kaki
Weleens een kaki gegeten? Ze smaken nog net niet zoals ze klinken, maar ik ben er niet zo dol op. Het is een oranje vrucht met dezelfde vorm en grootte als een tomaat. Hij komt in Nederland weinig voor en wordt vooral in bergachtige gebieden in Azië gekweekt. Hij wordt eind november, begin december geoogst van kale bomen. We komen net
terug van een conferentie van het Japanse Kerkplantingsinstituut vlakbij de berg Fuji. Het was heerlijk om voor het eerst sinds lange tijd de stad weer eens uit te gaan en het asfalt en beton om te ruilen voor overvloedig groen, bruin, oranje en rood. Slingerend over de smalle bergweggetjes zagen we veel kakibomen afgeladen met oranje vruchten, ook wel de Japanse persimoen genoemd.
Japanners zijn bijzonder gevoelig voor het wisselen van de seizoenen en het maakt ze melancholisch. Als in deze tijd van het jaar de eerste kakis in de winkels verschijnen, worden ze als heilige symbolen van de herfst heel voorzichtig in het mandje gelegd. Nu is die voorzichtigheid niet echt noodzakelijk, want kakis zijn steenhard als ze net geoogst zijn. Je kunt ze eigenlijk niet zo van de boom eten. Ze moeten dagenlang in huis narijpen, het liefst pal naast ander rijp fruit. En als je ze dan ontvelt en een stukje afsnijdt, zijn ze eigenlijk nog niet zoet. Ze smaken wat wrang en het vruchtvlees blijft stevig. Even koken of pureren maakt ze iets smakelijk, vind ik. Maar die keuze heb je meestal niet, wanneer ze als delicatesse bij Japanners thuis worden aangeboden.
Vorige week tijdens de bijbelstudie met een vriendin uit de buurt die nog geen christen is, overkwam het me nog. Haar schoonvader die op het platteland woont, had hen een doos vol kakis gestuurd. Na op drie keer aandringen met een mompelend ‘ja, straks heel graag’ gereageerd te hebben, kon ik niet meer om de schaal vol oranje heen. We zaten midden in een studie over Abraham die Izak offert en indringende vragen kwamen op. En daar zit ik met zo’n harde kaki in mijn mond. Ik wil graag gefocust blijven op de studie dus mijn verstand kan niet op nul tijdens het kauwen, bovendien wil ik mijn vriendschap niet in gevaar brengen door de gastvrijheid die mijn vriendin toont door het aanbieden van de kaki niet te waarderen. Het kakiseizoen is net begonnen, dus ik zal nog heel wat kaki moeten slikken.
Ik wil van Japan en de Japanners houden, anders kan ik mijn werk niet doen. Want wat voor zin heeft het planten van een kerk als die niet uit liefde voortkomt? Maar het valt niet altijd mee om te houden van de dingen waar de Japanners van houden. Soms is dat geen probleem, denk maar aan hun voorliefde voor waarzeggerij of het aanbidden van bomen en stenen. We reden langs de majestueuze Fuji en weet je, als je de perfect gevormde berg ziet die zich eenzaam en schijnbaar oppermachtig opricht in het verder vlakke landschap, dan begrijp ik dat je, als je de Schepper niet kent, je geneigd zou kunnen zijn de schepping te aanbidden. Reden te meer dus om van die Schepper te vertellen! Maar hoe zit het met de liefde die ik op moet brengen voor het eten waar de Japanners van houden? Dat valt niet altijd mee voor mij wanneer het gaat om volledige vissen mij vanaf mijn bord met hun bolle ogen aankijken. Of als de zuignappen van een paarsige inktvis zich aan mijn verhemelte hechten. Of wanneer het schuimende slijm van de gefermenteerde bonen (natto) van mijn eetstokjes afglijdt.
Maar ik boek vooruitgang, want de kaki heeft voor mij een nieuwe, diepere betekenis gekregen. Deze wrange vrucht gaf me afgelopen weekend meer inzicht in het hart van de mensen die ik hier probeer te dienen. Die harten zitten vaak zo op slot, dus elk inkijkje in de cultuur, in de ziel van Japan helpt. In het kader van de kunstmaand zoals Geert en ik die in de afgelopen weken in Grace City Church georganiseerden, hebben we met de gemeente en andere belangstellenden de film ´hoshigaki´ (gedroogde kaki)
gekeken. De film gaat over een maatschappelijk werker in Tokyo die probeert een ernstig zieke bejaarde in de buurt waar hij opgroeide in leven te houden. De oude man was in zijn jeugd een locale held en de hoofdpersoon kan niet accepteren dat de levenlust uit hem wegebt. Hij pureert kakis voor hem, maar het lukt de oude man niet het op te eten. Als een buurmeisje de eerste kaki van de boom op het tempelterrein plukt en deze aan de maatschappelijk werker geeft, besluit hij hem -volgens traditie-buiten te drogen. Maar de vrucht wil maar niet drogen, tot de man na vier weken uiteindelijk in een coma raakt. Toegegeven, het klinkt als een droevig verhaal, maar de diepte en bevrijding is ontroerend. Het was bijzonder om de scenarioschrijver en christen, Yu Shibuya, die bij ons te gast was zelf te horen vertellen over hoe de film tot stand gekomen is en de betekenis van wat hij uitbeeldde. De film is nog niet op DVD, maar trekt langs filmfestivals over de hele wereld. Kakis zullen voor mij nooit meer hun oppervlakkige smaak hebben. Kijk maar naar dit clipje:
Mooie blog weer Eline. Het clipje smaakt naar meer! In de kaki heb ik wat minder trek…
Ik heb een kaki gekocht!
Wat ik ermee ga doen?
Eerst maar eens goed bekijken….en dan …..
De zuignapjes van de inktvis staan nog op m’n netvlies en toch heb ik die toen ook gegeten. Gelukkig kom ik die hier niet zomaar tegen. De kaki ligt nu overal in de winkel: je koopt hem of je koopt hem niet.
Heb je een recept voor me?
Groetjes, Janny