drie elf

In Japan hebben de maanden geen namen, ze heten gewoon eerste maand, tweede maand, enzovoort. Waar iedereen in Amerika weet wat ‘nine-eleven’ is (9.11), geldt dat hier voor ‘santenichichi (3.11). De dag dat de drievoudige ramp Japan trof. De aardbeving van 9,0 op de schaal van Richter die de geschiedenis in ging als de Grote Oost-Japan Aardbeving. De tsunami die op sommige plekken met een hoogte van 30 tot 40 meter op de kust beukte en kilometers lang alles geweldadig meesleurde. De kerntragedie die tienduizenden mensen beroofde van hun thuis en de tijd zal leren van wat nog meer.

Het is vandaag een jaar geleden en daarom herdenken we. Niet dat er een dag geweest is in de afgelopen 366 dagen dat we dat niet gedaan hebben. Meestal zwijgend. Soms door ons verhaal opnieuw met elkaar of met Japanners hier in Tokio te delen. Of door te luisteren naar het leed van de mensen in het rampgebied. Of als ik de stofzuiger over de beschadigde houten planken van de woonkamervloer beweeg. Dan zie ik ons nog vanonder de tafel kruipen. Zoekend naar balans in onze nawiegende toren zie ik de ravage op de vloer. Eerst haal ik schoenen voor Julie zodat haar voetjes niet in glas zouden trappen. Dan leggen we verdwaasd Fleur en Lucile terug in hun ledikantjes. Alsof het er toe doet, ga ik opruimen. Op mijn knieen ploeg ik door de rommel en haal mijn hand open aan een stuk glas. In die eerste reflex gooide ik beschadigde spullen weg. Dat voelde goed want zo leek het alsof ik afrekende met wat er gebeurd was. Behalve dat ene theelichtje met blauwe glasrondjes erop. Dat kreeg ik bijna 8 jaar geleden van mijn mannen (Geert, Thom en Berend) voor mijn verjaardag. Ze hadden het samen in mijn favoriete buurtwinkeltje in Sapporo voor mij uitgekozen. Hoewel vervaarlijk beschadigd, kon ik het niet weggooien.

Ik bewaarde het theelichtje in het hoekje achterop het aanrecht. Er stonden wat andere dingetjes voor zoals een pot met houten lepels, een schaaltje en een fotolijstje. Zo konden de kinderen er niet bij, want het zou ze ongetwijfeld snijwonden opleveren. Eerlijk gezegd dacht ik dat ze het zo ook niet konden zien, maar daarin had ik me vergist, zo bleek een paar weken geleden uit een opmerking van een van de jongens: ‘dat lichtje, dat ga je toch nooit weggooien, hè mama?’. Deze tastbare herinnering doet me nog steeds rillen. Zo’n korte, oncontroleerbare siddering als je iets pijnlijks ziet.

Waar (gebrek aan) tijd vaak stress oplevert, geloof ik ook dat tijd een zegen is. Sommige conventionele wijsheden zijn gewoon waar. Zoals dat tijd wonden heelt. De herinneringen aan de aardbeving zijn nog heel levend en daar zorgen de honderden naschokken ook wel voor. Maar net zoals de intensiteit en de frequentie van die naschokken afneemt, lijkt het ook gemakkelijker te worden om wat afstand te nemen. Behalve deze week wanneer alles weer net zo heftig via televisie, krant, internet, de klas, de kerk en op straat herhaald wordt. Waar normaal gewenning optreedt als je keer op keer met iets geconfronteerd wordt, kwamen de rammelende beelden en het zwarte, kolkende water keer op keer keihard binnen. Gelukkig helpen woorden me dan:

ik kan het nieuws niet meer verdragen
het spoelt alle vaste grond weg
onder mijn wankele voeten
die met onzekere tred naar hogere
heilige grond zoeken

elke trilling doet me beven
het tergende geknars van
eens robuuste structuren ramt
als zware hamers op het aambeeld
van mijn oren en bestaan

ik wend me af nu de donkere majesteit
opnieuw spuugt naar de gebrokenheid
ik wacht af welke nieuwe schepping
uit de natte en gebarsten aarde
zal gaan ontspruiten

We waren vanmiddag net middenin Ginza, de chique winkelwijk waar onze gemeente haar zondagse diensten houdt, op het moment dat precies een jaar geleden de aardbeving haar ongenadige klap uitdeelde. Alles stond stil en iedereen staarde naar de klok op het warenhuis. Met daarboven de Japanse vlag halfstok. Als vanzelf bleven we staan in de schijnbaar bevroren Japanse massa. Om 2:46 uur sloeg de klok, een heel apart geluid in een land zonder kerkklokken. Behalve de schreeuwende reclame op de mega-televisies, zweeg alles en iedereen. Handen werden tegen elkaar gedrukt, hoofden gebogen en Japan bad. Wij baden mee, daar middenop dat kruispunt, maar ongetwijfeld tot een andere god. We dankten God voor het leven, temidden van alle gebrokenheid. We baden voor alle mensen in Japan die rouwen, ontheemd zijn en nog niet aan de toekomst kunnen denken. Ik dacht aan het theelichtje in mijn tas. Zorgvuldig in een oude handdoek gerold, zodat ik me niet aan zou snijden. Straks zal ik het aan de kinderen van de kerk laten zien, als we tijdens de kindernevendienst met elkaar gaan zitten en praten waarom het goed is om vandaag te herdenken. Ondanks dat het theelichtje gebarsten is, kan het wel gewoon branden. Warmte en licht uitstralen. Zo is het ook met deze gebroken wereld, ondanks of soms juist dankzij alle barsten, kunnen we toch het licht van Jezus zien. En uitstralen. En daarom zijn we hier nog.

PS. Luister voor een kort interview met ons naar EO-Metterdaad radio-uitzending van zaterdagavond 10 maart. Klik op deze link, geef je computer even tijd om de uitzending te downloaden en ga dan naar 52 minuten in de uitzending (na de kerkdienst) en dan volgt het vijf minuten interview over Japan een jaar na de ramp:

http://www.eo.nl/programma/laatonsderustdagwijden/2011-2012/page/Laat_ons_de_rustdag_wijden/episode.esp?episode=12809432

Comments are closed.