van hier tot Tokio

Toegegeven, ik ondersteun mijn verhalen graag met wat woeste gebaren en beeldende uitdrukkingen. Zo klinkt het in het Nederlands lekker dramatisch als je roept dat je in een file van hier tot Tokio hebt gestaan. En daar ga ik hier gewoon mee verder. Zo mopperde ik dat er voor de lift een rij van hier tot Tokio stond. Maar op één of andere manier klonk het weinig overtuigend…

Nog een bekentenis. Ik mis ‘hier’ (Nederland) wel nu ik weer in Tokio ben. Waarom die uitdrukking de Nederlandse taal ingeslopen is, kan ik etymologisch niet verklaren, maar dat Tokio voor iets vers of extreems staat, blijkt wel. Het blijft bizar om ‘hier’ in te stappen en 11 uren later in Tokio weer uit te stappen. Die grote vliegende bus zoeft je binnen een mum van tijd een totaal andere wereld in. Sommige dingen lijken hetzelfde, maar pakken heel anders uit. Neem nou het feit dat we de buren vroegen om in onze afwezigheid een oogje in het zeil te houden in ons apartementje. Je weet wel hoe dat gaat, even plantjes water geven bij de buren. We legden uit dat we het zouden waarderen als ze één keer in de week Thoms goudvis op het balkon een paar vlokken vissenvoer en een plens nieuw water (dat verdampt bijzonder snel bij 40 graden) zouden geven. Zo zou er gelijk even gelucht worden en een ongediertecheck plaatsvinden. Bij het internetbankieren was het ons al opgevallen: er werden flinke bedragen voor de electriciteitsrekening afgeschreven. Maar we hadden toch alle stekkers eruit getrokken?

huisbewaarder statistieken 001Thuis op de 51ste viel de buurvrouw gewapend met een klembord meteen met de deur in huis: ze had haar taak van huisbewaarder heel serieus opgevat en elke dag minimaal 8 uren de airco aangezet, de wc doorgetrokken, de kraan laten lopen en het raam opengezet. Ook Vis werd verwend met veel vers water en af een toe een sopje. Dat zijn kom geschrobt was, bleek niet alleen uit de statistieken, maar ook uit de vissenpoep aan het keukenplafond. Om haar verhaal kracht bij te zetten, overhandigde ze me 8 vellen met daarop een plattegrond van ons huis, gecodeerd met nummers en daarbij eindeloze lijsten met wie (zijzelf, de buurman of hun dochter) op welk tijdstip wat in ons huis gedaan had. Ik was overweldigd door haar stroom aan informatie, duizelig van de slaap door de jetlag, in verlegenheid omdat ik in mijn pyjama met ragebolhaar aan de voordeur stond en ik zag wazig doordat mijn bril nog op het nachtkastje lag. Ik voelde me vooral Nederlander en om precies te zijn Zeeuw. Haar Japanse spraakwaterval gleed langs me heen en ik dacht alleen maar: “o ja, in dit land is alles extreem en wat sonde van al die electriciteit en water – en daarmee mijn yennen”.

Toen onze zorgzame buurvrouw leeggelopen was, herstelde ik me en streek mijn wilde haren plat. Diep buigend bedankte ik haar voor haar tomeloze inzet. Geheel cultureel gepast bood ik mijn verontschuldigingen aan voor de zorgen die ik haar had aangedaan door haar verantwoordelijk te maken voor ons apartement. En dan was daar natuurlijk de zogenaamde ‘omiyage’, de onvermijdelijke souvenir die je behoort te overhandigen bij de eerste ontmoeting met degenen bij wie je in het krijt staat. Ik keek naar mijn handen en opeens voelde het doosje Nederlandse chocolade en de Wilheminapepermuntjes heel minimaal. Ik mompelde dat Geert en ik samen alle bagage voor 7 personen zelf moesten dragen en dat er daarom weinig ruimte overgebleven was voor souvenirs. Zichtbaar opgelucht -alsof ze geslaagd was voor een groot examen- schuifelde ze achteruit naar haar eigen voordeur. Je zag haar denken, ‘mission accomplished’ (missie volbracht). Ik riep haar nog na dat we hen later deze week uit zouden nodigen om te komen eten. Op dat moment begon ze te stralen. ‘Missions in progress’ (onze Missie is gaande), dacht ik op mijn beurt blij. Geert vroeg me nadien slaperig: “wie was dat?”. “Oh, de buurvrouw met een lijst van hier tot Tokio”. Hij was duidelijk nog niet wakker, anders had hij vast heel bijdehand opgemerkt “maar we zijn nu weer in Tokio, hoor.”

Comments are closed.