gebrokenheid
Hierbij een berichtje vanuit het ziekenhuis waar Lucile vanmorgen is opgenomen. Na deze lange dag van bloedonderzoek, röntgenfoto’s en wachten ligt ze nu heerlijk te slapen. Fleur is de hele dag bij haar geweest en tussen de onderzoeken door hebben ze samen gespeeld dat het een lieve lust was. We hebben voor Fleurtje een enkele wandelwagen van vrienden geleend, want alleen in een tweelingwagen is wel heel triest. Bij het afscheid dook Lucile met haar krullenbol bij Fleur de wagen in om heel veel kusjes te geven en in ontvangst te nemen.
Ik zit nu in Lucile’s kleine, pikdonkere kamertje. Het is een grauw, triest hoekje van het nationaal rehabilitatiecentrum voor gehandicapte kinderen in Tokio. Alles in dit ziekenhuis straalt uit dat de kinderen die hier verblijven er niet zouden moeten zijn. Ze hebben geluk, want ze zijn niet net als zoveel andere niet-perfecte kinderen geaborteerd. Over geluk gesproken, dat hebben wij ook, want ons kamertje heeft een raam. Dat geldt niet voor de meeste
andere kamers. Optimistische, gezellige Nederlanders als we zijn, heb ik kaartjes, foto’s en knuffels in de tas gedaan om de kamer wat op te vrolijken.
Maar een verfomfaaid briefje op de muur maakt duidelijk dat er niets opgehangen mag worden. Dat geld blijkbaar voor het hele ziekenhuis want er zit geen fris likje verf op de muur, geen enkel vrolijk schilderij siert de donkere gangen of kamertjes en gaten in de vloer zijn met kranten en tape afgeplakt. En donker is het, want ook het ziekenhuis moet meedoen met ‘setsuden’, stroom besparen vanwege de energieschaarste door de kernramp. Het is moeilijk voorstelbaar dat je de kinderen die toch al zo weinig lichtpuntjes in hun leven hebben, in het donker zou zetten.
Ik wil en mag niet klagen, want ik ben heel dankbaar dat hier een specialist is die de kennis en vaardigheid heeft om Lucile te helpen zodat ze in de toekomst gewoon kan lopen, springen en dansen. Dat zit er voor de meeste kinderen hier niet in. Ze hebben de zoveelste operatie achter de rug, maar zijn nog steeds aan hun ingewikkelde protheses en rolstoelen gekluisterd. Sommigen zijn te zwak om rechtop te zitten. Er is een speelhoek in de gezamenlijke ruimte en daar ligt de vierjarige Kaito de hele dag op een schuimrubber matrasje. Hij heeft magere armpjes en beentjes die hij zelf nauwelijks kan bewegen en als iemand eraan denkt, krijgt hij een babyrammelaar in zijn handje gedrukt. Elke dag komt zijn vader of moeder een half uurtje in hun lunchpauze en gaan dan naast hem liggen. Ze strelen zijn ingevallen wangetje terwijl de sondevoeding rechtstreeks zijn holle buikje in druppelt. Als pap of mama weggaat, kermt hij intens verdrietig.
Eén van de ouders mag in het ziekenhuis blijven logeren. Daarom zit ik hier nu naast Lucile’s ledikant op de smalle plank die straks met een grote handdoek mijn bed wordt. Het ziekenhuis zorgt voor de medische zorg van haar patienten, ik moet Lucile eten geven, verschonen, wassen, enzovoort. Van harte! De ouders van de meeste grotere kinderen zie ik niet. Toen ik na het eten nog even met Lucile in de speelhoek ging ballen, verzamelde zich een groep van vijftien kinderen rond ons. Uit de rolstoel getild, op de grond zitten of liggen ondersteund door grote kussenrollen en waar mogelijk de protheses even uit. Om de beurt gooiden ze de zachte ballen naar Lucile en hadden zoveel plezier. Als de ballen te ver wegvlogen ging Lucile ze dribbelend halen. Ze was de held, want ze was de enige die kon lopen. Vanavond nog wel, vanaf morgen na de 4 tot 5 uur durende heupoperatie ligt ze aan haar bedje gekluisterd. Hoe dan ook, het was heerlijk om op deze verdrietige plek te zien hoe strompelende Lucile voor zoveel kinderen tot zegen kon zijn.
Ik ga slapen, want de dag begint hier al om vijf uur in de ochtend. In het donker komt er vanalles langs aan de binnenkant van mijn ogen. Geert, Fleur, Julie, Thom en Berend daar op de 51ste. De grijze wolken die onze toren omhullen. De kolkende rivier die alle water en modder dat uit de bergen door de stad naar beneden dendert voor onze toren in grauwbruine baai uitspuwt. De beelden van de verwoeste huizen door de tyfoon van afgelopen weekend.
Behalve extreme wind bracht de tyfoon 1800 mm regen in één keer. Opnieuw eiste de natuur tientallen levens. De nooit-ophoudende aardbevinkjes en –bevingen. Dat is de natuur, maar als ik eraan denk wat we elkaar aan kunnen doen. Zo zie ik weer een snikkende Julie voor me. Ze werd zondag door een jongetje in de kerk (!) geslagen. Hij siste haar toe ‘ik kan je vermoorden, ik kan je vermoorden’. Je kunt wel raden hoeveel kusjes en tissues nodig waren om haar te kalmeren. De gebrokenheid in dit land kent geen grenzen. Dat blijkt hier in het ziekenhuis maar al te duidelijk. Welterusten!
Lieve allemaal,
Heel veel sterkte in deze dagen. Goed om het perspectief van een dansende Lucile voor ogen te houden!
Groeten
Heiko, Gerdien, Hanna en Mathijs Bertram