die 55.000 yen zijn er allang doorheen. Hoe meer fondsen er binnenkomen, des te meer goederen kunnen er gebracht worden. Dat wil zeggen, zolang het radioactieve stralingsniveau dat toelaat… Dat is nu in Tokio ook al 22 keer meer dan normaal, maar nog steeds ‘acceptabel’  zeggen de autoriteiten. Dat klinkt begrijpelijk als je bedenkt dat het in Fukushima oploopt tot 400 keer meer dan normaal. Geert en ik kunnen nog geen rust vinden. We zijn hongerig naar nieuws, vooral rechtstreeks uit Japan. De media in Amerika rapporteren vooral over hoe groot de kans is dat het henzelf met hun eigen kerncentrales treft of hoe zij Japan wel zouden kunnen helpen met hun superieure kennis. Ik vind het niet interessant wie de schuldigen of helden zijn. Ik geloof niet in verliezers of winnaars. Vandaag werd ik geïnterviewd over de vraag of deze ramp de eindtijd aankondigt. We hebben inderdaad een aantal mails met deze strekking ontvangen. Ik ken het plan van de Here God niet. Ik kan de tekenen niet lezen. Misschien komt het door mijn achtergrond als historica, maar ik denk dat rampen van alle tijden zijn. Misschien komt het door mijn aangeboren optimisme. Ik zie wel dat de schepping zucht en kreunt. Het kreunen blijft in mijn oren hameren. Ik zie dat mensen lijden. Dat de wereld om me heen letterlijk gebroken is. En dat er maar Eén is die heel kan maken. Op welke termijn? Ik weet het niet. Welke rol wij daarin kunnen spelen? Nu alleen door gebed en door onze Japanse broeders en zusters te bemoedigen. En door fondsen te werven voor noodhulp. Hoe dankbaar we ook zijn dat we het naschokkende Tokio konden verlaten, het blijft moeilijk te verkroppen dat we nu niet letterlijk de handen uit de mouwen kunnen steken in Japan. Het stelt je voor diepe vragen. Hoe ver moeten de teams van Grace City Church gaan met het leveren van noodhulp als je bedenkt dat ze zich blootstellen aan radioactieve straling? Wat zijn alternatieven? We zijn niet vrij van een gevoel van zogenaamd 'survivor's guilt'. Dat is een schuldgevoel dat je over kunt houden nadat je overleeft terwijl het voor anderen in je omgeving minder goed afloopt of zou kunnen lopen. Mijn hoofd weet dat we het juiste gedaan hebben, zeker voor de kinderen, door uit Japan te vertrekken. De berichten van de ambassade, de GZB, familie, vrienden bevestigen ons in die keuze. Onze kinderen danken voor het slapen gaan dat we konden 'ontsnappen', zoals zij het noemen. Maar mijn hart voelt zich laf. Misschien hebben die Amerikanen toch gelijk met hun simplistsche redeneringen over 'winners and losers'. Ik heb het idee dat ik in die laatste categorie val. Ik heb een aantal heel praktische adviezen gekregen van mensen ervaren in het geven van counseling en het verlenen van psychische hulp na trauma's. Vanochtend ben ik rustig met Thom en Berend gaan zitten en heb geprobeerd over de gebeurtenissen van de afgelopen dagen te praten. Maar ze zaten totaal op slot. Continue veranderden ze het onderwerp van gesprek of keken afwezig uit het raam. Ik heb niet aangedrongen, te meer omdat Julie als een kip zonder kop begon rond te rennen met haar handen op haar oren. Na een paar minuten klamt ze me aan en zei 'mama, dit is geen aardbeving. Nee, het is er geen!!!'. We logeren in het apartement van vrienden op Manhattan. Boven ons wordt er blijkbaar verbouwd en soms klinken er boor-, timmer en zaaggeluiden. Ik grijp haar vast, pak haar handjes van haar oren en zeg terwijl ze in elkaar duikt dat ze niet bang hoeft te zijn. Hier zijn geen aardbevingen. 'Nooit?' vraagt ze angstig. 'Hier niet', antwoord ik zelfverzekerd. Als ze zich op mijn schoot nestelt voel ik hoe ze ontspant. Na een paar minuten voegt ze zich bij Thom, Berend, Fleur en Lucile die met wat duplo zitten te spelen. Voor het eerst sinds de aardbeving gaan ze allemaal spelen. Toch maak ik me zorgen om de jongens. Wat denken ze, wat voelen ze? Terwijl ik op internet de kranten lees, hoor ik dat ze aan een nieuw spel begonnen zijn. Ik zie Thom een fictieve microfoon voor Berends mond houden. Als ik begrijp wat ze spelen, typ ik gauw mee: Ze noemen het 'De interview-show' (Thom is de interviewer, Berend de geïnterviewde) - Wat gebeurde er vrijdag in Japan en wat voelde je? Ik was op school en we gingen net met rekenen beginnen. Opeens begon de TV die aan de muur hangt te bewegen en toen ging alles heel hard schudden. 'Onder je tafel', riep de juf. Het hele gebouw schudde, maar ik was eerst niet bang, maar het voelde wel vreemd. Toen klonk er door de luidspreker: 'Evacuate the building'. Dus gingen we snel naar buiten. De meiden moesten huilen. Daar moesten we 2 uren in de kou staan op het sportveld. Daar kwam nog een grote aardbeving. - Hoe voelde het dat je niet naar huis kon? Na vier uren wachten in de auditorium, kwam het nieuws dat we niet naar huis konden. Ik was verdrietig, maar gelukkig kregen we toen pizza en chips. Eindelijk mochten we toen met iemand die op school werkt mee naar huis. - Was het schudden heel erg heftig? Ja! - Hoe voelde je je toen je de volgende dag wel naar huis kon? Ik was opgelucht om weer thuis te zijn, maar zag onderweg dat er geen eten meer te koop was. Daar maakte ik me zorgen over. - Hoe gaat het nu met Japan? De problemen met de kerncentrales gaan nog door. Dat is heel erg. Je moet binnen blijven. Eigenlijk zouden ze het hele het land moeten evacueren. -Dank u voor uw verhaal. Tenslotte nog een luchtig grapje: waarom steekt een kip de weg over? Om te ontsnappen van de aardbeving! - Nee, om naar de overkant te komen Oh, ha ha (zegt Berend met een zuur gezicht). Wat een opluchting. Het komt eruit! Thom vraagt telkens naar hoe Berend zich voelt, maar dit acht-jarige jongetje begrijpt de diepte van de vragen nog niet helemaal. Thom sprak hem na het interview bestraffend toe dat een interview saai is als je alleen maar feiten te horen krijgt. Maar dat het interessant wordt als iemand zegt wat hij denkt of voelt. Wauw! We hebben een begin. Ik ben benieuwd naar de volgende aflevering van de show.
van Oost naar West

15 Mar 2011

Terwijl de berichten uit Japan steeds dramatischer worden, is er een eerste team uit Grace City Church aangekomen in het stadje Iwaki in de zwaargetroffen Fukushima prefectuur. Ze brachten 1000 liter water, 60 liter stookolie, dekens, kleding en voedsel. Het lijkt een druppel op de gloeiende plaat, maar alles helpt. De omvang van de ramp begint steeds duidelijker te worden. Hele stadjes van de kaart gevaagd, massa's lichamen worden gevonden, nog veel meer mensen zijn er vermist en dan zijn er de gevolgen van de explosies in de kerncentrale. De reparaties die in Tokio nodig zijn, zijn relatief klein, maar de gevolgen van de aardbevingen zijn wel op andere manieren voelbaar. Om beurten zitten stadsdelen voor en aantal uren zonder stroom. Daardoor rijden er nauwelijks treinen en staan de snelwegen compleet vast. De productie en distributie van goederen is lam gelegd en de winkels zijn leeg. Grote naschokken en waarschuwing van nog een mega-aardbeving boezemen iedereen angst in. Scholen, fabrieken en kantoren zijn gesloten. En dan zijn er de zwaarbeschadigde kerncentrales. Vandaag een tweede explosie, er kunnen er nog meer volgen. Wij zijn inmiddels in New York aangekomen.We hebben net bericht gekregen van de Nederlandse ambassade in Tokio dat we sowieso worden aangeraden om  Japan te verlaten. Het is pure genade dat we al konden vertrekken. Net na ons vertrek is er weer een zware naschok geweest waardoor het treinverkeer naar het vliegveld opnieuw uitviel.  We vinden het moeilijk om te concentreren, maar daar hebben ze hier bij Redeemer vast wel begrip voor. Ons hart is gedeeltelijk in Japan achtergebleven. We hebben elke dag contact met onze collega-kerkplanter in Grace City Church, ds. Fukuda . We spraken hem eerder vandaag en hij is niet optimistisch. [caption id="attachment_1411" align="alignright" width="179" caption="Oproep om bijdrage voor noodhulp Japan op Times Square (New York)."]1104[/caption] Hoewel we nauwelijks overeind blijven van vermoeidheid, zijn we vanmiddag even de stad ingeweest. Vanaf morgen moet één van ons telkens werken, dus profiteerden we van een paar uurtjes met zijn allen. Het voelt bizar om een hotdog aan een kraampje te kopen als er in de zwaargetroffen gebieden in Japan nauwelijks voesel meer is. Verder hebben we de kinderen een cadeautje bij de speelgoedwinkel laten kiezen. Ik weet het, dat helpt niet en lost niets op, maar het was fijn om na vier dagen een glimlach op hun gezichten te zien. Een pakje lego als pleister op de wond. Julie is zo bang dat er hier ook aardbevingen zijn. Berend was onderweg zo ziek van de spanning dat hij telkens moest overgeven. Blijf alsjeblieft voor Japan bidden, deze ramp zou nog wel eens veel erger kunnen worden.
nog steeds geschokt

13 Mar 2011

We zijn net terug uit de kerk. We besloten gisteren de dienst wel door te laten gaan, tenzij een nieuwe grote beving of een radioactieve wolk dat zou verhinderen. Vandaag weer wel veel heftige naschokken. Vooral één van 6.4 hier niet ver vandaan. Nauwelijks kunnen lopen, het intense kraken... alles kwam weer boven. De regering heeft de sterkte van de eerste aardbeving op vrijdag trouwens bijgesteld tot 9.0 op de schaal van Richter. Zou het nog intenser kunnen? Velen denken hier van wel en waarschuwingen doen de ronde dat binnen een week een zo mogelijk nog grotere klap zal volgen. Ik bid dat ze ongelijk hebben. Het electriciteitstekort begint nijpend te worden en vanaf morgen worden van delen van Tokio om de beurt voor 3 uur van het electriciteitsnet afgesloten. Het was goed om veel gemeenteleden in de kerk te zien. In de afgelopen twee dagen hebben we als leiders wel contact met de meesten kunnen krijgen en iedereen lijkt ongedeerd. Nou ja, lichamelijk dan. Materieel is er wel wat schade en veel mensen maken zich zorgen over familie en vrienden in het rampgebied. En over wat misschien nog komt. Een aantal moest veel angst overwinnen om naar de dienst op de elfde verdieping te komen. Maar ook voor hen was het belangrijk om samen te komen, te bidden en ervaringen te delen. Na de dienst is een groepje gemeenteleden daken gaan bedekken van beschadigde oude Japanse huisjes in de wijk Tsukishima naast ons. Morgen gaat ons staflid Seima is samenwerking met Crash Japan naar het getroffen gebied op een oriënterende missie voor noodhulp. Later deze week gaat dan een team met de benodigde mankracht en goederen de handen uit de mouwen steken. Als u ook een bijdrage wilt leveren, kan dat via een gift aan de GZB onder vermelding van 'ramp Japan'. Vanmorgen hadden we een paar rustige uurtjes als gezin. Nou ja, rustig... iedereen is heel gespannen en wordt om het minste of geringste boos of verdrietig. Ikzelf ook. Ik kan ook geen rommel hebben. Als de kids speelgoed uitpakken, doe ik het gelijk zuchtend terug in de bak. Orde in huis om orde in mijn hoofd, of misschien vooral in mijn hart te krijgen. De jongens wilden in een parkje in de buurt gaan voetballen, maar ik kon de gedachte niet verdragen dat ze bij een volgende beving weer niet bij ons zouden zijn. Bij het geringste schudden gilde Julie uit dat het niet waar was en dat er geen 'jishins' (aardbevingen) meer komen. Berend roept telkens dat hij er weer een voelt en breekt om niets in tranen uit. De tweeling wil geen dutjes doen (ze lagen in eerste instantie op bed toen de eerste aardbeving begon). Kortom, hoe dankbaar en blij we ook zijn dat we allemaal samen zijn, gezellig is het hier even niet. En dan was daar een ander dilemma waar we uit moesten komen. Een aantal maanden geleden heeft onze partnerkerk in New York, Redeemer Presbyterian Church ons uitgenodigd voor een training en bijeenkomsten. Op onze tickets staat 14 maart 2011. Wel of niet gaan? We willen hier zijn voor de gemeente, voor de Japanners, maar tegelijkertijd is dit misschien een geschenk uit de hemel om even wat afstand te nemen en te ontspannen. Vooral Geert wordt verscheurd door alle verantwoordelijkheden die aan hem trekken, als vader, als kerkleider en pastoraal werker, als man die met zijn handen een bijdrage in het gebied kan leveren. Zoals elk uur in deze afgelopen dagen vragen we ons af wat wijsheid is. We hebben besloten te gaan, als het vliegtuig tenminste kan vertrekken. Vrijwel elke dag zal één van ons tweeën zal cursus, vergadering of een presentatie hebben tijdens ons verblijf daar, maar we hopen ook op momenten om als gezin in een totaal andere omgeving rustig over alles wat gebeurd is te kunnen praten. De kinderen hebben hun knuffels en dagboeken al gepakt, nu ga ik gauw wat kleren in een grote tas doen. We danken van harte jullie voor alle meeleven en voorbede. Dat betekent meer dan we ooit kunnen uitdrukken. Het spijt ons dat we niet op ieder bericht persoonlijk hebben kunnen reageren. Wel hebben we alle woorden met zorg en dankbaarheid gelezen en we bewaren ze in ons onrustige hart. Ver weg, maar in Christus verbonden, Geert & Eline, Thom, Berend, Julie, Fleur en Lucile
de zon is weer op

12 Mar 2011

6.30 uur | Lieve mensen, dank voor al jullie meeleven. Hier in het Verre Oosten is de zon inmiddels weer op. Dat geeft weer moed na een donkere, onrustige nacht. We hebben nauwelijks geslapen. We zijn erg moe en niet fit. Spanning, slaapgebrek en naar van het continue verstoren van ons evenwicht. De meisjes klampen zich voortdurend aan ons vast. Om 4 uur trouwens weer een grote klap gehad. Deze keer in Nagano, ook een paar honderd kilometer ten noorden van ons, maar dan in de bergen. Een totaal andere plek. Wat is er toch aan de hand? Ondertussen stijgt het aantal doden en gewonden snel. Wat kunnen we doen? Fondsen beginnen ook binnen te komen. Het is moeilijk om te concentreren op de vraag waar we welke noodhulp kunnen gaan geven. We weten nog niet eens of we onze toren uit kunnen. Eerst maar proberen informatie te verzamelen om te kijken wanneer en hoe we Thom en Berend kunnen bereiken. Stap voor stap weer opkrabbelen... Photo-0018Photo-00179.00 uur | Eén lift werkt weer! Je moet wel geduld hebben want deze lift bediend nu alle 4.000 mensen in deze toren. Geert is naar beneden op zoek naar melk voor Fleur en Lucile. En als het lukt ook iets van pasta of brood, groente en fruit. Hij belde net dat de supermarkten in de wijk dicht zijn. De zogenaamde convenience stores (mini-supermarktjes die 24 uur open zijn) zijn helemaal leeg. Geert vertelde dat er veel mensen op straat zijn op zoek naar iets te eten te kopen. Het is vandaag nog niet gelukt om contact met Thom en Berend te krijgen. De telefoonlijnen liggen weer plat. We blijven proberen. Ik kan niet wachten om ze een dikke knuffel te geven. 15.00 uur | Nog steeds maar één lift. De supermarkt is inmiddels open maar al leeg gehamsterd. Ik ben met een tas een fles water, nog wat oude boterhammen en warme kleren op pad gegaan naar het westen van Tokio waar Thom en Berend zijn. De meeste treinen rijden weer, zij het heel onregelmatig. Na een lange reis kon ik ze rond het middaguur in mijn armen sluiten. Een bonus was dat er in de voorsteden blijkbaar nog wel voedsel is. Met broodjes, een banaan voor de tweeling, een stronk broccoli en een ui als trofee kwamen we thuis. We zijn weer alle zeven bij elkaar! De naschokken en nieuwe aardbevingen blijven frequent maar worden iets minder intens. 15:30 uur radio 1 19:00 uur NOS Journaal 21:30 uur | De naschokken nemen af, maar de emoties nemen hier toe. De adrenaline van de afgelopen 24 uur is na de hereniging met Thom en Berend tot normaal peil gezakt. Nu zijn we moe. Totaal uitgeput. De mediastorm loopt wellicht ook op haar einde. Vanavond nog bij Andries Knevel's Door de Wereld op Nederland 2. Hoe alle media ons vinden is ons een raadsel. Wel helpt het om je verhaal te kunnen doen. Hopelijk genereert het veel gebed voor Japan. Nu even Japans journaal kijken voor de laatste stand van zaken over de ontplofte kerncentrale. Alle ramen en ventilatieroosters hebben we dicht gedaan. Blijf alsjeblieft meebidden voor dit ontredderde land.
aardbeving

11 Mar 2011

artikel Nederlands Dagblad artikel Reformatorisch Dagblad interview radio 1 Lieve mensen, allereerst: we zijn alle zeven ongedeerd. Daar danken we de Here God voor. We hebben vreselijke uren achter de rug. En het is nog niet over. Terwijl ik dit schrijf is er de zoveelste naschok. Of is het een nieuwe? Het lijkt alsof de hel is losgebroken. Het was niet één aardbeving met naschokken, maar verschillende aardbevingen op verschillende plaatsen langs de oostkust in de Stille Oceaan. Ook de tsunamis blijven komen. Hier voor onze toren in Tokyo Bay liggen alle boten te wachten, ver van de wal zodat ze bij een tsunami niet op het land gesmeten worden. De omvang van de ramp is nog niet te overzien. Beelden van doden, gewonden, brand en schade stromen binnen. Ik kijk er met een half oog na. Ik moet er nu voor de kinderen zijn. Julie huilt vanwege een flinke naschok. Ze is zo overstuur. Thom en Berend zitten vast op school, 35 kilometer verderop. Er rijdt geen trein, bovendien kunnen we niet eens naar beneden vanaf de 51ste verdieping, want de liften zijn stuk gegaan. Thom en Berend zijn veilig bij iemand van de staf van school. Gelukkig zijn sommige telefoonverbindingen weer mogelijk en we hebben de jongens net gesproken. Berend smeekt of hij naar huis mag, maar we kunnen hen niet halen. We hebben de ergste troep opgeruimd. Vooral met Fleur en Lucile die rondkruipen zijn de glasscherven gevaarlijk. Het is nog onwerkelijk, we hebben net de grootste aardbeving in de geschiedenis van Japan achter de rug, 8,8 op de Richterschaal. Oh, alweer alarmbellen: er komt een tsunami van 10 meter aan. Hopelijk valt het hier mee. Ik wil dat het stopt! Blijf alsjeblieft bidden, iedereen. Er is nog veel meer te schrijven, maar ik stop. Er heeft net een Japanse kennis aangebeld of ze hier mag slapen. Ze kan nergens heen. Ze gaat proberen alle 51 trappen te bedwingen. Net mailde er nog een gemeentelid. We hebben twee bedden beschikbaar (omdat Thom en Berend helaas niet thuis kunnen komen) en twee slaapmatten. Ik zal eerlijk zeggen dat ik er tegenop zie. Ik sta te trillen op mijn benen en heb mijn handen vol. Maar we moeten ook nu dienen. En dat kunnen we ook. Maar alleen in de kracht van de Here God. Voor meer info kijk naar de links naar een aantal artikelen.
meisjes

