rolstoelen en kunstbenen
We zijn met Lucile naar het kinderziekenhuis geweest. Het is eigenlijk meer een nationaal behandelcentrum voor gehandicapte kinderen. Dat voelde naar. Want Lucile is gewoon een gezonde baby die zich prima ontwikkelt. Maar dan met een been dat nog niet helemaal goed in de heupkom zit.
Het complex in een afgelegen buitenwijk van Tokio bevestigt de triestheid dat zich er binnen afspeelt. Niet dat het een oud gebouw is, maar aan onderhoud wordt niets gedaan. Geen verfje, maar brokkelend beton en gehavende deuren en muren. Misschien door de ontelbare typen rolstoelen die er doorheen geduwd worden door trouwe moeders, een enkele vader en veel verpleegkundigen. Hier en daar een vergeeld, niet netjes afgescheurd kalenderblad met een foto van een clown of dier.
Overal staan kinderen tussen 2 en 20 jaar geparkeerd in hun complexe voertuigen. Sommigen gillen het uit, anderen werpen je een ontwapende glimlach toe. We zijn met z’n allen gekomen en we hebben onze kinderen gewaarschuwd dat ze misschien best heftige dingen te zien zullen krijgen. Mensen die in het normale leven in Japan verstopt zijn. Thom, Berend en Julie reageren verrassend bedaard en bewonderen de vernuftige machines en ‘coole computers’ die op sommige tafelbladen voor de rolstoelen gemonteerd zijn. Ikzelf ben alles behalve bedaard. Ik kan het lijden dat zich aan me opdringt nauwelijks aan. ‘Kijk nou eens, hoeveel geluk wij hebben met vijf gezonde kinderen!’, probeer ik mezelf heel rationeel te vertellen. Maar de confrontatie met de gebrokenheid maakt me behalve vol medelijden ook boos en onrustig.

IJsberend zoek ik mijn weg door de rommige hal waar we moeten wachten. Er staat een mand met gevonden voorwerpen. Er hangt een smoezelig briefje op met de vraag: ‘Bent u dit niet vergeten?’ Het is een doos met een kinderhorloge, een sjaaltje en een paar protheses. Even verderop zit een combi van protheses die samen een soort harnas vormen op een stoel. De eigenaar zit er niet in. Een tiener even verderop heeft zijn kunstbenen maar even uitgedaan. Ze liggen een paar stoeltjes verder.
Geert levert zijn eigen strijd. In bureaucratisch Japan moeten er voor elke handeling eerst een reeks formulieren ingevuld worden. De eerste vraag: ‘Zijn de vader en moeder van de patient familie van elkaar?’ Nee! Ik wil weg. Op dat moment roept een jonge dokter in spijkerbroek ons binnen. Hij had niet veel later moeten komen.
Dokter Itou blijkt gespecialiseerd in heupafwijkingen en neemt alle tijd om Lucile rustig te onderzoeken. Hij kletst tegen haar en stelt haar en ons gerust. Fleur volgt hem nauwgezet vanaf Geerts schoot. Daarna begint hij uit te leggen dat waar de vorige behandeling bij Fleur succesvol is geweest, deze bij Lucile gefaald heeft en dat ze door 3 maanden hipster dragen een stijf beentje heeft gekregen. Daarom is het eerste wat hij voorschrijft: vrijheid. Hij pakt de hipster en gooit die radicaal weg. We kunnen onze ogen niet geloven: twee hipsterloze meiden!
De weken zonder hipster die gaan komen, zijn niet de oplossing, het is een manier om Lucile’s spieren weer soepel te krijgen. Dan gaan we een nieuw traject in. Te beginnen met een consult in Leiden. Op basis van het behandelvoorstel daar gaan we verder. Dokter Itou heeft goede hoop. Hij gelooft dat Fleur en Lucile over een jaartje samen hand-in-hand kunnen lopen. Maar nu eerst samen spelen zonder die verdraaide hipsters!
Wat een prachtige schoonheden, helemaal zonder hipsters!! Ga er van genieten tijdens jullie vakantieweken.
By the way: waarschijnlijk ligt die hipster nu in de bak met gevonden voorwerpen!
Wat een goed bericht zeg! Dat moet een heel bijzonder moment geweest zijn, dat Lucile’s hipster weggegooid werd. Echt een bevrijding! Geniet ervan!
hey!
wat mij intrigeert is die foto… het lijkt net een soort Starwars-kloon die op aarde is geland!
nu is het aftellen geblazen!
Wat fijn, die hipsters aan de kant. En nu lekker vliegen met z’n allen. Het filmpje geeft al een leuke indruk van de meiden. Zo vrolijk. En wat is Julie groot geworden. Fijne vakantie en tot gauw!