rillingen
Ik zou de Halloweenfeestjes zien als een gelegenheid om contact te maken met moeders, weet je nog. Nou, dat is bij het eerste feestje gelukt. Vandaag ook wel, maar waar ik dacht dat Here God met een kromme stok rechte slagen maakte, blijken de slagen vandaag gewoon krom te blijven. Het was met recht een eng feestje te noemen vandaag. Ik kwam met rillingen thuis.
Die rillingen die over m’n rug liepen, waren niet alleen van de kou, hoewel de temperatuur hier in Tokio plotseling van zo’n 25 graden een paar dagen geleden tot 10 graden gedaald is. En het was ook niet vanwege de skeletten-gemaakt-van-kartonnen-dozen die aan een touw in een boom bungelen. In het parkje vieren drie kleuterklasjes hun Halloweenfeestje. Huiverend loop ik langs de botsende ledematen van de geraamtes. Gelukkig niet Julie’s klas. Een ander groepje danst om een grote zwarte kast. Het zag er onheilspellend uit. We wandelen er voorbij en even later horen we veel gegil. Een met ketchup besmeurde moeder met hoofd-in-staat-van-ontbinding masker gewapend met een plastic bijl is uit de kast gesprongen en jaagt nu op de kids. Jakkes! Gelukkig krijgt Julie niets van het lugubere tafereel mee. Haar aandacht wordt getrokken door de laatste groep die op een picknickmat bellen zit te blazen. Julie wordt met open armen door alle mini-pompoenen, feeën en prinsesjes ontvangen.
Dat valt dus mee. Een zak met snacks voor elk kind en traditionele zoutjes met dampende groene thee voor de moeders. Zou het dan toch gezellig worden in dit kille park? Ik raak in gesprek met een aantal moeders. Daar is de bekende vraag: waarom woon je in Japan? In mijn element begin ik te vertellen: kerk planten, Japanse christenen, bijbel… “Oh, net als mijn man, die kwam vroeger ook als zendeling naar Japan”, zegt een Japanse moeder. Alle blikken wenden zich nieuwsgierig naar Nanae-san. “We gaan trouwens net als jij naar de kerk. We zijn Mormonen.” Wat ze verder ratelt, hoor ik nauwelijks meer. Ze is de meest populaire moeder en heeft ook dit feestje georganiseerd. Iedereen hangt aan haar lippen. Ik flap er alleen nog uit: “Oh, ik hoop dat je zijn enige echtgenote bent”. “Voor zover ik weet wel, hoor”, antwoordt ze nonchalant.
Niet te geloven dat net in Julie’s klas een assertieve Mormoon zit. Hoe krijg je het verzonnen?! Mijn warme gevoelens voor dit pompoenenfeestje zijn meteen over. Ik ben bevroren en het lukt bij de verplichte ‘aisatsu’ (bedankjes en groeten) nauwelijks nog een glimlach te voorschijn te toveren. Als ik thuiskom ziet Geert de teleurstelling op mijn gezicht. Ik beantwoord zijn vragende blik met de opmerking: “het zijn mormonen”. Zijn blik dwaalt weer terug naar het computerscherm en je ziet hem denken ‘ach, al die vrouwenkwesties ook, met die hormonen.’ Nog een keer: “Het zijn Mor-mo-nen!” Ik baal van alle tegenkrachten hier.
Lieve Eline,
Ik weet bijna niets van mormonen en ik weet dus ook niet wat ik je zou moeten adviseren als je er überhaupt al aan denkt om je daar op te storten.
Wat ik je wel even wil laten weten is dat je Halloween stukjes me wel aan het denken hebben gezet. Al 6 jaar, zolang als we hier wonen weigeren we mee te doen aan de halloween party hier in de buurt op het pleintje waar we aan wonen. We doen de gordijnen dicht en trekken ons terug binnen de “veilige” muren van ons huis, een aantal jaren gingen we zelfs buitenshuis pannenkoeken eten. Toch krijgen we nog ieder jaar de uitnodiging. Dit jaar stond er op de uitnodiging dat de party verplaatst was naar zaterdag 30 oktober ipv ‘m op zondag te houden omdat men vond dat een heidens feest niet op zondag gevierd kon worden. Dat wordt dus mijn kans om hier een gesprekje over aan te knopen. Als het gelukt is hoor je een keer van me!!!