04 Mar 2011

Alle aandacht voor meisjes deze week. Eerder deze week ontvingen we schokkend nieuws over ons kleine meisje Lucile. Bij een controle bleek dat haar rechterbeentje nog/weer uit de kom is... Alle eerdere maatregelen hebben na een jaar lang proberen niet het gewenste resultaat opgeleverd. We verwachten dat zij nu binnenkort een ingrijpende operatie zal moeten ondergaan. Het nieuws is nog niet helemaal bezonken of misschien wil ik er gewoon niet aan denken dat ons vrolijke meisje dat rondkruipt, op haar knietjes zit en zichzelf optrekt straks weer drie horizontale maanden tegemoet gaat. hinamatsuriAfleiding genoeg. Gisteren was het Hinamatsuri, het Japanse poppenfestival of meisjesdag. Het is een dag waarop meisjes in het zonnetje gezet worden met speciale rijstsnoepjes en taart. Weken van tevoren worden in de meeste Japanse huizen een plateau met daarop kostbare poppen die een keizerin en een keizer voorstellen, uitgestald. Hoe rijker de familie, des te exclusiever de poppen. Het keizerlijk paar wordt dan omringd door hofdames, muzikanten en ministers. Dit gebeuren gaat gepaard met allerlei variaties bijgeloof, zo mag je de poppenset niet later dan 4 maart weer terug in de kast zetten, anders trouwt je dochter laat. Het is een traditie die haar wortels vindt in China, waar zonde en ongeluk overgedragen werd op een papieren pop. Die pop die werd vervolgens afgevoerd op de rivier. 003 (3)Op de kleuterschool gaat het festival niet ongemerkt voorbij: Julie knutselt al weken prinsesjes in kimonos en zingt liedjes over het oplichten van lantaarns onder de pruimenbloesems. Op school kreeg ze tijdens een speciale ceremonie rijstcake in kersenboombladeren aangeboden (ons heldinnetje at het nog op ook!) en vandaag bracht een vriendinnetje de speciale taart bij ons thuis. Die heeft drie laagjes: roze of rood (om boze geesten weg te jagen), wit (puurheid) en groen  (gezondheid). Al deze diepere lagen gaan uiteraard aan onze meisjes voorbij, ze genoten van het lekkers en de prinsessen! Zelf werd ik gisteravond tijdens de kring die ik leidde, getrakteerd op een kersenbloesem-frapuccino bij Starbucks. Misschien was iets sterkers beter geweest. Zet vijf vrouwen bij elkaar, voeg daar een doos tissues aan toe en de misère was niet van de lucht. Een doodzieke zus, een vriendin van een hoog gebouw gesprongen, een baas die zijn werknemers verplicht tot het offeren aan Shinto-goden en hormoonschommelingen door een zwangerschap. Op weg naar huis voelde ik me overweldigd door alle pastorale beroepen die er op me gedaan worden. Maar het heftigste moest nog komen. De buurvrouw was in mijn afwezigheid langs geweest. Ze kwam een speciale mega-sushirol brengen voor Julie vanwege het meisjesfestival die dag.  Die rol is gevuld met allerlei ingrediënten die geluk zouden brengen. Waarschijnlijk had ze de rol vooral gekocht om bij ons langs te kunnen komen om te praten. Helaas was ik er niet en Geert kon haar als man in deze cultuur niet binnenlaten. Dat weerhield deze vrouw van middelbare leeftijd er niet van om fluisterend en snikkend bij de voordeur haar hart uit te storten. Achteraf heeft ze ons al eerder meerdere hints gegeven, maar nu vertelde ze in haar wanhoop het hele verhaal. Het gaat ook over een meisje. Haar man houdt er namelijk een 'aijin' op na. Een maîtresse. Ze komt zelfs bij hen thuis en buurvrouw hoort hen voor haar (eigen aparte) slaapkamer deur fluisteren. De buurman heeft haar ook aan zijn ouders voorgesteld en die lijken akkoord. De buurvrouw is in alle staten maar kan nergens heen. Ze heeft behalve een volwassen dochter in het buitenland helemaal niemand. Ze heeft haar leven aan haar man en zijn bedrijf (daar werken ze elke dag van 's morgens vroeg tot 's avonds laat samen) toegewijd. Ze is in elk opzicht totaal afhankelijk van haar man, maar is nu bang dat het op een scheiding uitloopt. Hoe wanhopig is onze Japanse buurvrouw dat ze dit bij ons neerlegt? Zelfs haar schaamtegevoel heeft ze ervoor overwonnen. Ik weet niet wat ik voor haar kan doen. Ik zal proberen haar morgen 'toevallig' ontmoeten als ze het huis afsluiten om naar hun winkel te gaan. Doel is om een afspraak met haar alleen te maken zodat ik haar een luisterend oor en een troostend woord kan bieden. Als hij het toelaat. Ze is moeilijk alleen te vangen, hij is altijd in de buurt. Behalve 's nachts blijkbaar. Ik zit behoorlijk aan mijn tax. Ik heb geteld dat ik deze week van één gemeentelid alleen 20 emails met ach en wee heb ontvangen. Morgen leid ik een kring waar een van de vrouwen probeert via IVF zwanger te raken. Maar het lukt niet. Wijsheid, tact en een groter hart heb ik nodig. Als iedereen morgen de deur uit is en ook Geert thuiskomt van zijn bijbelstudie gaat de voordeur een paar uurtjes dicht en de stekker uit de telefoon. Nou ja, dat schrijf ik nu wel stoer, maar bij de eerste 'pling' van mijn telefoon of computer spring ik toch weer overeind.
zijdeuren

24 Feb 2011

Saai is het leven als kerkplanter nooit. Dat heeft te maken met de vrijheid die er is om in een nieuwe kerk vanalles uit te proberen. Natuurlijk bouw je hard aan een degelijke structuur en houd je de bijbelgetrouwheid scherp in de gaten, maar ondertussen probeer je allerlei zijdeuren naar de kerk in te bouwen. Sommige eenmalig, andere tijdelijk, weer andere ingangen blijken zo'n populaire of efficiente toegangsdeur dat deze formeel in je ontwerp voor de kerk opgenomen wordt. Het feit dat de kerk in opbouw is en er nog weinig bestaande constructies zijn, geeft ruimte. In het denken en in de bereidwilligheid om mee te doen. Dat is een groot verschil tussen streven naar vernieuwing in een bestaande kerk en gemeentestichting.  [caption id="attachment_1271" align="alignright" width="240" caption="kids dansles"]1046[/caption] [caption id="attachment_1272" align="alignright" width="240" caption="creative workshop - zeepslingers maken"]388[/caption] [caption id="attachment_1289" align="alignright" width="240" caption="tiener karaoke"]karaoke[/caption]
896
Grace City Church futsal team
De laatste paar weken heeft Grace City Church een paar verschillende zijdeuren naar de kerk opengezet. Vaak worden ze pré-evangelisatie activiteiten genoemd, dat wil zeggen dat bij zulke events niet voluit het Evangelie verkondigd wordt. Het is een fase daarvoor waarbij je door te netwerken, in contact komt met mensen, hen leert kennen, luistert, ontdekt wat hun noden zijn, waar hun hart naar uit gaat en of ze interesse in het christelijk geloof hebben. De Valentijnsparty was een voorbeeld. Wel maken we altijd heel duidelijk wie we zijn als kerk, waar we voor staan en dat we God en de stad willen dienen. We geloven niet in apen die later uit de mouw komen.

Een greep uit de dingen die we de afgelopen weken organiseerden: in samenwerking met een christelijke professionele ballerina/moderne danseres dansles voor kinderen, karaoke voor tieners, een avondje naar de film ('Social Network') met de ladies, een creative workshop waarbij we zeepslingers maken, gospel workshop, stress management seminar en geloof het of niet, we wagen ons zelfs aan sport: futsal (Japans zaalvoetbal) en badminton.

Een andere reeks zijdeuren vormen de kringen waarvan we er op dit moment zeven hebben. Daarvan proberen we de sfeer en de inhoud toegankelijk voor christenen en niet-christenen te houden. Deze zogenaamde community groups vallen niet onder de noemer pré-evangelisatie, maar onder toerusting en evangelisatie. Daarbij sluiten we geen compromissen waar het gaat om de inhoud, dus daar klinkt elke week voluit het Evangelie, maar wel op een begrijpelijke manier onder het genot van een grote mok Starbucks koffie. Vlakbij alle grote kantorentorens in het centrum, dus iedereen kan zo uit zijn of haar werk aanschuiven. 2011.01-04 gospel workshop 2011.03.11 stress management seminarDe hoofdingang van de kerk is de zondagse eredienst. Maar ook die is aantrekkelijk gemaakt voor de doelgroep. Opnieuw, niet qua inhoud, zelfs niet qua liturgie want die is opvallend traditioneel, maar wel qua toegankelijkheid. Een laagdrempelige ruimte in het gebied waar iedereen woont, werkt en recreëert, laagdrempelig taalgebruik en de aanvangstijd om 3 uur 's middags. Geen onbegrijpelijke rituelen, dingen worden rustig toegelicht. Alles op zijn Japans, behalve één aspect, dat is het heersende binnen-of-buiten-de-groep-denken. We zijn er namelijk allemaal hetzelfde aan toe: we hebben allemaal Jezus nodig. Een christen is geen haar beter dan degene die Jezus niet kent. Daarom kunnen voluit naast de ander staan. Dat naast die ander staan is wat we proberen te doen. Op allerlei creatieve manieren nodigen we hen via zijdeuren uit naar de kerk. Zo bieden we hen een warme gemeenschap in deze kille megastad aan. En introduceren we de Here God.
nonnen in de bios

16 Feb 2011

Soms kom je in een rol terecht die je niet voorzien had. Zo bemiddelen we als kerk soms tussen Amerikaanse schrijvers en een Japanse christelijke uitgeverij. Vorig jaar werd zo 'De Bijbel, het boek van Jezus' (Sally Lloyd-Jones) gepubliceerd en in januari verscheen Tim Kellers 'Vrijgevige God'. Door de contacten met de uitgeverij kunnen we bijbels en andere christelijke boeken met korting kopen en doorgeven. En de uitgever bood ons nog een bonus aan: gratis naar de preview van de nieuwe Narnia film, ‘de reis van het drakenschip’, die hier eind februari uit komt in de bioscoop! Ik moet zeggen, dat was een bijzonder uitje! Geert en ik zijn in jaren niet naar de film geweest, dus onze filmkennis is gebaseerd op recensies en DVD’s. In deze cultuur zijn andere babysitters dan oma ‘not done’, dus samen een paar uurtjes er tussen uit lukt vrijwel nooit. En alleen ga je ook niet zo maar iets leuks voor jezelf doen, als er thuis 6 mensen op je wachten en je budget krap is. Behalve als je een gratis bioscoopkaartje krijgt! Daarom op deze doordeweekse ochtend de jongens op de trein naar school gezet, Julie naar de kleuterschool gebracht, de tweeling op bed gelegd voor hun ochtenddutje terwijl Geert thuis werkt. Ik ga naar het uitgaanscentrum van Tokio, Roppongi, naar de film. Het is tien uur ’s ochtends en alles is nog uitgestorven. Op een enkele schoonmaker van de vele nachtclubs na die alle ranzigheid van de afgelopen nacht proberen weg te poetsen. Een enkele schaars geklede, moderne geisha wankelt op haar veel te hoge hakken behoedzaam langs de emmers op weg naar huis voor een paar uurtjes slaap. poster-from-Japan-narniaweb-300x225[1]Als ik in de zaal aankom is de film net begonnen. Het is aardedonker en nachtblind als ik ben zoek ik mijn weg op de tast . Heel veel haren en schouders. Eén voor één mompelt iemand ‘deze plaats is bezet’, maar uiteindelijk vind ik een lege stoel. Jas uit, achterover zitten, crackertjes uit mijn tas, flesje druivenfanta erbij en genieten maar. Deze derde Narniafilm naar de boeken van C.S. Lewis is net als de vorige (Prince Caspian) heftig, maar prachtig gemaakt en zeker bruikbaar voor evangelisatie. De concepten zonde, verleiding, zelfdiscipline maar uiteindelijk jezelf niet kunnen redden, worden duidelijk neergezet en daarmee biedt de film genoeg aanleiding tot gesprekken. Na de film gaat het licht aan. Ik blijk in een bioscoopzaaltje met ongeveer 50 mensen te zitten. Wat het mooiste is, ongeveer een derde is non! Dat verklaart waarom ik dacht dat zoveel mensen die ik op zoek naar een zitplek op de tast waarnam een capuchon op leken te hebben… Zoveel nonnetjes heb ik nog nooit in Japan gezien! Ik schiet in de lach bij dit zeldzame tafereel en vraag me af wat ze van de actiefilm vonden. Misschien was het beeld van hun bruidegom Jezus als Aslan, de grote sterke maar toch zeer aaibare leeuw wel heel aantrekkelijk. Ik heb geen tijd om hun mening te vragen. Mijn uitje voor dit jaar (dit decennium?) zit er weer op. up-movie-2[1]film_image[1]Ik heb met deze derde Narnia film weer een nieuwe titel in mijn selectie ‘redemptive movies’. Films die bevrijdend zijn, die je een glimp van het koninkrijk van God geven (ookal zijn het soms niet specifiek christelijke films). Voor mij horen bijvoorbeeld ook ‘Up’ en ‘Horton’ daarbij. Allebei animatiefilms zonder christelijke achtergrond die zowel voor kinderen als volwassenen geschikt zijn, maar met een boodschap van hoop. Als je die bijvoorbeeld samen met iemand kijkt die geen christen is, dan geeft dat volop aanleiding om over het Goede Nieuws van de bijbel te praten. Nieuwsgierig? Ga dan vandaag nog even langs de DVD-winkel of de videotheek. Nog veel meer filmtips vind je op de filmwebsite van het christelijk opinieblad CV Koers: www.blikoponeindig.nl.
Valentijn

12 Feb 2011

Blijkt het deze week de internationale week van het huwelijk te zijn. In een Nederlands christelijk dagblad lees ik dat kerken gestimuleerd worden om het thema huwelijk (en daarmee ook niet -meer- getrouwd zijn) centraal te stellen om zo singles moed en de relatie van getrouwde stellen een oppepper te geven. Laat dat nu net zijn waar we in Grace City Church al twee weken mee bezig zijn! Via preken, bijbelstudies, Q&A sessies met getrouwde stellen na de dienst en een groots Valentijnsfeest! UntitledOok op de website van de kerk is dit het thema. 2011.02.11 valentine partyAanleiding is het dagelijks terugkerende thema huwelijk in de pastorale praktijk. Onze kerk kent een grote hoeveelheid alleenstaanden in de twintig en dertig die wanhopig op zoek zijn naar een huwelijkskandidaat. Daarvoor kijken ze niet rond in de kerk, maar buiten. Het gras bij de buren is natuurlijk veel groener. Maar laten de buren in ons geval nu nachtclubs, schoonheidssalons, designers kledingwinkels zoals Dior en Chanel en de juwelier Cartier zijn... Dat draagt niet bij aan een realistisch beeld van een huwelijkspartner. Dat doen een aantal stellen in de gemeente trouwens ook niet. Ze klagen steen en been over hun relatieproblemen of we zien hun partner nooit omdat die niets met de kerk te maken wil hebben. Soms weet ik niet wat ik ermee aan moet. Je wilt helpen, maar de praktijk is zo weerbarstig. Zo ontmoet ik vaak een vrouw in de dertig, laten we haar Dawa noemen. Ze is geen christen, maar eerst diepe vriendschappen met christenen en later bijbelstudies hebben haar dichtbij het punt van geloven gebracht. Ik wacht tot de Heilige Geest haar geloof geeft en ga ondertussen geduldig door met 'counselen'. Dawa wacht ook op de Heilige Geest, maar dan om haar zwanger te maken. Nee, ze wacht niet naïef op een onbevlekte ontvangenis, maar probeert actief haar man te verleiden om mee te werken. Het probleem is dat, ook al zijn ze al tien jaar getrouwd, hij absoluut geen kinderen wil. Dat zorgt voor grote spanningen in het huwelijk. En dat helpt niet bij het zwanger worden, dat biologisch gezien sowieso al moeizaam lijkt te verlopen. Dawa weet dat er een wonder nodig is en gelooft dat God haar kan helpen. Toch? vraagt ze en kijkt me verwachtingsvol aan. Ik geloof ook dat God wonderen kan doen. Hij zou Dawa het kindje kunnen geven waar ze zo naar verlangt. Maar ik heb ook gezond verstand dat zegt dat de basis van het huwelijk zo wankel is (geworden) dat het opvoeden van een kind in zo'n situatie heel ingewikkeld zou zijn. Zeker als Dawa chisten wordt, want dat zou de vervreemding van haar man compleet kunnen maken. Daarom praat ik vooral over het huwelijk in plaats van over haar kinderwens en moedig haar aan om eerst aan de relatie met haar man te werken. Na een lang en intens gesprek kijk ik op mijn mobiele telefoon hoe laat het is. Op het beginscherm met de klok verschijnt een foto van onze happy family. Met z'n zevenen. Dawa ziet het plaatje en zucht. Ik kijk naar mijn schoenen en moffel de telefoon gauw in mijn zak. 056033Sinds kort is het huwelijk nu dus ook officieel het onderwerp van gesprek in Grace City Church. In de dienst, onder de koffie na de dienst, tijdens de kringen bij Starbucks en bij het praatje van ds. Fukuda na het jazz-concert tijdens de Valentine Party. Er vloeien tranen. Van het lachen en van pijn door eenzaamheid. De taboe lijkt in ieder geval voor nu doorbroken. Wat er van komt weten we nog niet. En of er gisteren tijdens het feest tussen enkelen van de 70 à 80 bezoekers vlammetjes zijn overgeslagen? Hetzij van Cupido hetzij van de Heilige Geest. De tijd zal het leren. cover Geronimo ValentineNu ga ik gauw verder met het helpen van Thom en Berend bij het maken van hun Valentijnskaarten voor hun klasgenootjes. Op een Amerikaanse school kom je er niet onderuit: maandag staat hen veel zoete woorden en zoete snacks te wachten bij hun Valentine's Party... Gelukkig zijn ze nog op een leeftijd dat ze me betrekken bij hun Valentijnsplannen. Als ontwerp voor hun kaartjes die ze met plakband aan het snoepgoed plakken, hebben ze de voorkant van één van hun favoriete boeken gekozen. Ze raden het boek als Valentijn's leestip aan. Ik denk dat niet zo heel veel meisjesharten daar sneller van gaan kloppen. Dat lijkt me prima op deze leeftijd.
Japans mannetje

01 Feb 2011

905Julie heeft een vriendje. Hij heet Terukazu-kun, maar Julie mag hem Teru noemen. Ik geef toe, hij is heel schattig en altijd vrolijk. Hij zit in dezelfde klas en woont in onze toren op de 44ste verdieping. Op de terugweg van school wacht hij bij het hek op Julie en samen lopen ze hand in hand naar huis. Bij de lift roepen ze 'bai bai' naar elkaar en stijgen ieder op naar hun eigen verdieping. Julie ziet in Teru geen toekomstige bruidegom, want ze wil met Thom trouwen. Of met papa. 906Teru is met zijn 4 jaar al een echte Japans man(netje). Druk, druk, druk en weinig tijd om thuis met familie door te brengen. Na school brengt zijn moeder hem naar 'juku', een aparte school waar kinderen massaal bijles krijgen om zich voor te bereiden op het toelatingsexamen van een van de gewilde scholen. Julie begrijpt er niets van en fladdert na school lekker thuis rond om te spelen en te knutselen. Teru snapt het trouwens ook niet en moppert dat hij naar huis wil om met zijn speelgoedtrein te spelen.'Nee, eerst studeren', zegt zijn moeder streng als Julie vraagt of ze vandaag samen kunnen spelen. 903Pas konden Teru en Julie een keertje geen handjes vasthouden, want ze hadden een missie. De juf had verteld dat het die dag 'Groen Dag' was en ze goed voor het milieu moeten zorgen. Daarom moesten alle kinderen werkhandschoenen aan, een plastic zak mee en onderweg naar huis straatvuil oprapen. Julie wilde een grote tas voor haar gewichtige missie. We wonen minder dan 100 meter bij de kleuterschool vandaan, net als 120 andere kinderen die in onze toren wonen. Elke vierkante milimeter werd dus uitgekamd op zoek naar vuilnis. En dat in het toch al brandschone Japan. De teleurstelling was groot toen de 120 knisperende tassen leeg bleven. Tot Julie aan de voet van onze toren een vreugdekreet slaakte: een dood blaadje waaide langs. Mission accomplished! En Teru was heel trots op zijn lange blonde vlam.
tieners voor tieners

25 Jan 2011

Nu ik het toch over tieners had, wil ik even vertellen dat we zoveel gave reacties op het catecheseproject krijgen. Zo ontvingen we net een dikke envelop. Het was een warme brief van een dominee in Noord-Brabant die erachter kwam dat 'de ervaring van jonge mensen als ze tot bewust geloof komen sterk overeenkomt met de beleving in Tokio... De context is anders, maar het is dezelfde Geest die werkt.... Daarbij wil ik nog vermelden dat we door het project 'geloven in Japan' dichtbij de jongeren kunnen komen, omdat de Japanse jongeren als het ware het spiegelbeeld zijn van de Nederlandse situatie. Heel bijzonder om te zien en mee te maken.' Wauw, dat is een bemoedigend bericht! 003In de brief beschrijft deze betrokken dominee ook hoe ze tijdens de catecheseles een oefening hebben gedaan. De jongeren moesten aangeven wat het belangrijkste in hun leven was: gezondheid, familie, zorgen dat anderen tevreden over je zijn, geld, een goede baan of iets anders. Toen ze hadden gekozen kwam daar een keuze bij: God. Vervolgens vroeg de dominee hen te vertellen wat er met de door hen gemaakte keuze gebeurde als God het belangrijkste in hun leven is. Ze ontdekten ze dat het belangrijkste in je leven niet je eigen doel of wat anderen je opleggen is, maar dat je een kind van God bent. Ik ben ervan overtuigd dat het een geweldige avond was, die ze daar gehad hebben. Om ons te bemoedigen hebben de catechisanten op papier gezet wat het zo mooi maakt om een kind van God te zijn. Een waaier van kleurrijke vellen riep ons prachtige kreten toe. Een greep.  Een kind van God zijn betekent: 'Er is altijd iemand trots op je (God)' of 'je doelen bereiken zonder dat het erg is te falen' en 'je bent niet alleen', 'dat je met alles bij God mag komen', je kunt alles kwijt wat je aan niemand durft te zeggen', 'hoop op een gelukkige toekomst', 'weten dat er iemand van je houdt', 'dan heb je een doel voor het leven en het leven hierna', 'je bent uniek voor Hem', 'dat je met vertrouwen naar de toekomst mag zien, omdat het kerstfeest is geweest en Pasen is geworden' en 'God is goed: Hij zorgt altijd voor je, ook al denk je dat je het niet waard bent'. Oh, wat hoop ik dat de tieners van Grace City Church jullie dit na zeggen. Niet alleen van tieners in Noord-Brabant krijgen we zulke goede berichten. In Zeeland hebben tieners nadat ze over Geloven in Japan hadden nagedacht over hoe je als christen mensen kunt bereiken met het evangelie. Ze schrijven: 'de twee belangrijkste dingen die naar voren kwamen, waren het opzoeken en ontmoeten van mensen in hun eigen (virtuele) wereld en het mensen bij elkaar brengen.' Concreet deden ze ons daarbij de volgende tips aan de hand: 'Nieuwjaarsduik (doen ze zelf ieder jaar als eerste activiteit, wel in een zwembad. Iedere catechesant wordt gevraagd een (buitenkerkelijke) vriendin of vriend uit te nodigen), het organiseren van andere activiteiten zoals bijvoorbeeld een jeugdkamp. Op zo'n kamp leer je elkaar snel kennen en kom je sneller tot goede gesprekken over belangrijke dingen, waaronder ook het geloof. Het organiseren van een flashmob (zie youtube 'flasmob hallelujah'), pannenkoeken bakken en uitdelen, het inzetten van twitter of andere social media. Dit zijn zomaar wat gedachtenspinsels van mensen uit een stadje 3000x kleiner dan Tokio met een heel andere cultuur. Toch vinden we het leuk met jullie mee te leven en mee te denken.' Zo krijgen we regelmatig reacties op het catecheseproject binnen. Geweldig! Blijf de feedback en ideeën alsjeblieft sturen!
tieners

