binnen of buiten

‘Nakama ni irete’,  vragen Japanse kinderen als ze mee willen spelen. Het betekent zoiets als ‘laat me toe in jullie groep’.  Dat Japan een groepscultuur is, leerden we al in de antropologielessen op de bijbelschool. Hoe het voelt om wel of niet toegelaten te worden in een groep, ondervinden we hier. De groep waartoe je behoort, bepaalt wat je denkt, wat je zegt, hoe je je gedraagt en wat je voelt. Niet alleen is Japan een groepscultuur, het is ook een schaamtecultuur. Want als je iets doet dat de groepscode doorbreekt dan moet je je schamen. Resultaat is meestal dat je buiten de groep geplaatst wordt. Als je identiteit van het lidmaatschap van die groep afhangt, dan begrijp je hoe verpletterend dat kan zijn. Japanners gaan daarom heel erg ver in het conformeren aan de groep.

Klinkt als een theoretisch verhaal voor een lezer in post-modern Nederland waar iedereen zijn eigen ding mag doen. Hier is het dagelijkse realiteit en het heeft ook grote consequenties voor ons en de kerk. Niet omdat ik me nu zo druk maak over wat mensen over ons denken, maar het raakt je wel als je kind met zijn lange witte lijf gepest wordt op zwemles omdat hij een ‘gaijin’ (plat woord voor buitenlander) is. Of als iedereen in de bus liever staat dan dat ze op dat enige lege plekje naast jou gaat zitten. Of als een groep Japanse vrienden na de kerk met elkaar gaan eten, maar wij alleen naar huis afdruipen.

In één op één relaties met Japanners speelt dit geen enkele rol en zo’n vriendschap kan heel hecht worden. In het grotere verband zijn we altijd ‘soto’ (buiten). Dat is pijnlijk als je alles op alles zet om het Goede Nieuws te vertellen dat iedereen buiten is, maar door Jezus binnen Gods gezin mag komen. Dat is pijnlijk als je een kerk plant en de gemeente zodanig probeert toe te rusten dat ze een warme, maar open gemeenschap vormen, maar er vervolgens zelf ten diepste niet bijhoort. Maar voor ons is het geen ramp, want we zijn uiteindelijk voorbijgangers die onze Japanse broers en zussen op pad helpen. Veel moeizamer is het voor de Japanse christenen die uit hun familie gestoten worden of hun werk verliezen vanwege hun geloof. Dan moet je wel zeker weten dat je identiteit in Christus ligt. Nu begrijp je misschien waarom de wachtkamer voor de doop meestal vol zit. God geeft mensen geloof, maar het duurt lang tot ze er echt klaar voor zijn om openlijk hun geloof te belijden door middel van een ritueel (wij zeggen liever sacrament) en zo het risico te lopen door hun oude groep (partner, familie, vrienden, buurt, collega’s, etc.) verstoten te worden.

Sommige mensen gaan langzaam maar zeker kapot aan het ‘buiten’ zijn. Letterlijk in het geval van Winsa. Ik ontmoette haar zaterdag toen we lunchpakketten en warme sokken uitdeelden aan daklozen in het gebied van de kerk. Met achttien plastic zakken vol troepjes trekt ze van parkje naar parkeerplaats naar openbaar toilet. Ze is half Chinees, al zou niemand dat ooit aan haar kunnen zien. Waarschijnlijk zijn daar als kind de moeilijkheden al mee begonnen. Winsa is wel getrouwd geraakt en heeft kinderen. Die willen nu niets meer van haar weten omdat ze haar vreemd vinden. Ze schamen zich voor haar. Psychogische problemen heeft ze zeker, dat is duidelijk. Maar niemand neemt de moeite om haar te helpen of zelfs met haar te praten. Zo leeft ze alleen als vrouw op straat. Wat genoot ze ervan om haar verhaal te kunnen doen, met Fleur en Lucile te spelen en de zeewier-rijst maaltijd verorberde ze in no time. We hadden veel bekijks daar op het viaduct over de verdiepte snelweg aan de sjieke winkelstraat in hartje Tokio. Twee vreemde vogels. Allebei ‘soto’. De afkeurende blikken deden ons even niets. We hadden die paar minuten met z’n vieren onze eigen ‘nakama’ (binnen groep).

bidden voor we op pad gaan

Mooi nieuws is trouwens wel dat de combi van de Heilige Geest en doorzettingsvermogen het diaconaal werk vanuit de gemeente in de stad doen groeien. Eerst was het alleen ons gezin dat met rugtassen vol lunchpakketten naar de zwervers trok. Op een dag vatte dominee Fukuda moed en hij ging met ons mee. Hij zag dat het goed was, maar durfde er in de gemeente in eerste instantie niemand voor te mobiliseren. Het is namelijk niet gepast om contact te hebben met deze ‘make-gumi’ (groep verliezers). Het doorbreekt de ongeschreven sociale codes van de middenklasse en hoogopgeleiden. Heel voorzichtig begonnen we individuele gemeenteleden uit te nodigen om mee te helpen. Ze vonden het ontzettend eng om de ongewassen daklozen te benaderen en met hen te praten. Maar het bleek mee te vallen en ze vertelden dat rond in de gemeente. Vorige week deden we voor het eerst een openlijke oproep in de kerk voor vrijwilligers voor dit project. Afgelopen zaterdag waren we met meer dan tien mensen om vijftig lunchpakketten uit te delen. De daklozen weten inmiddels dat we elke eerste zaterdag van de maand hen op komen zoeken. We zijn toegelaten in de nakama van de verliezers die door de zogenaamde winnaars buitengesloten zijn! Soort zoekt soort, toch?

One Comment to “binnen of buiten”

  1. petra

    wat heb je dit mooi en helder verwoord. wat geef je ons een mooi inkijkje in jullie leefwereld en de leefwereld waarin jullie werken. dank je wel. Gods zegen toegebeden voor jullie als gezin en jullie gemeentewerk.

    (een meelezer sinds de tsunami)