drie baby’s

‘Sorry, mijn man kon niet meekomen”, zegt Akiko als ze met op elke arm een tweelingdreumes ons huis binnenvalt. Bezweet en beschaamd. Het was het idee dat ze met het hele gezin zouden komen lunchen als compensatie dat hij tijdens de Thanksgivingbrunch op de anderhalfjarige tweeling had gepast. Het feit dat een vader, als hij zorgt voor zijn kinderen, dat als ‘babysitten’ aanduidt, zegt genoeg. Iemand van buiten neemt even de zorg voor de kids over als de ouders er niet zijn, dat lijkt me de definitie van babysitten. Zij voelde zich schuldig dat ze twee uurtjes voor zichzelf nam door mee te brunchen en om haar wisselgeld naar haar man te geven, nodigden we hen bij ons thuis uit. Maar nu komt hij dus niet opdagen.

‘Oh, maar hij heeft ook zo’n verantwoordelijke baan, hij moet vast veel overwerken’, fluister ik vergoeilijkend, want ik vind de hele toestand vooral sneu voor haar. Geert moet mijn woorden herhalen, want ik ben mijn stem verloren. Erg onhandig in dit geval, maar ik wilde de lunch niet afzeggen omdat het zo zeldzaam is dat je de echtgenoot van je vriendinnen te zien krijgt. ‘Ja, moe is hij zeker’, verzucht ze. ‘En hij heeft reuzehoofdpijn’. ‘Wat naar!’, kraakt mijn stem, ‘zie je wel, dat werkregime hier in Japan is echt niet gezond’. Akiko trekt zenuwachtig de jasjes van haar jongetjes uit en gaat steeds harder zuchten. ‘Nee, gezond is het zeker niet. Ik zal het maar eerlijk zeggen: hij heeft gewoon veel te veel gedronken en voelt zich nu hondsberoerd. Ik had zo graag samen hier naar toe gekomen.’ Ze weet niet waar ze moet kijken.

Drinken na het werk met de baas en je collega’s is hier in Japan eerder regel dan uitzondering. Dat hoort bij het werk, vindt iedereen. Op de werkvloer gaat alles gestructureerd en via hierarchische lagen, maar in de benauwde drinkholen vallen de remmingen weg. Dan vindt het zogenoemde ‘nomificatie’ plaats. Een samentrekking van nomu (drinken) en communicatie. Alles mag en kan gezegd worden en het zal niet tegen je gebruikt worden. Alleen niet meegaan en geen alcohol drinken wordt tegen je gebruikt. Kies je ervoor om niet deel te nemen aan deze drinkgelagen, dan val je buiten de groep en je baas zal dit interpreteren als gebrek aan commitment aan het bedrijf of organisatie. Betekent dat dat de meeste mannen met tegenzin naar het café gaan? Nee, zeker niet. Het wordt gezien als stoom afblazen en sommigen ontvluchten zo de eenzaamheid of juist hun zeurende vrouw met jengelende kinderen.

Nu toont een recent onderzoek aan dat professionals in Tokyo minder slapen dan hun soortgenoten in andere wereldsteden zoals New York, Parijs, Stockholm en Shanghai. Slaapt een zakenman in Shanghai gemiddeld 7 uren en 28 minuten per nacht, in Tokyo is dat minder dan 6 uren! Dat komt volgens de enquête door overwerk, drinken na het werk en het spelen van computergames bij thuiskomst. Op de vraag wat het belangrijkste in hun leven was, antwoordden de mannen in New York en Shanghai ‘tijd met het gezin’, maar in Tokyo verlangt iedereen naar meer slaap. De dutjes staande in de trein helpen blijkbaar niet veel. Nu ben ik wel geen zakenman in Tokyo, maar ik herken me wel in het slaaptekort. Deze stad leeft altijd en iedereen doet een beroep op je. Die 6 uur per nacht haal ik ook niet, want zelden gaan voor middernacht het licht en de computer uit en om 6 uur piept de wekker weer. Zou hierin een verklaring voor het verliezen van mijn stem kunnen liggen?

Akiko’s man zegt niet onder de ‘nomikai’ (drinkontmoetingen) uit te kunnen. Zij zou hem graag vroeger thuis zien omdat de zorg voor hun actieve tweeling haar zwaar valt. Aan meer kinderen moet ze niet denken, vertelt ze. ‘Ik heb nu drie baby’s, dat vind ik wel genoeg’. Ik ken Akiko nog maar een paar weken (ontmoet op het Halloweenfeestje) en raak in de war. ‘Drie baby’s?’ vraag ik. ‘Ja, de tweeling en mijn man’.

Comments are closed.