gereformeerde speld

Ken je dat gevoel dat iemand iets tegen je wil zeggen, maar dat niet kan of durft. Of dat het juiste moment er gewoon nooit lijkt te zijn. Je denkt erover na, probeert met de hints als puzzelstukjes te raden wat het plaatje is. In die situatie bevonden we ons in de tweede helft van vorig jaar. Als Nederlander zou je zeggen, vraag er dan gewoon naar, maar zo werkt het in dit land van indirecte communicatie niet. Dit was voor ons een thema dat vrijwel elke week en op een gegeven moment zelfs elke dag terugkwam.

Ik heb vast al wel eens verteld dat Lucile bij een goede orthopeed hier in Japan onder behandeling is. Het ziekenhuis is in desolate staat, maar de artsen zijn professionals die hun vak en patiënten serieus nemen. Zo ook dokter Uoti. Hij is een dertiger, bescheiden en innemend. Vanaf het eerste bezoek waar hij ons, in shock vanwege het tot twee keer toe in gerenommeerde ziekenhuizen falen van de behandeling van Lucile’s heupdysplasie en de eerste indruk van dit weggestopte, vervallen oord, met veel geduld te woord stond. Keer op keer legde hij zijn visie op de diagnose en de behandeling uit. Nooit gehaast, nooit onverschillig. Ondanks de overvolle wachtkamer met krijsende kinderen ging hij naast de verlegen Lucile zitten om met haar te spelen, te kletsen en zo haar gerust te stellen. Hij stond ons toe om tegen het ziekenhuisbeleid in de operatiekamer bij Lucile te zijn tot de anesthesist haar in slaap had gebracht. Herstellend op de afdeling viel Lucile onder de verantwoordelijkheid van een andere arts, maar elke dag kwam dokter na zijn dienst op de polikliniek in ons kleine vieze kamertje op bezoek. Hoe donker alles ook leek, altijd had hij een bemoedigend woord. En vaak bleef hij even hangen, alsof hij het nog ergens over wilde hebben. Maar het kwam er nooit uit.

Toen Lucile uit het ziekenhuis ontslagen werd, gaven we de afdeling een Japanse kinderbijbel. Het is een staatsinstelling dus we waren bezorgd dat ze zo’n christelijk boek niet aan zouden willen nemen, maar dokter Uoti die hem namens de staf in ontvangst nam, verblikte of verbloosde niet. Daarna ontmoetten we hem nog wekelijks bij controles op de polikliniek.

Nu de controles minder frequent worden, wilden we de dokter zelf ook iets van onze dankbaarheid laten zien en daarom nodigden we hem via email uit voor het kerstconcert en -diner van GraceCityChurch. Hij stuurde nooit een reactie terug. Ondertussen werden we volledig opgeslokt door de vele kerstevenementen met alle voorbereidingen en last minute stress die daarbij horen. Met de instructies voor de babysitter nog nagalmend in mijn hoofd (er is hier geen babysit-cultuur dus komt het maar een of twee keer per jaar voor dat we samen weg kunnen), haast ik me naar het evenement en stuit ik in de concertzaal plotseling op dokter Uoti. Met vrouw en kind, een bijdehand Japans meisje dat slechts 4 maanden ouder is dan Fleur en Lucile.

We genieten van het pianoconcert en begeven ons naar het restaurant. Geert heeft inmiddels geregeld dat de familie Uoti bij ons aan tafel kan zitten en voor het kleine meisje wordt meteen een kindermenu geserveerd. Van zolang stilzitten heeft ze honger gekregen, dus ze klautert in de kinderstoel en kijkt vol verlangen naar de gefrituurde garnalen groter dan haar handjes. Even denk ik dat ze hem bij zijn staart pakt, maar dan bedenkt ze zich. Ze drukt haar kinnetje op haar borst, knijpt haar oogjes en handjes samen en zegt: “Here God, dank u voor muziek en lekker eten. In de naam van Jezus, amen.” Gevolgd door een stuk minder ingetogen “Itadakimasu!” (ik aanvaard in dankbaarheid en eet smakelijk). Dan moeten de dikke garnalen eraan geloven.