22 Jan 2011

Ik dacht dat ik er nog niet klaar voor was, maar de tieners dienen zich aan in mijn leven. Nee, nog niet Thom, hoewel die ook groot aan het worden is. Maar het jeugdwerk zit in mijn portefeuille en tot nog toe richtte ik me enthousiast op de kinderen van de gemeente, Grace Kids. Dat is iets heel natuurlijks, als je er zelf vijf rond hebt lopen en kruipen. Maar tieners, ik wist nooit zo goed wat ik er mee aan moest. Ik probeerde ze bij het kringwerk te betrekken en ze maken muziek tijdens de dienst. Langzaam maar zeker werd het me duidelijk: tieners zijn dan wel niet de uiteindelijke doelgroep waar Grace City Church zich vanuit strategisch oogpunt op richt, maar ik moet ze erkennen als een subgroep die aandacht verdient. En als een groep waar heel veel potentie voor de toekomst in zit. Daarom ben ik zo blij dat de GZB ons jongerenplan omarmt heeft als catecheseproject 2010-2011! 2011.01.15 G10 international pizza partyVorige week was het zover en organiseerde ik een feestje speciaal voor tieners. Mijn eigen jongens voelden zich opeens heel groot en smeekten of ze mee mochten, maar nee, alleen voor middelbare scholieren. Om het voor een wat breder publiek aantrekkelijk te maken, noemde ik het een 'international pizza party'. Twee Amerikaanse tieners die als short term zendelingen een jaar lesgeven in Japan zorgden voor het internationale sausje. Sommige pubers van de gemeente waren nog te verlegen, maar anderen kwamen en brachten niet-christelijke vrienden mee. Dat is lef, als het de eerste bijeenkomst ooit is! 018Het was om het in Nederlandse tienertaal uit te drukken omin lauw (heel erg gaaf) en wreed (tof).  Nu me nog in het Japanse tienerjargon verdiepen... band of graceHoe dan ook, deze jongeren zijn ontzettend gemotiveerd om er met elkaar iets van de maken. En om zo als ingang voor niet-christelijke vrienden tot de kerk te dienen. Allemaal maken ze in hun vrije tijd muziek: ze spelen gitaar en zingen. Daarom wilden ze in de naam van de nieuwe jeugdgroep iets van hun liefde voor muziek door laten klinken. Ze noemen zich 'Band of Grace'. Minimaal twee keer per maand komen ze bij elkaar. Eén keer voor bijbelstudie bij Starbucks (we hebben als kerk geen eigen gebouw, dus ontmoeten de meeste kringen elkaar in een koffietent) en één keer voor een fun-activiteit. Een brainstorm leverde een bonte lijst op met karaoke, muziek maken, film kijken en bespreken, sushi maken en sport. Hé, eigenlijk is er in die 20 jaar niet zoveel veranderd. Nou ja, wij deden geen karaoke, maar playbackten. Plotseling voel ik me een stuk jonger. Het helpt ook als een groep tieners je vertelt dat je grijze haren best wel cool zijn. Let's go for it!
bestemming Tokio

20 Jan 2011

cultuurstress

17 Jan 2011

Misschien schetste de vorige blog een te rooskleurig beeld. De vraag zou op kunnen komen of ik behalve de aangename aantrekkingskracht die chocolade en boeken met zich meebrengen, dus in complete vrijheid en zonder stress functioneer omdat ik niet de slaaf van iemand of iets wil zijn. Was het maar waar. Ik ben dan wel geen slaaf, maar de druk die Japanners elkaar en ook ons opleggen is loodzwaar. Alles moet in het stramien passen en de regeltjes zijn eindeloos. Simpel voorbeeldje van vandaag: Julie’s kleuterschool eist de automatische afschrijving van het maandelijkse schoolgeld. In het hypermoderne Japan gaat bankieren echter nog op z’n Middeleeuws met heel veel loketten, stempeltjes en zegeltjes. Niet voor niets verstoppen mensen hun kapitaal nog in oude sokken en koektrommels. Cash is te vertrouwen, je weet maar nooit wat banken met je yennen doen. En bankdebacles van de afgelopen tijd zouden je kunnen doen denken dat ze niet eens zo ver van de waarheid afzitten.  Voor een maandelijkse afschrijving van 30 euro van Julie’s schoolgeld moet ik naar het bankfiliaal waar we onze rekening ooit afgesloten hebben. In ons geval is dat kantoortje 35 kilometer van ons huis. Na een uur in de trein arriveer je daar met je zorgvuldig ingevulde formulieren. De diepbuigende dame bij de deur verwijst je naar een balie waar ze bepalen in welke categorie service je valt. Daar buigen zich opnieuw drie dames in uniform, maar deze keer over het papierwerk dat ik overhandig. Ze overleggen en besluiten dat ik naar de balie ‘machtigingen’ moet. Dat had ik zelf natuurlijk niet kunnen bedenken. Maar eerst een gepaste wachttijd. Als mijn nummer aangekondigd wordt, mag ik mijn formulieren aan een bankbediende hoger in de lokettenhiërarchie overhandigen. Dan moet ik weer in de wachtruimte plaatsnemen.  Een kwartier later zie ik aan haar blik dat er iets niet in orde is. Zorgelijk vraagt ze me of mijn naam Geert de Boo is. Ik voel nattigheid en zeg heel hard “ja” en zachtjes er achteraan “mijn mans naam is Geert de Boo”. “Nee hoor”, kijkt ze me streng aan. Mislukt. Maar ik dacht dat ik het formulier gewoon zou kunnen overhandigen en het benodigde stempeltje dan zou kunnen bemachtigen. “Uw naam is de Boo Geert”, deelt ze me mede. Ah, er is nog hoop! “O ja, natuurlijk, zo heten we in Japan, achternaam eerst”, bevestig ik glimlachend. Maar die glimlach wordt niet beantwoord. “Waarom heeft u dan Geert de Boo en niet de Boo Geert ingevuld?” Oeps, foutje, niet aangedacht. Ze wil mijn bankpas zien en daar staat natuurlijk de Boo Geert op (een pas op mijn eigen naam is sowieso ondenkbaar in deze ongeëmancipeerde samenleving). We hebben een probleem, maar na diep zuchten en overleg met de manager biedt ze me een oplossing aan: ik schrijf de naam nog een keer correct onder de foutieve naam. Wat een opluchting, is er dan toch zoiets als genade hier? Onder het toeziend oog van de bediende en de manager schrijf ik de naam foutloos en kijk triomfantelijk op.  imagesCAVFC9KYVriendelijk knikkend pakt de bediende het formulier op en stopt het in de oorspronkelijke envelop. Maar het felbegeerde stempeltje dan? Of ik nu zo vriendelijk zou willen zijn het formulier mee naar huis te nemen, daar de foutieve naam met een liniaal door te strepen en die streep te waarmerken door er een stempeltje met onze persoonlijke ‘hanko’ op te zetten. Ook op de twee doorslagpapieren het originele stempeltje graag. Ieder huishouden in Japan heeft zo’n ‘hanko’, het is een ovaal stempeltje van 1 bij een halve centimeter waarop de karakters van je naam afgebeeld staan. Het dient als je handtekening, die in dit land trouwens geen waarde heeft. Je hanko is geregistreerd bij de locale overheid en heeft daardoor rechtsgeldigheid. Dat half Japan Yamashita of Tanaka heet en daarmee dezelfde hanko heeft, lijkt niet ter zake te doen. Maar wij heten de Boo, dus kan ik niet de dichtstbijzijnde kantoorboekhandel binnenstappen om voor een euro een noodhanko te kopen. Het bestaat niet, ze stuurt me naar huis om een streepje te trekken en een correctie te waarmerken die ik op haar verzoek en onder haar toeziend oog heb gemaakt. Ik probeer zielig te doen en vertel dat ik zo ver weg woon. Dat ik straks mijn bloedjes van kinderen op moet halen. Maar ze houdt voet bij stuk. Ik hoef niet op enige medewerking te rekenen zonder de hanko. Het is niet de juiste etiquette, ik weet het, maar in plaats van diep verontschuldigend te buigen om mijn tekortkomingen, draai ik me met een ruk om en stamp de bank uit. De lange rit naar huis probeer ik therapeutisch te gebruiken om niet helemaal over de rooie thuis te komen en mijn chagrijn op de rest van de de Boos af te reageren. Mijn boek biedt uitkomst. Morgen weer een ritje naar de bank. Uren extra leestijd, om weer maar even op mijn vorige blog terug te komen! Zo raak ik gauw door mijn tijdens het verlof zorgvuldig opgebouwde voorraadje boeken en tijdschriften heen. Heb je nog een goed boek of gezellig tijdschrift liggen waar niemand meer naar omkijkt? De brievenbus hier in Kachidoki en degene die haar verlangend leegt, zijn hongerig naar letters!
verslaving

10 Jan 2011

E-mail is een vluchtig communicatiemiddel, soms moet je tussen de staccato regels doorlezen wat er wordt bedoeld. Zo kregen we pas een kort mailtje vanaf de i-phone van een van de kringleiders die ons bedankte voor het sturen van het materiaal voor de kringen van deze week. “Bedankt. Ik hoop dat ik steeds meer van het leven leer genieten als een vrij man en niet als slaaf. Zie Galaten 4.” Hè? Dat is niet het thema van deze week. Wat bedoelt hij? Leggen we teveel druk op hem en vindt hij zichzelf een slaaf van de kerk? Nee, dat kan het niet zijn, want als assertieve advocaat heeft hij geen enkele moeite met nee zeggen. Heeft het met zijn goede voornemens voor 2011 te maken of heeft hij vanmorgen in zijn stille tijd net Galaten 4 gelezen en beseft hij dat hij zich minder moet laten regeren door zijn rigide Japanse werkschema en veeleisende cliënten? Ik weet niet precies waarom deze man ons dit berichtje stuurde en gooi zijn mailtje in de virtuele prullenbak. Niet omdat het niet interessant of belangrijk is, maar niet alle mails vragen om een antwoord of uitgebreide correspondentie. Wel zet zijn opmerking me aan het denken. Ik wil ook geen slaaf zijn, van niemand of niets. Zogenaamde genotsmiddelen hebben geen aantrekkingskracht op mij, tenzij chocolade daar ook bij gerekend wordt. Aan de andere kant regeren ook de weegschaal of diëten mijn leven niet. Als ik geen slaaf van de koelkast ben, hoef ik ook het oordeel van de weegschaal niet te vrezen. Zeker niet als ik ook geen slaaf van de mening van de bladen of andere mensen ben. Sommige mensen hebben een negatief beeld van het huwelijk en zien vooral de vrouw in de rol van slaaf van de man. Ik dien Geert van harte en daarin ga ik heel ver, maar gelukkig neemt hij de bijbelse opdracht om zijn vrouw lief te hebben zoals Christus de kerk liefheeft heel serieus. Misschien helpt het dat hij een kerkplanter is en daarmee veel passie voor de kerk heeft. Mijn kinderen brengen ijverig hun vieze sokken en onderbroeken naar de wasmand omdat ik ze er regelmatig aan herinner dat ik niet hun ‘ondergoedslaaf’ ben. Ben ik dan Jezus’ slaaf? Nee, ook niet, al ga ik voor hem nog veel verder. Tot naar Japan, ver bij alles en iedereen vandaan van wie ik best een beetje slaaf zou willen zijn. Maar Hij zegt zelf dat ik niet zijn slaaf hoef te zijn, maar zijn vriend (Joh. 15:15, Gal. 4:7). Toch dicteren heel veel mensen en omstandigheden me wat ik moet doen. Dat klinkt heel zwaar, maar dat zit ook in simpele dingen. Zo heb ik me een paar jaar geleden over laten halen om actief te worden op Hyves. Je zou tegenwoordig niet meer zonder virtueel sociaal netwerk kunnen. Verder dan 20 vrienden ben ik niet gekomen. Niet omdat ik er niet meer bij elkaar zou kunnen sprokkelen, maar telkens als er zo'n 'vriendschapsverzoek' kwam, vroeg ik me af of ik in de niet-viruele wereld ook 24-7 voor degene beschikbaar zou kunnen of willen zijn. Meestal was het antwoord nee. Dat zou ervoor kunnen pleiten om dan juist maar wel cybervrienden te worden, zodat kunnen zij een beroep op mijn vriendschap doen wanneer ze daar zelf maar behoefte aan hebben zonder dat ik meteen concreet in actie hoef te komen. Dat deed ik zelf tenslotte ook, want als ik een update van één van mijn vrienden wilde, hoefde ik alleen maar op hun profiel te klikken en hun wel en wee verschijnt op mijn scherm. Toegegeven, dat is fantastisch als ze zo nieuwsgierig bent als ik, maar -hier gaan we weer-, het heeft ook iets verslavends in zich. Daarom heb ik vorige week mijn bescheiden Hyves-account opgeheven. Dat viel overigens niet mee en het kostte veel moeite om je lidmaatschap op te zeggen. Maar ja, zo is het met veel dingen die op één of andere manier in hun macht hebben. Ik denk dat ik best kan stellen dat ik me niet laat regeren door internet. Of door bijvoorbeeld uitzendinggemist.nl. Dat heeft weer met dat slaaf zijn te maken. Ik ben niet minder mens als ik bepaalde populaire programma’s gemist heb. Dat ligt voor mij iets moeilijker waar het gaat om nieuws of leesvoer. Misschien komt het door mijn tijd in de Tweede Kamer toen ik voor Verhagen elke morgen 14 ochtendbladen door moest ploegen op zoek naar relevant nieuws. Misschien is het mijn nieuwsgierige aard. Wat dat betreft is leven in twee werelden moeilijk. Voor mijn werk onder jonge professionals in het hartje van Tokio vind ik het belangrijk om te weten wat er hier vandaag aan de hand is, maar een gedeelte van mijn hart ligt in Nederland en ik wil ook op de hoogte blijven van wat daar speelt. Opnieuw is internet een uitkomst, al leg ik mezelf beperkingen op en mag ik mijn nieuwshonger alleen stillen door de site van het ND. Anders is het hek van de dam en hoor ik het troosteloze snikken van hongerige baby’s niet. 050Lezen heeft sowieso dat effect op me. Het bloot staan aan letters doet verlangen naar meer. Het verhaal leeft in je hoofd en je moet weten hoe het verder gaat. Toch een verslaving? Zo erg is het nog niet, maar boeken die ik recent las, zoals ‘The iman’s daughter’ van Hanna Shaw of ‘Dorsvloer vol confetti’ van Franka Treur of 'Boven is het stil' van Gerbrand Bakker doen me lezen terwijl ik het gehakt rul of met één hand de rijst was. Amazon bezorgde het nieuwste boek van Tim Keller ‘Generous Justice’. Ik heb een drukke werkweek, dus probeer ik een gezond portie zelfdiscipline uit te oefenen en het boek nog even dicht te laten. Over de boeken van Keller, onze kerkplantingspartner van Redeemer Presbyterian Church in New York, gesproken, na het boeiende boek ‘de vrijgevige God’, is ook ‘Namaakgoden’ raak. Het gaat over de idolen van ons hart. Eigenlijk hetzelfde thema als deze blog. Van wat of wie ben jij slaaf? Zoals je leest, vind ik het niet zo moeilijk om te vertellen waar ik geen slaaf van ben of wil zijn. Nu nog onder ogen zien wat mijn idolen wel zijn.
geen tanden, toch bollen

31 Dec 2010

toegift 019De zon is hier net achter de berg Fuji gezakt en de stad wordt donker. Vandaag geen lichten aan in de hoge kantoortorens. Sowieso zijn gaan er weinig lichten aan in de stad, want heel veel mensen zijn op deze Oudejaarsdag naar hun geboorteplaats getrokken om daar vannacht met familie, heel veel traditioneel eten en tempelbezoek het nieuwe jaar in te luiden. Wij zijn gewoon thuis en hebben oliebollen en appelbeignets gebakken. Met de frituurpan op het balkon op 51 hoog, omdat ons kleine appartementje anders wel heel erg gaat stinken. Maar het was lekker weer en een jas was in het zonnetje niet eens nodig. toegift 014toegift 012De oliebollen zijn volgens origineel recept van oma, gemaakt van een gistbeslag met appel en rozijnen. Zelfs zoals ik dat in Dreischor geleerd heb met de hand door 'geklapt'. Ik geef toe, de appelbeignets, geïnspireerd door een receptje op internet, winnen geen schoonheidsprijs - maar het valt ook niet mee zonder appelboor. Alle baksels zijn in ieder geval goedgekeurd door alle mini-Bootjes. Met en zonder tanden. We hoeven vandaag niet te werken en genieten van een rustige dag met elkaar. Bijna de hele gemeente is op pad naar familie en daar zijn we eigenlijk best een beetje jaloers op. In de afgelopen weken hebben we in de kerk rondgevraagd wie er vanavond nergens heen kon en die hebben we hier uitgenodigd. Het resultaat is dat we vanavond de laatste uren van 2010 aftellen met een aantal vrijgezellen die anders alleen zouden zijn. Uhm, misschien geen droomavond en eerlijk gezegd zie ik er best een beetje tegenop, maar anders zouden we misschien op de bank in slaap vallen. Hier trouwens geen vuurwerk, om middernacht klinken de diepe scheepstoeters over de baai van Tokyo en daarna doven alle lichten en geluiden. Behalve dan de tempelbellen. Nu stoppen met lezen en gauw oliebollen gaan bakken of in de winkel gaan kopen... Gelukkig Nieuwjaar!
weggepoetst

30 Dec 2010

021In het vorige stukje refereerde ik al even aan het schoonmaken voordat het nieuwe jaar begint. Dit zijn zeldzame vrije dagen voor Japanners en als het poetsen gebeurd is, gaat iedereen shoppen om alles wat bij de grote schoonmaak weggegooid is te vervangen. Het principe consuminderen is hier nog niet doorgedrongen. Met de huidige koers van de euro valt er voor ons weinig te winkelen en dat is prima, want we hebben ook niets nodig. Sterker nog, we hebben rondom alle kerstfeestjes zoveel lekkers gekregen dat we besluiten om te delen en pakketjes voor de daklozen in ons stadsdeel te maken. Met een tas vol zakjes met daarin een paar warme sokken, een rijstbal met vis, een broodje, pakje sap en een handvol chocolade trekken we samen met tienduizenden shoppers het winkelcentrum in. Maar de mannen en vrouwen in hun kartonnen schuilplekken zijn niet te vinden. En dat komt niet door de mensenmassa's die op de been zijn. De tassen van Vuitton, Dior en Armani schuren langs mijn benen. Ik ben blij dat we Fleur en Lucile op onze buik meedragen, want met onze roze twinmobiel zou er geen doorkomen aan zijn. In de parkjes naast de openbare toiletten, onder de bruggen, in de gangen die naar de metrostations leiden, geen zwerver te bekennen. Het is in Tokio ook koud geworden. Niet te geloven dat juist nu alle daklozen ook weggepoetst zijn. Net als al die andere rommel die je aan het eind van het jaar opruimt. Wat je niet ziet is er niet, redeneren velen. Japanners zijn meesters in het ophouden van de schone schijn. 026Ten slotte dwalen we af naar het nabijgelegen park bij het keizerlijk paleis. Daar loopt op een enkele toerist na niemand. Hoewel, alle bankjes zijn bezet. Met grijze schaduwen en heel veel vuile tassen. Als we dichterbij komen, begrijpen we dat we de daklozen gevonden hebben. We hebben lang niet genoeg pakketjes. Het kaartje dat Thom schreef met de tekst 'ganbatte' (houd vol) en in de zakjes stopte, tovert een glimlach op de gegroefde gezichten. Berend is bewogen met het lot van degenen voor wie we niets meer hebben. Zelf hebben ze het niet door, want ze liggen in het winterzonnetje te slapen. We beloven hem dat we volgende week weer gaan.
kerst in Tokio

