romantische sumo

Geen zorgen, geen blog over worstelen. Hoewel, we modderen maar wat aan deze week na kerst. Helemaal uit ons normaal zo strakke ritme van vroeg opstaan om de kinderen naar school te brengen en tot in de nacht doorbijten om alle werk af te krijgen. Alle kinderen zijn nu thuis en dat is soms best worstelen, letterlijk dan, op onze schaarse vierkante meters.  De associatie met sumo kwam door de handcrème op mijn typende vingers. Het is echt Tokio- winterweer deze dagen: koud (tussen de 5 en 10 graden), helder, zonnetje en heel droog. De huid op mijn handen barst dan ook open en daarom zoek ik een paar keer per dag toevlucht tot vochtinbrengende crème. Die ik nu gebruik heb ik van een vriendin uit Amerika gekregen. Het bevalt zo goed, dat ik dacht zelf een tweede tubetje te kopen, want in Tokio hebben ze dezelfde winkel (l’Occitane). Toch maar niet, want de prijs op het plakkertje gaat ver boven de begroting.

Enfin, zoals elke dag zat ik in de trein en er zakt een stevige sumoworstelaar naast me op het bankje. Lezen wordt moeilijk omdat ik door zijn omvang mijn armen nauwelijks meer kan bewegen en ik kijk naar mijn handen. Ze zijn uitgedroogd en er zit een beetje bloed op mijn vingers. Even wat crème erop voordat de andere vingers ook opengaan. De sumoworstelaar naast me wordt wat onrustig. Hij wiebelt en duwt daardoor nog harder. De passagier aan mijn andere zijde begint te snuiven. Sumo kucht. Ik begin bezorgd te worden. Hij draait naar me toe en ik zet me schrap. ‘Spreekt u Japans?’ ‘Jawel…’ ‘Wat is die hemelse geur van de crème die u zojuist voor uw handen gebruikte?’ ‘Eh, kersenbloesem, dacht ik’. ‘Vandaar, sakura, dat raakt ons Japanners tot in het diepste van onze ziel’. Hij zwijmelt. Ik ben bang tot hij zo in tranen zal uitbarsten. Ik diep het tubetje uit mijn tas op en laat het aan hem zien. Als een heilig voorwerp houdt het heel zorgvuldig vast, streelt het en ruikt aan de gesloten dop. ‘Ik ga het zeker kopen, zeker…’ Bij het volgende station gaat hij eruit. Als ik een paar uur later met dezelfde trein op weg naar huis ben, stapt hij weer in. Deze keer met zijn vriendin. Ik weet welk cadeautje zij binnenkort zal krijgen.

Zo zijn er elke dag van die ontmoetingen. We zitten elke dag twee uur in de trein. Dat is bij lange na niet het record voor bewoners van Tokio, het is waarschijnlijk redelijk gemiddeld. De Oedo-lijn (een van de tientallen trein- en metrolijnen in Tokio) die we elke morgen om tien over zeven instappen komt elke 3 minuten. Elke trein heeft honderden mensen erin. In onze trein valt wel mee met de drukte, want wij gaan vanuit het centrum naar een voorstad in West-Tokio, waar de school van de kinderen is. Tegen de stroom in, want de meeste mensen komen vanuit de voorsteden naar het hart van Tokio voor hun werk. Aan de overkant van het perron op elk station dat we passeren, worden passagiers de trein in geperst. Haringen in een pot hebben nog meer ruimte.

Dat betekent dat er elke drie minuten zo’n duizend levensverhalen op elk station stoppen. In ons treinstel, nummer 7, komen en gaan elke ochtend een aantal ‘vaste klanten’, net als wij. Zo is er de zakenman, eind veertig, keurig in een designerspak en altijd druk met zijn iPad. Meest opvallend zijn zijn nagels. Alsof hij elke dag een uur bij de manicure doorbrengt: perfect gevijld en gelakt. Ook is er de man met het ‘grote haar’ (rechts op de foto),  zoals Thom en Berend hem noemen. Als hij instapt, gaat hij zitten, neemt een kauwgumpje en valt dan in slaap. Dat maakt me wat zenuwachtig, want ik ben bang dat hij stikt. Wonder boven wonder wordt hij altijd precies bij het juiste station wakker. Dat werkt trouwens zo bij heel veel passagiers. Behalve bij Berend die ene keer toen hij alleen moest reizen omdat Thom ziek thuis was. Hij was net als het merendeel van zijn reisgenoten in slaap gevallen en een paar stations te laat wakker geworden. Ik had het flink benauwd toen hij niet op het afgesproken tijdstip thuis kwam…

