op bezoek
Geen blog over de schare bezoekers die Lucile aan haar ziekenhuisbed krijgt. Er is om precies te zijn één gemeentelid naar het ziekenhuis gekomen. Ze mocht niet verder komen dan de ingang van de polikliniek en overhandigde daar de garnalenzoutjes en poppetjes voor Lucile. Ingeseind door een verpleegkundige die plaatsvervangend enthousiast was over dit onverwachte genoegen, visten we ons kleine meisje uit bed en reden haar in haar rolstoel naar de hal waar ze haar bezoek kon groeten. Op de afdeling mag alleen naaste familie komen, zo luidt een nieuwe regel ingevoerd kort na de aardbeving op 11 maart. Nu is die regel niet moeilijk te handhaven, want bezoek ontvangen is een zeldzaamheid in dit ziekenhuis. De angst om de imperfectie onder ogen te komen, het erbarmelijke huilen aan te horen of een gesprek aan te gaan met patiënten en verzorgers is te groot. Taboes worden liever in stand gehouden. Als je iets niet ziet, kan je doen of het niet bestaat.
Al is de aanleiding (Lucile’s heupafwijking) niet leuk, ben ik blij dat wij wel een inkijkje in deze verborgen wereld mogen hebben. Om te zien hoe Hanna-chan’s moeder drie maanden op de plank bij haar dochter overnacht, elke dag haar slappe beentjes insmeert met zalf terwijl ze elke paar centimeter een ander litteken van een vorige operatie tegenkomt. Zelfstandig lopen zal ze nooit, maar in de vrolijke liedjes die ze zingt hoor je haar huppelen. Hoe Kaito’s moeder in haar lunchpauze midden op de speelplek dicht tegen haar zoontje aankruipt en hem zachtjes over zijn kleine koppie aait. Soms vraag je je af wat hij kan waarnemen, maar zijn intens verdrietige traantjes als ze weer moet gaan, bevestigen hoe hij geniet als mama bij hem is. Hoe Shou’s moeder elke dag uren onverstoorbaar zijn armen en benen masseert en tegen beter weten in hoopt dat hij er kracht in zal krijgen. Hoe een verpleegkundige elke maaltijd minstens een uur naast Joe gaat zitten en de rijst korrel voor korrel in zijn mond brengt en als hij het er weer uitkwijlt, heel geduldig terugstopt. Hoe tiener Nori met zijn rolstoelt om je heen blijft cirkelen hunkerend naar een praatje. Als zijn moeder hem één keer in de week op komt zoeken, weet ze niets te zeggen en kijkt ongemakkelijk rond. Vervolgens verontschuldigt ze zich en zegt dat ze even een boodschap moet doen. Drie uur later komt ze wankelend terug, omhuld in een wolk van alcohol. Hoe Kento zijn papa mist. Zijn vader is door zijn Japanse werkgever uitgezonden is naar Australië, maar Kento mag door zijn handicap niet mee. Hij straalt als de verpleging een oogje dichtknijpt en ze rolstoeltikkertje mogen doen op de gang.
Niet alleen is er dus weinig animo om deze kinderen op te zoeken, bezoek is sinds 11 maart niet meer welkom op de plek waar de kinderen elke dag doorbrengen, vaak maandenlang. Wat is er veel veranderd sinds de aardbeving. In ons hart, in ons evenwichtsorgaan, in de samenleving, in de economie, in de politiek, etc. Rampenoefeningen zijn aan de orde van de dag. Vorige week werd ik halverwege de ochtend gebeld door de schoolverpleegkundige bij Julie op school. Een brand-oefening had haar in tranen doen uitbarsten en omdat ze ontroostbaar was had de juf haar uiteindelijk maar naar de ziekenboeg gebracht. Ik sprak met haar aan de telefoon en probeerde haar te kalmeren. Ze begreep het concept oefenen niet en was bang voor een aardbeving. Ook in het ziekenhuis ontkomen we er niet aan. Schallende luidsprekers kondigen een (nep-) aardbeving aan, indringende alarmtonen klinken en in ordelijke stoet evacueren we naar buiten. Het is een bonte optocht met gipsbroeken, protheses en mobiele infuuspalen. Onderweg tetteren mannen met helmen instructies door hun megafoons. Al met al niet echt bevordelijk voor de rust van de patiëntjes…
Toch is er ook mooi nieuws te melden als het gaat om bezoek, want tot onze grote verrassing mocht Lucile dit weekend thuis op bezoek komen! Het is een nationale feestdag (Respect voor de Oude van Dagen-dag – echt waar!) en in het ziekenhuis is er op zulke dagen en in het weekend sprake van minimale stafbezetting. Daarom mochten alle kinderen die niet aan machines of slangetjes vastzitten naar huis. Voorwaarde was dat de situatie van Lucile’s heupje er op de röntgenfoto goed uit zag. Gelukkig was dat het geval en kregen we groen licht van de artsen om haar mee naar huis te nemen voor een logeerpartijtje. Logistiek heeft het heel wat voeten in de aarde om een dreumes die half in het gips gehuld is dwars door Tokyo te vervoeren. Ingewikkelde rolstoeltaxi’s kunnen we ons niet veroorloven en een auto hebben we niet, dus namen we de trein. Daar hadden we een heel bankje nodig, want Lucile’s beentjes zijn in een wijde stand ingegipst, met haar geopereerde rechterbeentje een beetje naar achter. Alsof ze klaar staat om zo een sprintje te gaan trekken (ironisch genoeg). Niet dat er iemand naast haar durfde te zitten trouwens, iedereen leek zich liever van een afstandje aan dit tafereel te vergapen.

Thuis is het ook behelpen met Little Miss Gipships, maar met een beetje creativiteit konden we voor haar een heerlijk comfortabel plekje op de grond maken. Op een troon van kussen zat Lucile midden in de woonkamer. Wat genoot ze van vertrouwde gezichten en speelgoed! Fleur niet minder. Die was door het dolle heen toen we Lucile binnendroegen. Ze klopte nieuwsgierig elk uur even zachtjes op het gips en wierp zich op als een ware mini-Martha die haar zusje verzorgt. Onvermoeibaar droeg ze speelgoed, een boek, een beker sap of een koekje aan. Wat Lucile liet vallen, raapte ze op. En ze kletste honderduit, alsof ze samen uitgebreid bij moesten praten. Het was bijzonder om Lucile zo happy te zien en het vormde een schril contrast met het stille, soms boze meisje in het ziekenhuis. Ook voor ons gezin was het goed om voor het eerst in bijna twee weken weer eens alle zeven bij elkaar te zijn. Vanmiddag was Lucile’s ‘verlof’ weer voorbij. Het strakke ziekenhuisregime begint weer en ook thuis ploetert de rest verder. Maar we houden de moed erin (van je hela-hola): nog maar tien dagen ziekenhuis gevolgd door 21 dagen gips thuis. Maar dat gaat lukken, dat hebben we dit weekend gezien!
Heerlijk om zo’n vrolijk stel kindjes te zien, dat geeft de burger moed. En de magische verwantschap tussen tweelingen blijft iets prachtigs. Hou moed!
Geweldig om even thuis te genieten. En nu maar weer vol goede moed er tegen aan! Sterkte en succes!
Groetjes, Inge Smith