27 Dec 2010

Kerst is al vergeten in Japan en iedereen poetst zich suf terwijl de resterende dagen van 2010 afgeteld worden. Alle mogelijke modelletjes bezems, schoonmaakchemicaliën, offers en amuletten worden ingezet om wat verkeerd was (en de goden ontstemd heeft) letterlijk uit te wissen. Wij, daarentegen, kunnen eindelijk ontspannen. In de eerste plaats omdat we weten dat het geen zin heeft om op eigen kracht onze zonde weg te poetsen, daarom zijn we zo blij dat we met kerst konden vieren dat Jezus om die reden naar ons toe gekomen is. God is bewogen om ons en ondernam zelf actie door zijn Zoon te sturen! Dus dat onderdeel kunnen we dus overgeven. Sowieso is de rust voor even weergekeerd in huize de Boo, want de kerstmarathon zit erop. Honderden mensen hebben door de activiteiten van Grace City Church en door de evenementen bij ons thuis het ware verhaal van kerst gehoord. Hieronder een greep... 2010.11-12 gospel workshopGospel Concert Group (2)Gospel Concert Room (2)De aftrap was de kerstdienst op zondag 19 december met na afloop een Gospel Concert. Nadat ik in de zomer een Japans Gospel koor in de entreehal van een kantorencomplex aan het oefenen had gezien, wist ik dat dit een geweldige manier van het bereiken van de doelgroep was. Traditionele zwarte Gospelmuziek uit het Zuiden van Amerika beweegt de Japanse harten. Misschien herkennen ze zich in het lijden, al is het in een totaal andere vorm? Allerlei emoties komen los en door de teksten van de christelijke liederen, verdiepen ze zich automatisch in de inhoud van het christelijk geloof. Daarom organiseerden we als Grace City Church dit najaar een Gospel Workshop, een serie van 7 lessen Gospel zingen onder leiding van een professionele Gospel zangeres. Geert en ik zingen bij het oefenen keurig onze partijen als tenor en sopraan mee, om zo voor- en nadien met de deelnemers kennis te kunnen maken. Na de kerstdienst tracteerden de deelnemers ons op een mini-concert. In januari gaan we door en gaat de enthousiaste groep nieuwe liederen instuderen.     021023Julie vierde een kerstfeestje met haar Japanse kleuterklas. De helft van de klas was geveld door het gevreesde 'noro-virus', een soort hyper-buikgriep, maar dat mocht de pret niet drukken. Pret hadden de kleuters zeker op de grond in de traditionele tatami-kamer. Maar bij kerst zonder Jezus kom je niet verder dan feestmutsen en cadeautjes. Kijk maar.          2010.12.23 GRACE KIDS Xmas PARTY 022 De volgende dag vierden we met de kinderen van de kerk, Grace Kids, kerst met alles erop en eraan: het kerstverhaal uit de bijbel, knutselen, spelletjes, dansen en iets lekkers! Behalve alle kinderen van de kerk (en dat zijn er 12), kwamen er nog 13 kinderen 'van buiten' en samen met 25 ouders was het een groot feest.                2010.12.23 uitnodiging christmas tea039 In de middag houden we open huis en bieden alle 23 andere gezinnen op de 51ste verdieping een Christmas Tea Party aan. Acht gezinnen komen langs en vinden een plekje aan een tafel vol lekkers: zelfgebakken brownies en kruidkoek, chocolade en rijstzoutjes. Officieel duurt het feest tot 5 uur, maar de laatste buren druppelen om half 7 het huis uit. Drie families hebben we nog nooit eerder ontmoet en met hen spreken we een vervolgafspraak af.         056Tussen alle bedrijven door proberen we de kids behalve stress vanwege alle voorbereidingen en het strakke werkschema ook nog wat aandacht te geven. Zo mogen ze bij een vriendin kerstkoekjes gaan bakken en op de terugweg naar huis zien we een kunstijsbaantje. Het blijkt bij nader inzien geen echt ijs te zijn, maar hetzelfde materiaal waar snijplanken van gemaakt zijn. Hier doen Thom, Berend en Julie hun eerste schaatservaring ooit op!  2010.12.24 CHRISTMAS EVE concert110Op kerstavond (24 december) organiseerden we een groot concert met de Japanse concertpianiste Yukiko Tanaka. Ze woont en werkt in New York maar maakte tijdens haar familiebezoek in Japan graag tijd om voor ons te spelen. Afgewisseld met klassieke stukken gespeeld door een klarinetist en bijbellezingen voorgelezen door een acteur, was het programma van hoge kwaliteit. Zo'n 30 gemeenteleden brachten 50 mensen mee. Het concert speelde zich af in de grote glazen hal van een kantorencomplex en daardoor trokken we ook nog eens 20 mensen die langswandelden.090 Herinner je je Wang de tandarts nog? Ze kwam ook naar het concert en was diep geraakt door de boodschap van hoop die ze hoorde. Ze komt binnenkort naar een kerkdienst!                          124111 En dan is het zaterdagochtend, eindelijk is kerst echt aangebroken. Maar in Japan is het kerstfeest voorbij. Op 'Christmas Eve' (de 24ste) zijn alle kippenpoten en de veel te dure kerstslagroomtaart verorberd en alle lichtjes in de stad zijn die nacht nog verwijderd. Wij blijven die dag lekker thuis en vieren als gezin kerst. Te beginnen met, voor het eerst sinds we terug zijn in Japan, niet om 6 uur opstaan en een lekker laat ontbijt. 's Avonds hebben we een kerstdiner bij Amerikaanse vrienden. Alleen de aanblik van de overdaad aan eten geeft ons al een vol gevoel en na een klein stukje van de reuzekalkoen met stuffing en wat aardappelpurree zijn we dik tevreden.       047Gelukkig vieren we zondag in de kerk nog wat kerst door het zingen van kerstliederen en een preek over de Wijzen uit het Oosten. We brengen een kerstpakketje met lekkers bij de familie Yamana op de 49ste verdieping van de woontoren naast ons. Ze hebben ook een tweeling van anderhalf, maar die zijn veel te vroeg geboren en daarmee kwetsbaar. Ziekenhuisopname vanwege het RS-virus en een operatie van een hernia voor de kleine mannetjes gaan het gezin niet in de koude kleren zitten. Hoewel ze als stoere kerels met Fleur en Lucile spelen. Als we samen gegeten hebben, zucht moeder Yamana vertederd dat de kinderen ondanks alle zorgen echt een cadeau van God zijn. Ze is geïnteresseerd in het bijwonen van een kring. Ook hij vraagt naar de kerk. Die openheid leidt in het nieuwe jaar hopelijk tot meer gesprekken.
expectatief

18 Dec 2010

In een vreemd land leer je elke dag wel nieuwe woorden, maar deze keer betreft het een medische term in onze eigen taal. Er ging wel iets aan vooraf, namelijk dat Lucile uit haar gips en Fleur uit haar spreidbroek werden bevrijd! Wat hebben we uitgekeken naar dit moment. Lucile vond het openzagen van haar gips op z'n zachtst gezegd indrukwekkend en ook Fleur bungelde onwennig met haar losse beentjes. Met vier prachtige, vrije beentjes kwamen we thuis. Meteen de röntgenfoto's naar de orthopeed in het LUMC gemaild en vervolgens uren wachten tot ook in Nederland de zon op zou gaan. Het was bijna middernacht toen ons het goede nieuws uit Leiden ons per email bereikte: 'De heupen van Fleur zijn zeer mooi ontwikkeld.... Lucile heeft gelukkig haar heup nog in de kom, maar er is ook bij haar net als bij Fleur wel enige groeiachterstand van het heupkommetje. Mijn voorstel is een expectatief beleid.' Dat klinkt goed, maar wat betekent expectatief eigenlijk? Het woordenboek biedt uitkomst: Afwachtend, bijvoorbeeld bij een behandeling waarbij men de ziekte zijn beloop laat gaan en (nog) niet ingrijpt. Prachtig woord in deze adventstijd. We wachten af in vertrouwen op de goede afloop. Fleur en Lucile zijn ontzettend blij. Ze zouden wel kunnen dansen, als hun nog slappe beentjes hen zouden kunnen dragen tenminste. Maar dat komt, want we zijn expectatief! Binnen 24 uur na haar bevrijding uit het gips draait Lucile zich op haar buik, kruipt en gaat zitten. In haar ontdekkingstocht van haar opeens zoveel grotere wereld heeft ze haar eerste ondeugende actie ondernomen: ze trok de DVD-speler uit de kast en probeerde alle knopjes uit. We weten, dit is nog maar het begin. Er kruipen nu twee mobiele dreumessen rond, kattekwaad-in-het-kwadraat! Wat dat betreft voeren we geen expectatief beleid...
drie baby's

13 Dec 2010

'Sorry, mijn man kon niet meekomen", zegt Akiko als ze met op elke arm een tweelingdreumes ons huis binnenvalt. Bezweet en beschaamd. Het was het idee dat ze met het hele gezin zouden komen lunchen als compensatie dat hij tijdens de Thanksgivingbrunch op de anderhalfjarige tweeling had gepast. Het feit dat een vader, als hij zorgt voor zijn kinderen, dat als 'babysitten' aanduidt, zegt genoeg. Iemand van buiten neemt even de zorg voor de kids over als de ouders er niet zijn, dat lijkt me de definitie van babysitten. Zij voelde zich schuldig dat ze twee uurtjes voor zichzelf nam door mee te brunchen en om haar wisselgeld naar haar man te geven, nodigden we hen bij ons thuis uit. Maar nu komt hij dus niet opdagen. 'Oh, maar hij heeft ook zo'n verantwoordelijke baan, hij moet vast veel overwerken', fluister ik vergoeilijkend, want ik vind de hele toestand vooral sneu voor haar. Geert moet mijn woorden herhalen, want ik ben mijn stem verloren. Erg onhandig in dit geval, maar ik wilde de lunch niet afzeggen omdat het zo zeldzaam is dat je de echtgenoot van je vriendinnen te zien krijgt. 'Ja, moe is hij zeker', verzucht ze. 'En hij heeft reuzehoofdpijn'. 'Wat naar!', kraakt mijn stem, 'zie je wel, dat werkregime hier in Japan is echt niet gezond'. Akiko trekt zenuwachtig de jasjes van haar jongetjes uit en gaat steeds harder zuchten. 'Nee, gezond is het zeker niet. Ik zal het maar eerlijk zeggen: hij heeft gewoon veel te veel gedronken en voelt zich nu hondsberoerd. Ik had zo graag samen hier naar toe gekomen.' Ze weet niet waar ze moet kijken. Drinken na het werk met de baas en je collega's is hier in Japan eerder regel dan uitzondering. Dat hoort bij het werk, vindt iedereen. Op de werkvloer gaat alles gestructureerd en via hierarchische lagen, maar in de benauwde drinkholen vallen de remmingen weg. Dan vindt het zogenoemde 'nomificatie' plaats. Een samentrekking van nomu (drinken) en communicatie. Alles mag en kan gezegd worden en het zal niet tegen je gebruikt worden. Alleen niet meegaan en geen alcohol drinken wordt tegen je gebruikt. Kies je ervoor om niet deel te nemen aan deze drinkgelagen, dan val je buiten de groep en je baas zal dit interpreteren als gebrek aan commitment aan het bedrijf of organisatie. Betekent dat dat de meeste mannen met tegenzin naar het café gaan? Nee, zeker niet. Het wordt gezien als stoom afblazen en sommigen ontvluchten zo de eenzaamheid of juist hun zeurende vrouw met jengelende kinderen. Nu toont een recent onderzoek aan dat professionals in Tokyo minder slapen dan hun soortgenoten in andere wereldsteden zoals New York, Parijs, Stockholm en Shanghai. Slaapt een zakenman in Shanghai gemiddeld 7 uren en 28 minuten per nacht, in Tokyo is dat minder dan 6 uren! Dat komt volgens de enquête door overwerk, drinken na het werk en het spelen van computergames bij thuiskomst. Op de vraag wat het belangrijkste in hun leven was, antwoordden de mannen in New York en Shanghai 'tijd met het gezin', maar in Tokyo verlangt iedereen naar meer slaap. De dutjes staande in de trein helpen blijkbaar niet veel. Nu ben ik wel geen zakenman in Tokyo, maar ik herken me wel in het slaaptekort. Deze stad leeft altijd en iedereen doet een beroep op je. Die 6 uur per nacht haal ik ook niet, want zelden gaan voor middernacht het licht en de computer uit en om 6 uur piept de wekker weer. Zou hierin een verklaring voor het verliezen van mijn stem kunnen liggen? Akiko's man zegt niet onder de 'nomikai' (drinkontmoetingen) uit te kunnen. Zij zou hem graag vroeger thuis zien omdat de zorg voor hun actieve tweeling haar zwaar valt. Aan meer kinderen moet ze niet denken, vertelt ze. 'Ik heb nu drie baby's, dat vind ik wel genoeg'. Ik ken Akiko nog maar een paar weken (ontmoet op het Halloweenfeestje) en raak in de war. 'Drie baby's?' vraag ik. 'Ja, de tweeling en mijn man'.
waar of niet

03 Dec 2010

2010.11.28 thanksgiving brunchWaar Nederland rillend bij de kachel Sinterklaas begint te vieren, hebben wij nog maar net Thanksgiving achter de rug.  Het is een Amerikaans feest dat begonnen zou zijn toen de Pigrim Fathers vanuit Engeland (via Leiden!) in de 17e eeuw in Noord-Amerika gesetteld waren en God dankten dat Hij hen van voldoende eten voorzag. In die bossen liepen blijkbaar ook kalkoenen rond, want die ontbreken op geen enkele Amerikaanse Thanksgivingtafel. Het liefst zo groot mogelijk en vol gepropt met 'stuffing' (vulling), een goedje samengesteld van brood en fruit dat in de oven meekookt in de buik van de kalkoen. Ik vergeet nooit hoe ik in 2002 tijdens onze eerste Thanksgiving in Amerika onze gastheer, Uncle Larry's arm met een handvol stuffing in de billen van de blote kalkoen zag verdwijnen. Net als kerst is Thanksgiving geseculariseerd en voor velen een gezellig samenzijn met familie en teveel eten geworden. Ik vond het een mooie aanleiding om een grote groep vrouwen uit te nodigen voor een brunch. 002Twintig vrouwen kwamen erop af en genoten van zelfgemaakte brownies, muffins, pompoenentaart, pannenkoekjes, cheesecake, bagels, etc. Het feest kreeg nog een extra Amerikaans tintje door cranberrysap erbij te serveren. Na de maaltijd kreeg iedereen een klein schildersdoek en tekende daarop een kanji (Chinees karakter) die representeerde waar degene dankbaar voor is. Vervolgens vertelde elke gast waarom ze dit karakter gekozen had. De helft van mijn gasten was geen christen, dus dat was best spannend. Kaoru, een jonge advocate die sinds een paar maanden naar onze kerk komt, zei: "Ik heb het karakter voor genade getekent. Ik ben nog geen christen, maar God heeft me dit jaar zoveel gegeven. Nieuwe vrienden in de kerk, een gemeenschap waar ik echt thuis ben. Ik wil nog veel over God leren, maar ben nu al zo dankbaar voor wat Hij me geeft." 009Een groot succes dus, die Thanksgiving brunch voor vrouwen. Toch was er ook een minpuntje. Via via had een week eerder een zekere Konami de weg naar Grace City Church gevonden.  Zij zag me na de dienst met uitnodigingen voor de brunch lopen en meldde zichzelf later via email aan. Toen ik haar ontmoette, had ik een wat unheimisch gevoel. Ik betrapte mezelf op de gedachte 'ze doet me een beetje aan een heks denken'. Natuurlijk sprak ik dit niet uit en ik schaamde me dat ik zo slecht had gedacht. Toen ik met haar kennismaakte kwam er een heel relaas over Hebreeuws en het oude Europa. Het was duidelijk dat ze niet doorsnee was, al kon ik niet duiden waarom. En ach, ga maar na, elke kerk trekt bijzondere mensen aan. Ze vond het in ieder geval niet moeilijk om contact te maken met mensen, ze praatte lang en indringend met heel veel mensen. Ook deelde ze visitekaartjes uit, iets wat heel normaal is in Japan. Ik heb ook altijd een stapel op zak. Tijdens de brunch probeerde Konami net als de week ervoor contact te maken met nieuwe mensen. Mijn oog viel op de kat op haar visitekaartje. 'Oh, een kattenliefhebber', dacht ik. De niet-christenen naast haar toonden weinig belangstelling voor de excentrieke dame en eigenlijk was ik daar enigszins opgelucht over. Het unheimische gevoel was er nog steeds. Later werd duidelijk waarom. Konami claimde behalve vijfde generatie christen (iets dat heel uniek zou zijn in Japan) ook een waarzegster zijn. Ze had aan verschillende mensen verkondigd dat de bijbel en het leggen van tarotkaarten hand in hand kunnen gaan. Tijdens een consult zou ze daar graag meer over willen vertellen. Slechts 45 euro voor 20 minuten. Ze houdt dan ook kantoor in Roppongi, één van de duurtste wijken van Tokyo. De kat op haar visitekaartje bleek haar trademark te zijn, een zwarte kat met een hoge rug. Toen deze kat uit de zak kwam, waren we ontzettend geschokt. Wat jammer dat mijn slechte voorgevoel, waar ik me zo voor schaamde, terecht bleek te zijn.  Uiterst zorgvuldig probeer je de gemeente op te bouwen en bij evangelisatieactiviteiten ga je heel voorzichtig te werk. Je probeert open te staan voor iedereen. En dan komt een belangstellende niet met de metro maar op haar bezemsteel. Bij wijze van spreken dan. Ze heeft onze gemeente uitgekozen om klanten te werven. Dat had ik niet kunnen verzinnen. Terwijl we tot over onze oren in de voorbereidingen voor alle kerstvieringen zitten, gebruiken we deze week elke overige minuut voor nazorg met degenen die met Konami gesproken hebben.
twee keer één

29 Nov 2010

Fleur en Lucile zijn vandaag jarig: ze zijn één jaar! Voor het eerst jarig, voor het eerst slingers, voor het eerst 'lang zullen ze leven' toegezongen, voor het eerst taart, voor het eerst samen het papier van een cadeautje af pulken. Voor de rest van het gezin betekende het ook een primeur en een uitdaging, want hoe vier je de verjaardag van een tweeling? Eén keer zingen of twee keer? Is één taart met twee namen goed genoeg, is het okay om een cadeau te delen? Ingewikkeld! Er zijn boekenkasten vol over dit onderwerp geschreven en weet je, ik ga het lekker niet allemaal lezen. We zijn ons ervan bewust dat we hen de ruimte moeten geven om een eigen identiteit te ontwikkelen. Vandaag hebben ze hopelijk vooral ervaren hoe ontzettend geliefd ze allebei zijn. Het was hier gewoon dubbelfeest omdat we vieren dat de liefste tweeling van de hele wereld, Lucile en Fleur, ons al een jaar zoveel vreugde geven. We danken de Here God voor deze geweldige meisjes! Kijk ze lekker feesten op deze video:
lancering

22 Nov 2010

Toen je de titel van deze blog zag, begon je in je onderbewuste al terug te tellen: tien, negen, acht... Nee, er is geen raket de lucht in geschoten, maar gisteren is wel onze kerk gelanceerd! Precies 2 jaar telden we af tot dit moment: het officiële moment waarop Grace City Church 'gelanceerd' wordt, de openingsdienst. We vierden dit in Japan zo belangrijke ritueel met een zaal vol gemeenteleden, zoekers, vrienden en dominees in stemmige pakken. IMG_7794[1]Alweer hoor ik je denken, maar dat is toch mosterd na de maaltijd als die kerk al twee jaar geleden geboren is en je sinds Pinksteren elke zondag diensten hebt. In onze westerse ogen misschien wel. Maar in dit land zijn rituelen om van de ene fase naar de andere over te stappen bijzonder belangrijk. Psychologisch belangrijk voor de gemeenteleden die zo hard meewerken, als bevestiging dat we als kerk echt zijn en er toe doen. Belangrijk in het proces van erkenning van ons bestaansrecht door de denominatie die we in de toekomst in hopen te stromen, de Presbyteriaanse kerk van Japan. We zijn nu nog niet officieel lid van de Presbyteriaanse denominatie omdat een pioniersgemeente als de onze niet in hun stramien past. Maar onze dominee, ds. Fukuda is wel predikant binnen dat kerkgenootschap en met onze reformatorische leer past onze kerk daar theologisch prima in. Alleen qua vorm, tja. We werken in een uniek gebied met een bijzondere doelgroep en daarom maken we soms wat onorthodoxe keuzes waar het gaat om locatie (type Starbucks), evangelisatieactiviteiten (business seminars, concerten, kunst, etc.) of  aanvangstijden van diensten (15.00 uur). IMG_7763[1]IMG_7814[1]Dat kerkcultuurverschil zagen de mannenbroeders in donkere pakken, afgevaardigd door de synode, gisteren bevestigd toen een professionele saxofonist (geen christen, maar door zijn werk in onze gemeente wel open voor het evangelie) een jazz versie van een gezang uitvoerde. Met z'n drietjes op een leren bank keken ze zuinigjes toe. Was het inderdaad om die andere keuzes die we maken waar het gaat om vorm? Of was het omdat in hun kerkjes alleen nog een paar bejaarden over zijn en ze in Grace City Church tussen tientallen twintigers en dertigers zaten? IMG_7804[1]Hoe dan ook, het was een feest en alleen daardoor al goed en opbouwend voor onze kerkgemeenschap. Alle eer aan God, want het is niets minder dan een wonder dat we tegen de trends, tegen de trieste statistieken en ondanks alle tegenkrachten in het hart van de Japanse samenleving als kerk groeien en bloeien! En zoals het gaat bij een lancering kijken we verwachtingsvol omhoog: the only way is up!
oerknal

