cultuurstress

Misschien schetste de vorige blog een te rooskleurig beeld. De vraag zou op kunnen komen of ik behalve de aangename aantrekkingskracht die chocolade en boeken met zich meebrengen, dus in complete vrijheid en zonder stress functioneer omdat ik niet de slaaf van iemand of iets wil zijn. Was het maar waar. Ik ben dan wel geen slaaf, maar de druk die Japanners elkaar en ook ons opleggen is loodzwaar. Alles moet in het stramien passen en de regeltjes zijn eindeloos. Simpel voorbeeldje van vandaag: Julie’s kleuterschool eist de automatische afschrijving van het maandelijkse schoolgeld. In het hypermoderne Japan gaat bankieren echter nog op z’n Middeleeuws met heel veel loketten, stempeltjes en zegeltjes. Niet voor niets verstoppen mensen hun kapitaal nog in oude sokken en koektrommels. Cash is te vertrouwen, je weet maar nooit wat banken met je yennen doen. En bankdebacles van de afgelopen tijd zouden je kunnen doen denken dat ze niet eens zo ver van de waarheid afzitten. 

Voor een maandelijkse afschrijving van 30 euro van Julie’s schoolgeld moet ik naar het bankfiliaal waar we onze rekening ooit afgesloten hebben. In ons geval is dat kantoortje 35 kilometer van ons huis. Na een uur in de trein arriveer je daar met je zorgvuldig ingevulde formulieren. De diepbuigende dame bij de deur verwijst je naar een balie waar ze bepalen in welke categorie service je valt. Daar buigen zich opnieuw drie dames in uniform, maar deze keer over het papierwerk dat ik overhandig. Ze overleggen en besluiten dat ik naar de balie ‘machtigingen’ moet. Dat had ik zelf natuurlijk niet kunnen bedenken. Maar eerst een gepaste wachttijd. Als mijn nummer aangekondigd wordt, mag ik mijn formulieren aan een bankbediende hoger in de lokettenhiërarchie overhandigen. Dan moet ik weer in de wachtruimte plaatsnemen. 

Een kwartier later zie ik aan haar blik dat er iets niet in orde is. Zorgelijk vraagt ze me of mijn naam Geert de Boo is. Ik voel nattigheid en zeg heel hard “ja” en zachtjes er achteraan “mijn mans naam is Geert de Boo”. “Nee hoor”, kijkt ze me streng aan. Mislukt. Maar ik dacht dat ik het formulier gewoon zou kunnen overhandigen en het benodigde stempeltje dan zou kunnen bemachtigen. “Uw naam is de Boo Geert”, deelt ze me mede. Ah, er is nog hoop! “O ja, natuurlijk, zo heten we in Japan, achternaam eerst”, bevestig ik glimlachend. Maar die glimlach wordt niet beantwoord. “Waarom heeft u dan Geert de Boo en niet de Boo Geert ingevuld?” Oeps, foutje, niet aangedacht. Ze wil mijn bankpas zien en daar staat natuurlijk de Boo Geert op (een pas op mijn eigen naam is sowieso ondenkbaar in deze ongeëmancipeerde samenleving). We hebben een probleem, maar na diep zuchten en overleg met de manager biedt ze me een oplossing aan: ik schrijf de naam nog een keer correct onder de foutieve naam. Wat een opluchting, is er dan toch zoiets als genade hier? Onder het toeziend oog van de bediende en de manager schrijf ik de naam foutloos en kijk triomfantelijk op. 

imagesCAVFC9KYVriendelijk knikkend pakt de bediende het formulier op en stopt het in de oorspronkelijke envelop. Maar het felbegeerde stempeltje dan? Of ik nu zo vriendelijk zou willen zijn het formulier mee naar huis te nemen, daar de foutieve naam met een liniaal door te strepen en die streep te waarmerken door er een stempeltje met onze persoonlijke ‘hanko’ op te zetten. Ook op de twee doorslagpapieren het originele stempeltje graag. Ieder huishouden in Japan heeft zo’n ‘hanko’, het is een ovaal stempeltje van 1 bij een halve centimeter waarop de karakters van je naam afgebeeld staan. Het dient als je handtekening, die in dit land trouwens geen waarde heeft. Je hanko is geregistreerd bij de locale overheid en heeft daardoor rechtsgeldigheid. Dat half Japan Yamashita of Tanaka heet en daarmee dezelfde hanko heeft, lijkt niet ter zake te doen. Maar wij heten de Boo, dus kan ik niet de dichtstbijzijnde kantoorboekhandel binnenstappen om voor een euro een noodhanko te kopen. Het bestaat niet, ze stuurt me naar huis om een streepje te trekken en een correctie te waarmerken die ik op haar verzoek en onder haar toeziend oog heb gemaakt.

Ik probeer zielig te doen en vertel dat ik zo ver weg woon. Dat ik straks mijn bloedjes van kinderen op moet halen. Maar ze houdt voet bij stuk. Ik hoef niet op enige medewerking te rekenen zonder de hanko. Het is niet de juiste etiquette, ik weet het, maar in plaats van diep verontschuldigend te buigen om mijn tekortkomingen, draai ik me met een ruk om en stamp de bank uit. De lange rit naar huis probeer ik therapeutisch te gebruiken om niet helemaal over de rooie thuis te komen en mijn chagrijn op de rest van de de Boos af te reageren. Mijn boek biedt uitkomst. Morgen weer een ritje naar de bank. Uren extra leestijd, om weer maar even op mijn vorige blog terug te komen! Zo raak ik gauw door mijn tijdens het verlof zorgvuldig opgebouwde voorraadje boeken en tijdschriften heen. Heb je nog een goed boek of gezellig tijdschrift liggen waar niemand meer naar omkijkt? De brievenbus hier in Kachidoki en degene die haar verlangend leegt, zijn hongerig naar letters!

Comments are closed.