Verder is er de hippe oma (op de foto achter Berend) die op hetzelfde station als wij uitstapt. Ze maakt er altijd een wedstrijd van om eerder bovenaan de trap te zijn, maar als ze dan gewonnen heeft, moet ze naar de volgende verdieping de lift nemen omdat ze zo uitgeput is. En de twee kantoorwerkers van eind vijftig, begin zestig. Ook zij kunnen slapen als de beste. De gamer van een jaar of 20 heeft geen enkele moeite om wakker te blijven. Hij stapt in met zijn gameboy in de aanslag en de deuren zijn nog niet dicht of hij is alweer in zijn gamewereld. Naast hem zit de kookjuf en zij houdt het wakker door haar recepten nog eens door te nemen. Ze werkt bij een van de vele kookstudios waar huisvrouwen of een enkele alleenstaande man leert koken. Daarnaast de manga-lezer, verdiept in ongetwijfeld gewelddadige Japanse zwart-wit stripverhaal.

Soms vraag je je af wat het verhaal achter die gestalte waarmee je twee of veertien stations passeert. Zo kwam deze jongeman met een grote orchidee binnen. Een kapitale plant, niet ingepakt, alsof hij hem zo bij zijn oma uit de vensterbank had meegepakt. Hij zette de plant naast hem in het gangpad voor de deur, zakte onderuit en viel als een blok in slaap. Was de plant een cadeau omdat hij een nieuwe zaak geopend had? Wat doet hij er dan om 7 uur ‘s morgens mee in de trein? Een nachtclub misschien? Of had hij de plant voor zijn vriendin gekocht, maar ze kwam niet opdagen en hij zocht de hele nacht naar haar?

Zoveel verhalen, zoveel hoofdstukken en wij reizen één alinea samen. Maar elkaars boek kunnen we niet lezen. We kunnen alleen maar raden wat de verhaallijn is. En hopen dat de Here God erin voorkomt. Sommige mensen hebben het idee dat je als zendeling op elk willekeurig moment aan wie je maar tegenkomt over God loopt te vertellen. Zo werkt het meestal niet. De meeste van de 35 miljoen bewoners van Tokio blijven onbekenden voor me. God is met ze begonnen, maar ze erkennen Hem niet. Soms word je er wanhopig van. Zoveel mensen, zo weinig christenen, zo’n ondoordringbare cultuur. De massa’s in de trein confronteren je daarmee. De meeste mensen slapen, dit land is zo moe en kan zich niet ontspannen. Er is geen tijd om dieper te kijken, door te vragen en te zoeken naar zin. Of naar God.

De oma tegenover me knipt haar nagels met de grootste nagelknipper die ik ooit gezien heb. De nagels springen als fijngesneden witlof alle kanten op en ik duik opzij om de scherpe projectielen te ontwijken. Een puberend schoolmeisje trekt het mini-rokje van haar uniform nog hoger op. De zakenmannen knijpen een oog open alsof ze voelen dat er jonge, blote knieën in de buurt zijn. Ik ga een boekje met Julie lezen terwijl Thom en Berend in hun boeken verzonken zijn. Dit uurtje per dag in de trein is onze quality time samen. Bijkletsen, samen lezen, tekenen of mijn meisje doet een dutje in mijn armen. Ze snoezelt weg en de verhalen om haar heen zijn er niet meer. Ik schuif voorzichtig een stukje op, want uit de plastic zakken van de sushi-chef naast me sijpelt bloed. Hij komt net van de visafslag en heeft kaplaarzen aan, maar ik niet niet. De vis in zijn tassen is zeker vers, volgens mij beweegt het zelfs af en toe, maar voor ons geen sushi vanavond. Ik sluit me aan bij Julie en ga aan de binnenkant van mijn ogen bekijken wat wij straks gaan eten…

2 Comments to “romantische sumo”

  1. Janny

    Een schitterend reisverslag!
    We zien de buitenkant en voelen de binnenkant.
    Ik maak het weer even mee.
    De beste wensen voor 2012.
    Groetjes,
    Janny

  2. Nelleke

    Mooi geschreven! Ik treinde 9 alinea´s met jullie mee. Zegen!