16 Nov 2010

"Er was een cosmische aanval en toen ontstond de aarde. Daarna regende het tien dagen en zo ontstond de zee. Daarin zat plankton en daaruit groeiden grotere vissen. Vervolgens ontwikkelden die zich tot reptielen en daarna zoogdieren. Daaruit kwamen een soort mensapen voort, toen de cromagnon-mens en tenslotte wij." Nu ze mijn vraag naar het ontstaan van de aarde heeft beantwoord, leunt Asae naar achteren en doet voldaan haar armen over elkaar. Haar blik spreekt boekdelen: zo is het en niet anders. Moet ik nu lachen of huilen? En dit vinden veel mensen gemakkelijker te geloven dan het scheppingsverhaal?! Na een aantal jaren ben ik inmiddels redelijk ervaren in de discussie over dit onderwerp en daarom vraag ik haar hoe die oerknal zo maar kon gebeuren. Een triomfantelijke blik alsof ze weer een ronde verder komt in deze quiz: "dat materiaal kwam uit een zwart gat!". Als ik vraag waar hoe dat zwarte gat dan is ontstaan, betrekt haar gezicht. Ze begrijpt mijn vraag niet, want een gat is toch niets. En niets hoeft toch niet te ontstaan? Ik wil haar niet boos, maar wel in gezonde verwarring brengen en vraag hoe deze kennis heeft opgedaan. Alle Japanse kinderen leren dat in de vijfde klas van de lagere school. En ze verzekert me dat het geen theorie is, want dat woord had ik blijkbaar gebruikt, maar de feitelijke waarheid. Oh. Voorzichtig introduceer ik een andere waarheid. Onder het mom van 'zo zien christenen dat'. Aanleiding van deze discussie is de Engelse les die Asae bij mij volgt. Ze is 32, single en OL (spreek uit als 'o- ellu'een verjapanst Engels woord dat Office Lady betekent, een soort mix tussen administratief medewerkster en secretaresse). Ze wil graag hogerop en daarvoor heeft ze Engels nodig. Maar Engelse les is duur en bij mij kan ze het gratis krijgen. Maar dan wel in de vorm van bijbelstudie. Deze keer is het thema Thanksgiving. We praten over de Pigrim fathers, kalkoenen en waarvoor en waarom we wie kunnen danken. We lezen 1 Timoteüs 4:4 waarin staat dat alles wat God geschapen heeft goed is en dat we Hem kunnen danken. Omdat we bij Dankdag vooral denken aan wat God ons in de natuur geeft, lezen we ook het scheppingsverhaal. Zo leest Asae vandaag voor het allereerst in de bijbel. Ik vind het gaaf om zo'n mijlpaal bij te wonen. Er gaat een nieuwe wereld voor haar open. [caption id="attachment_836" align="alignright" width="240" caption="Geert en Kono"]Geert en Kono[/caption] Ik herinner me hetzelfde moment, zo'n zeven maanden geleden met Kono. Typisch Japanse, hoogopgeleide zakenman die elke avond tot in de late uurtjes op kantoor zwoegt. Behalve op de woensdagavonden wanneer ik Engels geef, dan doet hij er alles aan om er te zijn. Zijn oorspronkelijke motivatie was Engels leren, inmiddels gaat het dieper. Hij geniet van de gezelligheid, de ontspannen sfeer en het bonte gezelschap. Op de meest wonderlijke manieren vinden ze mijn zogenaamde les. Maar Kono heeft ontdekt dat er meer is. Doodzenuwachtig vertelde hij de groep die eerste avond in april over de evolutietheorie. Alsof ik de knetters van de cosmische ontploffingen kon voelen in zijn woorden. Die scherpe kantjes zijn er nu af.
ik check de opdrachtenkaart van Wakaba
ik check de opdrachtenkaart van Wakaba
Zaterdag organiseerde ik een Grace Kids' uitje naar de dierentuin. Net zoals de Engelse les één van de vele 'ingangen' tot de community van Grace City Church. Zo sjouwden we met meer dan 20 mensen door de Zoo terwijl de kinderen hun checklist met dieren afwerkten en wij bouwden aan de relatie met de ouders. Kono, zijn vrouw en twee dochtertjes waren er ook. Toen we na vier uren uitgeput over het hek bij de giraffes hingen, realiseerde ik me dat deze langnek het eerste dier was dat ik daadwerkelijk met aandacht bekeek. Mijn aandacht was tot dat moment meer uitgegaan naar mensen dan dieren. In het gewone leven is er zo weinig tijd om uitgebreid te praten, dus probeerden we dit uitje maximaal te benutten. Het was het tijd om de opdrachtenkaart van de kids na te kijken. Behalve dat ze een reeks dieren moesten vinden, waren er ook een aantal vragen. De laatste vraag luidde: wie heeft de dieren gemaakt? Toen ik de zes-jarige Wakaba-chan's kaart nakeek, moest ik meteen aan Kono, haar vader, denken. Ik had haar met ouders zien overleggen. Hij had haar ingefluisterd: "schrijf maar: ik weet het nog niet". Er is evolutie in zijn denken. Er is openheid. Er is hoop!
overgave

08 Nov 2010

Het is aandoenlijk en symboliseert hun overgave: Tsutomu en Yuuji zitten op hun knieën met het hoofd gebogen. Zo doopt dominee Fukuda met handenvol water deze twee jonge mannen. Allebei niet ouder dan 30 jaar, single, drukke baan en zichtbaar gelukkig. Ze hebben gevonden wat ze al jaren zochten: Jezus.  In de meeste Japanse kerken moeten de dopelingen getuigenis afleggen: hun levensloop en de rol van God daarin uitleggen. Dat vragen wij in Grace City Church niet. Daar zijn we wellicht te reformatorisch voor. Beducht dat zo'n mensenverhaal afleidt van het veel grote Verhaal van God. Dat van zijn reddingsplan door Jezus. Daar gaat het bij de doop om. Natuurlijk, dat moet je eerst wel geloven voordat het water langs je voorhoofd druipt en daarom leggen ook Tsutomu en Yuuji eerst belijdenis van hun geloof af. Ze hoeven hun verhaal ook niet te vertellen, scenes flitsen door mijn hoofd terwijl ze daar zo zitten. Ik kan Tsutomu's ogen nu niet zien, dat kon ik 3 jaar geleden ook niet toen hij bij ons aan tafel zat, weggedoken achter een dikke bos zwart haar. Hij kwam toen naar onze bijbelstudies, maar het was toen moeilijk om echt contact met hem te maken. Met ogen of met woorden. Wel zag je zijn honger naar ... ja, naar wat eigenlijk? Achteraf noemt hij het een zoektocht naar zijn identiteit. Tijdens zijn studie biologie begreep hij dat levende organismen te complex zijn om zomaar onbedoeld te ontstaan. Hij ging op zoek naar zijn oorsprong en zijn doel. Zijn tante vertelde hem dat hij bij ons moest zijn. Geboeid luisterde hij en zag het als een stapje op weg naar een waarheid. Dat die in de bijbel te vinden was, daarvan was hij toen nog niet overtuigd. We verloren hem uit het oog, tot zijn tante ons dit voorjaar opbelde. We namen opnieuw contact met hem op. Zijn haren waren inmiddels korter en niet alleen oogcontact maar ook een gesprek bleek mogelijk. Hij volgde CROSSROAD, onze beginnersbijbelstudie en begon naar diensten te komen. Na een dienst in de zomer kwam het hoge woord eruit: "ik geloof". Yuuji kwam net iets eerder tot geloof, in Engeland. Net als veel Japanse twintigers van gegoede families, brengt hij ook een gedeelte van zijn studie in het buitenland door. In Brimingham krijgt hij verkering met een Brits meisje en hij bezoekt bijeenkomsten van haar christelijke studentenvereniging. Hij is vooral geïnteresseerd in het meisje, maar ook meer informatie over het christendom vindt hij mooi meegenomen als cultuurstudie. Hij is op dat moment tenslotte in een christelijk land. Voor het laatste deel van zijn studie verhuist hij naar Londen. Zijn vriendin maakt het uit, niet alleen vanwege de afstand, maar vooral vanwege de geestelijke kloof tussen hen. Ze wil geen vaste relatie met iemand die geen christen is. Zijn hart is gebroken. In plaats van bitterheid ervaart hij een groeiende belangstelling voor die Jezus die zijn relatie onmogelijk maakte. Tot op dat moment is hij nooit uit eigen beweging naar de kerk geweest, maar hij raakt ervan overtuigd dat hij zelf wil ontdekken wat het christelijk geloof inhoudt. In de Londense kerk All Souls vindt hij monden die vertellen, oren die zijn vragen willen horen en een warme gemeenschap. Bovenalles ontvangt hij er geloof. Goed komt het niet meer met zijn ex en daar heeft hij vrede mee. Hij verhuist terug naar Japan en voegt zich bij onze gemeente. Sinds gisteren als belijdend en dooplid!
rillingen

29 Oct 2010

Ik zou de Halloweenfeestjes zien als een gelegenheid om contact te maken met moeders, weet je nog. Nou, dat is bij het eerste feestje gelukt. Vandaag ook wel, maar waar ik dacht dat Here God met een kromme stok rechte slagen maakte, blijken de slagen vandaag gewoon krom te blijven. Het was met recht een eng feestje te noemen vandaag. Ik kwam met rillingen thuis. 033Die rillingen die over m'n rug liepen, waren niet alleen van de kou, hoewel de temperatuur hier in Tokio plotseling van zo'n 25 graden een paar dagen geleden tot 10 graden gedaald is. En het was ook niet vanwege de skeletten-gemaakt-van-kartonnen-dozen die aan een touw in een boom bungelen. In het parkje vieren drie kleuterklasjes hun Halloweenfeestje. Huiverend loop ik langs de botsende ledematen van de geraamtes. Gelukkig niet Julie's klas. Een ander groepje danst om een grote zwarte kast. Het zag er onheilspellend uit. We wandelen er voorbij en even later horen we veel gegil. Een met ketchup besmeurde moeder met hoofd-in-staat-van-ontbinding masker gewapend met een plastic bijl is uit de kast gesprongen en jaagt nu op de kids. Jakkes! Gelukkig krijgt Julie niets van het lugubere tafereel mee. Haar aandacht wordt getrokken door de laatste groep die op een picknickmat bellen zit te blazen. Julie wordt met open armen door alle mini-pompoenen, feeën en prinsesjes ontvangen. 030Dat valt dus mee. Een zak met snacks voor elk kind en traditionele zoutjes met dampende groene thee voor de moeders. Zou het dan toch gezellig worden in dit kille park? Ik raak in gesprek met een aantal moeders. Daar is de bekende vraag: waarom woon je in Japan? In mijn element begin ik te vertellen: kerk planten, Japanse christenen, bijbel... "Oh, net als mijn man, die kwam vroeger ook als zendeling naar Japan", zegt een Japanse moeder. Alle blikken wenden zich nieuwsgierig naar Nanae-san. "We gaan trouwens net als jij naar de kerk. We zijn Mormonen." Wat ze verder ratelt, hoor ik nauwelijks meer. Ze is de meest populaire moeder en heeft ook dit feestje georganiseerd. Iedereen hangt aan haar lippen. Ik flap er alleen nog uit: "Oh, ik hoop dat je zijn enige echtgenote bent". "Voor zover ik weet wel, hoor", antwoordt ze nonchalant. Niet te geloven dat net in Julie's klas een assertieve Mormoon zit. Hoe krijg je het verzonnen?! Mijn warme gevoelens voor dit pompoenenfeestje zijn meteen over. Ik ben bevroren en het lukt bij de verplichte  'aisatsu' (bedankjes en groeten) nauwelijks nog een glimlach te voorschijn te toveren. Als ik thuiskom ziet Geert de teleurstelling op mijn gezicht. Ik beantwoord zijn vragende blik  met de opmerking: "het zijn mormonen". Zijn blik dwaalt weer terug naar het computerscherm en je ziet hem denken 'ach, al die vrouwenkwesties ook, met die hormonen.' Nog een keer: "Het zijn Mor-mo-nen!" Ik baal van alle tegenkrachten hier.
Halloween

27 Oct 2010

Laat het meteen duidelijk zijn, ik heb helemaal niets met Halloween. Ik kan niet naar thrillers kijken zonder slapeloze nachten, heftige nieuwsitems over dood en verderf houden me dagenlang bezig, dus waarom zou ik wel voor mijn lol met spoken, skeletten en vampiers aan de gang gaan. Het is ook nog eens duivelse ironie dat dit zogenaamde feest samenvalt met hervormingsdag, 31 oktober! Laten we dusvooral blijven vieren dat we in de Reformatie terugkeerden naar de kern van de zaak, het Evangelie en alle bijgeloof radicaal aan de kant schoven. 032Maar. Hoe vastberaden ik ook ben dat er geen 'grappige' afbeelden van grafzerken en heksen mij huis binnenkomen, Halloween is hier in Japan, net als in Amerika een realiteit. Zeker hier in een hippe stad als Tokyo dat alle nieuwe trends opslurpt. En daar moet je dan wat mee, te meer omdat het je via de kids opgedrongen wordt. Julie kreeg twee uitnodigingen voor Halloween parties deze week. Natuurlijk kan je 'nee' zeggen. Maar dat kost wat. Niet alleen een paar traantjes van dochterlief die graag naar een feestje gaat, maar vooral relaties. En daar draait het hier om in Japan. Bij welke groep hoor je? Kan je mij (en mijn feestje) accepteren? Als je 'nee' zegt, lig je buiten de groep en zijn alle communicatiekanalen gesloten. En dat is soms niet erg, want zeg nou zelf, bij sommige groepen wil je helemaal niet horen. Maar bij jonge moeders in de buurt en moeders van Julie's klasgenootjes ligt dat anders. Mijn 'kekko desu' (nee, dank je) zou ook Julie buiten haar kleine gemeenschap sluiten en dan wordt het leven op je nieuwe kleuterschool wel heel eenzaam. Bovendien zou ik prachtige kansen op nieuwe contacten met jonge vrouwen uit de buurt mislopen. Het werd dus 'hai, yoroshiku onegaishimasu' (ja, graag). Geen 'nee' door het Evangelie, maar 'ja' om het Evangelie. 034Op elke uitnodigingen staan oranje pompoenen en zwarte katten, dus noemen we het maar pompoenenfeestjes. We snoepen zelfgemaakte pompoenenmuffins, oranje popcorn en spookkoekjes. Het is hard werken op zulke feestjes want er moeten origamipompoenen gevouwen worden, zachte poezelige vleermuizenvingerpoppetjes geknutseld en witte balonnen met spookgezichtjes versierd worden. Maar er wordt vooral gekletst. Over opvoeding, de kleuterschool, de buurt, winkeltjes en recepten. En daar  is telkens die vraag: waarom zijn jullie in Japan? Afbeelding1Dat is een open deur! En die had ik door mijn principiele houding ten opzichte van Halloween bijna dichtgesmeten. Dus maken kletspraatjes over schattige vampierkostuumpjes (maak je geen zorgen, Julie had een cowboypak van haar broers aan...) plaats voor een gesprek over de kerk. Hopelijk kan ik deze contacten verder uitbouwen en is dan in plaats van bijgeloof het gespreksonderwerp geloof.
teruterubouzu

20 Oct 2010

De culturele ervaringen stapelen zich op voor Julie! Vandaag ging ze namelijk op schoolreisje met de jongste klassen van haar kleuterschool. Tijdens het dagelijks overdrachtsritueel na schooltijd, kregen we gisteren behalve een enorme waslijst aan instructies, ook de opdracht mee om met de kinderen een zogenaamde teruterubouzu te maken en op te hangen. Ik onderwerp me meestal aan het gezag van de juf, maar dit ging te ver: mijn kind een boeddhistisch mini-priestertje als amulet laten knutselen om te voorkomen dat het gaat regenen. Misschien heeft de juf begrepen dat ik ongehoorzaam geweest ben, want vandaag regende het. Of het was de Here God die zeggen wilde: Ik ben het die beslist of het gaat regenen. Of het waren Zijn tranen over zoveel bijgeloof. TeruterubouzuZo'n teruterubouzu is een poppetje gemaakt van een stuk laken (of bij gebrek daaraan volstaat een tissue ook) met een touwtje erom. Op het bovenste bolletje wordt een vrolijk gezichtje getekend. Het poppetje wordt aan een touwtje voor het raam gehangen en dient als amulet om slecht weer tegen te gaan. Het woord 'teru' betekent schijnen en 'bouzu' is een boedhistische priester (ookwel een spottend woord voor kale kop, verwijzend naar de kale hoofden van priesters). De kinderen die de poppetjes, in de hoop op mooi weer, ophangen, zingen: " Teru-teru-bouzu, teru bouzu, maak morgen een zonnige dag.  Net zoals de hemel er soms in een droom uiziet. Als het zonnig is, zal ik je een gouden bel geven." Dat klinkt redelijk vriendelijk, maar o wee als het schattige witte poppetje niet aan de verwachtingen voldoet. Het liedje eindigt met: "Teru-teru-bouzu, teru bouzu, maak morgen een zonnige dag. Maar als de wolken huilen, dan zal ik je kop er afsnijden". Nou, al met al een stuk minder liefelijke bezigheid dan de juf suggereerde. We hebben het dus niet gedaan. Maar het mocht de pret niet drukken. Julie ging voor het eerst op schoolreis. In een grote touringcar naar het park om eikeltjes en herfstbladeren te zoeken. Toen het wat harder ging regenen hebben ze, ieder op zijn eigen picknickmatje, onder een grote oude boom, met vrolijke eetstokjes hun Japanse lunchdoosjes leeg gekrabbeld.
onderwijsmama

16 Oct 2010

Ze zijn berucht, de Japanse kyouikumama's of wel de onderwijsmoeders. Al voor geboorte bestoken ze hun foetus met educatieve muziekjes en de baby ziet eerder beelden van de Baby Einstein DVD dan het daglicht. Ik ken ze ook. Zo plast het tweejarige zoontje van mijn vriendin al sinds hij 3 maanden is op de wc, communiceert hij met heuse gebarentaal, speelt melodietjes op zijn speelgoedpiano en leest schijnbaar zonder moeite het Japanse phonetische schrift. Wonderkind? Welnee, een moeder die hem pusht. Omdat ik in de vakantie onze kinderen in het Nederlands homeschool, heb ik de schijn tegen en denken sommigen dat ik ook een kyouikumama ben. Japanse moeders vragen me regelmatig om pedagogisch advies. Dat geef ik van harte, al waarschuw ik hen wel voor mijn no-nonsense Westerse referentiekader. Zo wil diezelfde moeder haar wonderpeuter nu apart van haar gaan laten slapen omdat zijn broertje over een paar weken het levenslicht (of misschien toch Baby Einstein) hoopt te zien. Daar is niet bijster veel pedagogisch inzicht voor nodig: geef dat jochie een eigen juniorbedje! Leuk zijn kamertje nog wat op met een paar vrolijke kussens, lieve knuffelbeesten en een autokleed en hij is de keizer van zijn eigen domein in plaats van de tiran in papa en mama's bed. Het advies werd als schokkend ervaren, maar donkere wallen en een ernstig slaaptekort dreef mijn vriendin naar Ikea. Tot bij de kassa mailde ze me met de vraag om instructies. Ah, zo'n consultancy job voelt best goed. Die opkikker kan mijn moeder-ego best gebruiken, want sinds Julie 3 dagen geleden naar de Japanse kleuterschool is gegaan, heeft mijn kyouikumama-imago een flinke deuk opgelopen. Bij Julie's juf en de moeders van haar klasgenootjes tenminste. Misschien moet ik eerst uitleggen hoe het er op een Japanse youchien (kleuterschool voor kinderen van 3 tot 6 jaar) aan toe gaat. Het doel is om ganbareru kodomotachi te kweken, kinderen die door kunnen zetten. Dat is letterlijk de mission statement van Julie's school. Opvoeden doet de juf en de moeders voldoen aan alle voorwaarden die zij stelt. Zo krijg je vooraf een instructieboek met veel handgetekende patronen en aanwijzingen voor het maken van een kliederschort, een stoffen placemat, een aansnoerzakje voor de beker, een tasje voor het lunchpakket, een tas voor de boeken, waar de lusjes van de handdoek moeten en hoeveel milimeter breed het elastiek rond de rijstbak moet zijn. Verder shoppen voor de juiste binnenschoentjes met bijbehorend tasje en natuurlijk niet vergeten het uniform te bestellen. 008Enfin, Julie is het derde Bootje dat naar zo'n Japanse kleuterschool gaat, dus ik ben een doorgewinterde youchienmoeder. Dacht ik. Maar toen ik mijn lieve meisje de eerste middag ophaalde, was het gelijk raak. Hoe kon ik weten dat ik niet tegen haar mag praten als ze in een strakke lijn de school uitmarcheert? (O ja, dan valt ze nog onder het gezag van sensei -juf-) Vandaar dat alle moeders ook in een rechte lijn opgesteld staan. De oorzaak van de zenuwen van de omringende moeders werden me ook gauw duidelijk. Als de juf met haar kleine legertje aantreedt, dan is haar eerste mededeling wie er na moet blijven. Niet van de kinderen, maar van de moeders. Drie keer raden welke naam deze week elke dag afgekondigd werd... Als sensei klaar is met het verslag van de dag, waarvan de hoofdpunten op een white board staan dat ze omhoog houdt, en alle inspanningsverplichtingen aan moeders kant (met je kind oefenen picknickmatjes opvouwen, trainen knopen van het winteruniformjasje dichtdoen, een nat doekje voor de handen in een speciaal bakje, enz.) voor de volgende dag, spoeden de meesten naar huis. Behalve ik. Tergend lang laat de juf me wachten, want eerst overlegt ze nog even met de directrice die ook bij het appèl aanwezig is. Achter het hek proberen wat nieuwsgierige moeders iets op te vangen. Dat is niet nodig want met hun drukke gebaren en gekakel lijken ze genoeg te hebben aan het speculeren wat deze vreemde eend in de bijt allemaal verkeerd doet. Dat blijkt 's morgens bij het uitzwaaien ook wanneer ze ongegeneerd over me praten. De dag dat ze uitvinden dat ik ook Japans spreek, zal dat heel wat schaamrood op de kaken opleveren, ben ik bang... De eerste dag was Julie's obento (Japans lunchpakket met rijst, vlees of vis, zeewier en groente) niet goed. Maar niet getreurd, ik moet volgende week tijdens de lunchpauze op excursie komen en leren hoe de inhoud van een echte lunchbox eruit ziet. De volgende dag waren Julie's crocs het probleem. Hoe kon ik haar op zulke dingen laten lopen! Ik sputterde tegen dat het nog steeds 25 graden buiten is, maar de juf legde me het zwijgen op. ik moest maar eens naar de voetjes van Julie's klasgenootjes kijken, dan kon ik zien welke schoentjes aanvaardbaar zijn. Je voelt het al aan: niets mag buiten de box zijn. Alles moet in het juiste hokje of vakje. Als de moeders hier niet aan meewerken, hoe kunnen de kinderen dan leren volgzaam te zijn?! Ik zou willen preken over eigen identiteit, stijl, creativiteit en zelfs dat een vierjarige een eigen mening mag hebben. En dat eigenheid niet betekent dat een kind geen autoriteit accepteert. Maar dat heeft geen zin. De juf zou het niet begrijpen, want ze functioneert al vanaf haar eigen kleutertijd in dit systeem. Bovendien zou het Julie's positie moeilijk maken, want zij zou er in de klas en op de speelplaats de wrange vruchten van plukken. In Japan mag je niet anders zijn. Het is al erg genoeg voor mijn meisje dat haar mama elke dag na moet blijven. Tenslotte zou mijn rebelsheid, mijn gelijk willen hebben, ons niet dichterbij ons doel brengen, namelijk Julie een heerlijke kleutertijd geven. Dagelijks spelen met Japanse vriendjes, terwijl ze op een natuurlijke manier de Japanse taal en allerlei culturele gebruiken leert. Want spelen, dat kunnen ze op youchien! Je zou niet geloven wat je met eetstokjes kan knutselen en met lege melkpakken kan spelen... Dus pas ik me aan en buig elke dag diep verontschuldigend. Het houdt me niet alleen nederig als gast in dit land. Het levert ook vriendschappen met kyouikumama's op, die ervan overtuigd zijn dat ik hun advies nodig heb.
toegift