Mijn onderkaak hangt ondertussen vol verbazing naar beneden. Ik kijk naar dokter Uoti en stamer wat schaapachtig ‘hè’ en ‘wat?’ en ‘hoor ik het goed?’ Zijn vrouw schiet in de lach en vertelt me dat haar man al een derde generatie christen is. Ze voegt eraan toe dat ze zelf met hem meegaat naar de kerk, maar nog niet gedoopt is. Hun dochtertje wel en ze strijkt het smullende meisje over haar zwarte haartjes. Dokter Uoti lacht nu breeduit, schateren is het meer. Hij knikt en na een half jaar komt het hoge woord eruit: “ik ben christen”. Vervolgens loopt hij helemaal leeg, opgelucht nu eindelijk te kunnen zeggen wat hij de hele tijd al wilde delen. Wat opviel is dat hun dochtertje gedoopt is. Kinderdoop is bijzonder zeldzaam in Japan. GraceCityChurch doopt nieuwe gelovigen die geloofsbelijdenis afleggen op welke leeftijd dan ook èn hun kinderen. Blijkt dat de Uotis al generaties lang naar een gereformeerde kerk gaan. Met minder dan 0,5% Protestanten waarvan slechts een kleine minderheid zich in de gereformeerde traditie plaatst, blijken we aan tafel te zitten met een gereformeerde speld in een gigantische Japanse hooiberg.

Als zijn vrouw even weg is, vertelt dokter Uoti ons hoe graag hij met ons over zijn geloof had willen praten, maar hoe dat op zijn werk niet mogelijk is. Sinds de gifgasaanvalllen van de Aum-sekte in 1995 in Tokio is er een groot wantrouwen ten opzichte van georganiseerde religie. Op je werk over geloof praten is taboe geworden. Toen Uoti onze uitnodiging ontving, zag hij dat als enige mogelijkheid om met ons over zijn christen zijn te praten. Een andere belangrijke motivatie was het verdriet dat hij met zich meedraagt over het feit dat zijn vrouw niet gelooft. Ze gaat regelmatig mee naar de kerk en staat zeker niet negatief tegenover het christendom en de kerk, maar het is niet iets dat haar hart raakt. Tenminste nog niet. En daar ziet dokter Uoti een rol voor mij. Gelukkig klikt het heel goed, we hebben bijzonder gezellige uurtjes met elkaar en we beloven gauw af te spreken. Ik geef haar mijn visitekaartje en twee dagen later ligt er al een warme brief van haar in de brievenbus.

Een bijzondere ontmoeting. Nieuwe vrienden. Dat doet goed. Een blog schrijven werkt zeker therapeutisch, maar het is ook belangrijk om mensen in de buurt te hebben waar je je vreugde en zorgen mee kunt delen. En van die laatste categorie zijn er genoeg. Aardbevingen blijven een thema. Toen Nieuwjaar aanbrak, was ik opgelucht. Het heftige jaar 2011 lag achter ons. Was afgesloten. Onbewust maakte ik mezelf wijs dat het aardbevingstijdperk daarmee ook afgesloten was. Naïef natuurlijk, maar na bijna 7.000 (echt waar! al voel je de kleinere trillingen natuurlijk niet allemaal) naschokken ben je er wel klaar mee. Mijn opluchting duurde precies 14 en een half uur. Op Nieuwjaarsdag om half drie ‘s middags kregen we een klap van 7,0 op de Richterschaal. Gelukkig zaten we net in de bus op weg naar de kerk en door de schokdempers en de rubberbanden van de bus voelde het niet zo naar als op de 51ste verdieping. Vanochtend is er een 17 meter lange walvis hier voor onze toren in Tokyo Bay aangespoeld. Gestrande walvissen worden al generaties lang door veel Japanners in verband gebracht met aardbevingen op komst. De tijd zal het leren.

 

6 Comments to “gereformeerde speld”

  1. Anke P

    Wat een schitterend verhaal!
    Een knipoog van de Here God in jullie turbulente bestaan!
    Lieve groet,
    Anke

  2. Erwin

    Mooi verhaal. God is goed.
    Erwin

  3. Jos

    Wow wat een bijzonder verhaal zeg.

  4. Jos

    Wow wat een bijzonder verhaal zeg.

  5. Elise

    De zoveelste wonderlijke ervaring in Japan. God gaat door met zijn werk! Geweldig om te lezen. En zo bemoedigend.
    En wat betreft de zorgen: je weet het, we denken aan jullie!!
    Liefs,
    Elise

  6. Lydeke

    Lieve allemaal,
    Ook nu ben ik geraakt door je verhaal. Veel heil en zegen voor het nieuwe jaar, voor jullie en allen die jullie dierbaar zijn.