rupsje

Vandaag schrijf ik in elkaar gedoken met een zwaar gemoed. En dat komt niet alleen door de televisies hier in het ziekenhuis die de hele dag over de 6 maanden herdenking van de grote aardbeving en tsunami verslag doen. Alle beelden schudden en drijven opnieuw langs. Ik sla de krant open om aan de ellende te ontsnappen, maar daar hetzelfde thema. Aangevuld met terugblikken op 11 september 2001. Mijn vermoeidheid helpt ook niet. Zoals je een paar dagen na de bevalling last van de ‘baby blues’ kunt hebben, lijd ik vandaag aan de ziekenhuis blues.

Het is de vierde dag na de operatie en het gaat goed met Lucile. Daar zijn we heel erg dankbaar voor. Behalve haar gips is alle gedoe van en uit haar lijfje. Maar ja, dat gips…. Daar is ze een paar keer per dag zo boos om. Dan gilt ze, slingert de knuffelbeesten die haar gezelschap houden in het rond, duwt en wurmt uit alle macht om de gipsbroek uit te doen. Maar dat kan natuurlijk niet en daarom raakt ze nog gefrustreerder. Soms merk je dat ze opeens aan Fleur denkt. Dan roept ze ‘feu, feu’ en breekt in een erbarmelijk snikken uit. Ze wijst naar de foto’s en heeft duidelijk heimwee. Thuis kletsten ze samen heel wat af in hun eigen brabbeltaaltje, maar Lucile heeft nu geen zin om te praten. Soms een enkel woordje als we boekjes lezen. Haar dagen zijn zo lang en op haar verdrietige momenten is het niet makkelijk om haar te troosten. De verpleging heeft een rolstoel geïmproviseerd waarin ze met haar gips kan zitten. Lucile vindt alle stukken schuimrubber, opgevouwen kussentjes en stukken stof die haar overeind houden niets. Ze wil liever gedragen worden, maar dat houd ik ook niet langer dan 20 minuten vol met haar tien kilo plus gips.

Luiers verwisselen is ook een uitdaging. De uitsparing in het gips wordt opgevuld met een kleine luier en een volwassen opa- of omaluier houdt de boel op zijn plaats. Hier in het ziekenhuis vinden ze dat net als gips dat zichtbaar is ‘hazukashii’, iets waarvoor je je moet schamen en daarom willen
ze dat de kinderen een soort handdoek rond hun benen gewikkeld hebben. Maar daar doe ik niet aan mee. Het laatste wat de kinderen die toch al zoveel lijden in dit ziekenhuis mee wilt geven is dat ze zich moeten schamen voor de toestand waarin hun magere lichaampjes zich bevinden. Nu ben ik sowieso niet zo gauw beschaamd wat dat betreft. Bij elke Japanse drogist wordt maandverband en dergelijke heel discreet in een niet-doorzichtig zwart zakje verpakt, zodat niemand maar zou kunnen vermoeden dat je zo’n schaamtevol product hebt gekocht. Hoe groot was de verbazing van de drogist dat ik zonder plastic zak met de pakken oma-luiers voor Lucile over straat ging. De meewarige blikken van mijn medepassagiers in de trein lieten me Siberisch. Was het mijn verbeelding of controleerde iemand de zitting van het bankje waar ik had gezeten toen ik uitstapte?