12 Oct 2010

toegift 004Nog even een toegift als follow up bij onze geschenkenwedloop met de buren. Letterlijk een toegift, want toen ze gisteren met z'n drieën kwamen eten, brachten ze opnieuw drie prachtige Japanse papieren tasjes vol lekkers mee. Kijk maar wat er uit kwam!  Genoeg om verder van te delen, zullen we maar denken. Gelukkig was ook Marekerker Arjan, die voor zaken naar Japan is gekomen, op bezoek om mee te helpen alles op te eten. Wat veel belangrijker is dan alle koek is dat het een heel goede ontmoeting was met de buren. We wisselden tijdens de warme lunch alle belevenissen (over de superhete zomer hier in Tokio en onze Europese avonturen) uit. Alles wat we gemist hadden, was keurig gedocumenteerd met fotoseries. Zo konden we het vuurwerkfestival zoals dat in augustus voor ons gebouw gevierd werd, stap voor stap volgen op de plaatjes. Na twee en een half uur vroeg de buurman, als officiële woordvoerder van het gezin, ook naar het christendom in Nederland. Daarmee zette hij bewust de deur open naar een gesprek over geloof. Op die basis gaan we, waarschijnlijk onder het genot van nog veel Japanse koekjes, de komende tijd verder bouwen.
opbieden

10 Oct 2010

De verplichtingen die de Japanse etiquette met zich meebrengt, hebben me binnen een week in hun greep. Nadat ik de buurvrouw bedankt had voor haar inspanningen tijdens onze afwezigheid, voelde ik me toch tekort schieten met de Wilhelminapepermuntjes. Daarom ging ik terug met drie appelflappen. Ik belde aan en via de intercom riep ze me toe dat ik heel even moest wachten. Twee minuten later zwaaide ze de deur open en voordat ik het plastic bakje met flappen kon overhandigen, had ik een chique papieren tas vol met grote verpakkingen vol exclusieve koekjes in mijn handen. Aarzelend en 'dozo' (alstublieft) stamelend gaf ik haar daar de flapjes voor terug. mijn appelflapjede buurvrouws gaven 001Om mijn gezicht te redden, herhaal ik onze uitnodiging om te komen eten. Die wordt opnieuw met vreugde ontvangen. Over en weer 'arigatou gozaimasu' (dankuwel) en met veel korte buigingen, schrijd ik achterwaarts. Dankbaar maar enigszins bezwaard trek ik de deur achter me dicht. Terwijl ik nog tegen de voordeur geleund sta, gaat de bel. De buurvrouw. Deze keer met een doos donuts om haar dankbaarheid voor de uitnodiging te laten zien. Ik weiger beleefd omdat we al zoveel gekregen hebben, maar ze wil er niet van horen. Deze uitwisseling van dankbetuigingen kan ik niet winnen. En dat hoeft ook niet. Van genade heb ik al jaren geleden leren leven. Maar ik wil ook Genade tonen. Daarom bedank ik wel met een bescheiden cadeautje om cultureel aanvaardbaar (lees: vereist) gedrag te tonen. Maar ik doe niet mee aan het tegen elkaar opbieden met geschenken zoals dat in de Japanse cultuur gebruikelijk is, omdat iedereen zich in de schuld voelt staan bij de ander. Ik weet dat ik sowieso in het krijt sta. Dat ik tekort schiet ten opzichte van God en mensen. Maar ik weet ook dat ik daar niet constant onder gebukt hoef te gaan. Dat ik vergeven ben en dat het krijt uitgewist is.  Die boodschap wil ik hier, ook aan de buren, laten zien. Dat we niet onder druk van onze schuld hoeven leven. Maar uit dankbaarheid voor Genade en genade. Vergeving en koekjes. En daarom kijk ik er naar uit dat de buren morgen bij ons komen eten, om van allebei iets te laten zien.
van hier tot Tokio

07 Oct 2010

Toegegeven, ik ondersteun mijn verhalen graag met wat woeste gebaren en beeldende uitdrukkingen. Zo klinkt het in het Nederlands lekker dramatisch als je roept dat je in een file van hier tot Tokio hebt gestaan. En daar ga ik hier gewoon mee verder. Zo mopperde ik dat er voor de lift een rij van hier tot Tokio stond. Maar op één of andere manier klonk het weinig overtuigend... Nog een bekentenis. Ik mis 'hier' (Nederland) wel nu ik weer in Tokio ben. Waarom die uitdrukking de Nederlandse taal ingeslopen is, kan ik etymologisch niet verklaren, maar dat Tokio voor iets vers of extreems staat, blijkt wel. Het blijft bizar om 'hier' in te stappen en 11 uren later in Tokio weer uit te stappen. Die grote vliegende bus zoeft je binnen een mum van tijd een totaal andere wereld in. Sommige dingen lijken hetzelfde, maar pakken heel anders uit. Neem nou het feit dat we de buren vroegen om in onze afwezigheid een oogje in het zeil te houden in ons apartementje. Je weet wel hoe dat gaat, even plantjes water geven bij de buren. We legden uit dat we het zouden waarderen als ze één keer in de week Thoms goudvis op het balkon een paar vlokken vissenvoer en een plens nieuw water (dat verdampt bijzonder snel bij 40 graden) zouden geven. Zo zou er gelijk even gelucht worden en een ongediertecheck plaatsvinden. Bij het internetbankieren was het ons al opgevallen: er werden flinke bedragen voor de electriciteitsrekening afgeschreven. Maar we hadden toch alle stekkers eruit getrokken? huisbewaarder statistieken 001Thuis op de 51ste viel de buurvrouw gewapend met een klembord meteen met de deur in huis: ze had haar taak van huisbewaarder heel serieus opgevat en elke dag minimaal 8 uren de airco aangezet, de wc doorgetrokken, de kraan laten lopen en het raam opengezet. Ook Vis werd verwend met veel vers water en af een toe een sopje. Dat zijn kom geschrobt was, bleek niet alleen uit de statistieken, maar ook uit de vissenpoep aan het keukenplafond. Om haar verhaal kracht bij te zetten, overhandigde ze me 8 vellen met daarop een plattegrond van ons huis, gecodeerd met nummers en daarbij eindeloze lijsten met wie (zijzelf, de buurman of hun dochter) op welk tijdstip wat in ons huis gedaan had. Ik was overweldigd door haar stroom aan informatie, duizelig van de slaap door de jetlag, in verlegenheid omdat ik in mijn pyjama met ragebolhaar aan de voordeur stond en ik zag wazig doordat mijn bril nog op het nachtkastje lag. Ik voelde me vooral Nederlander en om precies te zijn Zeeuw. Haar Japanse spraakwaterval gleed langs me heen en ik dacht alleen maar: "o ja, in dit land is alles extreem en wat sonde van al die electriciteit en water - en daarmee mijn yennen". Toen onze zorgzame buurvrouw leeggelopen was, herstelde ik me en streek mijn wilde haren plat. Diep buigend bedankte ik haar voor haar tomeloze inzet. Geheel cultureel gepast bood ik mijn verontschuldigingen aan voor de zorgen die ik haar had aangedaan door haar verantwoordelijk te maken voor ons apartement. En dan was daar natuurlijk de zogenaamde 'omiyage', de onvermijdelijke souvenir die je behoort te overhandigen bij de eerste ontmoeting met degenen bij wie je in het krijt staat. Ik keek naar mijn handen en opeens voelde het doosje Nederlandse chocolade en de Wilheminapepermuntjes heel minimaal. Ik mompelde dat Geert en ik samen alle bagage voor 7 personen zelf moesten dragen en dat er daarom weinig ruimte overgebleven was voor souvenirs. Zichtbaar opgelucht -alsof ze geslaagd was voor een groot examen- schuifelde ze achteruit naar haar eigen voordeur. Je zag haar denken, 'mission accomplished' (missie volbracht). Ik riep haar nog na dat we hen later deze week uit zouden nodigen om te komen eten. Op dat moment begon ze te stralen. 'Missions in progress' (onze Missie is gaande), dacht ik op mijn beurt blij. Geert vroeg me nadien slaperig: "wie was dat?". "Oh, de buurvrouw met een lijst van hier tot Tokio". Hij was duidelijk nog niet wakker, anders had hij vast heel bijdehand opgemerkt "maar we zijn nu weer in Tokio, hoor."
thuisfront

24 Sep 2010

De zendingsboekjes zeggen het allemaal, dat het zo belangrijk is om een sterk thuisfront te hebben om goed op het zendingsveld te kunnen functioneren. En dat is gewoon waar. Heel erg waar. Als we in Japan zijn merken we dat omdat alles wat maar enigszins een link met Nederland heeft soepel verloopt. Maar als we hier zijn, zien we dat hele leger hulptroepen live in actie. Het is gevaarlijk om voorbeelden te geven omdat de lijst nooit uitputtend kan zijn. Zoveel vrienden, familie en collega's zijn betrokken. De één wast een mand wasgoed weg, de volgende vangt de kids op uit school, een ander neemt ze mee voor een ritje met een Nederlandse trein, een fleecevest voor mij omdat Nederland in september toch kouder blijkt te zijn dan mijn herinnering me wijsmaakte, een afdruk van Geerts preek bij gebrek aan een eigen printer, iemand haalt wat potjes fruit voor de tweeling als ik die bij het boodschappen doen vergeten ben, een ander stelt haar bakfiets ter beschikking, of een tas knutselspulletjes voor Julie, lego en auto's voor Thom en Berend, wipstoelen voor Fleur en Lucile... en zo kan ik eindeloos doorgaan. But you got the picture. In Tokyo bouwen we met alles wat we zijn en alles wat we hebben aan de gemeenschap van Christus. Maar Grace City Church is er nog lang niet wat betreft onderlinge zorg. Het is een deugd (of om Thom te citeren: "caring is a virtue and a virtue will never hurt you" - zorgen is een deugd en een deugd zal je nooit kwaad doen) om zelf door te zetten. Tot je er bij neer valt. Geen enkel woord in Japan klinkt zo vaak als 'ganbaru' (doorzetten). Het is zelfs de doelstelling van Julie's Japanse kleuterschool om kinderen te vormen tot 'ganbareru kodomotachi' (kids die kunnen doorzetten). Zo probeert iedereen het op eigen kracht te rooien. Iets dat op zich bewonderenswaardig is. Sommigen gooien al te snel de handdoek in de ring of lijken nooit hun eigen probleempjes op te willen of kunnen lossen. Maar het kan ook te maken hebben met trots. Of gebrek aan vertrouwen in je omgeving. Of gebrek aan geloof. Dat je geliefd bent, ook met je tekortkomingen. Makoto en Michiru Fukuda waren erg onder de indruk van ons thuisfront (in de breedste zin van het woord) toen ze twee weken hier bij ons in Nederland bivakeerden. Het motiveert ze om verder aan de gemeenschap van Grace City Church te bouwen. Eén van de rollen van Geert en mij in de kerk is het zogenaamde 'community formation', misschien het best te vertalen als opbouwen van de gemeenschap. Op allerlei niveau's. Door structuren aan te brengen zoals kringwerk, het geven van leidertrainingen of organiseren van events. Maar ook heel persoonlijk door relaties te bouwen, onderlinge betrokkenheid te stimuleren en zelf te zorgen. In deze acht weken hebben we daartoe heel veel inspiratie opgedaan! Dank aan iedereen die op welke manier dan ook bijdraagt aan Geloven in Japan en aan ons gezin. Misschien op afstand door gebed, het sturen van een pak hagelslag of het invullen van een machtigingskaart. Misschien tijdens dit verlof heel dichtbij. Ik kan hier niet iedereen bij naam noemen. Maar als je dit leest, weet je wel dat ik jou bedoel. Ter illustratie een plaatje van onze thuisfrontcommissie.
gipships

14 Sep 2010

Saai is het echt nooit in Huize de Boo. Dat betekent niet dat het altijd feest is. De stress is soms niet van de lucht. Ook deze dagen hebben we het op onze heupen. Nou ja, vooral Fleur en Lucile dan. De vrijheid is voorbij. Voor een paar maanden tenminste. Nadat Lucile zondag in het LUMC opgenomen werd, heeft ze gisteren onder volledige narcose een ingreep aan haar rechterheupje ondergaan. Met veel kracht en beleid is haar been in de heupkom geplaatst en vervolgens is ze vanaf haar middel tot haar tenen ingegipst. In felroze gips, zodat ze nu hippe gipships heeft. En daar gaan we 3 maanden tegenaan kijken, zonder te badderen, maar met uitsparing in de luierzone. Alsof we nog niet genoeg uitdagingen hebben, is daar baby-hygiene ook nog bijgekomen.   Waar Fleur gisteren slechts een figurante op de ziekenhuiskamer was, speelde ze vandaag zelf de hoofdrol in de revalidatiewinkel. Daar kreeg ze haar spreidbroek aangemeten die haar maar liefst 6 maanden in dezelfde positie dwingt als Lucile. Geen hip kleurtje, maar Fleur mag wel kleurige broeken eronder aan. Deze Hollandse hipster kan dus aan en uit, waardoor Fleur wel in bad kan. Lucile in het gips en Fleur in de spreidbroekNadenken over hoe we de dames over een paar weken 12 uren in het vliegtuig moeten vervoeren, maakt me duizelig. Of hoe we aan de Japanse artsen uit gaan leggen waarom de Nederlandse orthopeed voor veel ingrijpender behandeling heeft gekozen, maakt mij tong in de knoop. Om van de knoop in mijn maag nog maar te zwijgen wanneer onze ogen hun bestraffende blikken zullen kruisen. Komt tijd komt raad. Eerst nog genieten.
jongerenfeest

31 Aug 2010

Het leven in Nederland is een groot feest voor deze Bootjes. De meeste Bootjes voelen zich thuis in het water en ook voor ons geldt dat al het hemelwater van de laatste dagen de pret niet mag drukken. Alsof ons programma nog niet druk genoeg was, hebben we nu ook Makoto en Michiru Fukuda, onze Japanse collega-kerkplanters te logeren. Er zitten gewoonweg niet genoeg uren in een dag... We kruisen met onze Japanse vrienden het land door van afspraak naar afspraak. Op verloren momentjes voeren we hen hagelslag, appeltaart, volkoren boterhammen met Leidse kaas en vanavond stamppot zuurkool met rookworst. Misschien past dat laatste niet precies bij dit seizoen, maar de temperaturen zijn er wel naar, toch? GZB_jongerenevent_058[1]GZB jongerenevent (publiek)Feest was het ook bij de GZB in het afgelopen weekend. Zaterdag sprak Makoto een paar duizend getrouwen van de GZB-achterban toe in Doorn, terwijl ze zich onder evenveel paraplus verscholen tijdens dit openlucht-evenement. Vrijdagavond was de eer aan Geert en mij om 1300 jongeren toe te spreken tijdens het eerste GZB-jongeren-event aller tijden. Over feest gesproken! Keniaanse straatjongeren verzorgden een levendige kick off met hun Everpraise Band. Daarna deelden Geert en ik het podium en riepen de jongeren op om hun eigen verhaal zoals dat in het Grote Verhaal van God past, te delen met de wereld (motto GZB = Vertel het de Wereld). Als spetterende afsluiting trad de band Trinity op. Drie broers die hun jeugd als GZB missionkids doorbrachten op het zendingsveld in Peru kregen de handen op elkaar met hun prachtige en swingende muziek. Als er een dak geweest zou zijn, was het eraf gegaan. In plaats van een dak was er een bijna volle maan en schitterende sterrenhemel. Alsof de Here God knipoogde en zei :'Gaaf, hè!'.
Hollandse gezelligheid

13 Aug 2010

We zijn in Nederland! Misschien ben ik je al tegengekomen, op Schiphol, in de Marekerk of in de Winkelhof  in Leiderdorp :)... Het is heerlijk om weer even thuis te zijn. Het genieten zit in kleine en grote dingen: de kleine dingen zijn een plakje ontbijtkoek, een vrolijk servetje, een kaartje in de brievenbus of een vriendin zomaar aan de voordeur. 093Een grote dag was het gisteren. Het was namelijk een drukte van belang, de hele dag hielden we hier aan het Frederik Hendrikplantsoen open huis voor mijn verjaardag. Dat betekende koffie, thee, gebak en ander lekkers. We hadden het iets meer des Boo's gemaakt door een vrolijk roze tafelkleedje met stippen en vrolijk gekleurde vlaggenlijnen. Maar wat de dag vooral bijzonder maakte, was het bezoek! In Japan worden verjaardagen niet gevierd, al  doen we dat als gezin natuurlijk zelf wel. Zo had ik in 10 jaar geen visite op mijn verjaardag gehad... Maar dat hebben velen van jullie gisteren ruimschoots goedgemaakt! Of ik hier nog eens 10 jaar op zou kunnen teren? Dat weet ik niet, misschien hebben we juist wel de smaak te pakken gekregen. Mijn moeder in ieder geval wel, want die vroeg toen ze weer naar huis ging: "zullen we het volgend jaar weer hier vieren?". 090De smaak die we weer te pakken hebben, is niet alleen die van hagelslag, yoki, moorkoppen, frikandellen en ander Hollands lekkers. Maar vooral die van de nabijheid van al die mensen die ons dierbaar zijn. Thom zei vanmorgen bij het ontbijt: "ik hoop dat als ik later groot ben, ik ook zulke vrienden heb, net als jullie die nu hebben. Maar hoe maak ik die?" Poeh, dat was een diepe vraag op de niet zo vroege morgen. We dachten er samen over na, maar kwamen er niet helemaal uit. Een typisch geval van genade. In ieder geval concludeerden we dat het met liefde, trouw, opofferingsgezindheid (je zou eens in dit tijdelijk onderkomen eens moeten kijken wat iedereen met ons deelt: een huis met tuin, van ledikantjes tot een mobiele telefoon, van potten jam en pindakaas tot haren knippen en van vuilnisbakken tot fietsen!) te maken heeft. Verder is er boven alles verwondering dat 10.000 kilometer ons niet wegvaagt uit de harten van zovelen, net zoals al die mensen door ons geliefd zijn en worden opgedragen in gebed. Daar ligt wellicht een sleutel en dat zag Thom ook, in het feit dat we verbonden in Christus zijn. Niet alleen nu. Want dan zouden tussenpozen van 2 jaar te kostbaar zijn. Maar voor altijd. Dank voor de gezelligheid en als we je nog niet ontmoet hebben dit verlof, de senseo (al heb ik inmiddels begrepen dat Nespresso hipper is, sorry...) en wij wachten op je in Leiderdorp! Mail of bel ons even als je langskomt.
déja-vu

02 Aug 2010

318Misschien is het omdat ze hier in ons vakantieoord Frans spreken, maar bij aankomst had ik een déja-vu. Nee, ik ben hier nog nooit geweest, maar toen we ons vakantiehuisje binnenkwamen, was het heel hip, zo schijnt het, gedecoreerd met een Boeddha-beeld. Hetzelfde overkwam ons vorig verlof. Het appartement in Leiden dat we toen huurden, stond ook vol beelden, waaronder zo'n zelfde Boeddha. Ongeveer 10 minuten later stond hij met z'n andere gesneden makkers in de kast. Als we hier binnenkomen valt mij vooral de comfortable bank op en het mooie uitzicht. Zoveel groen heb ik in twee jaar niet gezien. Ik wrijf mijn ogen uit. Thom ook. "Mama, wat doet die Butta (Japanse naam voor Boeddha) hier?" Ik zie hem huiveren. Luchtig antwoord ik hem dat het bedoeld is als exotische decoratie. Een paar minuten later valt Berend in zijn ontdekkingtocht door het huisje de woonkamer binnen. Ook hij spot het bruine beeld op de kast meteen. Hij is in de war. "Maar dat is toch niet goed! Zo'n Boeddha hoort hier niet." Julie kent zijn naam niet, maar eist een paar minuten later het vertrek van die "slechte Japanse god". Traantjes springen in haar grote blauwe ogen. 319Ze hebben gelijk. Ik kan het ook niet aanzien. Dat zogenaamde vredelievende, rustgevende, meditatieve Boeddhisme lijkt dan misschien op z'n minst decoratief nuttig te zijn, maar ik trap er niet in. Al jaren is het één van de grootste struikelblokken of hindernissen van evangelisatie onder Japanners. Elke dag worden we er mee geconfronteerd. Maar nu even niet. Niet tijdens de vakantie. Geen déja-vu's meer. Zeker niet als het de kinderen van streek maakt. Impulsief grijp ik de theemuts die er naast staat. En die heeft hij nu op z'n kop.
boeddha op het dak

