straf of zegen
De aardbeving en tsunami en vooral de gevolgen ervan domineren hier nog altijd het nieuws. Deze week werd (eindelijk!) duidelijk dat er een meltdown is geweest in alle drie reactoren in kerncentrale van Fukushima. Langzaam maar zeker ziet iedereen onder ogen dat het heel lang zal duren voor er sprake van volledig herstel zal zijn in het rampgebied. De ergste voedselnood is voorbij en de eerste noodwoningen worden opgeleverd. Wat nog niet voorbij is, is de oeverloze discussie onder zendelingen in Japan. Was de aardbeving een straf van God, een opgeheven, hevig schuddende vinger als laatste waarschuwing voor dit land waar zonde hoogtij viert? Of was de aardbeving een zegen die kansen voor de verspreiding van het Evangelie biedt?
De school van onze jongens wordt deze weken extra in de gaten gehouden omdat het als Amerikaans instituut een potentieel doelwit voor terroristen zou kunnen zijn. Toch lukte het eerder deze week een onbekend Maleisisch zendingsechtpaar om de campus op de glippen en daar op het terrein van de school hun onheilsboodschap aan de leerlingen te verkondigen. Ze vertelden de kinderen dat het Japans eigen schuld was dat rampspoed toesloeg omdat ze hun zonden niet onder ogen zien en God niet om vergeving smeken. Daarom wil God Japan vernietigen volgens hen. Je begrijpt dat hun boodschap niet helpt als je die preekt tegen kinderen die toch al worstelen met angst en trauma’s. Ook andere zendelingen blaten deze boodschap rond. Of je hun mening deelt of niet, het is ongetwijfeld één van de meest contraproductieve manieren van zending bedrijven.
We hebben ook collega’s die de aardbeving als een zegen zien. God zou door deze ellende Japanse christenen en zendelingen de kans geven om het Evangelie handen en voeten te geven. Heel concreet door degenen in nood te helpen. Trouwe gelovigen die eerder worstelden met hun diaconale roeping en niet zagen hoe ze hun naasten konden dienen, steken nu de handen uit de mouwen. Dat klinkt allemaal best vroom, maar ik heb er moeite mee om zo’n diepdonkere gebeurtenis als ‘zegen’ aan te duiden.
Waar ik sta in deze discussie (die ik overigens heilloos vind, want het brengt meer verdeeldheid dan eenheid en kost veel tijd en energie die veel beter besteed zou kunnen worden…)? Ik zie de aardbeving en tsunami als grote oprispingen van gebrokenheid. Letterlijk in dit geval, de gebrokenheid van de aardkorst. Gebrokenheid die zoveel lijden veroorzaakt. We zien het in de natuur waar alles verwoestende krachten rondrazen, we zien het in individuele levens (denk alleen al wat er de laatste paar maanden aan ziekte en dood in onze gemeente rondwaart – ernstige ongelukken, kanker, doodgeboren babies, etc) en we zien het in zondige patronen van mensen. Het maakt je soms letterlijk ziek. Ik herinner me hoe ik als medewerker in de Tweede Kamer dagelijks de knipselkrant van het Ministerie van Justitie door moest lezen. Soms wel 40 pagina’s met pure ellende: het Guinness recordboek van zonde. Daarna voelde ik me vaak zo beroerd.
Het waarom van de aardbeving ken ik niet. Wel zie ik hoe we onze energie kunnen gebruiken om voor zoveel mensen in Japan tot een zegen te zijn. Onze taak ligt vooral in het opbouwen van de gemeente in Tokio die na 11 maart in een nieuwe realiteit terecht is gekomen. Vanuit de gemeente gaat het werk in het rampgebied door Grace City Relief ook gestaag door. Dit weekend proberen we die twee werelden te linken en bieden we de jonge professionals een kant-en-klaar project aan om in Ishinomaki (een derde van deze stad is weggevaagd door de tsunami) als vrijwilliger te gaan helpen. Dertien yuppen hebben gereageerd en Geert begeleidt hen.
Vanmiddag hebben we samen bij een groothandel massa’s water en koek gekocht. Een koffiebrander sponsort ons met kilo’s gemalen koffie en bekers. De vrijwilligers bieden tussen het puin ruimen door de bewoners verse koffie met muffins aan om zo samen even op adem te komen en vooral om naar hen te luisteren. Verder hebben ze vanmorgen in onze wijk volop banden geplakt van achtergelaten fietsen die niet meer bij de openbare fietsenstallingen geclaimd worden. De gemeente stelde ze graag ter beschikking. Deze vrachtwagen vol fietsen maakt hopelijk een stukje van de gemeenschap van Ishinomaki weer mobiel. Ookal is de meest basale infrastructuur weer hersteld (lees puinvrij gemaakt en de grootste scheuren provisorisch gedicht), niemand kan zich daar verplaatsen want alle auto’s en fietsen zijn weggespoeld.
Toen Geert vanavond alles ingeladen had en op pad wilde gaan, brak er hier thuis een zondvloed van tranen los. Berend smeekte hem om niet te gaan en Julie wilde haar papa niet los laten. ‘Het is te gevaarlijk, papa’ en ‘ga nou niet’, klonk het. Wij hebben samen deze missie voorbereid en waren daarmee aan het idee gewend dat Geert naar het rampgebied zou gaan. In dat proces hebben we de kinderen niet voldoende meegenomen, zien we nu. Toen hij daadwerkelijk op pad ging, kwam dat rauw op hun dak. Een gebed van Thom, warme chocolademelk op de bank terwijl buiten de tweede typhoon van dit seizoen eraan komt en veel knuffels deden wonderen. Maar als ik eerlijk ben, kijk ook ik er naar uit dat mijn hubbie morgen weer veilig thuiskomt…