We moeten dus zelf voorzien in luiers en tape om ze vast te zetten voor Lucile, in drinken, ja eigenlijk in alles. Ze ligt in een piepklein kamertje in een ziekenhuis bed, op een aantal handdoeken die één keer in de week verschoond worden. Ik moet zelf ’s ochtends en ’s avonds haar temperatuur meten, wassen en drinken en eten geven. Het ziekenhuis geeft koude groene thee en verzorgt wel eten, maar dat bestaat drie keer per dag uit een schaaltje rijst met een schoteltje gepureerde vis of vlees in een glazig sausje. Nauwelijks verse groente en geen fruit. Dus sjouwen we zelf sap, melk, brood, bananen en restjes eten van thuis binnen. Ik voeg een foto in van Lucile’s maaltijd van vandaag: rijst vermengt met vis en zeewierbouillion. Verder een hoopje gezuurde visjes en fijngehakte glasnoedeltjes met hier en daar een spoortje wortel of groene paprika. Ze werd er niet enthousiast van. Soms vragen we ons af waarom we deze lange dagen in het ziekenhuis moeten slijten als we haar toch continu zelf moeten verzorgen. Zou het thuis voor iedereen niet veel  vertrouwder en comfortabeler zijn? De enige handen aan het bed zijn de onze. Nou ja, elke paar dagen komt de dokter een keer langs en dat zou thuis natuurlijk een beetje moeilijk zijn. En morgen wordt een röntgenfoto gemaakt om te kijken of alles nog goed op zijn plek zit. Zo’n apparaat heb ik ook niet in mijn nachtkastje liggen. Volhouden maar.

Degene die thuis is (Geert en ik wisselen elkaar elke 24 uur af) heeft zijn handen vol met de overige vier kinderen (waarvan Fleur totaal ontregeld is) en werk dat zich onverminderd aandient. Zeker nu de operatie achter de rug is en iedereen opgelucht ademhaalt. Blijkbaar verwachten veel mensen hier dat we gewoon de draad weer oppikken, maar met een dreumes in het ziekenhuis op een uur reizen van huis, is dat niet zo eenvoudig. Wel helpt het enorm dat de Nederlandse Tera aangekomen is en zij steekt thuis de handen flink uit de mouwen. Een uur na aankomst in Tokio was ze al met de stofzuiger in de weer en vandaag ruikt de keuken naar Hollandse pannenkoeken!

Bovenstaand verhaal klinkt niet rooskleurig, dat geef ik toe. De zorg in Japanse instellingen ziet er anders uit dan die in Nederland. We kunnen er niet omheen, dit is een heftige tijd voor ons hele gezin. Maar er is hoop. Nog vijf-en-een-halve week gips en dan mag Lucile opnieuw leren lopen. Dat is niet weggelegd voor de meeste kinderen hier. Ze hebben net één van de vele in reeks operaties achter de rug. Over de toekomst durven de ouders niet na te denken. Elk medisch stapje vooruit zou het leven voor deze kinderen iets dragelijker moeten maken. Gesprekken met de ander moeders helpen me te relativeren. Ook geniet ik van de momenten dat Lucile straalt als we haar op de speelplek installeren en ze met de keukenspulletjes speelt. Dan is ze zo blij ze dat ze toch iets kan en maakt bordjes met plastic sushi, taart of pizza voor me klaar. Dat geeft moed! Vandaag heeft ze een vrolijk zondags jurkje aan en zwaait als een prinsesje naar alle kindjes die langskomen. We mochten zelfs even naar buiten om een rondje over het parkeerterrein te rijden. Een struik stond in bloei en trok prachtige oranje vlinders aan. Lucile fladderde met haar armpjes van enthousiasme.  Nog even geduld en dan fladderen je beentjes ook weer mee. Nu zit je even in je cocon, rupsje Lucy.

2 Comments to “rupsje”

  1. Petra

    Fijn dat het goed gaat met Lucile!! Vanuit Hazerswoude wens ik jullie allemaal veel geduld toe om dit te kunnen volhouden.
    Ook voor de andere kids zal het best moeilijk zijn; de situatie van hun zusje maar ook dat de aandacht door jullie als ouders nu verdeeld moet worden. Hartelijke groet, Petra

  2. chrispijn

    Ach, het valt allemaal niet mee! Het is fijn om uit te kijken naar het moment dat lucile weer kan gaan leren te lopen. We hopen dat jullie als gezin de moed houden in deze vermoeiende en spannende tijd! Gods kracht daarbij toegewenst! Hartelijke groeten, Marry Chrispijn