13 Jul 2010

We zijn aan het afronden, overdragen, inpakken en schoonmaken: over 2 dagen vertrekken we richting Europa! Ervaring leert ons dat als we hier begin oktober weer terugkomen, we de draad zo snel mogelijk weer op moeten kunnen pakken. Gelukkig hoeven deze keer voor het eerst na het verlof geen huis te zoeken, maar komen we weer thuis op de 51ste verdieping! Voor de kinderen ligt alles al klaar zodat ze de volgende dag gelijk naar school kunnen. Ook voor Julie die dan voor het eerst naar een Japanse kleuterschool gaat. Het kiezen voor een goede school voor haar had heel wat voeten in de aarde. Thom heeft op een kleinschalige, christelijke yochien (Japanse kleuterschool met drie klassen voor kinderen van 3 tot 6 jaar) gezeten en zijn lieve juf maakte dat tot een onvergetelijke ervaring. Berend kan zijn yochienervaring ook moeilijk vergeten, maar dat komt meer door het bijna militairische regime wat daar heerste. Negen volle klassen, strak in uniform en op sportdag uren in houding staan in de brandende zon. Voordeel is dat hij door de verplichte schoollunches elk extreem Japans eten door zijn keel krijgt. boeddha op dak schoolWe gingen voor Julie langs bij een christelijk schooltje in een wijk verderop, maar daar wilden ze ons niet eens binnenlaten. Een nieuwe school die claimde tweetalig te zijn en daarom extreem hoog schoolgeld vroeg, bleek één uurtje in de week Engelse les te bieden. Dan was er nog een zogenaamde 'missionschool' verderop aan onze treinlijn. Ds. Fukuda is bevriend met de directeur van de kleuterafdeling en informeerde of er een plekje voor Julie zou zijn. Jawel, ze was van harte welkom als ze eerst een toegangsexamen af zou leggen en we vervolgens 1200 euro schoolgeld per maand betaalden. Navraag leerde dat het de school is waar de keizerlijke familie gebruik van maakt. Julie zou dan bij kroonprins Hisahito in de klas gekomen zijn... De school naast onze woontorens blijkt behalve een basisschool ook een kleuterafdeling te hebben. Het is een openbare school en onze zorg is dat er veel 'cultuur-onderwijs' plaats vindt. Dat betekent dat er allerlei Shinto- en Boeddhistische gebruiken onder het mom van het aanleren van Japanse identiteit onderdeel uitmaken van het lesprogramma. Ongeveer 60% van de leerlingen woont in onze torens en vele moeders verzekerden ons dat er op school absoluut geen aandacht voor religie is. Na lang wikken en wegen meldden we Julie aan en ze werd meteen geaccepteerd. De directrice nodigde ons per telefoon hartelijk uit voor een interview. Eindelijk, na maanden zoeken, navragen en twijfelen hebben we vrede in ons hart gevonden. Dit lijkt een goed schooltje voor ons kleine meisje. Vanaf ons balkon kunnen we beneden de school zien. Terwijl Geert en ik buiten bespreken hoe wonderlijk het is dat de beste optie pal naast de deur blijkt te zijn, schrikken we ons naar. Op het dak van de school staat opeens een mega-grote Boeddha geschilderd! Hij is wel 15 bij 30 meter groot! Een nachtmerrie lijkt uit te komen. Wat nu? We besluiten gewoon naar het interview te gaan en de directrice met de  vraag naar het waarom van de schildering te confronteren. Ze weet ze niet waar we het overhebben. Hoezo Boeddha, dat zijn gewoon sportplekken op het dak. Ze laat ons een luchtfoto van het scholencomplex zien en zegt dat er van een Boeddha geen sprake is. Wij verzekeren haar dat hij toch echt te zien is. Ze raakt in paniek en belooft ons verhaal te controleren. Een uur later schrobt een schoonmaakploeg het dak schoon. 004Samen met Juul heb ik gisteren haar uniformjasje, hoedje, gekleurde pet voor bij het buitenspelen  en de kussencapuchon-voor-op-je-hoofd-als-er-een-aardbeving-is opgehaald. We zijn ook een kwartiertje in haar klas geweest, waar de kinderen net hun lunchpakketje op gingen eten. De juf was hartelijk en lief voor Julie. We gaan het als we in oktober terugkomen in Tokio gewoon proberen. Boeddha kan het dak op, wat ons betreft.
geloof vs. wetenschap?

10 Jul 2010

Dokter Bibber 2Terwijl ik op de rand van haar bed het liedje 'Jezus klopt aan de deur van je hart' voor Julie zing, wil ze nog niet liggen en kijkt ze diep in gedachten langs me. Naar de kast achter me. Dan zegt ze heel serieus: "mama, ze zeggen dat er helectriciteit in je hart zit". "Wie zegt dat?", vraag ik verbaasd. "Nou, Dokter Bibber." Daar zat ze dus naar te kijken, het Dokter Bibberspel waarbij je met een soort pincet allerlei operaties moet uitvoeren. Als je bibbert gaat een electrisch signaaltje dat een irritant geluid maakt. Zo moet je ook zijn gebroken hart behandelen. Razendsnel flitsen biologielessen en neurotransmitters door mijn hoofd. Ik vergeet dat ik te maken heb met een vier-jarige en ik zeg: "nou ja, er is wel een soort van electriciteit in je lich...". Ik kan mijn zin niet afmaken. "Nee, er zit helemaal geen heletriciteit in je hartje. Jezus zit in je hartje." Dan zakt ze heel ontspannen achterover in bed. Daar kan ik niet tegenop. Haar geloof is groter dan mijn wetenschap. Gelukkig maar.
crea

09 Jul 2010

021De zomervakantie is precies één maand oud en er is nog geen saai moment in Huize de Boo geweest. Vandaag is er een Amerikaans (etnisch Koreaans) gezin komen lunchen dat een roeping naar Grace City Church denkt te hebben. Ze hopen dat een daadwerkelijke kennismaking met onze gemeente, de staf en Tokio hun roeping bevestigt. Zo zijn er bijna elke dag wel interessante mensen over de vloer en dat vinden onze kids erg gezellig. Zich vervelen is een uitdrukking die niet in hun drietalige woordenschat voor lijkt te komen. Buitenspelen kan in deze kleffe hitte niet, bovendien zijn er telkens wolkbreuken in de regentijd. Ondanks hun zeer geringe speeloppervlak bedenken ze elke dag weer wat nieuws. Zo wordt er heel wat af gelegood, geknext, gehoutentreinbaand, getomicaat (autootjes), geprinsessenkasteeld en allerlei andere speelgoedartikelen worden ook als werkwoord vervoegd. Gisteren bedachten ze een feest op hun kamer met een echte, weliswaar zelfgemaakte pinãta (een kleurrijk Mexicaans papiermaché figuur gevuld met snoep die je geblinddoekt stuk moet slaan zodat het snoepjes regent) en dansen op muziek van een Efteling-cdtje. Vanmorgen deden Thom en Berend een sudoku-bordspel, vanmiddag knutselen ze van oud papier een eiland. Thom heeft er een echt werkende vuurtoren van rood en wit gestreept papier, een klein gloeilampje, heel veel electrische draadjes en een batterij bijgemaakt. 019Ook Julie is net als haar broers een knutselmonster. De oud papier doos is meestal leeg en terwijl ik kook worden me de verpakkingen van de ingrediënten al afhandig gemaakt. Ik hoorde haar net heel lief tegen een babietje praten. Het bleek deze keer niet Fleur of Lucile te zijn, maar een baby die ze van een lege PET-fles geknutseld had. Compleet met luier. De eerder geschapen robot, poes-die-je-aan-een-touwtje-uit-kunt-laten, World Cup troffee en papieren bloemen keken toe. We zijn heel erg blij met de creatieve explosies van onze kids, alleen dwingt een nijpend ruimtegebrek om 's avonds, als iedereen slaapt, het een en ander te verdonkeremanen. Fleur en Lucile zien alles rustig aan. Als hun broers en zus uitgelaten zijn, trappelen ze enthousiast mee en slaan met hun armpjes. Meestal hebben ze echter genoeg aan elkaar. Kijk maar.   Spelen, tekenen en knutselen zijn de belangrijkste bezigheden tijdens de vakantie. Na het avondeten gaan alle meisjes naar bed en voor de jongens is het dan wereldschooltijd. Dat is een basisschoolprogramma voor Nederlandse kinderen in het buitenland waarbij moeder opeens juf wordt. Thom heeft net zijn aardrijkskunde en natuniek (natuur en techniek) van groep 6 af en werkt nu aan de laatste hoofdstukken taal en geschiedenis. Berend hoeft alleen nog taal op groep 4 niveau af te ronden. Zo zijn ze hopelijk klaar om in augustus voor 7 weken naar de Nederlandse basisschool te gaan. Na de studie wordt er nog gelezen. De mannen zijn echte boekenwurmen: ze doen mee aan een zomerleesprogramma van school en in de afgelopen maand hebben ze ieder al meer dan 2.000 minuten gelezen. 020Soms wordt fun en inhoud gecombineerd. Zo was er de uitdaging om een 'visual' van het jaarthema van volgend schooljaar van hun school Christian Academy in Japan te maken. Het moest een kunstwerk zijn dat zowel iets van het thema uit 1 Cor. 12 (vele leden, één lichaam) als van de school laat zien. Zo hebben Thom en Berend samen gebrainstormd en kwamen ze uit op het maken van een gestalte, het lichaam van Christus, met daarin het vaderhart van God en verder opgevuld met fotootjes van alle leerlingen en leraren op school. De omtrek van de gestalte is het Woord, in de vorm van de tekst uit 1 Cor. 12. Het was een mega-project, maar het resultaat mag er zijn! Mooi hoe je in al die creativiteit van de kinderen iets van de creativiteit van de Maker ziet. En ook mooi hoe hun creativiteit mij tijd geeft om veel klusjes te doen, zoals even tussen de bedrijven door iets voor de blog schrijven.
theekransje

07 Jul 2010

Vanmiddag hebben we een theekransje met moeders uit onze woontoren gehouden. We wonen met het grootste gezin in het kleinste apartementje, maar er kunnen er altijd nog meer bij. Een paar moeders mailden dat ze niet konden komen vanwege verkoudheid van hun kinderen (overal staat de airco te loeien om de vochtige warmte te bestrijden en als je daar vlakbij zit, vat je gemakkelijk kou). Vier anderen kwamen wel. Iedereen bracht een kindje mee, dus we hadden een gezellig vol huis. japan 2009 143De meeste gezinnen in ons gebouw komen oorspronkelijk niet uit Tokio. De ouders zijn afgestudeerd aan de beste provinciale universiteiten en werden uitverkoren voor een baan in Tokio. Zo kwamen ze hier op ons eiland naast het centrum, Kachidoki terecht. Met elkaar vullen we twee torens van 58 verdiepingen waarin 8.000 mensen wonen (zie foto hiernaast). Iedereen is ontworteld, iedereen mist een gemeenschap, een verband waarin je een plekje hebt. Daarom organiseren we hier thuis het jaarlijkse kerstfeest voor de hele 51ste verdieping. De eerste keer kwamen 6 gezinnen, de tweede keer 10. Ook de zogenaamde 'ochakai' (letterlijk thee-ontmoeting) dient om mensen die hier wonen met elkaar in contact te brengen en zo een gemeenschap vorm te geven. Zo kunnen we heel letterlijk een naaste voor elkaar zijn en heel praktisch het Evangelie handen en voeten geven. Elke twee maanden mail ik een groep vrouwen en nodig hen bij ons thuis uit. De meeste van hen leer ik kennen in de lift (je hebt veel tijd om te kletsen terwijl je 51 verdiepingen opstijgt of afdaalt), in het park of in de supermarkt op de begane grond van onze toren. Tussendoor spreek ik één op één met hen af. De ochakais organiseer ik op mijn eigen half-westerse half-Japanse manier. Dat maakt het interessant voor mijn bezoekers. Ik bak wat brownies, leg koekjes netjes op een schaal, een paar vrolijke Europese servetten en flessen met koude Japanse thee erbij en de tafel is gedekt. In de keuken zet ik schaaltjes klaar voor de koek en chocolade die de moeders meebrengen. Ik ken de luxe tasjes waarin het lekkers inzit en als ik in het nabijgelegen Ginza, het dure winkelgebied waar ook onze gemeente samenkomt, in de etalages van de patisseries kijk, schrik ik me wild dat ze een doos met kleine koekjes van 2 euro per stuk (dus 20 euro per doosje!) meenemen. Vandaag kwamen twee jonge vrouwen voor het eerst: Ooyama en Matsumoto. Ze zijn allebei een jaar met ouderschapsverlof en vandaag was een welkome afwisseling in het eenzame bestaan als moeder van een jong kind. De vaders zijn altijd aan het werk en bijna nooit thuis. Zo is Ooyama's man producer van televisieprogrammas voor een commerciele zender. Vanuit ons raam kunnen we de studios zien liggen en haar zoontje bonkt op het raam, wijst en roept 'papa, papa!'. Maar meer dan dat krijgt hij meestal niet van zijn vader te zien. Buurvrouw Yoshida biedt haar een schrale troost en zegt: 'Mijn man is in het weekend wel vrij en tot nog toe ging hij altijd golven. Nu heeft hij een nieuwe hobby. Hij wil graag een elite-member van de Japan Airline miles-spaarprogramma worden en daarom maakt hij vluchten in het weekend om punten te verdienen. Aanstaand weekend vliegt hij heen en weer naar Hong Kong. Dus zelfs als je man meer vrij zou zijn, is het maar de vraag of je hem meer zou zien...'. Iedereen herkent zich in elkaars verhalen. Matsumoto zucht eens diep en zegt dan: 'maar ik ben zo blij dat ik vandaag hier bij jullie kan zijn, eindelijk heb ik een community gevonden!'. Ook Hiraoka en Saida ontmoetten elkaar voor het eerst. Allerlei onderwerpen van kleuterschool tot hoe je het beste het balkon schoon kunt maken passeren de revue. Ook gaat het over geluidsoverlast. Hiraoka vertelt hoe haar man pas naar de bovenburen ging met de vraag of de stampende kinderen zich een beetje in konden houden. Na een uurtje komen we er achter dat Saida rechtboven Hiraoka woont en het kwartje valt. Zij had diep beschaamd Hiraoka's boze man te woord gestaan. In dat uur waren deze twee vrouwen vriendinnen geworden en samen lachen ze om het incident. Verzoening! Zo bouwen we aan de community en laten we onszelf kennen als kinderen van God de Vader die ons voor community met Hem èn elkaar geschapen heeft.
kunst en IKEA

04 Jul 2010

Kunst en Ikea zou je kunnen doen denken dat dit een blog wordt over die betaalbare posters die je ingelijst en al bij Ikea kunt kopen. Maar het eigenlijke onderwerp is avondmaal in Grace City Church Tokyo. Vandaag vierden we namelijk avondmaal. Bij kerkplanten komen behalve theologische, organisatorische en administratieve vraagstukken ook heel praktische dingen kijken. Hoe vier je bijvoorbeeld avondmaal? En welke bekers en borden gebruik  je? Door onze 'faith and art ministry' (geloof en kunst evangelisatie) komen we met veel kunstenaars en kunstliefhebbers in ons doelgebied in contact. Vandaar dat het idee geboren werd om een bevriende kunstenares te vragen om Grace City Churchs doopschaal en avondmaalsbord te maken. Het resultaat mag er zijn en past goed bij onze vernieuwende, kleurrijke gemeente. Kijk maar! 142De schilder, Rachael Van Dyke vertelt er zelf het volgende over: 'Voor de doopvont werd ik geïnspireerd door de geschiedenis van Jona. De schaal stelt de buik van de walvis voor en de noodzaak die er voor ons allen is om onze zonden te belijden. Het blad in het midden en de rups staan voor het nieuwe leven dat we in Christus hebben wanneer onze geloofsreis en transformatie beginnen. Die worden gesymboliseerd door de vlinders en kersenbloesems. De twaalf wolken representeren de 12 stammen van Israël en de verbondsbelofte van God aan zijn volk. De buitenkant van de kom is gedecoreerd met twee vissen die Christus en zijn bruid, de kerk verbeelden. De karper is een Japans symbool voor moed en dat hebben Japanse gelovigen in hun nieuwe leven als christen nodig. Het roze staat voor de puurheid en onschuld door het wassen van de doop. De rode en witte cirkels herinneren ons aan eeuwig leven en het vieren van een nieuwe leven voor degene die gelooft.”  De invloed van Amerikaanse zendelingen is de afgelopen decennia in de Japanse kerk erg groot geweest. Daarmee deden druivensap en de individuele bekertjes bij het avondmaal hun intrede. Ook in Grace City Church gaat de voorkeur uit naar kleine bekertjes. Dat heeft behalve met een gebrek aan kerkelijke traditie, ook met de Japanse hang naar extreme hygiëne te maken. Als Marekerker zijn we het delen van wijn uit grote, antieke zilveren bekers gewend en de stap naar plastic mini-wegwerpbekertjes is daarom te groot. Bovendien is het niet milieuvriendeijk. Daarom wilden we duurzamer bekertjes. Online worden er  allerlei (veel te dure) avondmaalsets aangeboden. De reli-markt lijkt een lucratieve business te zijn. Tijdens de stafvergadering merkte ik met Hollandse nuchterheid op dat we ook gewoon naar Ikea zouden kunnen gaan. Het werd een gezellig uitje met de Fukudas, zo gezellig dat we op de heenweg tot 2 keer toe de afslag misten en daardoor geen tijd overhielden voor Zweedse gehaktballetjes. Aan het begin van de avondmaalsviering verdeelt dominee Fukuda de brokken brood over bruine Ikea-borden en gaat het druivensap uit grote Ikea-kannen in kleine Ikea-glaasjes. De moderne stijl van de Ikea-artikelen past perfect bij de Starbucksachtige evenmentenruimte waar we de diensten houden. Over contextualisatie gesproken... Geen mysterieuze, medicijnachtige bekertjes en grote glimmende schalen, maar bekertjes en glaasjes die onze doelgroep zelf ook in de kast zou kunnen hebben. Zo wordt het sacrament van het avondmaal, in al zijn bijzonderheid en diepe inhoud, ingepast in onze context. Genoeg voor nu, want ik moet 4 borden, 4 kannen en 50 kleine glaasjes af gaan wassen. Met een Ikea-afwasborstel.
rolstoelen en kunstbenen

01 Jul 2010

We zijn met Lucile naar het kinderziekenhuis geweest. Het is eigenlijk meer een nationaal behandelcentrum voor gehandicapte kinderen. Dat voelde naar. Want Lucile is gewoon een gezonde baby die zich prima ontwikkelt. Maar dan met een been dat nog niet helemaal goed in de heupkom zit. Het complex in een afgelegen buitenwijk van Tokio bevestigt de triestheid dat zich er binnen afspeelt. Niet dat het een oud gebouw is, maar aan onderhoud wordt niets gedaan. Geen verfje, maar brokkelend beton en gehavende deuren en muren. Misschien door de ontelbare typen rolstoelen die er doorheen geduwd worden door trouwe moeders, een enkele vader en veel verpleegkundigen. Hier en daar een vergeeld, niet netjes afgescheurd kalenderblad met een foto van een clown of dier. Overal staan kinderen tussen 2 en 20 jaar geparkeerd in hun complexe voertuigen. Sommigen gillen het uit, anderen werpen je een ontwapende glimlach toe. We zijn met z'n allen gekomen en we hebben onze kinderen gewaarschuwd dat ze misschien best heftige dingen te zien zullen krijgen. Mensen die in het normale leven in Japan verstopt zijn. Thom, Berend en Julie reageren verrassend bedaard en bewonderen de vernuftige machines en 'coole computers' die op sommige tafelbladen voor de rolstoelen gemonteerd zijn. Ikzelf ben alles behalve bedaard. Ik kan het lijden dat zich aan me opdringt nauwelijks aan. 'Kijk nou eens, hoeveel geluk wij hebben met vijf gezonde kinderen!', probeer ik mezelf heel rationeel te vertellen. Maar de confrontatie met de gebrokenheid maakt me behalve vol medelijden ook boos en onrustig. 854858IJsberend zoek ik mijn weg door de rommige hal waar we moeten wachten. Er staat een mand met gevonden voorwerpen. Er hangt een smoezelig briefje op met de vraag: 'Bent u dit niet vergeten?' Het is een doos met een kinderhorloge, een sjaaltje en een paar protheses. Even verderop zit een combi van protheses die samen een soort harnas vormen op een stoel. De eigenaar zit er niet in. Een tiener even verderop heeft zijn kunstbenen maar even uitgedaan. Ze liggen een paar stoeltjes verder. Geert levert zijn eigen strijd. In bureaucratisch Japan moeten er voor elke handeling eerst een reeks formulieren ingevuld worden. De eerste vraag: 'Zijn de vader en moeder van de patient familie van elkaar?' Nee! Ik wil weg. Op dat moment roept een jonge dokter in spijkerbroek ons binnen. Hij had niet veel later moeten komen. Dokter Itou blijkt gespecialiseerd in heupafwijkingen en neemt alle tijd om Lucile rustig te onderzoeken. Hij kletst tegen haar en stelt haar en ons gerust. Fleur volgt hem nauwgezet vanaf Geerts schoot. Daarna begint hij uit te leggen dat waar de vorige behandeling bij Fleur succesvol is geweest, deze bij Lucile gefaald heeft en dat ze door 3 maanden hipster dragen een stijf beentje heeft gekregen. Daarom is het eerste wat hij voorschrijft: vrijheid. Hij pakt de hipster en gooit die radicaal weg. We kunnen onze ogen niet geloven: twee hipsterloze meiden! 006De weken zonder hipster die gaan komen, zijn niet de oplossing, het is een manier om Lucile's spieren weer soepel te krijgen. Dan gaan we een nieuw traject in. Te beginnen met een consult in Leiden. Op basis van het behandelvoorstel daar gaan we verder. Dokter Itou heeft goede hoop. Hij gelooft dat Fleur en Lucile over een jaartje samen hand-in-hand kunnen lopen. Maar nu eerst samen spelen zonder die verdraaide hipsters!
gedoopt!

27 Jun 2010

Misschien vraag je je af hoe het met Sayaka afgelopen is. Ze is vandaag gedoopt! Kijk maar... Na een geweldige preek waarin ds. Fukuda de daad bij het woord voegde (zoals we eerder deze week besloten om het gevoelige onderwerp van balans tussen werk- en privéleven te gaan bespreken) en heel moedig het absurde overwerken als afgod aan de kaak stelde, zei Sayaka volmondig 'ja!' op de vraag of ze in Jezus Christus geloofde. Er wordt enorme druk op haar uitgeoefend om morgen weer aan de slag te gaan. Ze is van plan morgen wel naar haar werk te gaan, maar alleen om de korte termijn toekomst met haar baas te bespreken. Deze keer is ze vastbesloten om niet te zwichten voor de emotionele chantage van haar baas. Als ze zelfs maar 5% van haar energie zoals dat van haar stralende gezicht van vandaag af te lezen was, vast kan houden tot morgen, dan lukt haar dat. En ze staat er niet alleen voor. Nooit meer.
ze werken zich dood

25 Jun 2010

We hebben een paar spannende dagen achter de rug. De staf van Grace City Church bereidde een dienst voor waarvan niet zeker was of het door zou gaan. Dominee Fukuda de preek, de worship leader de liederen, een team om de gehuurde zaal in te richten als een kerk met alle benodigde apparatuur, Geert de powerpoint-presentatie met alle liederen en de rest van de liturgie en ik de kindernevendienst. Het gaat om de dienst van aanstaande zondag. Het is nog maar vrijdag, dus het moet nog waargemaakt worden, maar ons geloof is groot: zondag wordt Sayaka gedoopt, de eerste Japanner die in Grace City Church tot geloof is gekomen! Of het doorgaat of niet ligt niet aan haar geloof. Ook dat is groot. Maar ze is opgebrand. Afgedraaid. Afgemat. Ingestort. Kapot door overwerk dat nooit af komt. Vorige week vrijdag kwam ze nog naar de kring. Ze was zowaar een keer op tijd. Dat verklaarde ze door het feit dat het 'no-zangyou' dag was. De enige dag per maand dat er niet overgewerkt mag worden bij haar bedrijf. Dat maakte haar verhaal los. Ze was moe en kan de enorme werkdruk niet meer aan. Na een aantal jaar doorploeteren, vatte ze moed en stapte naar haar baas om te vertellen dat er iets moet veranderen. De reactie van haar baas was dat die zelf in tranen uitbarstte; zij kan het zelf ook niet meer aan maar kan de opdrachten van hogerhand niet beïnvloeden. Zaterdag genoot Sayaka bij ons thuis met nog een paar andere single ladies uit de kerk van een gezellige meidenfilm met koek en chips. Een zeldzaam moment van ontspanning. Zondag was haar blik weeral strakker, ze was duidelijk weer gespannen. Maandagmorgen op werk naar haar werk kreeg ze paniekaanvallen en ze maakte rechtsomkeer naar huis. Daar belde ze ons. Ze durfde niet meer in de trein, niet meer naar haar werk. 023Wat konden we doen? We luisterden, probeerden te troosten en te bemoedigden. Over de doop die voor aanstaande zondag gepland staat, spraken we maar even niet. In geen geval wilden we extra druk op haar uitoefenen. Al was het alleen al omdat ze om naar de kerkdienst te gaan de trein in moet. Of omdat allerlei niet-christen vrienden zullen komen en met eigen ogen zien hoe Sayaka veranderd is. Ze is een rationele denker. Hoogopgeleid en op beide hoge hakken staat ze midden in de wereld. Nu heeft die wereld haar bijna verpletterd. Ze weet dat alleen Jezus haar kan redden. Vanmiddag belde ze. Ze realiseert ze meer dan ooit dat ze het in dit diepe dal van haar leven alleen van de Here God hoeft te verwachten. Zelf sprak ze het verlossende woord: 'ik kan toch nog wel gedoopt worden zondag?' Sayakas verhaal staat niet op zichzelf. Ik zou blog na blog entree kunnen schrijven over andere vrienden. Zo kwam Kono, een IT-werker bij een verzekeringsmaatschappij, vorige week langs. Hij had zijn stem verloren. Hij was niet verkouden. Met een diep krakend geluid en handen en voeten legde hij uit dat de dokter verteld had dat het door de stress komt. Het kan wel 3 maanden duren, maar het werk moet doorgaan. Daigo is manager bij een logistiek bedrijf. Hij moet bijna 24 uur op zijn post zijn en Geert eet om de week een rijstbal bij hem aan zijn bureau. Zijn kantoor kan hij niet uit. Hij wil stoppen maar zijn baas ligt opgebrand in het ziekenhuis. Hij kan het niet over zijn hart krijgen om juist nu het bijltje erbij neer te gooien. Tsutome is manager bij een ingenieursdetacheringsbureau. Het aansturen van zijn team brengt zoveel verantwoordelijkheden mee dat hij geen moment meer kan ontspannen. Hij overweegt zich helemaal terug te trekken en zich te wijden aan de hobby waar hij nooit meer aan toe komt: modellen van futuristische ruimteschepen ontwerpen en bouwen. Ken is accountant en wil trouwen. Maar hoe kom je een vrouw tegen als je nooit vrij hebt? Hij haalt het vaak nauwelijks naar de kerk; soms komt hij gelijk vanaf kantoor en andere moment valt hij om een uur of vijf 's middags met natte haren bij het koffiedrinken na de dienst binnen, hij was te moe om op tijd op te staan... De jonge professionals in Tokio werken zich dood. Letterlijk. De belangrijkste doodsoorzaak voor dertigers is overwerk. De Japanse taal kent er zelfs een apart woord voor: karoshi. Tot nog toe namen we het als staf van de kerk aan als een lastig kenmerk van onze doelgroep, een onvermijdelijk feit. Iets wat we met lede ogen aanzagen. Maar Sayaka heeft ons strijdbaar gemaakt. We besloten deze week om het als thema bovenaan de prioriteitenlijst van Grace City Church te zetten. We moeten met elkaar in gesprek over een betere balans tussen werk en de rest van het leven. We moeten als leiders van de gemeente luisteren, bemoedigen, helpen, onderwijzen en uitdagen. En zelf ook zoeken naar een betere balans in ons eigen leven. Daarom genoeg voor nu...
Japan verslagen

19 Jun 2010

022Vanuit een verslagen Japan een hartelijke felicitatie aan Nederland (of Oranda, zoals ze hier zeggen) met de 1-0 overwinning! We waren benaderd door een Japanse commerciele televisiezender om commentaar op de wedstrijd van vanavond te geven, maar hebben dat beleefd geweigerd. Onze voetbalkennis schiet wanhopig te kort om iets zinnigs te kunnen zeggen. Wel hebben we met onze in het oranje gehulde jongens zowaar de wedstrijd gekeken en meegejuichd toen het beslissende punt gescoord werd. Misschien moeten we ons nu maar even niet in het oranje hier op straat begeven, anders krijgen we misschien rotte sushi naar ons hoofd geslingerd. Ik kijk wel uit naar het lekkers dat me woensdag te wachten staat: met de groep Japanners die hier wekelijks Engels komt oefenen, spraken we af dat de verliezer van deze wedstrijd op gebak zal trakteren. Dankzij Sneijder hoef ik geen oranjetompoucen te bakken!
gedeelde smart

18 Jun 2010

Lucile 6 juni 2010Fleur 6 juni 2010Vandaag weer iets ontdekt: niet alleen is gedeelde smart halve smart, maar halve vreugde is nauwelijks vreugde. Ik ben niet iemand van wie het glas half leeg is, ik ben absoluut van het halfvolle glas, een optimistisch type. Anders zou ik ook nooit aan zending in Japan begonnen zijn. Toch vond ik het moeilijk om de zegeningen van vandaag te tellen. Fleur en Lucile hebben net hun zes maandencontrole bij de kinderarts achter de rug. Het is altijd leuk om te zien hoeveel ze gegroeid zijn en op dat front goed nieuws! Ze wegen allebei 7,5 kilo en zijn 65 centimeter lang. Daarmee zijn ze op hetzelfde niveau van een gemiddelde eenling aangekomen! Ze zijn supergezond bevonden. Sinds hun half birthday (zo noemen ze dat bij Thom en Berend op school) zijn ze begonnen met vast voedsel, ook een mijlpaal, al is mama nog steeds veruit favoriet. Nog steeds slapen ze alle nachten (tussen 18.30 en 6.30 uur) door, we hebben dus niets te klagen. In tegendeel, these twins are as cute as can be en met hun grote blauwe ogen en vette lach winden ze iedereen om hun mollige vingertjes! Ook stond een bezoek aan de orthopedisch chirurg op ons programma. Hij nam röntgenfoto’s van de heupjes van de tweeling om te kijken wat de stand van zaken met hun heupdysplasie is. Fleurs glimlach naar de radioloog en Luciles erbarmelijke tranen bleken profetisch: bij Fleur zit de heupkop inmiddels goed in heupkom, bij Lucile nog niet. De behandeling met de ‘hipster’ heeft bij de één dus wel succes opgeleverd, bij de ander niet. Dat is een schok. Tot nog toe gaat hun ontwikkeling tot in het extreme toe (ze poepen zelfs tegelijk :)) gelijk op, maar daar komt nu verandering in. Wat meer is, deze chirurg vertelde ons dat hij alles gedaan heeft wat in zijn vermogen lag en dat Lucile vanaf nu naar een specialistisch kinderziekenhuis moet. Dat ziekenhuis ligt ergens weggestopt in een verre voorstad van Tokio, want met iets dat niet perfect is, loop je in Japan niet te koop. Natuurlijk is er hoop. Het probleem moet bij voorkeur voor Luciles eerste verjaardag opgelost zijn, zodat ze gewoon kan leren lopen en op een dag met haar zussen naar ballet kan. En dat is helemaal niet onmogelijk, al zou er een operatie aan te pas kunnen komen. Ons verlof dat er aan komt, compliceert de behandeling wel. Leids Universitair Medisch Centrum, we komen eraan… Met tranen in mijn ogen trok ik Fleurs hipster uit. Ze is vrij! Het volgende station is omrollen. Vreugdetranen om Fleur, tranen van zorgen om Lucile. Die laatste zijn zwaarder. Ondanks al het goede nieuws van vandaag is mijn glas halfleeg. Misschien omdat de smart niet meer gedeeld wordt.
regentijd

14 Jun 2010

095Officieel was het vorige week al begonnen, maar sinds vanmorgen kunnen we er niet meer omheen: de regentijd is begonnen. Tot gisteravond bleef de hemel stralend blauw en bijna dwangmatig genoten we in het weekend van picknick na picknick. Want ook al was er nog geen vuiltje aan de lucht, een zwaar gevoel van eindigheid hing in de lucht. Voor de kerkdienst van gisteren verzamelde de gemeente eerst in het park naast het keizerlijk paleis om samen, ieder op zijn eigen kleedje te lunchen. We waren het erover eens, dit moeten we vaker doen. Maar het gesprek sloeg al snel om: dit was de laatste kans voor dit jaar. De euforie die de lente had gebracht, was abrupt voorbij. Volgens de weerprofeten begint de regentijd morgen namelijk echt en na de regentijd wordt de hitte ondragelijk. Vreemd genoeg bracht de melancholische sfeer die ontstond een warm gevoel van saamhorigheid. Samen kunnen we de bedrukte tijd die komt wel aan. We zijn als kerk immers niet anders gewend. 123136Als ik uit het raam kijk zie ik niets. Alles is grijs-wit. We zitten in de wolken. Dat is de schaduwkant van het wonen op de 51ste verdieping. En dan lijkt het delen van een appartement van 90 vierkante meter met z’n zevenen opeens moeilijker. Waar ik vorige week nog blijmoedig, met een weids uitzicht van tientallen kilometers en een open balkondeur die een fris briesje binnenblies, toezei dat het prima was dat er 15 (letterlijk) grote Amerikaanse short term zendelingen bij ons aan tafel zouden schuiven, krijg ik het nu Spaans benauwd. Maar ik moet me samenrapen, even diep wat door en door vochtige lucht inademen, de kids die allemaal zomervakantie hebben aan het knutselen zetten, de was binnenhalen want die is over drie weken nog net zo nat en dan gauw gaan koken. Want over twee uurtjes stampen de hongerige short-termers hier binnen. Vorig jaar kwam een soortgelijk team en daarom bereid ik tijdens het koken mijn hart voor op alle opmerkingen die straks komen: “What a cute, little appartment,”en “just imagine living in such a tiny place” of “look at the doll kitchen!”. De kerk waar ze vandaan komen in Texas steunt onze nieuwe gemeente royaal door gebed en financiën. Die gedachte houd ik vast terwijl anderhalve kilo rijst in mijn rijstkoker pruttelt en ik in mijn mega-pan met 7 liter Japanse stoofpot sta te roeren. Geen vuiltje aan de lucht!
wang

31 May 2010

Berends wortelkanaalbehandeling leverde een onverwachte vriendschap op. Zijn vrouwelijke tandarts heet Wang en ze is bijna verliefd op onze Beer. Nu hebben ze ook heel wat tijd samen doorgebracht... Ondanks de pijn was het absoluut geen traumatische ervaring voor hem en daarvoor ben ik Wang erg dankbaar. Toen ik haar bedankte terwijl ik zelf voor controle plaats nam in de stoel, schoot ze vol, legde haar gereedschap neer en stortte plompverloren haar hart uit. Ik nodigde haar uit om bij ons thuis een keer verder te praten en we wisselden mailadressen uit. Inmiddels hebben we elkaar een paar keer ontmoet en herken ik haar nu ook zonder gezichtsmasker. Ik ben haar veilige praatpaal in een donkere wereld zonder liefde. Vier jaar geleden trouwde ze een Amerikaan en volgde hem naar Mississippi. Daar kreeg hij een verhouding met een dame die tegen betaling haar kledingstukken verliest. Wangs droom spatte uiteen en ze keerde terug naar Japan. Als tandarts kwam ze in de praktijk in onze woontoren te werken. Eerst smeekte hij haar terug te komen, maar na haar weigering trouwde hij halsoverkop met zijn maitresse die inmiddels zwanger was. Het hele verhaal klinkt als een goedkope soap en tot overmaat van ramp heeft de Amerikaanse regering hem overgeplaatst naar een legerbasis dichtbij Tokio! Hij woont nu dus vlakbij met vrouw en kind. Wang is intens eenzaam. Precies een jaar geleden kwam ze terug in Japan en sinds de scheiding kort daarna een feit werd, zoekt ze wanhopig een nieuwe man. Maar het wil niet lukken. Daarom raadpleegde ze vorige week een waarzegger. Hij las haar hand en wist op basis van haar lijnen te vertellen dat ze gescheiden was. Verder vertelden zijn kaarten hem dat Wang tussen 2011 en 2014 drie kansen zal hebben op het aangaan van een nieuwe relatie. Wang weet niet of ze de waarzegger kan vertrouwen, maar geloven wil ze het maar al te graag. Ze weet letterlijk niet waar ze het zoeken moet en staat open voor alles wat haar maar hoop kan geven. Gisteren mailde ze me of ze mee mag naar onze kerk. Reken maar!
een lach en veel tranen

01 Apr 2010

We wisten dat 1 april een zware dag zou worden, dus beginnen we hem maar met een glimlach. Nou ja, het duurde even tot die lach er was, want bij een 1 aprilgrap kost natuurlijk even tijd tot het slachtoffer beseft dat hij beetgenomen wordt. We serveren onze kinderen (dat wil zeggen, degenen met tanden) elke ochtend yoghurt met cruesli en volkorenvlokken (bran). Het valt in dit land van witte rijst en een verdwaalde witte boterham niet mee voldoende vezels binnen te krijgen, dus moeten ze elke morgen om een uur of half zeven even doorbijten. Maar vandaag hadden we een primeur: een nieuw soort yoghurt! Terwijl onze jongens met gezonde tegenzin, dromend over pancakes met stroop en geroosterde boterhammen met jam, met hun lepel in hun schaaltje ploegen, vertel ik ze over dit nieuwe product dat we vandaag uitproberen. Ze hebben wel eens gehoord dat er in yoghurt allerlei goede bacteriën zitten die de darmflora bevorderen. Zo ook in deze nieuwe soort. Ik leg uit dat het gebruik maakt van de bacteriën die zich gewoonlijk in de darmen van nihonzaru (Japanse apen, macaques, zie foto) bevinden. De spijsvertering van deze dieren werkt erg effectief, dus dat zou ook goed zijn voor menselijke darmwerking. Julie mompelt: 'wat, gaan we vandaag aapjes zien?', terwijl Thom en Berend eerst nog maar eens flink zuchten en nog een extra roerronde inlassen. Geert en ik happen dapper door en ook Thom schraapt met zijn tanden de eerste granen van zijn lepel. 'Een nadeel is alleen wel, dat er soms wat restjes apenpoep in de yoghurt komen… maar ja.' Niemand kauwt meer en opeens ontdekken de jongens zwarte stukjes in hun schaaltje. Paniek! De 'jakkes'sen en 'blèèèhs' en 'ik zie poep, apenpoep!' zijn niet van de lucht. Berend trekt wat bleek weg. De ouders eten stoïcijns door. Thom vat moed en neemt een muizenhapje inclusief keuteltje. Heel stoer zegt hij dat hij het eigenlijk best lekker vindt. Zijn hangende mondhoeken vertellen ons anders. Berend ziet het niet meer zitten en schuift voorzichtig achteruit. Zijn tactiek is duidelijk: een kleine beetje roeren alsof hij met zijn eten bezig is en hopen dat het snel tijd is om de trein te gaan halen. Al roerend rilt hij bij elk zwart brokje dat hij tegenkomt. Tien minuten zijn verstreken en ik barst vanbinnen bijna van het lachen. Aan tafel is het stil. Thom eet met lange tanden en kijkt continue op onze reuzenklok. Maar die lijkt langzamer te lopen dan ooit. Terloops vraag ik: 'welke datum is het eigenlijk vandaag?'. 'Oh, 1 april', zegt Thom. Er gaat hem nog niets dagen. Pas als we de kikker in de bil erbij halen, dringt het door. Ook als we Berend verzekeren dat de zwarte stukjes gewoon een paar hagelslagjes zijn, vertrouwt hij het nog niet. Bijna zonder te kauwen slikt hij zijn ontbijt door. Nou ja, dat regelen zijn darmen verder wel. Die nihonzaru-bacteriën zijn namelijk super effectief! Als de jongens naar school zijn, volgt een bezoek aan het ziekenhuis met de meiden. Op zich is het fijn om even wat tijd samen te hebben, dat is namelijk uitzonderlijk in deze extreem drukke weken. We hebben op dit moment een team van elf Britse young professionals te gast, die onze gemeente als short term zendelingen helpen. Dit levert ons elke dag tot diep in de nacht veel werk op en de vermoeidheid begint toe te slaan. Even met de meisjes op pad doet ons goed. Kletsen in de wachtkamer totdat we aan de beurt zijn: het moment waar we al een week tegenop zien. Toen onze tweeling Fleur en Lucile met 6 weken op een standaardcontrole bij de kinderarts gingen, dacht hij een klik bij hun heupjes te voelen. Dat zou kunnen duiden op een dislocatie van de heup, ook wel heupdysplasie genoemd. Hij verwees ons naar een orthopeed, maar deze dokter deelde de diagnose niet en stuurde ons met een gerust hart naar huis. Bij de 3 maanden check-up constateerde de kinderarts opnieuw de klik en stuurde ons naar een andere specialist voor een second opinion. Deze orthopeed voelde het meteen: het rechterbovenbeentje zit niet goed in de kom van het bekken. Röntgenfoto's bevestigden zijn vermoeden. Wat opmerkelijk is, is dat zowel Fleur als Lucile exact dezelfde afwijking hebben. Hun röntgenfoto's zijn identiek! De remedie voor dit probleem is een spreidbroekje. Tenminste, dat dachten we. Maar hier in Japan gaat het er blijkbaar iets primitiever aan toe. Onze lieve baby's schreeuwden moord en brand toen ze in hun nieuwe, speciaal op maat gemaakte middeleeuwse korsetten gehesen werden. Het is een soort wit tuigje met een wirwar aan klittenband riempjes eraan (zie foto). Broeken dragen is onmogelijk, luiers verwisselen een grote uitdaging. Langzaam maar zeker geven ze zich over aan deze dwangbuizen. Ik weet niet wie er meer tranen heeft laten vloeien, ik of zij. Nog 4 tot 6 maanden te gaan totdat de afwijking (hopelijk!) gecorrigeerd is. Als de jongens uit school komen, zijn ze geschokt. In tegenstelling tot vanochtend nu geen vreugdetranen, maar tranen van medelijden met die zusjes waar ze zo zielsveel van houden. We proberen toch onze glimlach terug te vinden door een leuke naam voor dit tuig te vinden. We noemen de apparaten 'hipsters', klinkt leuk en refereert aan 'heup' (hip in het Engels) en 'hip' (volgens de mode).